5.11.08

Leiders

De wereldeconomie zit in een vrije val, de zeespiegel stijgt, diersoorten sterven uit, de kettingzaag vermoordt het regenwoud, olie en water raken op. De media beuken ons murw met slechte tijdingen.
Maar nu is er een lichtpuntje. Een zwart lichtpuntje weliswaar, maar toch.
4 November 2008 mag gerust een Historische Datum worden genoemd. Amerika kiest zijn eerste zwarte president. Op de kop af veertig jaar en zeven maanden na de moord op Martin Luther King, Barack Obama was toen nog maar een jochie van zesenhalf, heeft zwart Amerika gekregen waar het recht op heeft. Veel van de ideeën van Obama zijn ronduit conservatief, in Nederland zou hij eerder passen bij de VVD dan bij de PvdA, maar los daarvan: het is bijna ondoenlijk niet vol te schieten bij het zien van de emoties die zijn verkiezing heeft losgemaakt bij de zwarte bevolking. Grote, volwassen kerels die hun tranen de vrije loop laten, stoere donkere vrouwen die Obama tegen hun indrukwekkende boezems drukken als ware hij hun echte zoon. Voor de afro-Amerikanen is Obama de Messias, de man die gaat zorgen voor, in zijn eigen woorden, verandering. En niet alleen zwart Amerika, ook wit Amerika stemde massaal op hem. Wát hij straks ook gaat doen, hij heeft het land en daarmee de wereld weer hoop gegeven. Sinds Nelson Mandela heb ik geen persoon meer gezien die erin slaagde zo veel euforie bij zo veel mensen teweeg te brengen.
Als geschiedenis wordt geschreven, is het mooi om erbij te zijn. Dat prettige gevoel had ik bij de eerste mens op de maan, bij de vrijlating van Mandela en bij de val van de Berlijnse Muur. In dat rijtje past de verkiezing van Barack Obama.
Van de wereldleider naar de plaatselijke leider is een grote stap, maar ik maak ’m toch maar. Wat een president is voor een land, is een burgemeester voor een stad of dorp. Een anker, een baken in tijden van nood, een symbool van eenheid en vertrouwen. Onlangs was een illuster gezelschap in Ouderkerk bijeen, bij de viering van 300 jaar brandweer in Ouderkerk aan den IJssel. Thieu van de Wouw natuurlijk, de huidige burgemeester van Ouderkerk, en zijn drie voorgangers Hans Oosters, Jon Hermans en Theo Bakkers.
Toen ik die namen hoorde, dacht ik: en waar is Jan de Zeeuw?
Ik was deze zomer lang met vakantie en hij bleek aan het begin van de zomer overleden te zijn. Tot mijn verbazing is daar in de gemeenteraad geen moment bij stil gestaan. Ja, namens het college schijnt iemand naar de begrafenis te zijn gegaan en er is een advertentie geplaatst, maar ik vind dat zijn overlijden ook in de raad gememoreerd had moeten worden. Voor iemand die zich als burgemeester zo voor de gemeente heeft ingezet, naar wie zelfs bij leven (grote uitzondering!) al een straat is vernoemd, is een moment van stilte in de raad op z'n plaats.
Ach ja, Jan de Zeeuw.
Als journalist van de Goudsche Courant voerde ik lange gesprekken met hem. Over Ouderkerk aan den IJssel natuurlijk, en over Gouderak waarvan hij een paar jaar vóór de herindeling van 1985 ook ineens (waarnemend) burgemeester werd. Over de Zellingwijk, dat mega-probleem dat hij op zijn bordje kreeg en waar hij absoluut niet tegen was opgewassen. Over zijn worsteling hoe hij moest omgaan met de golf van emoties van mensen die gedwongen uit de gifwijk moesten verhuizen. Hij was toen de leider, het boegbeeld van de overheid – maar wat kon hij méér doen dan luisteren, zoals op de foto bij dit stukje?
Zelfs hoop kon hij hun niet bieden. De Zeeuw was geen Obama.
Maar uiteindelijk kwam elk gesprek uit op zijn liefde voor Indonesië of liever Nederlands-Indië, waar hij nog als soldaat had gediend. Zijn hart lag bij Ouderkerk, Insulinde was zijn passie.
Later, lang na zijn pensionering, kwam ik hem nog regelmatig tegen. ‘Ah, Mudde’, zei hij dan en ontvouwde vervolgens, in de hem kenmerkende korte, staccato stijl zijn visie op de recente gebeurtenissen in de lokale politiek. En dan vertelde hij maar weer eens hoe mooi Nederlands-Indië was.
Was De Zeeuw een goede burgemeester? Niet volgens de huidige maatstaven. Daarvoor is het burgemeesterschap veel te veel een echte baan geworden. Maar in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was dat anders. Toen was een burgemeester nog een burgervader, een aimabele buurman bij wie je ’s avonds om tien uur met je probleem kon aankloppen en dan ook wist dat het binnen een paar dagen zou worden opgelost. Die tijd paste Jan de Zeeuw.
Dat soort burgemeesters is er niet meer. Ze zouden worden vermalen door de grote maatschappelijke krachten die de laatste decennia zijn losgekomen. Dat is geen reden om ze niet te herdenken. Het heeft geen zin meer dat nu nog in de gemeenteraad te doen. Daarom doe ik het op deze manier, in de vorm van een stukje over twee opmerkelijke leiders.
En Obama? Die moet nog maar bewijzen dat hij straks een straatnaam waard is.

Geen opmerkingen: