17.2.09

Pim

Toen Pim Fortuyn met slaande ruzie vertrok van de Groningse universiteit en in 1990 of daaromtrent in Rotterdam werd benoemd tot bijzonder hoogleraar, was ik journalist bij het weekblad Quod Novum van de Erasmus Universiteit. Omdat ik de befaamde Wet van Pim (‘Waar Pim is, is ruzie’) wel eens wilde toetsen, ging ik bij hem op bezoek voor een interview.
Het werd een gedenkwaardig gesprek. Na wat inleidende opmerkingen over zijn reputatie als ruziezoeker, zijn zoektocht naar de geschikte politieke partij (hij zwalkte van marxisme naar sociaal-democratie) en zijn laatste geesteskind (de OV-studentenkaart, toen een heikel onderwerp bij de studentenvakbond omdat de introductie gepaard ging met een fikse korting op de basisbeurs, terwijl nu alle studenten denken dat die kaart gratis is omdat ze niet meer weten dat hun voorgangers hiervoor een flinke veer hebben moeten laten, maar dat terzijde) – ging het al snel over de goede dingen des levens. De ambiance was er ook naar: Fortuyn ontving mij in een strak maatpak waarin het slanke lijf goed tot zijn recht kwam, met prachtige stropdas, een dun sigaartje elegant tussen de vingers. Op de achtergrond gedempte klassieke muziek, op tafel een fles goede rode wijn. Het gesprek ging over hedonisme, over uiterlijkheden, over smaak, over Rotterdam en over Grote Sociologische Vraagstukken. We waren beiden socioloog, dus dat schepte een band.
Achteraf realiseer ik me dat we niet eens over seks spraken. Vreemd eigenlijk, gezien zijn latere openhartigheid over zijn seksleven.
Hoe dan ook: van de vele interviews die ik heb gedaan, was dit er een die mij is bijgebleven. Ik heb zijn latere wetenschappelijke en politieke carrière dan ook met belangstelling gevolgd.
Pim Fortuyn is alweer bijna zeven jaar dood. In de nacht van 6 op 7 mei 2002 droomde ik dat ik getuige was van een heftige ruzie tussen Fortuyn en leden van zijn politieke beweging. De inzet was het leiderschap van de partij. De discussie liep hoog op en eindigde in een ordinaire vechtpartij (waar Pim is, is ruzie!) waarin Fortuyn aan het kortste eind trok. Ik droom wel vaker en meestal ben ik de inhoud ’s morgens alweer vergeten. Dit keer kon ik het wel navertellen aan de ontbijttafel in ons vakantiehuis in Zuid-Frankrijk. Toen we ’s middags in de stromende regen door St. Tropez liepen lag daar De Telegraaf met het bericht, dat Pim Fortuyn de dag ervoor in het Mediapark in Hilversum was vermoord.
Ik geloof niet in verbanden tussen droom en realiteit, maar bizar was het wel.
Om de een of andere reden mocht ik Fortuyn wel. Een haantje was het natuurlijk, een ijdeltuit van de eerste orde en met zijn opvattingen over de samenleving vloog hij vaak uit de bocht, maar toch: het zou interessant zijn om te weten hoe hij het als premier had gedaan. De pech van Pim was dat hij de foute mensen aantrok, wannabe politici die vielen voor zijn charisma maar de visie van Fortuyn niet bevatten, laat staan konden omzetten in politieke daden. In plaats daarvan verkwanselden ze zijn politieke erfgoed en zaaiden daarmee het klimaat waarin nu clubs als die van Wilders en Verdonk kunnen gedijen.
En nu is er dan wéér ruzie, dit keer over Fortuyns sloffen, zijn theekopjes, OV-kaart en zijn flessen wijn. De complete inboedel van zijn ‘Palazzo di Pietro’ gaat onder de hamer en dat wekt dan weer de woede van de Fortuyn-adepten, die om het hardst roepen dat het een schande is en dat de villa én de inboedel eigenlijk een museum moeten worden.
Dat is te veel eer, zoals de hele cultus rond Fortuyn te veel eer is. De man heeft al een handjevol standbeelden gekregen, zijn politieke erfgenamen én de serieuze pers hemelen hem op als de Redder des Vaderlands, de maat der dingen, en het scheelde niet veel of hij was gekozen tot Grootste Nederlander Aller Tijden. Maar goed beschouwd heeft hij natuurlijk helemaal niets gepresteerd. Daarvoor gunde zijn moordenaar hem de tijd niet. Hij heeft gezorgd voor een politieke revolte, en de politici van nu proberen in zijn geest te handelen door eerlijk te zijn, en duidelijk, en te luisteren naar de mensen in het land. In die zin is Fortuyn nuttig geweest. Maar wie garandeert dat het land geen puinhoop was geworden met hem aan het roer? Dat een kabinet-Fortuyn niet na een paar maanden met slaande deuren uit elkaar was gespat. Waar Pim was, was toch ruzie?
Nee, zijn kamerjas en sigarettenaanstekers mogen gerust geveild worden. Museale waarde hebben ze niet. Fortuyn was geen Willem van Oranje, geen Willem Drees of Johan Thorbecke. Of zoals in Engeland: Winston Churchill. Ik bezocht eens de woning van Churchill in Chartwell, Kent. Die moeten de Fortuynfans voor ogen hebben gehad toen ze het Rotterdamse ‘palazzo’ tot museum wilden verheffen. Chartwell ziet er nog uit alsof Churchill er ieder moment weer kan intrekken. Zijn pen ligt klaar, het bureau staat vol foto’s en de appels in de fruitmand worden ieder dag ververst. Churchill, dát was een man van statuur, een leider die zich had bewezen.
Maar Fortuyn? Zijn reputatie is niets dan een ballon die groeit doordat er steeds weer nieuwe lucht in wordt geblazen. Die ballon knalt een keer uit elkaar en dan wordt Fortuyn gewoon wat hij nu al zou moeten zijn: een voetnoot in de geschiedenis.
Ik lees in de krant dat de veilingmeester zijn wijn in speciale kistjes gaat verpakken met een sticker: ‘Deze fles was van Pim’. Misschien ga ik er wel op bieden. Niet uit bewondering, maar als herinnering aan dat bijzondere, in rode wijn gedrenkte interview uit 1990.
En de Wet van Pim behoeft een kleine aanpassing, getuige het gekrakeel over de inboedelveiling: Waar Pim wás, is ruzie.

15.2.09

Afbraak

De week die achter ons ligt mag voor Gouderak gerust een historische week worden genoemd. Niet alleen werd de eerste paal geslagen voor het gebouw dat over een klein jaar onderdak gaat bieden aan twee scholen, de peuterspeelzaal en de bibliotheek, ook werd de sanering van de Zellingwijk afgerond. Een halve eeuw nadat Shell hier zijn chemisch afval dumpte, kan nu een begin worden gemaakt met een nieuwe, schone start. Twee gebeurtenissen die los van elkaar staan, maar een heel grote impact hebben voor het dorp.
Er gebeurde nog iets bijzonders, vorige week. Gouderak kwam in opstand. Althans, nogal wat mensen kwamen in het geweer tegen het plan om aan de Staringhlaan een trapveldje te realiseren. Ik schreef daar vorige week al over. Die mensen kwamen woensdag massaal naar het Dorpshuis om zich te laten informeren over de plannen. En om in discussie te gaan met de wethouder en met raadsleden. Dat was goed, de toon van de discussie was ook een stuk beter dan die ik eerder beluisterde op RTV West (Met uitzondering van die enkele opmerking over de PvdA als de Partij van de Afbraak dan. Het blijft kennelijk makkelijk schelden op een partij die altijd haar nek uitsteekt en daar ook eerlijk voor uitkomt.)
Ook goed was, dat de jeugd zélf van zich liet horen. Die wil een trapveldje, maakt niet uit waar als het er maar komt.
De avond leverde genoeg stof ter overdenking. Dat gaan we binnen de PvdA ook doen. En we willen zo snel mogelijk in gesprek gaan met de jongeren over hun wensen, en in gesprek blijven met de buurtbewoners over hun bezwaren en angsten. De uitkomst van die discussie is nog onzeker. Ze moet wel worden gevoerd en de politiek moet daarin het voortouw nemen.
Het worden interessante tijden voor Gouderak. Spannend ook, want de komende maanden zijn bepalend voor de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010. De PvdA zal in ieder geval in de frontlinie blijven staan om het dorp er weer bovenop te krijgen. We gaan de verloedering te lijf. Dat we dan af en toe inderdaad de Partij van de Afbraak lijken, dat moet dan maar. Soms is slopen onvermijdelijk om iets mooiers te bouwen. Dat is precies wat wij van plan zijn, daar gaan wij voor aan het werk. En dat gaat lukken. Ik zie die verkiezingen met vertrouwen tegemoet.

7.2.09

Trapveldje

Het plan om een stuk van speeltuin Het Klaverweitje in Gouderak te gebruiken voor een trapveldje voor de oudere jeugd, is niet bij iedereen goed gevallen. Dat blijkt een reportage die RTV West deze week uitzond. Buurtbewoners reageerden woedend. Rondslingerende condooms, knetterende scooters, drinkgelagen, kapotte bierflesjes, onze kinderen zijn niet veilig meer – dat soort argumenten. Angst voor wat kán gebeuren. Maar angst is een slechte raadgever.
Het waren, als ik de beelden mag geloven, vooral ouders van kleinere kinderen. Dezelfde ouders die over vijf of tien jaar bij de gemeente op de stoep staan omdat er voor hun kinderen, dan een jaar of vijftien oud, geen fatsoenlijk trapveldje in het dorp is?
Waarom zijn kinderen zodra ze pubers zijn geworden, ineens de paria’s van de samenleving? Omdat er een paar tussen zitten die het verknallen voor de rest, moet dan de hele jeugd daar de dupe van worden? Ik begrijp het niet. Jongeren hebben evenveel recht op ruimte als kleinere kinderen, en als ouderen. Recht op ruimte in het dorp, niet ver daar buiten. Wat nu dreigt te gebeuren is een letterlijke marginalisering van onze eigen jeugd.
Ik heb begrip voor de onrust. Maar het vertrekpunt van de discussie moet zijn dat jongeren evenveel rechten hebben als anderen én dat de goeden niet mogen lijden onder de kwaden. Als we het dáár over eens zijn, moeten we praten over de voorwaarden waaronder we de jeugd hun eigen plek geven.
De speeltuin is een goede plek. Zeker als we de buurtbewoners erbij betrekken. Bijvoorbeeld door een paar mensen te vragen of zij ’s avonds de kooi (want een trapveldje moet een hoog hekwerk krijgen) willen afsluiten. Zij moeten er natuurlijk van verzekerd kunnen zijn dat de overheid, gemeente of politie, direct handelend optreedt als het onverhoopt toch uit de hand loopt. En is het nou echt zó veel gevraagd van de buurt om jongeren die voor overlast zorgen, aan te spreken op hun gedrag? De sociale controle en de tolerantie van Gouderak zijn bijna spreekwoordelijk. Het wil er bij mij niet in dat Gouderak een groot aantal van de leden van de eigen gemeenschap het recht op een plek in die gemeenschap ontzegt. Als dat wel gebeurt, schaam ik me voor mijn eigen dorp. Dat is dan niet langer het Gouderak waar ik me thuis voel.

2.2.09

Masochisme

Het was onvermijdelijk. De provincie heeft zich vandaag nadrukkelijk naar voren geschoven als regisseur van het proces dat uiteindelijk moet leiden tot één gemeente Krimpenerwaard. Niet op verzoek van Ouderkerk, zoals Gedeputeerde Staten stellen. Als ze dat werkelijk denken, hebben ze de motie van Ouderkerk niet goed gelezen. Maar afgezien daarvan: het is goed dat de provincie het proces overneemt, want de kans dat de K5-gemeenten zelf tot een gedeeld inzicht komen is verwaarloosbaar klein. Dat moeten we onszelf verwijten.
De inkt van het provinciale persbericht was nog niet droog of een journalist belde mij. ‘Gefeliciteerd’, riep hij vrolijk. Alsof ik de kogel hoogstpersoonlijk door de kerk heb geschoten. Alsof ik blij zou zijn met de komst van de externe adviescommissie. In tegendeel, van enig triomfalisme is geen sprake.
Ik ben niet ‘blij’ dat de herindeling een stap dichterbij is gekomen - eerder bedroefd. Voor een volksvertegenwoordiger is het toch wezensvreemd om te pleiten voor het opheffen van je eigen gemeente, zeker als je hier bent opgegroeid. Het is bestuurlijk masochisme, het doet pijn. Daarom hecht ik ook zo aan de komst van dorpsraden die ook werkelijk iets te zéggen krijgen, die een bestuur worden waarin de bewoners van de dorpen in de Krimpenerwaard zich kunnen herkennen.
Maar ik wilde die herindeling toch? Jazeker, maar die wens was er niet eerder dan na een heftige strijd tussen het hoofd en het hart. Waarin uiteindelijk het verstand zegevierde. Dat is ook goed. Emotie mag best in de politiek, móet zelfs, maar uiteindelijk gaat het erom dat een verstandige beslissing wordt genomen. En gelet op de immense vraagstukken waarvoor gemeenten in het algemeen en die in ons gebied in het bijzonder de komende tijd worden gesteld, is er geen ander toekomstperspectief dan dat van een sterke, grote gemeente met een gemeentebestuur dat rechtstreeks door de inwoners van dit gebied wordt gekozen - anders dan die halfslachtige en ondoorzichtige Krimpenerwaardraad met z'n getrapte verkiezingen. (Goed trouwens dat de adviescommissie ook die raad tegen het licht gaat houden, maar dat terzijde.)
Dus blij? Nee. Opgelucht, dat wel. Omdat er nu een stukje meer duidelijkheid komt over onze toekomst. Het laatste woord is nog lang niet gesproken. Er zal, net als op Goeree-Overflakkee, in de verschillende gemeenten verontwaardigd gesist worden: waar bemoeit die provincie zich mee? En er zal vast wel iemand om een referendum gaan vragen, of met een enquête willen aantonen dat er geen draagvlak is voor een herindeling. Soit. Feit is dat we met z’n allen in een trein zitten die de afgelopen jaren langzaam op stoom is gekomen en inmiddels op volle snelheid door de polder raast. Dan kun je nog zo hard mopperen dat ’ie te hard rijdt, dat de machinist een roekeloze gek is – er uit springen kan niet meer. En ervoor gaan liggen, dat schreef ik op deze plek al eerder, is helemaal niet verstandig. Dat betekent hooguit een vervelende vertraging. Dat eindstation, dat bereiken we toch wel.
En graag met z'n vijven, zonder Krimpen aan den IJssel.

23.1.09

Beetje boos

Het was geen openbare bijeenkomst, de K5-radenconferentie van gisteravond, dus ik mag er niet al te veel over zeggen. Laten we het er op houden dat mijn voorgevoel mij niet heeft bedrogen. De avond eindigde zoals ’ie begon: verdeeld. Dat de K5-samenwerking moet worden voortgezet, daarover is iedereen het wel eens. Maar over de vraag welke consequenties daar vervolgens aan moeten worden verbonden, lopen de meningen uiteen, nog steeds.
Nou vooruit, toch maar een tipje opgelicht omdat het mij dwars zit. Wat mij bovenmatig stoorde was het feit dat veel raadsleden Ouderkerk min of meer in het verdachtenbankje plaatsten. Dat de K5 niet unaniem is, zou komen doordat Ouderkerk een herindeling wil. En of Ouderkerk zijn besluit maar even wilde herzien, opperde iemand uit Nederlek – ik zal vanwege de beslotenheid van de bijeenkomst geen namen noemen. Hij suggereerde zelfs dat Ouderkerk z’n huiswerk maar moest overdoen, dat wij een verkeerd besluit hadden genomen omdat wij onze eigen bestuurskrachtmeting niet goed hadden gelezen.
Gekker moet het niet worden. Ik werd daar echt een beetje boos over, gisteravond. Ik ga toch ook niet zeggen dat Nederlek een verkeerd besluit heeft genomen? Daar gá ik helemaal niet over, zo min als Nederlek over Ouderkerk gaat. De vijf raden hadden de opdracht voor hun eigen gemeenten te bepalen hoe zij de toekomst zagen in de context van de K5-samenwerking, niet meer en niet minder. Het deed me denken aan de vraag die ik in de decembervergadering van de gemeenteraad kreeg gesteld door Arie Burger van de ChristenUnie: of ik het dan niet belangrijk vond wat de andere gemeenten dachten en of ik mijn standpunt daardoor niet wilde aanpassen. Mijn antwoord was toen, en dat was het ook gisteravond: nee, dat wil ik niet. Natuurlijk is het belangrijk om te weten wat de andere gemeenten vinden, en natuurlijk betrek je dat bij je overwegingen. Maar als je uiteindelijk, alles afwegende, tot de conclusie komt dat voor je eigen gemeente een herindeling de beste optie is dan moet je dat ook durven uitspreken. Dan is de mening van Schoonhoven en Nederlek interessant, maar voor je uiteindelijke besluit niet relevant.
Het zou een mooie boel worden als we bij iedere besluit zouden zeggen: voor Ouderkerk is optie A eigenlijk de beste, maar omdat de buurgemeenten voor optie B kiezen doen wij dat ook maar.
Ga dat maar eens aan je kiezers uitleggen. Dát zou pas van weinig bestuurlijke daadkracht getuigen.
Gelukkig waren er veel raadsleden, ook uit andere gemeenten, die wél begrip hadden voor Ouderkerk. Die ook liever willen herindelen, misschien niet morgen maar dan toch zeker overmorgen. Die, net als Ouderkerk, inzien dat kleine gemeenten niet meer in staat zijn zelfstandig alle taken uit te voeren die op hen afkomen. En dat worden er steeds meer. Die ook vinden dat je dan maar beter kunt herindelen omdat dat ook goed is voor de democratische controle. Nu heeft de kiezer niets te zeggen over de K5-raad, terwijl die toch heel belangrijke besluiten neemt. Dat is, op z'n zachtst gezegd, niet goed.
Treffend was, dat op de slotvraag van voorzitter Wim Hommels welke taken volgens de geachte raadsleden niet in een groot verband kunnen worden ondergebracht, een peilloos diepe stilte volgde. Als je dáár al geen antwoord op kan geven, waarom dan niet die laatste logische stap gezet?
Ik schreef het woensdag ook: als we dat zelf niet kunnen, zal de provincie ons daar wel een handje bij gaan helpen. De schaduw van de provinciale bemoeienis met Goeree-Overflakkee hing gisteren al de hele avond dreigend boven de discussie. Wordt vervolgd.

21.1.09

Openbaar

Tjongejonge, wat een bizarre hype is er aan het ontstaan over die K5-radenconferentie van morgen. Die krijgt een veel zwaardere lading dan ze verdient. De websites van de regionale pers (hier, hier en hier) gaan gretig in op de ‘lobby’ van de Schoonhovense GroenLinkser Ad Struijs om die bijeenkomst openbaar te maken. Het begon met een mailtje van Struijs aan alle raadsfracties in de vijf gemeenten: of we zijn pleidooi voor openbaarheid wilden steunen. Dat wilden wij wel, met nog een handjevol andere fracties, maar de meerderheid vindt het toch beter om achter gesloten deuren te praten. Ook goed, even goede vrieden, al ben ik met Struijs een principieel voorstander van maximale transparantie. Maar om daar nou zo’n nummer van te maken, dat gaat me te ver.
Want waar gaat het helemaal over, morgenavond? Ik mag toch hopen dat we niet gaan proberen elkaar over te halen onze standpunten over de toekomst van de Krimpenerwaard te veranderen. Dat zou hét recept zijn voor een oeverloze en volstrekt onvruchtbare discussie. Dat station passeerden we vorige maand al, toen alle raden hun ei legden. Nee, het uitgangspunt van de avond is de ernstige verdeeldheid binnen de Krimpenerwaard. Nu moeten we bezien hoe we met dat gegeven verder kunnen. Niet de discussies die in de K5, in de raden en binnen partijen zijn gevoerd overdoen, maar vooruit kijken.
Ik voorspel dat dat niet gaat gebeuren en dat het allemaal op niets uitloopt, morgenavond. Dat er weer veel oude argumenten genoemd gaan worden vóór en tégen herindeling, vóór en tégen het belang van zelfstandigheid. En dat we ten slotte tot de slotsom komen dat we hopeloos verdeeld zijn.
Eigenlijk dus maar goed ook dat het niet openbaar is. Mensen die de moeite zouden nemen naar het raadhuis van Lekkerkerk te komen, zouden alleen maar teleurgesteld naar huis gaan. Met een nieuw opgelopen deukje in het toch al zo broze vertrouwen in de polderpolitiek. Mijn advies zou dan hebben geluid: blijf lekker thuis kijken naar Wie is de Mol? of naar ADO Den Haag-FC Twente. Openbaarheid is mooi, maar geen garantie voor succes.
Na de mislukte avond van morgen is de provincie aan zet. Het optreden van Gedeputeerde Staten in de kwestie Goeree-Overflakkee mag je gerust zien als een generale repetitie voor het stuk dat ze in de Krimpenerwaard gaan opvoeren. Niet onlogisch: als we het zelf niet kunnen, dan moet iemand anders het proces maar overnemen.

8.1.09

Onbegrijpelijk

Het nieuwe jaar is nog maar een paar dagen oud of de democratie wordt alweer met voeten getreden. In het Reformatorisch Dagblad lees ik dat de PvdA, in november winnaar van de verkiezingen voor het bestuur van het Hoogheemraaschap van Schieland en de Krimpenerwaard, geen deel zal uitmaken van het nieuwe dagelijks bestuur. Niet de PvdA, maar de fractie Bedrijven nam het voortouw bij de verkiezingen en schoof de PvdA vervolgens aan de kant.
De fractie Bedrijven, die deed toch helemaal niet mee aan de verkiezingen?
Dat klopt, maar omdat ooit door de provincie is besloten dat het bedrijfsleven met vijf zetels in het bestuur van het schap is vertegenwoordigd (de zogenaamde ‘geborgde zetels’), en de PvdA ‘slechts’ vier zetels haalde, is het jammer genoeg wél de grootste groepering. Onbegrijpelijk dat deze club, waarop u en ik nooit hebben kunnen stemmen, waarvan we geen idéé hebben wat zij willen met onze waard behalve waarschijnlijk het bedrijfsleven zo veel mogelijk de ruimte geven, en die dus ook geen democratische legitimatie heeft, dat die club zo’n stempel op het bestuur weet te drukken en een verkiezingsproces zo gemakkelijk aan de kant kan schuiven. Onbegrijpelijk ook dat de PvdA en de andere democratische partijen dit hebben laten gebeuren.
De waterschapsverkiezingen werden al niet serieus genomen. Nu zo wordt omgegaan met een verkiezingsuitslag is het vertrouwen helemaal tot nul gedaald. Die paar mensen die nog de moeite hebben genomen te gaan stemmen, afgelopen november, kunnen de volgende keer maar beter thuisblijven.

23.11.08

Varkens

Inscharing. Mooi woord. De voorzitter van de Strategiegroep Veenweidepact Krimpenerwaard, Joop Evertse noemt het in zijn brief aan de gemeenteraad van Ouderkerk. Ik heb het opgezocht, het betekent zoiets als ‘in de wei laten lopen’. Weidegang dus, ook een mooi woord. Dat kende ik dan weer wél.
Inscharing van vee is straks ook in de nieuwe natuurgebieden van de Krimpenerwaard mogelijk, schrijft Evertse. Dat was al lang bekend, maar om de een of andere reden blijft dat gegeven in de discussie over het Veenweidepact onderbelicht. Veel liever wordt stemming gemaakt met makkelijk scorende oneliners als ‘de koe verdwijnt uit het landschap’ of ‘wat ziet u liever, een moeras of een dier?’
Wat mij betreft: beide. En dat is straks dus ook mogelijk. Onder voorwaarden, dat wel. Geen kuddes van tientallen koeien meer, maar kleinere aantallen. En misschien wat meer schapen en geiten en wat minder koeien. Of wat meer varkens.
Varkens? Die horen hier toch niet thuis? Ja, boeren hebben varkens in hun schuren, ook hier in de Krimpenerwaard, maar het gebied is toch vooral bekend om z’n melkvee.
Dacht ik.
Tot ik deze week in Den Bosch bij De Slegte tegen een oude wandkaart van Nederland aan liep. En wat stond er in de Krimpenerwaard getekend? Een varken, met een vrolijk krulstaartje! De varkenshouderij was volgens deze kaart dus de belangrijkste economische activiteit, naast de steenbakkerij – zo leerden schoolkinderen halverwege de vorige eeuw. Kan iemand mij vertellen wanneer de koe het varken verdrong?
Over economische activiteiten in de polder gesproken: de kranten staan nu bol van het wietexperiment in Eindhoven. De stad wil zelf wiet gaan telen om meer grip te krijgen op de bevoorrading van coffeeshops.
Goed plan, maar niet origineel. Anderhalf jaar geleden meldde de PvdA Ouderkerk op haar website al dat de gemeente Ouderkerk hennep zou gaan kweken ten behoeve van de productie van ‘medicinale nederwiet’. De hennep, al ver vóór het varken een belangrijk product van dit gebied (naar de wandkaart waar dit op staat ben ik nog op zoek), zou eindelijk terugkeren in de waard.
Curieus hoe een 1-aprilgrap werkelijkheid kan worden. Als Eindhoven het kan, waarom Ouderkerk dan niet? Kom op, agrariërs, dit is jullie kans! Wietteelt in de nieuwe natuur, dat vindt Evertse vast ook prima.
Zo komt het allemaal toch nog goed met het Veenweidepact.

5.11.08

Leiders

De wereldeconomie zit in een vrije val, de zeespiegel stijgt, diersoorten sterven uit, de kettingzaag vermoordt het regenwoud, olie en water raken op. De media beuken ons murw met slechte tijdingen.
Maar nu is er een lichtpuntje. Een zwart lichtpuntje weliswaar, maar toch.
4 November 2008 mag gerust een Historische Datum worden genoemd. Amerika kiest zijn eerste zwarte president. Op de kop af veertig jaar en zeven maanden na de moord op Martin Luther King, Barack Obama was toen nog maar een jochie van zesenhalf, heeft zwart Amerika gekregen waar het recht op heeft. Veel van de ideeën van Obama zijn ronduit conservatief, in Nederland zou hij eerder passen bij de VVD dan bij de PvdA, maar los daarvan: het is bijna ondoenlijk niet vol te schieten bij het zien van de emoties die zijn verkiezing heeft losgemaakt bij de zwarte bevolking. Grote, volwassen kerels die hun tranen de vrije loop laten, stoere donkere vrouwen die Obama tegen hun indrukwekkende boezems drukken als ware hij hun echte zoon. Voor de afro-Amerikanen is Obama de Messias, de man die gaat zorgen voor, in zijn eigen woorden, verandering. En niet alleen zwart Amerika, ook wit Amerika stemde massaal op hem. Wát hij straks ook gaat doen, hij heeft het land en daarmee de wereld weer hoop gegeven. Sinds Nelson Mandela heb ik geen persoon meer gezien die erin slaagde zo veel euforie bij zo veel mensen teweeg te brengen.
Als geschiedenis wordt geschreven, is het mooi om erbij te zijn. Dat prettige gevoel had ik bij de eerste mens op de maan, bij de vrijlating van Mandela en bij de val van de Berlijnse Muur. In dat rijtje past de verkiezing van Barack Obama.
Van de wereldleider naar de plaatselijke leider is een grote stap, maar ik maak ’m toch maar. Wat een president is voor een land, is een burgemeester voor een stad of dorp. Een anker, een baken in tijden van nood, een symbool van eenheid en vertrouwen. Onlangs was een illuster gezelschap in Ouderkerk bijeen, bij de viering van 300 jaar brandweer in Ouderkerk aan den IJssel. Thieu van de Wouw natuurlijk, de huidige burgemeester van Ouderkerk, en zijn drie voorgangers Hans Oosters, Jon Hermans en Theo Bakkers.
Toen ik die namen hoorde, dacht ik: en waar is Jan de Zeeuw?
Ik was deze zomer lang met vakantie en hij bleek aan het begin van de zomer overleden te zijn. Tot mijn verbazing is daar in de gemeenteraad geen moment bij stil gestaan. Ja, namens het college schijnt iemand naar de begrafenis te zijn gegaan en er is een advertentie geplaatst, maar ik vind dat zijn overlijden ook in de raad gememoreerd had moeten worden. Voor iemand die zich als burgemeester zo voor de gemeente heeft ingezet, naar wie zelfs bij leven (grote uitzondering!) al een straat is vernoemd, is een moment van stilte in de raad op z'n plaats.
Ach ja, Jan de Zeeuw.
Als journalist van de Goudsche Courant voerde ik lange gesprekken met hem. Over Ouderkerk aan den IJssel natuurlijk, en over Gouderak waarvan hij een paar jaar vóór de herindeling van 1985 ook ineens (waarnemend) burgemeester werd. Over de Zellingwijk, dat mega-probleem dat hij op zijn bordje kreeg en waar hij absoluut niet tegen was opgewassen. Over zijn worsteling hoe hij moest omgaan met de golf van emoties van mensen die gedwongen uit de gifwijk moesten verhuizen. Hij was toen de leider, het boegbeeld van de overheid – maar wat kon hij méér doen dan luisteren, zoals op de foto bij dit stukje?
Zelfs hoop kon hij hun niet bieden. De Zeeuw was geen Obama.
Maar uiteindelijk kwam elk gesprek uit op zijn liefde voor Indonesië of liever Nederlands-Indië, waar hij nog als soldaat had gediend. Zijn hart lag bij Ouderkerk, Insulinde was zijn passie.
Later, lang na zijn pensionering, kwam ik hem nog regelmatig tegen. ‘Ah, Mudde’, zei hij dan en ontvouwde vervolgens, in de hem kenmerkende korte, staccato stijl zijn visie op de recente gebeurtenissen in de lokale politiek. En dan vertelde hij maar weer eens hoe mooi Nederlands-Indië was.
Was De Zeeuw een goede burgemeester? Niet volgens de huidige maatstaven. Daarvoor is het burgemeesterschap veel te veel een echte baan geworden. Maar in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was dat anders. Toen was een burgemeester nog een burgervader, een aimabele buurman bij wie je ’s avonds om tien uur met je probleem kon aankloppen en dan ook wist dat het binnen een paar dagen zou worden opgelost. Die tijd paste Jan de Zeeuw.
Dat soort burgemeesters is er niet meer. Ze zouden worden vermalen door de grote maatschappelijke krachten die de laatste decennia zijn losgekomen. Dat is geen reden om ze niet te herdenken. Het heeft geen zin meer dat nu nog in de gemeenteraad te doen. Daarom doe ik het op deze manier, in de vorm van een stukje over twee opmerkelijke leiders.
En Obama? Die moet nog maar bewijzen dat hij straks een straatnaam waard is.

7.10.08

Niveau

Het lijkt wel een geregisseerde actie. Eerst was het de korpschef van de politie Hollands-Midden die in niet mis te verstane bewoordingen de Tweede Kamer verweet op een veel te hoge toon en met de verkeerde argumenten over de kwestie-Oosterwei te praten. Hij kreeg steun van de burgemeesters van Gouda en Amsterdam (beiden PvdA) en van minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie en Tweede Kamerlid Jan Schinkelshoek (beiden CDA). ‘Het is verbijsterend’, zei Hirsch Ballin volgens NRC, ‘om te zien hoe de nieuwe politieke bewegingen in het parlement, ongehinderd door enige vorm van argumenteren, voortdurend verklaren dat Nederland ten onder gaat’.
Het zijn niet alleen de ‘nieuwe partijen’, die van Wilders en Verdonk, maar ook een ooit gerespecteerde partij als de VVD doet eraan mee. Toch een partij waarvan je rationele afwegingen verwacht, zei Hirsch Ballin.
Die laatste boodschap was aan VVD-leider Mark Rutte niet besteed. In het treinenkrantje Metro vond hij het nodig om nog eens uit te halen naar burgemeester Wim Cornelis van Gouda, die hij denigrerend ‘die man’ noemde: ‘Die man heeft het toegestaan dat de wijk Oosterwei is uitgegroeid tot een “no go-area” en hij ziet dat zelf niet eens in.’
Een “no go-area” in Gouda? Heb ik iets gemist?
Ik zie nu een tegenreactie ontstaan vanuit de serieuze politiek, van mensen die hun sporen hebben verdiend en uit ervaring weten dat je politiek niet met je onderbuik behoort te bedrijven. Mensen als Cohen en Hirsch Ballin, maar ook VVD-coryfee Jan Franssen die zich vandaag met een persverklaring bij de kritiek aansluit.
Zouden mensen als Rita Verdonk, Geert Wilders, Mark Rutte en Laetitia Griffith nu gaan inbinden? Ik vrees van niet, daar zijn ze te bang voor. Bang om gezichtsverlies te lijden, want tot inkeer komen wordt te vaak als zwakte gezien. Bang ook om de gunst van de kiezers te verliezen, want volgens de simpele opvatting die deze mensen hebben van democratie moeten Kamerleden de sentimenten die in de samenleving zouden leven, één-op-één uitdragen in ’s lands vergaderzaal. Dat klopt dus niet. Want democratie zoals die ooit bedoeld is, wil zeggen dat het volk mensen kiest van wie wordt verwacht dat zij in staat zijn verstandig om te gaan met complexe zaken en de juiste afwegingen kunnen maken, zodat het volk dat zelf niet hoeft te doen.
Eerder deze week beschreef Trouw hoe ‘stijlloos’ in Nederland meningen worden verwoord, in tegenstelling tot de ons omringende landen. Op websites van kranten als AD en Telegraaf wordt naar hartelust gescholden op politici, die bijna zonder uitzondering hypocriete zakkenvullers zijn voor wie zelfs de ergste ziekte nog niet erg genoeg is en die maar het best kunnen stikken in het zoveelste kopje thee dat ze drinken met het Marokkaanse tuig dat de straten onveilig maakt en dat alleen met behulp van F16’s kan worden uitgeroeid. ‘Wilt u even bukken, dan kan ik mijn vuist in uw reet rammen’, zo wordt ene Cor uit Leiden die een reactie op de Telegraaf-site plaatste, aangehaald. Hij reageerde op een pleidooi van premier Balkenende voor een nieuw arbeidsethos.
Dat niveau dus. Moeten de mensen die Leidse Cor heeft gekozen (als hij al heeft gestemd bij de laatste Kamerverkiezingen) dat niveau doortrekken in de beschaafde Tweede Kamer? Ze zijn in ieder geval hard op weg. Het is goed dat daartegen nu wordt geprotesteerd.
De Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch zei het over de Marokkanen: er is een beschavingsoffensief nodig. Hij had het net zo goed over de Tweede Kamer kunnen hebben.

1.10.08

Koraal of koek

Deze zomer was ik in Australië en daar heb ik gezwommen in Gods eigen aquarium.
Dat het Great Barrier Reef mooi was, dat wist ik. Maar er is een verschil tussen iets weten en iets fysiek ervaren. Wie zou niet onder de indruk raken van de pracht van de onderwaterwereld in wat ook wel het Amazonegebied van de oceaan wordt genoemd?
Maar ondanks die unieke ervaring was er ook het gevoel dat ik daar niet hoorde te zijn. Het koraal wordt bedreigd. Door de klimaatverandering, maar ook door het toerisme. Het is uiterst kwetsbaar en wie gaat zwemmen wordt voortdurend gewaarschuwd voorzichtig te zijn en niet te dicht bij het koraal in de buurt te komen.
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, als het eb wordt en de zee boven het koraal zo ondiep dat je er er met geen mogelijkheid meer overheen kunt zwemmen. Ik beken, ik heb even met een voet op het koraal gesteund. Of het afbrak weet ik niet eens. Ik hoop van niet maar ik vrees van wel. En dus zit ik een beetje met een schuldgevoel.
Was het daarom dat ik zo werd getroffen door een artikel in Trouw van vanmorgen over een Nederlands marinefregat dat voor de kust van Saba het koraal over een oppervlakte van zo’n zeshonderd vierkante meter totaal vernield heeft, omdat het opdracht had gekregen op een andere dan de gebruikelijke plaats voor anker te gaan, waardoor de zware ankerketting urenlang over het koraal heeft geschuurd?
Ik voelde een plaatsvervangende schaamte, hoewel ik hier natuurlijk niets mee te maken heb. Ik ben nooit op de Antillen geweest.
Wat heeft dat met de Ouderkerkse politiek te maken?
Helemaal niets, het was gewoon een krantenberichtje dat me opviel. Zoals mijn oog daarna viel op een stukje in het AD, dat het Tweede Kamerlid Diederik Samsom wil dat de koffie en de koek terugkeren in de trein.
Dat vrolijkte mij weer wat op. Ik ben het daar namelijk helemaal mee eens. De koek moet terug in de trein, dan gaan steeds meer mensen met het openbaar vervoer. Ik reis vaak met de trein, naar alle hoeken van het land en dan zou ik best vaker een kop koffie of een gevulde koek lusten. Goed initiatief dus, van Diederik.
Maar het is wel politiek met een heel kleine p die hij bedrijft. Ik ken Diederik als iemand die serieus nadenkt over het milieu, die zijn sporen bij Greenpeace heeft verdiend en de milieulast van de wereld op zijn schouders torst. En uitgerekend hij pleit, op het moment dat elders in het Koninkrijk een van Harer Majesteits marineschepen het koraal vernielt, voor de rentree van de gevulde koek in de intercity naar Groningen.
Hij is nog mijn partijgenoot ook. Heb ik weer last van plaatsvervangende schaamte…

10.9.08

Koloniaal

Het is natuurlijk heerlijk wanneer je als raadslid van een veelgelezen huis-aan-huisblad een halve voorpagina cadeau krijgt om leeg te kunnen lopen. Het overkwam CDA’er Ton Langerak uit de gemeenteraad van Nederlek. In Het Kontakt, dat gisteren op de mat lag, mag hij ongestoord pleiten voor een K2-gemeente: Nederlek en Ouderkerk, aangevuld met Berkenwoude. Kritische vragen van de kant van de krant over het realiteitsgehalte van dit hersenspinsel waren er niet. Terwijl er toch genoeg voor de hand liggen.
Langerak is ervan overtuigd dat Nederlekkers, Ouderkerkers en Perkouwenaren eenzelfde oermoeder hebben en dat daarom een K2-gemeente voor de hand ligt. Nou, voor de Gouderakse Ouderkerkers (ik weet het, dit is een contradictio in terminis, maar vooruit) geldt dit in ieder geval niet. Gouderakkers zijn veel meer georiënteerd op Stolwijk, Haastrecht en (dat dan weer wel) Berkenwoude dan op bijvoorbeeld Krimpen aan de Lek. Dus áls er al zoiets als een K2 of een K3 moet komen, dan moet je op z’n minst eerst Ouderkerk doormidden hakken. Wat veel Gouderakkers geen onaantrekkelijk idee vinden, maar dit terzijde.
Trouwens, zou Bergambacht het leuk vinden als het Berkenwoude, de parel van de polder, moet afstaan?
Het voorstel van Langerak doet denken aan de koloniale grootmachten Engeland en Frankrijk, die met een liniaal strakke lijnen trokken over de kaart van Afrika, dwars door hechte stamverbanden heen zonder rekening te houden met bestaande politieke, culturele en sociale structuren. Daar hebben ze nu nog last van, in Afrika. Lukraak de Krimpenerwaard opdelen is een recept voor jarenlange hommeles. Het is de les van de herindeling van 1985, maar Langerak heeft die kennelijk nooit geleerd.
Een ondoordacht en raar verhaal is het. De hele discussie over de schaalgrootte van gemeenten is aan hem niet besteed. Een K2-gemeente van 25.000 inwoners is nog altijd (te) klein in de huidige verhoudingen. Een beetje volwaardige gemeente moet, wil ze de taken aankunnen, toch al gauw zo’n vijftigduizend inwoners tellen. Nu kiezen voor een K2 en een K3 zou betekenen dat we over een paar jaar wéér een herindelingsdiscussie krijgen. Dan kun je maar beter nu in één keer doorpakken en alle K5-gemeenten bij elkaar vegen.
Natuurlijk heeft Langerak recht op zijn mening. Maar de vraag knaagt: wat is er zo bijzonder aan zijn opvattingen dat ze een halve voorpagina van Het Kontakt verdienen? Is het soms een ordinaire advertorial waarvoor het CDA heeft betaald? Dan zou dat er bij moeten staan. Of is het artikel het eerste in een serie van 69? Want zoveel gemeenteraadsleden telt de Krimpenerwaard, en ieder van hen heeft zijn of haar eigen ideeën over de toekomst van het gebied. Is de keuze van Langerak interessanter of relevanter dan die van, bijvoorbeeld, Marije Willems uit Schoonhoven of Willem Schoof uit Stolwijk? Dacht het niet. Het ligt dan ook voor de hand dat we de komende tijd alle 69 een halve voorpagina van Het Kontakt krijgen. Maar dat zal wel een ijdele hoop zijn.

8.9.08

CdK

Gelezen op de website van Ouderkerk: er komt een tijdelijk parkeerverbod in de Dorpsstraat wanneer morgen en woensdag Jan Franssen, de Commissaris van de Koningin, een werkbezoek brengt aan de gemeente.
Dat de CdK, zoals de afkorting in het bestuurlijk jargon luidt, met wat meer égards wordt ontvangen dan een gewone sterveling, dat is tot daar aan toe. Met een tweede koekje bij de koffie bijvoorbeeld, en wellicht een borrelhapje. Maar een parkeerverbod? Hij mag dan de vertegenwoordiger van Hare Majesteit zijn, maar betekent dat ook dat hij met een complete hofhouding reist? Ik was ooit in New York toevallig getuige van een bezoek van de toenmalige president Bill Clinton aan die stad en heb me erover verbaasd hoe één man een wereldstad compleet lam kon leggen. Straten werden lang van tevoren afgesloten om hem vrije doorgang te verlenen. De presidentiële limo werd voorafgegaan door talloze motoragenten en geblindeerde voertuigen van de geheime dienst. In een flits zag ik in een van de laatste auto’s de weelderige haardos van de president waar rond die tijd ook regelmatig de handen van stagiaire Monica Lewinsky door woelden. Een paar ambulances sloten de rij. Het was als de Tour de France: in een flits voorbij, maar het openbare leven wordt gedurende langere tijd volledig ontwricht.
Maar dat was dan ook de Machtigste Man van de Wereld.
De CdK in Zuid-Holland is niet de president van de Verenigde Staten. Ik vermoed ook niet dat er in zijn kielzog motorescortes en ambulances zullen meereizen. Een eenvoudige Volvo S80, veel meer zal het toch niet zijn.
Moet daarvoor een parkeerverbod worden ingesteld? Kan die man niet gewoon even uitstappen en het gemeentehuis in lopen, terwijl zijn chauffeur de dienstauto bij de veerstoep parkeert? Volgens het protocol schijnt de gemeente ook nog te moeten vlaggen. Veel gekker moet het toch niet worden. Het ontbreekt er nog maar aan dat de schooljeugd wordt opgetrommeld om langs de Kalverstraat met provinciale vlaggetjes te zwaaien. Dat de IJsselmannen hem in de Dorpsstraat een aubade brengen is al erg genoeg.
Even serieus, ik heb best respect voor het ambt dat Franssen bekleedt. Maar dat hoeft zich niet te uiten in overdreven eerbetoon. Een werkbezoek is ten slotte geen staatsbezoek.

3.9.08

Hypocriet

Je bent even weg uit Nederland en bij terugkomst blijkt een van de meest sympathieke Kamerleden te zijn opgestapt omdat hij twintig jaar geleden even de wet overtrad voor de verwezenlijking van zijn idealen. En mijn favoriete minister ligt onder Telegraaf-vuur omdat ze in diezelfde tijd een handtekening onder een advertentie gezet.
Wat een treurig land, dat zich hier druk over maakt. Stel je voor dat iedere politicus van boven de 40, die bijna een kwart eeuw geleden iets subversiefs heeft gedaan, moest opstappen – dat zou een fatale aderlating voor bestuurlijk Nederland betekenen. Vanavond vroeg Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door aan Job Cohen wat hij in 1980 deed. Geen commentaar, zei Cohen, verstandig als altijd.
Het Kontakt en het AD hoeven mij niet meer te bellen, ik zal hetzelfde zeggen.
Opkomen voor je idealen, bewust de keuze maken daarvoor burgerlijk ongehoorzaam te zijn – het zou juist in het voordeel van een politicus moeten pleiten. Het zegt iets over zijn of haar passie, gedrevenheid, het lef om uit overtuiging over grenzen te gaan. Dat zijn bij uitstek de eigenschappen van een goede politicus. Die moeten niet opstappen omdat De Telegraaf dat wil, die moeten blijven om te strijden tegen de hypocrisie waar Nederland een patent op lijkt te hebben. Wijnand Duyvendak schreef het zelf ook in zijn ontslagbrief aan de voorzitter van de Kamer: ‘Er wordt wel gezegd dat voor iemand met mijn politieke biografie geen plaats kan zijn in de volksvertegenwoordiging. Ik vind dat een erg onverstandige opvatting. Ik meen nu juist dat het de kracht is van onze parlementaire democratie en onze rechtstaat is dat zij mensen nieuwe kansen biedt - integreert in plaats van uitsluit.’
Hoe gelijk kan iemand hebben.
Het was niet mijn enige verbazing na mijn vakantie.
In het verslag van de raadsvergadering van 10 juli, waar ik niet bij kon zijn, las ik dat de PvdA alleen stond in haar mening dat de vergoeding die boeren krijgen voor hun landbouwgrond die moet worden omgezet in natuur, veel te laag is. Bij motie had de PvdA de raad gevraagd die mening te delen, maar om voor mij onbegrijpelijke redenen wilden VVD, ChristenUnie, SGP en CDA dat signaal niet afgeven. Omdat het initiatief van de PvdA kwam? Ik weet dat de PvdA over het Veenweidepact iets anders denkt dan de rest, maar dat zou wel heel kinderachtig zijn. Toch kan ik geen andere verklaring bedenken.
Zat er dan ook nog goed nieuws bij de post en in de e-mail? Jawel, een uitspraak van de bestuursrechter in de slepende kwestie over de groenstrook aan de Abelenlaan in Ouderkerk aan den IJssel. De gemeente heeft terecht een vergunning geweigerd voor de bouw van een kerkgebouw. Omdat, schrijft de rechter, de gemeente goed heeft gemotiveerd dat groot belang wordt gehecht aan het behouden van de groene strook en dat het bouwplan van de Hersteld Hervormde Gemeente niet past in de toekomstvisie.
Ik had geen andere uitspraak verwacht, maar het is altijd goed om bevestigd te krijgen dat er nog zoiets als gerechtigheid bestaat. Helaas heeft Wijnand Duyvendak daar niet veel van gemerkt.

30.6.08

63

De fracties in de gemeenteraad krijgen ieder jaar wat geld, bedoeld om beter invulling te geven aan de controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol. Dat geld mag niet zomaar aan van alles en nog wat worden besteed, daar hebben we keurig spelregels voor afgesproken. Zo mogen we het niet gebruiken om de website te pimpen, om met de fractie uit eten te gaan, om de kraam op de braderie te betalen of om de computer van te betalen.
Met dat budget zou je wél een eigen onderzoek kunnen doen om, als je dat wilt, met de uitkomsten daarvan het college om de oren te slaan.
Dat hebben de ChristenUnie en de VVD nog niet begrepen.
Vorige week stuurden zij de zoveelste waslijst met vragen naar het college B en W. Toegegeven, het college had zelf aan de fracties gevraagd om eens aan te geven welke concrete onduidelijkheden zij nog hebben ten aanzien van de uitvoering van het Veenweidepact.
Die kans lieten ChristenUnie en VVD niet voorbijgaan. Zij zetten in grote saamhorigheid drieënzestig vragen op papier. 63!
Van sommige kun je zeggen: ze hebben een punt - hoewel mijn indruk is dat die vragen in het verleden al vaker zijn gesteld én beantwoord. Dat de antwoorden hen misschien niet goed uitkwamen, is een andere zaak.
Maar goed. Waar het mij nu om gaat is dat meer dan veertig van die 63 vragen eigenlijk zijn gericht aan het hoogheemraadschap. Als ik het college was, zou ik het vertikken daar antwoord op te geven, domweg omdat het dat niet kán. En als je iets niet kunt, kan het ook niet van je gevraagd worden. Het college kan hooguit de vragen doorspelen aan het hoogheemraadschap Maar dat hoeft niet te antwoorden, dat is alleen verantwoording schuldig aan zijn eigen (democratisch gekozen!) algemeen bestuur.
Wat moet het college nou met een vraag over het profiel van de Krimpenerwaard in het jaar 1200? In vraag 33 schrijven de ChristenUnie en de VVD dat men ‘volgens de geschiedenisboekjes’ de ontginning is begonnen vanaf de rivieren en dat men pas tweehonderd jaar later tot Berkenwoude was gevorderd. Klopt dat? willen ze van het hoogheemraadschap weten. Is dat een ‘concrete onduidelijkheid’ waar het college om heeft gevraagd? En op zo’n vraag moet het college antwoord geven!
Kom op, collega’s van ChristenUnie en VVD, doe je huiswerk. Pluk een student uit de collegebanken, trek wat geld uit je fractiebudget en stuur hem of haar op onderzoek uit. Zo’n student graaft vast een stuk dieper dan ‘de geschiedenisboekjes’. Als jullie feiten boven tafel kunnen krijgen waarmee je het college wilt aanpakken, dóe dat dan ook in plaats van vragen te stellen die je heel goed, met wat moeite, zelf kunt beantwoorden. Duik in de archieven van het hoogheemraadschap, interview daar de mensen die het weten kunnen, vraag onafhankelijke wetenschappers om commentaar en kom dan met een degelijk stuk waar we als raad volwassen over kunnen praten. Wat jullie nu doen is een onverantwoorde aanslag plegen op de ambtelijke én bestuurlijke capaciteit van Ouderkerk. Gemeenteambtenaren hoeven het werk van hun collega’s bij het hoogheemraadschap niet te doen.
Dit is niet wat wordt bedoeld met het recht van een raadslid op ambtelijke ondersteuning, dit gaat ten koste van ander, voor de gemeente Ouderkerk ook belangrijk werk.
De ChristenUnie en de VVD moeten hun rol als controleur van het college eindelijk eens goed oppakken en zélf de argumenten vinden om te verdedigen wat zij belangrijk vinden. Dat is nou precies wat wordt bedoeld met ‘dualisme’. Wat zij nu doen is ouderwets en gemakzuchtig monisme. Het dualisme is zes jaar geleden in de gemeentepolitiek ingevoerd, maar ChristenUnie en VVD zijn sindsien nog geen steek opgeschoten.

7.6.08

Vuilspuiten

Wie in de politiek gaat en uitgesproken meningen heeft, kan kritiek verwachten. Dat is niet erg, als je daar niet tegen kan moet je geen raadslid of wethouder worden. Ik vind het prima als mensen het niet met mij of mijn partij eens zijn en daar rond voor uit komen. Geen probleem.
Waar ik niet tegen kan is het verdraaien van feiten, het vertellen van onwaarheden en het vals beschuldigen van personen. Dat is precies wat de zogenaamde ‘commissie Vitaal Gouderak’ doet in haar opruiende brief die zij vandaag huis-aan-huis in Gouderak heeft verspreid.
Die zelfbenoemde 'commissie' kan maar niet verkroppen dat een democratisch proces over het Veenweidepact met de besluitvorming in Provinciale Staten is afgerond. De uitkomst van dat proces komt de 'commissie' niet uit. Dat kan, en dat begrijp ik ook nog, maar ze zal zich daar toch eens bij neer moeten leggen. Dat doet ze niet, in plaats daarvan grijpt ze naar het wapen van de vuilspuiterij, het in diskrediet brengen van de PvdA-wethouder en het verdraaien van de feiten.
Mogen maatschappelijke organisaties de politiek tegenspreken? Ja, gráág zelfs. Maar ze moeten zich wél aan de feiten houden en de spelregels van de democratie accepteren. Dat doet deze 'commissie' niet en daarmee plaatst ze zichzelf buiten de orde.
Net als de boerenorganisatie DWLK dat deed toen ze weigerde mee te werken aan het Veenweidepact. Het was geloof ik Wim Kan die over de pauselijke uitspraken over seks zei: als je niet aan het spel meedoet, moet je je ook niet met de spelregels bemoeien. Die uitspraak zou DWLK zich moeten aantrekken en niet nu, samen met de 'commissie Vitaal Gouderak' (zou dat één en dezelfde club zijn?), achteraf publieksevenementen organiseren om iets terug te draaien wat een voldongen democratisch feit is. DWLK heeft ook de reputatie het met de waarheid niet zo nauw te nemen. Als deze clubs tóch kritiek willen blijven spuwen, dan graag met respect voor de feiten. Zo lang zij dat niet doen, zal ik ze in ieder geval niet serieus nemen.

16.5.08

L*l

Goh, wat ben je een lul.
Ik las dit op de website van Het Kontakt, het van oorsprong gereformeerde huis-aan-huisblad dat zich normaal niet zo krachtig uitlaat. Klare taal, ik houd er wel van. Maar het gaat zelfs mij te ver om collega-raadsleden voor lul of rotte vis uit te maken. Dat is toch een teken van machteloosheid en gebrek aan argumenten – en argumenten, daar moet het uiteindelijk toch over gaan in het politieke debat.
Dat ik soms wel eens van een enkel raadslid vínd dat hij een lul is, is een andere zaak. Gedachten zijn vrij. Pim Fortuyn zei: ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg. Ook helder, en in principe ben ik het daar nog mee eens ook. Toch vind ik dat een fatsoensgrens wordt overschreden wanneer je je als raadslid bezondigt aan scheldwoorden. Misschien is dat moderne vorm van politiek bedrijven (Geert Wilders c.s. maken er ook furore mee), maar daar voel ik me niet zo bij thuis. Als ik daarin ouderwets ben dan zij dat zo.
Pieter Heerens (Gemeente Belang, Schoonhoven) en Gert Jan Burgert (CDA, Bergambacht) doen het wel. Moeten zij weten, ik vind het niet slim. Ze verlagen zichzelf tot een bedenkelijk niveau. Het schaadt de politiek die toch al geen best imago heeft.
Ik probeer, op grond van de Kontakt-berichtgeving, een beetje te begrijpen waar het allemaal over gaat. De aanleiding is een memo van Heerens waarin hij nogal uithaalt naar de Schoonhovense christelijke partijen en naar, zo blijkt nu, Bergambachtenaar Burgert die zich kennelijk op de publieke tribune van de Schoonhovense raad laatdunkend over Gemeente Belang-wethouder Mario Deerenberg had uitgelaten. ‘Als ’ie dat nog eens doet, laten we hem verwijderen’, schreef Heerens volgens Het Kontakt. Ik dacht altijd dat het bewaken van de orde in de raadzaal een taak is van de voorzitter van de raad, de burgemeester, en niet van een raadslid; maar misschien zijn de mores in Schoonhoven anders.
Als iets uit het memo van Heerens blijkt, is het wel dat de man tamelijk naïef is. Sowieso omdat hij niet heeft kunnen voorkomen dat het op de redactie van een krant belandde – gefundenes Fressen voor een journalist, weet ik uit eigen ervaring – , maar ook omdat hij als voorzitter van een commissie op de stoel van de wethouder is gaan zitten door een projectontwikkelaar te sommeren zijn huiswerk over te doen. Ik ben zelf voorzitter van een commissie, maar het zou niet in me opkomen om – bijvoorbeeld – de Dorpsvisie Gouderak te ‘sommeren’ haar werk anders te doen. Als dat al nodig is, moet de wethouder dat doen. En als die het niet doet, moet een raadslid hem daar op aanspreken. En dat raadslid is zeker niet in de eerste plaats de commissievoorzitter, die zich als het even kan zo neutraal mogelijk behoort op te tellen.
Niet alleen in Schoonhoven was het hommeles, de afgelopen weken. Ook in Nederlek, waar mijn partijgenoot Liesbeth Troe in opspraak is omdat zij op verzoek van de gemeente bij haar buurvrouw vertrouwelijke stukken van de keukentafel zou hebben gepakt die daar per ongeluk door de gemeentebode waren bezorgd. Terwijl die buurvrouw niet thuis was. En laat die buurvrouw nou ook een journalist zijn: een rel was geboren. Ook naïef van Liesbeth of, om met Máxima te spreken: een beetje dom. Maar het valt in het niet bij het moddervechten in Schoonhoven.
Is het in Ouderkerk dan allemaal koek en ei, voor de verandering? Allerminst. Ik ben een tijdje gestopt met schrijven omdat ik moest afkicken. Ik had het even helemaal gehad met de Ouderkerkse raad, die met extra vergaderingen en het terugdraaien van eerdere besluiten probeerde via de achterdeur alsnog zijn gelijk te halen in de discussies over het bedrijventerrein Veerstalblok en Veenweidepact. En vervolgens natuurlijk, dat was te voorzien, van de provincie het lid op de neus kreeg. Kinderachtige, onvolwassen politiek van grote kinderen die hun zin niet krijgen. Politiek is leuk als je wint, maar soms moet je ook kunnen verliezen. Die les heeft Ouderkerk nog niet geleerd.
Dat speelde alweer een paar weken geleden en mijn ergernis is gezakt. Maar god, wat heb ik mijn collega-raadsleden verwenst. Toch heb het L-woord kunnen inslikken en me beperkt tot argumenten. Laat mij dan maar ouderwets zijn.

21.3.08

Goede Vrijdag

De lijdensweg van de K5.

I. Jan Franssen, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, veroordeelt de Krimpenerwaard tot verregaande samenwerking. Gemeenten moeten bereid zijn een deel van hun autonomie ter discussie te stellen, zegt hij in een bestuurlijk overleg met de burgemeesters. (november 2003)

II. SGBO, het onderzoeksbureau van de VNG, oordeelt hard over de Krimpenerwaard. De besluitvorming gaat te traag, de gemeenteraden hebben te weinig invloed en de meerwaarde van samenwerking blijft beperkt. Gemeenten moeten een duidelijke keuze maken: hun samenwerking verbeteren, of fuseren. Het kruis wordt op de schouders van de gemeenten gelegd. (september 2004)

III. De Krimpenerwaard valt voor de eerste maal. Hans Oosters, voorzitter van de K5, treedt af omdat de Krimpenerwaard stuurloos is geworden. Een deskundige van buiten moet de K5 redden. (december 2004)

IV. De Krimpenerwaard ontmoet haar heilige moeder. Een werkgroep Bestuurlijke en Organisatorische Vormgeving (BOV) komt met een reddingsplan: een Krimpenerwaardraad met een K5-bestuur en een eigen ambtelijk apparaat kan de samenwerking vlot trekken. (april 2005)

V. De nieuwe burgemeester van Bergambacht, Arie van Erk, verlicht het dragen van het kruis. ‘Je kunt niet veel alleen en dat moet je ook niet willen’, zegt hij in een interview. Van Erk wil het Krimpenerwaarddenken bevorderen. (september 2005)

VI. Vertrekkend burgemeester Dorothé Wassenberg van Schoonhoven veegt de samenwerkingsgedachte van Van Erk hardhandig van het gezicht. Ze voelt niets voor een gemeenschappelijke samenwerking en pleit voor één gemeente. (november 2005)

VII. De Krimpenerwaard struikelt voor de tweede maal als de nieuwe burgemeester van Schoonhoven, Dick de Cloe, meer tijd wil de besluitvorming over een gemeenschappelijke regeling. (januari 2006)

VIII. Troostende woorden van burgemeester Arie van Erk van Bergambacht: ‘De gemeenschappelijke regeling is misschien geen hamerstuk, maar het voorstel is wel enthousiast begroet.’ (februari 2006)

IX. De Krimpenerwaard valt alweer, voor de derde keer, als burgemeester Wim Cornelis van Gouda de verwachting uitspreekt dat er één grote Krimpenerwaardgemeente komt. ‘De problemen van kleine gemeenten worden steeds groter. Dat is ook de reden voor de samenwerking in de Krimpenerwaard geweest.’ (september 2006)

X. De Krimpenerwaard wordt van haar laatste waardigheid beroofd. In zijn eerste vergadering ruziet de Krimpenerwaardraad al en wijkt af van het voorstel van het Dagelijks Bestuur om de burgemeester van Ouderkerk, Thieu van de Wouw, tot voorzitter te benoemen. Het wordt Arie van Erk van Bergambacht. (januari 2007)

XI. Niemand minder dan minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) slaat de eerste spijkers als zij schrijft dat zij voor het eind van 2008 van de Commissaris van de Koningin duidelijkheid wil over de bestuurlijke toekomst van de Krimpenerwaard. (april 2007)

XII. De Krimpenerwaard wordt er niet levendiger op als de burgemeesters van Nederlek en Schoonhoven zich kritisch uitlaten over de K5-samenwerking. Kees Veerhoek van Nederlek verlaat het zinkend schip en vertrekt naar Neder-Betuwe. Dick de Cloe van Schoonhoven pleit in zijn nieuwjaarsrede voor een gemeentelijke herindeling en brengt daarmee een pijnlijke wond toe in het toch al gehavende lichaam van de K5. (januari 2008)

XIII. De Krimpenerwaard ademt nog zwak als ze van het kruis wordt afgenomen door Gedeputeerde Staten, die eisen dat er vóór 1 mei van iedere gemeente een quick scan van de bestuurkracht ligt. Het zorgt voor een incidentele opleving in het gebied: waar bemoeit de provincie zich mee? Ze protesteren. Niet gezamenlijk, maar elk met een eigen brief. (januari 2008)

XIV. De Krimpenerwaard wordt er nog niet ingelegd, maar het graf is al gedolven. Gedeputeerde Martin van Engelshoven-Huls wacht met een standpunt over wel of niet herindelen tot de uitkomst van de bestuurskrachtmetingen bekend is; dat moet wel nog dit jaar gebeuren. PvdA-Statenlid Henk Letschert ziet er geen heil meer in. De samenwerking verloopt allerminst vlot, zegt hij: ‘De stemverhouding in de Krimpenerwaardraad is vaak vier tegen één. En dat Nederlek toenadering zoekt tot Krimpen aan den IJssel zegt ook iets over de K5.' (maart 2008)

9.3.08

Handdrukken

Er bestaat een leuke theorie dat de hele mensheid met elkaar is verbonden door maximaal zes handdrukken. Een mathematische kwestie: stel dat ik 300 mensen een hand heb gegeven, die op hun beurt ook 300 mensen een hand hebben gegeven, dan heb ik in twee handshakes al 90.000 mensen te pakken. Een mooie, solidaire gedachte, goed voor het internationale gemeenschapsgevoel. Met een wereldbevolking van zeven miljard zit je, volgens die redenering, slechts vier handdrukken bij George Bush vandaan.
'n Ongemakkelijk idee, dat laatste. Maar gelukkig ook van Nelson Mandela, om maar iemand anders te noemen. Of Fidel Castro.
Als ik die theorie op mezelf loslaat, kom ik een heel eind. Nu ben ik misschien geen goed voorbeeld, omdat ik door mijn werk met heel veel mensen in heel verschillende milieus in aanraking kom, maar iedereen die bijvoorbeeld de burgemeester van Ouderkerk een hand heeft gegeven zit via de Commissaris van de Koningin maar twee handjes bij de koningin vandaan. En dan gaat het vervolgens heel snel de wereld over.
De theorie klopt van geen kant, natuurlijk. Want ze gaat ervan uit dat iedereen er totaal verschillende netwerken op nahoudt, terwijl netwerken elkaar in hoge mate overlappen. En in het Amazonegebied leven prehistorische indianenstammen die nog nooit met blanken in aanraking zijn gekomen. En wat te denken van de ‘onaanraakbaren’, de paria’s in India die nooit iemand buiten hun eigen kaste een hand mogen geven?
Ik kom hier op door het bizarre debat binnen mijn partij over het hand geven in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Wouter Bos vindt dat een hand geven de norm moet zijn in Nederland, Job Cohen vindt het niet zo erg wanneer islamitische straatcoaches vrouwen weigeren een hand te geven. Het is natuurlijk een discussie van niks, in ieder geval geen interne partijcrisis waard. Maar het tragische lot van de PvdA is helaas dat zij alles tot probleem weet te verheffen en daardoor weer een fijne reden heeft om elkaar de linkse kerk uit te vechten.
Overigens ben ik het met Cohen eens. Als zo’n straatcoach een vrouw vriendelijk groet door de hand op zijn moslimhart te leggen, vind ik dat van evenveel waarde als het geven van een hand. Het gaat om de norm, niet om de vorm, las ik in Trouw. En zo is het maar net.
Maar dat haalt wel die mooie theorie van de zes handdrukken onderuit. Als we gaan weigeren handen te geven, dan wordt het nooit wat met die virtuele menselijke keten die de hele wereldbevolking met elkaar verbindt. Weer iets om over door te somberen.

28.2.08

Meedoen

Vandaag ontving ik een nieuwsbrief van de Statenfractie van de PvdA. Daarin een bijdrage van Statenlid Iris Meerts met de kop ‘Alle inwoners van Zuid-Holland moeten mee kunnen doen’.
Toevallig: gisteravond deed ik in Lekkerkerk mee aan de startbijeenkomst voor het minimabeleid van de K5-gemeenten. De hoofdconclusie daar was: de norm van het beleid moet zijn dat iedereen in de samenleving kan meedoen en zich kan ontwikkelen.
Hetzelfde verhaal dus als Iris laat horen.
Het was overigens een buitengewoon nuttige en plezierige avond in Amicitia. Goed voorbereid door de afdeling Sociale Zaken van de K5 en een enthousiaste inbreng van de ongeveer twintig aanwezige raads- en commissieleden. Van wie er opvallend veel van PvdA-huize waren. Hoewel, opvallend: als PvdA’ers zich al niet betrokken zouden voelen bij dit onderwerp, wie dan wel? Niettemin is het goed om te constateren dat mijn partij, als het om echt belangrijke zaken gaat, haar achtergrond niet verloochent. In de Staten niet en in de K5 niet.
Volgende week is er weer een intergemeentelijke bijeenkomst, dit keer over de Wet maatschappelijke ondersteuning die Ouderkerk en Nederlek samen vorm geven. Nog zo’n onderwerp dat in genen van de sociaal-democratie moet zitten. Ook bij het Wmo-beleid gaat het om mensen die extra zorg nodig hebben. Van hun omgeving en het maatschappelijk middenveld, zeker - maar de overheid mag zich niet afzijdig houden. Van de Ouderkerkse partijen was gisteren in Lekkerkerk naast de PvdA alleen het CDA aanwezig. Ik hoop dat volgende week ook ChristenUnie, SGP en VVD hun sociale gezicht laten zien.
Aan de bar natuurlijk nog nagepraat over de flirt van Nederlek met Krimpen aan den IJssel en het vreemdgaan van Schoonhoven met Lopik. Boeiende gesprekken, met wederzijdse verbazing. Schoonhoven en Nederlek begrijpen elkaar niet, de drie overige K-gemeenten snappen de twee ontrouwe partners niet en op hun beurt vragen die zich af waar de andere zich nou eigenlijk druk over maken.
De K5 zit op heel veel verschillende golflengtes. Maar dat wisten we al.