Ik wil het nog een keer over ambtenaren hebben, want ik kwam pas mijn Schoonhovense partijgenoot Hans Wiegant tegen.
Zoals bekend heeft hij in zijn stad nogal wat losgemaakt met zijn opmerkingen over de weinig klantvriendelijke houding van de plaatselijke ambtenaren. Althans, zo stond het in de krant. En wat in de krant staat, wordt al snel voor waar versleten.
Er klopte helemaal niets van, mopperde Hans. Een paar dagen eerder had hij mij al de officiële gezamenlijke verklaring gestuurd van PvdA, Gemeentebelang en VVD. Daaruit blijkt, dat het gewraakte krantenstuk aan alle kanten rammelde en dat de beweringen die de politici in de mond hadden gelegd, haaks stonden op wat ze echt hadden gezegd. Inmiddels is de redactie van Het Kontakt in haar eigen blad ook al door het stof gegaan, dat bewijst het gelijk van Hans en zijn collega-raadsleden.
Een pijnlijke uitglijer van Het Kontakt. Jammer, want het blad was aardig op weg om het gat te vullen dat het AD, met zijn minimale belangstelling voor de lokale politiek, laat vallen.
Over ambtenaren gesproken. In het blad Binnenlands Bestuur stond een advertentie voor een medewerker welzijn in de gemeente Ouderkerk. Nu zou een personeelsadvertentie toch in zekere mate de cultuur en de sfeer van de organisatie moeten weerspiegelen, maar daarvan is hier geen sprake.
DENKEN IS DOEN, staat er in kapitale letters. Het beeld bestaat verder uit een paar uit de mouwen gestoken handen die een ferme klap met een honkbalknuppel uitdelen. De bal vliegt er aan de andere kant van de advertentie bijna uit. Een home run voor de nieuwe medewerker! Een en al dynamiek spreekt uit de advertentie. Dat wordt nog kracht bijgezet door de tekst: ‘Je bent aan slag. Suizend komt de bal op je af. Nu komt het erop aan om snel te beoordelen en te handelen. Zorgen dat je de bal zo ver mogelijk slaat. In de juiste richting, binnen de lijnen die zijn uitgezet. De gemeente Ouderkerk zoekt beslissers die de handen uit de mouwen steken. En uitvoerders die beslissingen durven nemen. Ben jij degene die ervoor zorgt dat alle honken bezet zijn? Of die met een weergaloze slag een teammaat laat scoren? Solliciteer dan bij de gemeente Ouderkerk.’
Kijk, ik snap best dat Ouderkerk zich in de concurrentie met andere gemeenten wil onderscheiden, zich aantrekkelijker wil voordoen dan ze is. Maar of dat op deze toon moet, betwijfel ik. Bij mij werkt het in ieder geval op de lachspieren. Dat kan toch niet de bedoeling van zijn?
Zou deze tekst wel passen bij de ambtelijke cultuur van Schoonhoven?
Leo Mudde was tot 2010 gemeenteraadslid voor de PvdA in Ouderkerk. Nu is hij voorzitter van de afdeling PvdA Krimpenerwaard. Voor de PvdA Zuid-Holland staat hij op de kandidatenlijst voor de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart 2015. Hier geeft hij op persoonlijke titel commentaar op plaatselijke ontwikkelingen en reflecties op de landelijke politiek.
9.5.06
Zinloos
Dus eigenlijk ben je zinloos, constateerde een collega vandaag. Ik kon niet anders dan dit beamen.
Het zit zo: ik werk voor VNG Magazine aan een artikel over de Zeeuws-Vlaamse gemeente Hulst, die al ver is gevorderd met de voorbereiding op de Wet maatschappelijke ondersteuning waarmee alle gemeenten binnenkort te maken krijgen. Maar zoals mij wel vaker overkomt bij het schrijven van een stuk, lukt het maar niet om die eerste zin op papier te krijgen. Dan drentel ik wat heen en weer tussen bureau en koffieautomaat en val collega’s lastig en die weten dan al: nee hè, hij heeft weer een writer’s block. Schrijven is een creatief vak en creativiteit is niet op afroep beschikbaar. Vandaar ook dat de productie van dit weblog af en toe stokt. Als die eerste zin er eerst maar is, dan volgt de rest vanzelf.
Zonder die zin ben ik dus inderdaad, in zekere zin, zinloos. In die staat kan ik soms dagen verkeren.
Dat klinkt erger dan het is. Ik mag dan vandaag even zinloos zijn, de night before was dat zeker niet. In Bergambacht was ik bij een radenconferentie van de K5. Onderwerp: de manier waarop we in de toekomst besluiten gaan nemen. Laten we dat over aan een ondoorzichtige en weinig democratische KrimpenerwaardRaad, of blijven de verschillende gemeenteraden het laatste woord houden?
Het werd het feestje van mijn fractiegenoot Ralph Brieskorn. Met veel overtuigingskracht zette hij uiteen, waarom de KrimpenerwaardRaad een bestuurlijk gedrocht is. En waarom de gemeenteraden het voor het zeggen moeten hebben, als het gaat om de lokale inkleuring van algemene beleidskaders. Het lijkt erop, dat zijn betoog ertoe gaat leiden dat Schoonhoven binnenboord blijft in de K5-samenwerking. En dat gemeenteraden toch mogen blijven doen waarvoor ze gekozen zijn, namelijk de belangen van de eigen inwoners behartigen in plaats van dat over te laten aan politici uit andere gemeenten. Een goede zaak, zolang we nog niet zijn gefuseerd.
Een zinvolle avond dus. Stond dat artikel over Hulst maar vast vol zinnen.
In ieder geval is dit weblog weer ververst. En de eerste zin voor mijn volgende bijdrage weet ik ook al: ‘Ik wil het nog een keer over ambtenaren hebben, want ik kwam pas mijn Schoonhovense partijgenoot Hans Wiegant tegen’. De rest volgt snel. Hoop ik. Nu nog even broeden op de tweede zin.
Het zit zo: ik werk voor VNG Magazine aan een artikel over de Zeeuws-Vlaamse gemeente Hulst, die al ver is gevorderd met de voorbereiding op de Wet maatschappelijke ondersteuning waarmee alle gemeenten binnenkort te maken krijgen. Maar zoals mij wel vaker overkomt bij het schrijven van een stuk, lukt het maar niet om die eerste zin op papier te krijgen. Dan drentel ik wat heen en weer tussen bureau en koffieautomaat en val collega’s lastig en die weten dan al: nee hè, hij heeft weer een writer’s block. Schrijven is een creatief vak en creativiteit is niet op afroep beschikbaar. Vandaar ook dat de productie van dit weblog af en toe stokt. Als die eerste zin er eerst maar is, dan volgt de rest vanzelf.
Zonder die zin ben ik dus inderdaad, in zekere zin, zinloos. In die staat kan ik soms dagen verkeren.
Dat klinkt erger dan het is. Ik mag dan vandaag even zinloos zijn, de night before was dat zeker niet. In Bergambacht was ik bij een radenconferentie van de K5. Onderwerp: de manier waarop we in de toekomst besluiten gaan nemen. Laten we dat over aan een ondoorzichtige en weinig democratische KrimpenerwaardRaad, of blijven de verschillende gemeenteraden het laatste woord houden?
Het werd het feestje van mijn fractiegenoot Ralph Brieskorn. Met veel overtuigingskracht zette hij uiteen, waarom de KrimpenerwaardRaad een bestuurlijk gedrocht is. En waarom de gemeenteraden het voor het zeggen moeten hebben, als het gaat om de lokale inkleuring van algemene beleidskaders. Het lijkt erop, dat zijn betoog ertoe gaat leiden dat Schoonhoven binnenboord blijft in de K5-samenwerking. En dat gemeenteraden toch mogen blijven doen waarvoor ze gekozen zijn, namelijk de belangen van de eigen inwoners behartigen in plaats van dat over te laten aan politici uit andere gemeenten. Een goede zaak, zolang we nog niet zijn gefuseerd.
Een zinvolle avond dus. Stond dat artikel over Hulst maar vast vol zinnen.
In ieder geval is dit weblog weer ververst. En de eerste zin voor mijn volgende bijdrage weet ik ook al: ‘Ik wil het nog een keer over ambtenaren hebben, want ik kwam pas mijn Schoonhovense partijgenoot Hans Wiegant tegen’. De rest volgt snel. Hoop ik. Nu nog even broeden op de tweede zin.
25.4.06
Koninginnedag
Schotland.
Volgens het standaardwerk De geslachten Mudde en Mudden liggen daar mijn roots. Op het kerkhof van het gehucht Saline liggen, in een 16de-eeuwse graftombe, de beenderen van mijn voorvader Robert Mudie en boven de ingang van een kerk in Edinburgh is het wapen van ene Thomas Mudie te vinden. De naam Mudie of Moody is afgeleid van Harald MacMudah, een oude Noorse graaf die in de mannelijke lijn afstamt van het Schotse koningshuis en in vrouwelijke lijn van de koning van Noorwegen. Alleen kan die adellijke achtergrond niet bewezen worden, helaas.
Anyway, in de loop van de eeuwen waaierden de Mudies uit over de wereld en gingen zich Moody of Muddie noemen (Japan, VS, Australië), Moodie (Zuid-Afrika), Mutig (Duitsland) en Mudde (Nederland).
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik me sinds een paar dagen noodgedwongen moet verdiepen in de geschiedenis en cultuur van Schotland, want dat is het thema van de Gouderakse koninginnedagviering. Nu weet ik me sinds jaar en dag te onttrekken aan de spelletjes op 30 april, getraumatiseerd als ik ben door het zaklopen en koekhappen uit mijn lagere-schooltijd. Vanaf het moment dat ik niet meer spelletjesplichtig was, huldig ik het principe dat er ook publiek moet zijn en dat ik me dáár graag voor leen. Niets leuker dan met een biertje in de hand rondlopen op het Johan Brouckplein en met enig leedvermaak kijken naar mijn dorpsgenoten die over zeepbanen glibberen of elkaar met strobalen van een houten paard proberen te slaan.
Zo had ik me het ook dit jaar voorgesteld.
Tot ik werd gebeld door een vriendin: ‘Ik heb je een uurtje nodig’, zei ze. ‘Nu meteen?’ vroeg ik. De nood kan maar hoog zijn. ‘Nee, op koninginnedag. Voor een quiz over Schotland.’ Mijn makke is, dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen. Zeker niet nadat ze mij plechtig beloofde dat ik geen kilt aan hoef. En dus moet ik zaterdag tussen het bier door vragen over Schotland beantwoorden. Wat je allemaal niet doet voor je dorp.
Als ik Schotland hoor, denk ik direct aan die hilarische scène uit de comedy-serie Blackadder, waarin Blackadder zijn Schotse neef MacAdder ontmoet.
Blackadder: "And how stands that mighty army, the Clan MacAdder?"
MacAdder: "They're both well."
Blackadder: "I've always thought Jamie and Angus were such fine boys."
MacAdder: "Angus is a girl."
Maar verder? Ik weet dat er een mysterieus monster in Schotland rond zwemt, dat ze er whisky maken, met palen werpen en een slechte keuken hebben. En dat het er altijd regent en waait. Of ik met die kennis ver kom in de quiz? Ik betwijfel het. Maar goed dat mijn voorvader Robert het niet kan zien. Zijn beenderen zouden in de tombe rammelen van schaamte.
Volgens het standaardwerk De geslachten Mudde en Mudden liggen daar mijn roots. Op het kerkhof van het gehucht Saline liggen, in een 16de-eeuwse graftombe, de beenderen van mijn voorvader Robert Mudie en boven de ingang van een kerk in Edinburgh is het wapen van ene Thomas Mudie te vinden. De naam Mudie of Moody is afgeleid van Harald MacMudah, een oude Noorse graaf die in de mannelijke lijn afstamt van het Schotse koningshuis en in vrouwelijke lijn van de koning van Noorwegen. Alleen kan die adellijke achtergrond niet bewezen worden, helaas.
Anyway, in de loop van de eeuwen waaierden de Mudies uit over de wereld en gingen zich Moody of Muddie noemen (Japan, VS, Australië), Moodie (Zuid-Afrika), Mutig (Duitsland) en Mudde (Nederland).
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik me sinds een paar dagen noodgedwongen moet verdiepen in de geschiedenis en cultuur van Schotland, want dat is het thema van de Gouderakse koninginnedagviering. Nu weet ik me sinds jaar en dag te onttrekken aan de spelletjes op 30 april, getraumatiseerd als ik ben door het zaklopen en koekhappen uit mijn lagere-schooltijd. Vanaf het moment dat ik niet meer spelletjesplichtig was, huldig ik het principe dat er ook publiek moet zijn en dat ik me dáár graag voor leen. Niets leuker dan met een biertje in de hand rondlopen op het Johan Brouckplein en met enig leedvermaak kijken naar mijn dorpsgenoten die over zeepbanen glibberen of elkaar met strobalen van een houten paard proberen te slaan.
Zo had ik me het ook dit jaar voorgesteld.
Tot ik werd gebeld door een vriendin: ‘Ik heb je een uurtje nodig’, zei ze. ‘Nu meteen?’ vroeg ik. De nood kan maar hoog zijn. ‘Nee, op koninginnedag. Voor een quiz over Schotland.’ Mijn makke is, dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen. Zeker niet nadat ze mij plechtig beloofde dat ik geen kilt aan hoef. En dus moet ik zaterdag tussen het bier door vragen over Schotland beantwoorden. Wat je allemaal niet doet voor je dorp.
Als ik Schotland hoor, denk ik direct aan die hilarische scène uit de comedy-serie Blackadder, waarin Blackadder zijn Schotse neef MacAdder ontmoet.
Blackadder: "And how stands that mighty army, the Clan MacAdder?"
MacAdder: "They're both well."
Blackadder: "I've always thought Jamie and Angus were such fine boys."
MacAdder: "Angus is a girl."
Maar verder? Ik weet dat er een mysterieus monster in Schotland rond zwemt, dat ze er whisky maken, met palen werpen en een slechte keuken hebben. En dat het er altijd regent en waait. Of ik met die kennis ver kom in de quiz? Ik betwijfel het. Maar goed dat mijn voorvader Robert het niet kan zien. Zijn beenderen zouden in de tombe rammelen van schaamte.
22.4.06
Ambtenaren
Mijn partijgenoot Hans Wiegant in Schoonhoven zal zich met zijn uitlatingen in Het Kontakt niet geliefd hebben gemaakt bij de ambtenaren in de Zilverstad. Het moet maar eens uit zijn met de Russisch aandoende bureaucratie, de ambtenaren moeten klantvriendelijker worden. ‘De wekker gaat voor de duttende ambtenaar’ was de kop boven het artikel. De inkt was nog niet droog, of er kwam al een reactie van Hans’ SGP-collega Pieter Neven. Die vond het ‘schandalig’ dat de ambtenaren te kijk waren gezet.
Ik ken Hans Wiegant als iemand die voor zijn mening uitkomt, maar dat doorgaans heel genuanceerd doet. Wat hij precies heeft gezegd, weet ik niet. Wat ik wél weet, is dat kritiek van raadsleden op ambtenaren hoogst ongebruikelijk is. In de Ouderkerkse raad kan ik me één voorval herinneren en dat werd door de toenmalige burgemeester direct afgestraft. Als een raadslid kritiek heeft, dan moet hij of zij het college daarop aanspreken, zei de burgemeester. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en dus voor het functioneren van de ambtenaren. Ambtenaren kunnen zich niet verdedigen, het college wel.
Daar ben ik het mee eens. Het past raadsleden niet in het openbaar te mopperen over ambtenaren, wel over wethouders en burgemeesters – als daar aanleiding toe is.
Om zijn betoog te illustreren noemde Hans Wiegant een voorval van een Schoonhovens echtpaar dat op 24 december, vlak voor ze op wintersport zouden gaan, een paspoort wilde laten verlengen. Beide echtelieden dachten van elkaar dat ze naar het stadhuis zouden gaan, met als gevolg dat niemand ging. Consternatie onder de kerstboom. Hans belde (kerstavond!) een ambtenaar en vroeg hem of er nog iets kon worden geregeld. Dat kon, zei de ambtenaar, maar dit was wel een typisch geval van eens maar nooit weer. Een toonbeeld van Schoonhovense klantonvriendelijkheid, vindt Hans.
Pardon? Dat echtpaar was te laat, bovendien maakten zij onderling geen goede afspraken over wie naar het stadhuis gaan. En dan wordt een ambtenaar die op kerstavond zijn kalkoen en wijn laat staan om te helpen, klantonvriendelijk genoemd? Een lintje zou de man moeten krijgen! Of in ieder geval een periodiekje erbij.
Ik heb zelf iets soortgelijks meegemaakt. Op zondagavond stonden we klaar om ’s nachts naar een camping bij Bordeaux te rijden. Vlak voor we weg reden kwam ik erachter dat mijn paspoort verlopen was (het was nog in de tijd dat je je moest legitimeren om in het buitenland geld op te nemen). Ik belde de ambtenaar thuis, met duizend excuses natuurlijk. ‘Kom morgenochtend maar vroeg naar het gemeentehuis, dan kijken we wat we kunnen doen', zei hij. Ik kon de volgende ochtend om acht uur weg rijden, mét een geldig paspoort. Tien uur later dan gepland, maar dat was mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten opletten. Dankzij die ambtenaar bleef het tijdverlies nog binnen de perken.
Hulde aan de ambtenaar dus. En dat op de gemeente Ouderkerk best nog het een en ander is aan te merken als het gaat over klantvriendelijkheid en communicatie, ligt aan het college.
Ik ken Hans Wiegant als iemand die voor zijn mening uitkomt, maar dat doorgaans heel genuanceerd doet. Wat hij precies heeft gezegd, weet ik niet. Wat ik wél weet, is dat kritiek van raadsleden op ambtenaren hoogst ongebruikelijk is. In de Ouderkerkse raad kan ik me één voorval herinneren en dat werd door de toenmalige burgemeester direct afgestraft. Als een raadslid kritiek heeft, dan moet hij of zij het college daarop aanspreken, zei de burgemeester. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en dus voor het functioneren van de ambtenaren. Ambtenaren kunnen zich niet verdedigen, het college wel.
Daar ben ik het mee eens. Het past raadsleden niet in het openbaar te mopperen over ambtenaren, wel over wethouders en burgemeesters – als daar aanleiding toe is.
Om zijn betoog te illustreren noemde Hans Wiegant een voorval van een Schoonhovens echtpaar dat op 24 december, vlak voor ze op wintersport zouden gaan, een paspoort wilde laten verlengen. Beide echtelieden dachten van elkaar dat ze naar het stadhuis zouden gaan, met als gevolg dat niemand ging. Consternatie onder de kerstboom. Hans belde (kerstavond!) een ambtenaar en vroeg hem of er nog iets kon worden geregeld. Dat kon, zei de ambtenaar, maar dit was wel een typisch geval van eens maar nooit weer. Een toonbeeld van Schoonhovense klantonvriendelijkheid, vindt Hans.
Pardon? Dat echtpaar was te laat, bovendien maakten zij onderling geen goede afspraken over wie naar het stadhuis gaan. En dan wordt een ambtenaar die op kerstavond zijn kalkoen en wijn laat staan om te helpen, klantonvriendelijk genoemd? Een lintje zou de man moeten krijgen! Of in ieder geval een periodiekje erbij.
Ik heb zelf iets soortgelijks meegemaakt. Op zondagavond stonden we klaar om ’s nachts naar een camping bij Bordeaux te rijden. Vlak voor we weg reden kwam ik erachter dat mijn paspoort verlopen was (het was nog in de tijd dat je je moest legitimeren om in het buitenland geld op te nemen). Ik belde de ambtenaar thuis, met duizend excuses natuurlijk. ‘Kom morgenochtend maar vroeg naar het gemeentehuis, dan kijken we wat we kunnen doen', zei hij. Ik kon de volgende ochtend om acht uur weg rijden, mét een geldig paspoort. Tien uur later dan gepland, maar dat was mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten opletten. Dankzij die ambtenaar bleef het tijdverlies nog binnen de perken.
Hulde aan de ambtenaar dus. En dat op de gemeente Ouderkerk best nog het een en ander is aan te merken als het gaat over klantvriendelijkheid en communicatie, ligt aan het college.
20.4.06
Jammer
Jan Beugelaar stopt met bloggen. Dat is jammer. Hij was het eerste raadslid in de Krimpenerwaard dat zich met een weblog presenteerde en hij was voor mij de aanleiding ook met dit medium te starten. In de loop van de tijd inspireerden we elkaar, af en toe reageerde ik op hem en hij op mij. Dat heeft, zo lijkt het nu, zelfs verregaande consequenties gehad. Volgens de Schoonhovense SGP-fractievoorzitter Pieter Neven zette Jan zich zó af tegen de SGP, dat het voor die partij reden was om af te zien van deelname in het nieuwe college van B en W. Neven doelt daarmee op een paar zinnen waarmee Jan reageerde op mijn stukje over de benoeming van SGP-burgemeesters. Indirect ben ík er dus de oorzaak van, dat de SGP in Schoonhoven buiten de boot valt. Waar een stukje op het internet al niet toe kan leiden.
Jan wordt wethouder, gefeliciteerd. Dat hij daardoor ook stopt met zijn weblog vind ik jammer. En onnodig. Er zijn veel bloggende wethouders, maar hij stopt omdat hij de imact ervan nog niet kan overzien. Tja, die kan inderdaad groot zijn, zoals we net constateerden. Gelukkig houdt hij de mogelijkheid open om straks, als hij is ingewerkt, opnieuw in de openbaarheid te treden. Even geduld dus nog.
Jan wordt wethouder, gefeliciteerd. Dat hij daardoor ook stopt met zijn weblog vind ik jammer. En onnodig. Er zijn veel bloggende wethouders, maar hij stopt omdat hij de imact ervan nog niet kan overzien. Tja, die kan inderdaad groot zijn, zoals we net constateerden. Gelukkig houdt hij de mogelijkheid open om straks, als hij is ingewerkt, opnieuw in de openbaarheid te treden. Even geduld dus nog.
3.4.06
1981
Ik houd niet van reünies. Maar zaterdag ben ik toch naar de reünie van mijn eindexamenklas van 1981 gegaan. Een kwart eeuw geleden… Om met Nescio te spreken: jongens waren we toen nog, maar aardige jongens.
Aardig waren ze nog steeds, die jongens uit de zesde van het atheneum. De meisjes ook trouwens. En mooi, mooier misschien nog dan toen ze 18 of 19 waren.
De conciërge van toen kende ooit iedereen bij naam. Zijn geheugen werkte niet helemaal perfect meer: ‘Leo, de schaatser?’ Ik moest hem teleurstellen, Leo Visser was van een paar jaar later. Kennelijk had ik geen indruk gemaakt, terwijl ik toch langer dan gemiddeld op die school had rondgelopen. Maar toen hij mijn achternaam hoorde, veerde hij op en vertelde dat hij een volkstuin aan de Gouderakse Tiendweg had, waar het bedrijventerrein bij de randweg moet komen. ‘Dat bedrijventerrein, dat komt er toch niet hè?’ Ik doe mijn best voor de man bij wie ik me destijds altijd moest melden als ik te laat was, maar die ook vaak een oogje toekneep als ik iets deed wat niet mocht. De ene hand wast de andere.
De generatie van de jaren zestig staat bekend als de verloren generatie, te laat geboren voor de mooie baantjes die worden bezet door de oudere provo’s en te vroeg om nog te kunnen profiteren van de IT-revolutie. Toch zijn we redelijk goed terechtgekomen, die klas van 1981, als ik de verhalen zo aanhoorde.
Althans, wat ik ervan kon verstaan. Want de muziek was hard en de drank vloeide rijkelijk, een dodelijke combinatie voor het voeren van een goed gesprek. Dat komt misschien nog. Want wat ik 25 jaar geleden niet durfde, deed ik nu wel. ‘Mag ik je bellen?’ vroeg ik. ‘Ja, leuk!’ zei ze. En ze lachte. Mooier nog dan toen.
Reünies zijn wél leuk.
Aardig waren ze nog steeds, die jongens uit de zesde van het atheneum. De meisjes ook trouwens. En mooi, mooier misschien nog dan toen ze 18 of 19 waren.
De conciërge van toen kende ooit iedereen bij naam. Zijn geheugen werkte niet helemaal perfect meer: ‘Leo, de schaatser?’ Ik moest hem teleurstellen, Leo Visser was van een paar jaar later. Kennelijk had ik geen indruk gemaakt, terwijl ik toch langer dan gemiddeld op die school had rondgelopen. Maar toen hij mijn achternaam hoorde, veerde hij op en vertelde dat hij een volkstuin aan de Gouderakse Tiendweg had, waar het bedrijventerrein bij de randweg moet komen. ‘Dat bedrijventerrein, dat komt er toch niet hè?’ Ik doe mijn best voor de man bij wie ik me destijds altijd moest melden als ik te laat was, maar die ook vaak een oogje toekneep als ik iets deed wat niet mocht. De ene hand wast de andere.
De generatie van de jaren zestig staat bekend als de verloren generatie, te laat geboren voor de mooie baantjes die worden bezet door de oudere provo’s en te vroeg om nog te kunnen profiteren van de IT-revolutie. Toch zijn we redelijk goed terechtgekomen, die klas van 1981, als ik de verhalen zo aanhoorde.
Althans, wat ik ervan kon verstaan. Want de muziek was hard en de drank vloeide rijkelijk, een dodelijke combinatie voor het voeren van een goed gesprek. Dat komt misschien nog. Want wat ik 25 jaar geleden niet durfde, deed ik nu wel. ‘Mag ik je bellen?’ vroeg ik. ‘Ja, leuk!’ zei ze. En ze lachte. Mooier nog dan toen.
Reünies zijn wél leuk.
2.4.06
Geschiedvervalsing
Geschiedvervalsing, het gebeurt vaak. Als iemand maar vaak en hard roept dat iets een feit is, hecht dit zich vast in het collectief geheugen – ook al klopt er niets van. En probeer dan nog maar eens gehoor te vinden voor de werkelijke feiten.
Voorbeeld 1. Sinds het kabinet-Den Uyl papegaait iedereen elkaar na, dat linkse kabinetten potverteren en de economie aan de rand van de afgrond brengen. In Netwerk werd vanavond weer eens herhaald dat het een mythe is, dat het juist de kabinetten ná Den Uyl met Van Agt, Wiegel en Lubbers waren die verantwoordelijk waren voor de grootste collectieve uitgaven.
Voorbeeld 2. Van een andere orde, maar toch: steeds vaker zie ik de Hollandsche IJssel in papieren langskomen zonder ch, dus als Hollandse IJssel. Ik ben aan de oever van de rivier opgegroeid en weet niet beter, dan dat die ch er altijd heeft gestaan. Maar kennelijk heeft iemand ooit bedacht dat het best iets moderner mag. Op Wikipedia, de encyclopedie die door gebruikers van het internet wordt samengesteld, word je van Hollandsche IJssel al doorverwezen naar Hollandse IJssel. Zo wordt de echte naam naar de vergetelheid gedrukt. Zelfs op een van mijn favoriete sites over de Krimpenerwaard wordt gesproken over Hollandse. Maar ja, de maker daarvan komt uit Vlist, dus ik kan hem dat niet echt kwalijk nemen.
Zelfs de gezaghebbende organisaties bieden geen uitkomst. Op de site van de Deltawerken wordt gesproken over Hollandse IJssel, op die van het ministerie van Verkeer en Waterstaat worden beide varianten door elkaar gebruikt. Het project Hollandsche IJssel houdt gelukkig consequent vast aan de originele spelling, mét ch, evenals de gemeente Ouderkerk en voor zover ik kan nagaan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Laten we nou met z’n allen afspreken dat we vasthouden aan de originele naam, misschien kunnen we dan nog voorkomen dat ook dit straks verkeerd in de geschiedenisboekjes komt te staan.
Voorbeeld 3. Bij de besprekingen over een nieuwe coalitie heeft de PvdA ingezet op de vorming van één gemeente Krimpenerwaard in 2010. Steeds als dat ter sprake kwam, was ChristenUnie-voorman Floor Brouwer er als de kippen bij om erop te wijzen dat ‘we’ (hij bedoelt: de gemeenteraad) in april 2005 iets anders hadden afgesproken, namelijk dat we zouden instemmen met een ondoorzichtige en ondemocratische KrimpenerwaardRaad en een extra bestuurslaag. Dat zegt hij zó vaak, dat de indruk ontstaat dat de PvdA op het ene moment A heeft gezegd, en vervolgens B doet en daarmee dus onbetrouwbaar is.
De waarheid is, dat de PvdA op 14 april 2005 weliswaar met het voorstel instemde, maar met een nadrukkelijke stemverklaring dat het een ‘intentie’ betrof die ‘op ieder moment kan komen te vervallen’. Letterlijk zei ik toen namens de PvdA: ‘In het najaar volgt een nieuw keuzemoment en vervolgens weer in 2008. De KrimpenerwaardRaad en het K5-bestuur zijn extra bestuurslagen die het bestuur verder van de burger bevreemden en alleen al daarom een zeer tijdelijk karakter kunnen hebben.’
Dat is toch echt iets heel anders dan de ChristenUnie ons in de mond wil leggen. Teruglezend kan ik me nog volledig in deze formulering vinden.
Voorbeeld 1. Sinds het kabinet-Den Uyl papegaait iedereen elkaar na, dat linkse kabinetten potverteren en de economie aan de rand van de afgrond brengen. In Netwerk werd vanavond weer eens herhaald dat het een mythe is, dat het juist de kabinetten ná Den Uyl met Van Agt, Wiegel en Lubbers waren die verantwoordelijk waren voor de grootste collectieve uitgaven.
Voorbeeld 2. Van een andere orde, maar toch: steeds vaker zie ik de Hollandsche IJssel in papieren langskomen zonder ch, dus als Hollandse IJssel. Ik ben aan de oever van de rivier opgegroeid en weet niet beter, dan dat die ch er altijd heeft gestaan. Maar kennelijk heeft iemand ooit bedacht dat het best iets moderner mag. Op Wikipedia, de encyclopedie die door gebruikers van het internet wordt samengesteld, word je van Hollandsche IJssel al doorverwezen naar Hollandse IJssel. Zo wordt de echte naam naar de vergetelheid gedrukt. Zelfs op een van mijn favoriete sites over de Krimpenerwaard wordt gesproken over Hollandse. Maar ja, de maker daarvan komt uit Vlist, dus ik kan hem dat niet echt kwalijk nemen.
Zelfs de gezaghebbende organisaties bieden geen uitkomst. Op de site van de Deltawerken wordt gesproken over Hollandse IJssel, op die van het ministerie van Verkeer en Waterstaat worden beide varianten door elkaar gebruikt. Het project Hollandsche IJssel houdt gelukkig consequent vast aan de originele spelling, mét ch, evenals de gemeente Ouderkerk en voor zover ik kan nagaan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Laten we nou met z’n allen afspreken dat we vasthouden aan de originele naam, misschien kunnen we dan nog voorkomen dat ook dit straks verkeerd in de geschiedenisboekjes komt te staan.
Voorbeeld 3. Bij de besprekingen over een nieuwe coalitie heeft de PvdA ingezet op de vorming van één gemeente Krimpenerwaard in 2010. Steeds als dat ter sprake kwam, was ChristenUnie-voorman Floor Brouwer er als de kippen bij om erop te wijzen dat ‘we’ (hij bedoelt: de gemeenteraad) in april 2005 iets anders hadden afgesproken, namelijk dat we zouden instemmen met een ondoorzichtige en ondemocratische KrimpenerwaardRaad en een extra bestuurslaag. Dat zegt hij zó vaak, dat de indruk ontstaat dat de PvdA op het ene moment A heeft gezegd, en vervolgens B doet en daarmee dus onbetrouwbaar is.
De waarheid is, dat de PvdA op 14 april 2005 weliswaar met het voorstel instemde, maar met een nadrukkelijke stemverklaring dat het een ‘intentie’ betrof die ‘op ieder moment kan komen te vervallen’. Letterlijk zei ik toen namens de PvdA: ‘In het najaar volgt een nieuw keuzemoment en vervolgens weer in 2008. De KrimpenerwaardRaad en het K5-bestuur zijn extra bestuurslagen die het bestuur verder van de burger bevreemden en alleen al daarom een zeer tijdelijk karakter kunnen hebben.’
Dat is toch echt iets heel anders dan de ChristenUnie ons in de mond wil leggen. Teruglezend kan ik me nog volledig in deze formulering vinden.
26.3.06
On-Ouderkerks
Het wordt een spannende week. Donderdagavond komen de onderhandelaars van de vijf politieke partijen bij elkaar om te oordelen over een concept coalitieprogramma. Dat is opgesteld door de PvdA, na twee overlegronden waarin intensief met de andere partijen is gesproken. Deze week moet blijken wie dit programma onderschrijft en met de PvdA verder wil praten over een nieuwe coalitie.
Die bijeenkomst is openbaar. On-Ouderkerks, zou ik haast zeggen, want in mijn herinnering is het voor het eerst dat (een deel van) de collegeonderhandelingen uit de sfeer van de beslotenheid wordt gehaald. In steeds meer gemeenten vinden álle gesprekken plaats in de schijnwerpers plaats. Dat vind ik in principe goed, ik ben voor maximale openbaarheid en de kiezers hebben er recht op te weten wat er met hun stem wordt gedaan. Toch denk ik, dat het in de Ouderkerkse cultuur niet wijs was geweest, wanneer we direct op 7 maart al alle gordijnen hadden open gegooid. Met pers en publiek erbij praat je toch anders met elkaar, minder vrijuit, dan onder vier – of acht, of twaalf, in ieder geval niet te veel – ogen. En juist in die beginfase is het belangrijk vrijuit met elkaar te kunnen praten, zonder de druk van buitenaf.
Bovendien is mijn ervaring, dat in Ouderkerk vaak nogal krampachtig met openbaarheid wordt omgegaan. Het is aan het verbeteren, de gemeente werkt er serieus aan vaker en opener naar buiten te treden, maar een decennia oude bestuurscultuur waarin het staren naar de eigen navel centraal stond, laat zich niet in een paar jaar veranderen.
Daarom is het goed dat we dat geleidelijk doen, er rustig aan wennen dat er ook nog een buitenwereld is, dat het gemeentebestuur geen eiland is. Voor sommigen doet dat misschien pijn. Maar als hierdoor het beeld van een bestuur dat van alles in de achterkamertjes bedisselt, wordt afgezwakt, is het dat beetje pijn wel waard.
Die bijeenkomst is openbaar. On-Ouderkerks, zou ik haast zeggen, want in mijn herinnering is het voor het eerst dat (een deel van) de collegeonderhandelingen uit de sfeer van de beslotenheid wordt gehaald. In steeds meer gemeenten vinden álle gesprekken plaats in de schijnwerpers plaats. Dat vind ik in principe goed, ik ben voor maximale openbaarheid en de kiezers hebben er recht op te weten wat er met hun stem wordt gedaan. Toch denk ik, dat het in de Ouderkerkse cultuur niet wijs was geweest, wanneer we direct op 7 maart al alle gordijnen hadden open gegooid. Met pers en publiek erbij praat je toch anders met elkaar, minder vrijuit, dan onder vier – of acht, of twaalf, in ieder geval niet te veel – ogen. En juist in die beginfase is het belangrijk vrijuit met elkaar te kunnen praten, zonder de druk van buitenaf.
Bovendien is mijn ervaring, dat in Ouderkerk vaak nogal krampachtig met openbaarheid wordt omgegaan. Het is aan het verbeteren, de gemeente werkt er serieus aan vaker en opener naar buiten te treden, maar een decennia oude bestuurscultuur waarin het staren naar de eigen navel centraal stond, laat zich niet in een paar jaar veranderen.
Daarom is het goed dat we dat geleidelijk doen, er rustig aan wennen dat er ook nog een buitenwereld is, dat het gemeentebestuur geen eiland is. Voor sommigen doet dat misschien pijn. Maar als hierdoor het beeld van een bestuur dat van alles in de achterkamertjes bedisselt, wordt afgezwakt, is het dat beetje pijn wel waard.
20.3.06
Koppels
De burgemeester van Dalfsen had een lumineus idee. Hij heeft nieuwe raadsleden gekoppeld aan ‘ervaren’ raadsleden die als hun mentor gaan optreden en hen gaan inwijden in de geheimen van het gemeentehuis. De burgemeester koppelde oud en nieuw dwars door de fracties heen aan elkaar, in de hoop en verwachting (volgens het persbericht) dat daardoor niet-politieke relaties ontstaan, waardoor het begrip van raadsleden voor andere partijen zal vergroten.
Niet-politieke relaties, wat zou hij daaronder verstaan? In ieder geval hoopt hij dat er iets moois opbloeit tussen de koppels, want om hen te stimuleren heeft de gemeente lunchbonnen in de aanbieding zodat zij met z’n tweeën tijdens een etentje op ongedwongen wijze met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Ja, zo beginnen de mooiste relaties. Een beetje kaarslicht erbij, een flesje wijn en het ijs is gebroken.
Het is natuurlijk een onzalig idee van de burgemeester van Dalfsen. Denkt hij nu werkelijk dat raadsleden hierop zitten te wachten? Welk belang heeft een raadslid erbij, om mensen van andere fracties wijzer te maken dan ze al zijn? Als een nieuw raadslid advies wil, dan vraagt hij dat toch in eerste instantie aan zijn partijgenoten, zijn partijorganisatie of de griffier? Persoonlijk moet ik er niet aan denken dat ik een raadslid van een andere partij aan mij gekoppeld krijg. Dat is niet persoonlijk bedoeld, maar het inwerken van een eigen fractie is al lastig genoeg en dat heeft toch echt prioriteit, boven het op sleeptouw nemen van iemand van de VVD of de ChristenUnie. (En ik denk ook niet dat die partijen hun mensen met een gerust hart aan mij zouden toevertrouwen, en dan hebben ze nog gelijk ook.)
Ik vind op internet dat burgemeester Leo Elfers vroeger onderwijzer op een basisschool was. Dat verklaart veel. Wie is door een onderwijzer niet ooit aan een klasgenootje gekoppeld, was het niet om samen een werkstuk te maken dan wel om samen iets moeilijks in de gymzaal te presteren? En het was nóóit je beste vriend of dat leuke meisje met wie je het mocht doen, het was altijd iemand met wie je liever niet samen werd gezien. Een pedagogisch trucje om iets moois tussen leerlingen te laten bloeien, maar bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Burgemeesters die hun oude vak zo nodig willen uitoefenen in de raadzaal, het heeft iets pathetisch.
Op www.dalfsen.nl lees ik, dat in Dalfsen de sportieve carrière van schaatser Erben Wennemars begon. Wennemars, dat was toch de man die vlak voor de Olympische Spelen brak met zijn coach? Zeker nooit een lunchbon voor een etentje bij kaarslicht van de burgemeester gekregen.
Niet-politieke relaties, wat zou hij daaronder verstaan? In ieder geval hoopt hij dat er iets moois opbloeit tussen de koppels, want om hen te stimuleren heeft de gemeente lunchbonnen in de aanbieding zodat zij met z’n tweeën tijdens een etentje op ongedwongen wijze met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Ja, zo beginnen de mooiste relaties. Een beetje kaarslicht erbij, een flesje wijn en het ijs is gebroken.
Het is natuurlijk een onzalig idee van de burgemeester van Dalfsen. Denkt hij nu werkelijk dat raadsleden hierop zitten te wachten? Welk belang heeft een raadslid erbij, om mensen van andere fracties wijzer te maken dan ze al zijn? Als een nieuw raadslid advies wil, dan vraagt hij dat toch in eerste instantie aan zijn partijgenoten, zijn partijorganisatie of de griffier? Persoonlijk moet ik er niet aan denken dat ik een raadslid van een andere partij aan mij gekoppeld krijg. Dat is niet persoonlijk bedoeld, maar het inwerken van een eigen fractie is al lastig genoeg en dat heeft toch echt prioriteit, boven het op sleeptouw nemen van iemand van de VVD of de ChristenUnie. (En ik denk ook niet dat die partijen hun mensen met een gerust hart aan mij zouden toevertrouwen, en dan hebben ze nog gelijk ook.)
Ik vind op internet dat burgemeester Leo Elfers vroeger onderwijzer op een basisschool was. Dat verklaart veel. Wie is door een onderwijzer niet ooit aan een klasgenootje gekoppeld, was het niet om samen een werkstuk te maken dan wel om samen iets moeilijks in de gymzaal te presteren? En het was nóóit je beste vriend of dat leuke meisje met wie je het mocht doen, het was altijd iemand met wie je liever niet samen werd gezien. Een pedagogisch trucje om iets moois tussen leerlingen te laten bloeien, maar bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Burgemeesters die hun oude vak zo nodig willen uitoefenen in de raadzaal, het heeft iets pathetisch.
Op www.dalfsen.nl lees ik, dat in Dalfsen de sportieve carrière van schaatser Erben Wennemars begon. Wennemars, dat was toch de man die vlak voor de Olympische Spelen brak met zijn coach? Zeker nooit een lunchbon voor een etentje bij kaarslicht van de burgemeester gekregen.
17.3.06
Oogst
Dat wordt dit jaar helemaal niks met de oogst in Zeeland. Het voorjaar wordt bloedheet, de zomer blijft droog en nét voor tarwe, aardappelen en bieten van het land worden gehaald gaan de hemelsluizen open en de gewassen die nog een beetje zijn opgekomen, zijn al verrot voor ze in de voorraadschuren zijn aangekomen. Dan hadden ze maar moeten bidden in Zeeland, in plaats van op de Biddag voor Gewas en Arbeid snel colleges te vormen zonder daar de winnaars van de verkiezingen bij te betrekken.
Vanwege de biddag waren de verkiezingen met een dag vervroegd. Is het dan netjes om op die rustdag snel een college te vormen, zoals in Goes is gebeurd? Nee, natuurlijk niet. Niet alleen omdat daarmee de kiezer wordt geschoffeerd (de uitslag van de verkiezingen wordt genegeerd, vooraf was al bedisseld dat VVD, CDA en SGP/ChristenUnie samen verder zouden gaan. Dan hadden er net zo goed geen verkiezingen gehouden hoeven te worden), maar vooral ook omdat het de schijnheiligheid ten top is. En wat zegt de Goese SGP/ChristenUnie fractievoorzitter in Trouw? ‘De verkiezingen zijn niet verzet vanwege onze overtuiging, maar omdat veel stemlokalen in kerkzaaltjes zijn. Dinsdag zijn deze wel volledig beschikbaar, op biddag niet.’
Ja, zo lust ik er nog een paar. In het Koninklijk Besluit van 28 juni 2005, waarin de vervroeging van de gemeenteraadsverkiezingen bekend wordt gemaakt, staat dat het samenvallen van verkiezingen en de Biddag voor Gewas en Arbeid bij een belangrijk deel van de bevolking als bezwaarlijk wordt aangemerkt en dat dáárom voor een verschuiving van een dag is gekozen. Niks praktische overweging dus, niks tekort aan kerkzaaltjes, gewoon een uiting van respect voor het streng gelovige volksdeel. Dat respect wordt dus niet beantwoord in Goes.
Gelovigen kun je verdelen in rekkelijken en preciezen. Nu blijkt dat principes van de preciezen heel rekkelijk kunnen zijn.
Dat wisten we al, want in aanloop naar de verkiezingen schoof de landelijke SGP ook haar bezwaren tegen vrouwen in de gemeentepolitiek aan de kant om de samenwerking met de ChristenUnie niet in gevaar te brengen.
En dat brengt me op Ouderkerk. Gisteravond is de nieuwe raad geïnstalleerd. En voor het eerst sinds vier jaar zitten er weer twee vrouwen in de raad. Niet bij de PvdA, helaas (waarmee ik niets wil zeggen over de kwaliteiten van de mannen in de PvdA!), wel bij de VVD en, jawel: de ChristenUnie - waarmee de SGP ook hier een lijstverbinding had, maar dat terzijde. Twee van de 13, het is nog lang niet de 45 procent waarnaar het kabinet streeft in 2010. Een magere oogst, vergelijkbaar met de komende oogst in Goes en omstreken. Maar misschien zitten de omstandigheden hier wel mee en volgt er, deis volentibus, over vier jaar een overvloedige oogst aan vrouwelijke gemeenteraadsleden.
Vanwege de biddag waren de verkiezingen met een dag vervroegd. Is het dan netjes om op die rustdag snel een college te vormen, zoals in Goes is gebeurd? Nee, natuurlijk niet. Niet alleen omdat daarmee de kiezer wordt geschoffeerd (de uitslag van de verkiezingen wordt genegeerd, vooraf was al bedisseld dat VVD, CDA en SGP/ChristenUnie samen verder zouden gaan. Dan hadden er net zo goed geen verkiezingen gehouden hoeven te worden), maar vooral ook omdat het de schijnheiligheid ten top is. En wat zegt de Goese SGP/ChristenUnie fractievoorzitter in Trouw? ‘De verkiezingen zijn niet verzet vanwege onze overtuiging, maar omdat veel stemlokalen in kerkzaaltjes zijn. Dinsdag zijn deze wel volledig beschikbaar, op biddag niet.’
Ja, zo lust ik er nog een paar. In het Koninklijk Besluit van 28 juni 2005, waarin de vervroeging van de gemeenteraadsverkiezingen bekend wordt gemaakt, staat dat het samenvallen van verkiezingen en de Biddag voor Gewas en Arbeid bij een belangrijk deel van de bevolking als bezwaarlijk wordt aangemerkt en dat dáárom voor een verschuiving van een dag is gekozen. Niks praktische overweging dus, niks tekort aan kerkzaaltjes, gewoon een uiting van respect voor het streng gelovige volksdeel. Dat respect wordt dus niet beantwoord in Goes.
Gelovigen kun je verdelen in rekkelijken en preciezen. Nu blijkt dat principes van de preciezen heel rekkelijk kunnen zijn.
Dat wisten we al, want in aanloop naar de verkiezingen schoof de landelijke SGP ook haar bezwaren tegen vrouwen in de gemeentepolitiek aan de kant om de samenwerking met de ChristenUnie niet in gevaar te brengen.
En dat brengt me op Ouderkerk. Gisteravond is de nieuwe raad geïnstalleerd. En voor het eerst sinds vier jaar zitten er weer twee vrouwen in de raad. Niet bij de PvdA, helaas (waarmee ik niets wil zeggen over de kwaliteiten van de mannen in de PvdA!), wel bij de VVD en, jawel: de ChristenUnie - waarmee de SGP ook hier een lijstverbinding had, maar dat terzijde. Twee van de 13, het is nog lang niet de 45 procent waarnaar het kabinet streeft in 2010. Een magere oogst, vergelijkbaar met de komende oogst in Goes en omstreken. Maar misschien zitten de omstandigheden hier wel mee en volgt er, deis volentibus, over vier jaar een overvloedige oogst aan vrouwelijke gemeenteraadsleden.
9.3.06
Partijtje
De verkiezingsuitslag is al twee dagen oud maar ik ben nog steeds een beetje verdoofd. Gouderak is Havana aan de IJssel geworden, de PvdA de grootste partij van Ouderkerk. Felicitaties in De Drie Maenen van de andere partijen, handen en zoenen, rode bloemen van een attente partijgenoot. Waar haalde ze die nou zo snel vandaan? Zeven maart moet een plaatselijke, linkse feestdag worden. Op die dag begon in 2006 de victorie. PvdA-stemmers, bedankt! En nu aan de slag. Maar zaterdag eerst nog even een feestje met iedereen die aan de overwinning van de Partij van de Arbeid heeft bijgedragen. Een ‘partijtje’, zoals mijn zoon gevat opmerkte. Hij was op dreef, want over het zetelverlies van de SGP zei hij: ‘Na de vette jaren komen de magere jaren’.
Voor de SGP dan, niet voor Ouderkerk.
Voor de SGP dan, niet voor Ouderkerk.
6.3.06
Weer
Gezien op de website van de Telegraaf:
Weer lijkt gunstig voor links
DE BILT - Het KNMI verwacht dat dinsdag, verkiezingsdag, een uitzondering vormt in het weer van de afgelopen dagen. Het blijft droog, voorspellen de weerpeilers. Misschien hier en daar wat mist, maar verder geregeld zon en temperaturen boven het vriespunt.
Opiniepeilers zeggen al jaren dat slecht weer de opkomst bij verkiezingen drukt, want mensen gaan dan minder gemakkelijk de deur uit. Vooral de partijen met een minder trouwe aanhang hebben daar last van. Voor de VVD, het CDA en de christelijke partijen zijn regen, wind en sneeuw relatief gunstig.
Aan de linkerzijde wordt op verkiezingsochtend argwanend uit het raam gekeken. Bij slecht weer zijn het vooral de kiezers uit deze hoek die de gang naar de stembus dan maar overslaan. Maar volgens het KNMI zorgt een „rug van hogedruk” voor droog en meestal helder weer.
Tot zover de Telegraaf. Voor de verandering wil ik die krant nu eens geloven. Maar Ouderkerk steekt meestal gunstig af met zijn opkomstpercentage, weer of geen weer. Dat zal morgen niet anders zijn. Hoop ik. Want het gáát ergens over. Je kunt kiezen voor een sociaal beleid, je kunt stemmen op een partij die jou serieus neemt, een partij ook die genoeg heeft van het ondoorzichtige bestuur. Om in KNMI-termen te blijven: een partij die de mist rond de politiek wil laten optrekken. Ga stemmen, ook als het regent of sneeuwt. Op lijst 2.
Weer lijkt gunstig voor links
DE BILT - Het KNMI verwacht dat dinsdag, verkiezingsdag, een uitzondering vormt in het weer van de afgelopen dagen. Het blijft droog, voorspellen de weerpeilers. Misschien hier en daar wat mist, maar verder geregeld zon en temperaturen boven het vriespunt.
Opiniepeilers zeggen al jaren dat slecht weer de opkomst bij verkiezingen drukt, want mensen gaan dan minder gemakkelijk de deur uit. Vooral de partijen met een minder trouwe aanhang hebben daar last van. Voor de VVD, het CDA en de christelijke partijen zijn regen, wind en sneeuw relatief gunstig.
Aan de linkerzijde wordt op verkiezingsochtend argwanend uit het raam gekeken. Bij slecht weer zijn het vooral de kiezers uit deze hoek die de gang naar de stembus dan maar overslaan. Maar volgens het KNMI zorgt een „rug van hogedruk” voor droog en meestal helder weer.
Tot zover de Telegraaf. Voor de verandering wil ik die krant nu eens geloven. Maar Ouderkerk steekt meestal gunstig af met zijn opkomstpercentage, weer of geen weer. Dat zal morgen niet anders zijn. Hoop ik. Want het gáát ergens over. Je kunt kiezen voor een sociaal beleid, je kunt stemmen op een partij die jou serieus neemt, een partij ook die genoeg heeft van het ondoorzichtige bestuur. Om in KNMI-termen te blijven: een partij die de mist rond de politiek wil laten optrekken. Ga stemmen, ook als het regent of sneeuwt. Op lijst 2.
3.3.06
Stijl
De ChristenUnie is boos op mij. Na het lijsttrekkersdebat van maandag kwam lijsttrekker Floor Brouwer al naar mij toe. Hij begreep niet, zei hij, waarom ik zo kritisch was geweest over het verkiezingsprogramma van zijn partij. Kritiek op andere partijen, dat is not done. Ik had alleen het programma van de PvdA mogen verdedigen, vond hij. Zo hebben we dat altijd gedaan in Ouderkerk, zo moeten we het ook blijven doen.
Een wonderlijke interpretatie van het fenomeen verkiezingsstrijd.
Op de website van de ChristenUnie komt de partij er nog eens op terug. ‘De stijl van de PvdA van Leo Mudde’, noemen ze het. Tja… Dat de ChristenUnie wordt gedomineerd door één persoon, dat is bekend. Maar dat de PvdA van mij zou zijn, dat is nieuw voor mij. Te veel eer Floor.
Volgens de ChristenUnie nam ik het die maandagavond niet zo nauw met mijn argumenten en met de waarheid. Dat is ‘mensen die het programma kennen duidelijk opgevallen’. Maar wat ik precies verkeerd zei, dat staat er niet bij. Dat kan ook niet, want ik heb letterlijk uit het programma van de ChristenUnie geciteerd. Zouden daar dan geen waarheden in staan? Makkelijk, beweren dat ik iets verkeerd heb gezegd maar dat vervolgens niet onderbouwen. Het zal de stijl van de ChristenUnie zijn.
Floor Brouwer wilde tijdens het debat niet op mijn speech reageren, omdat hij dat beneden het niveau van de ChristenUnie vond. Maar op internet wel. Raar, is dat een ander niveau dan?
De ChristenUnie schrijft ook, dat ik een ‘sneer’ gaf aan de VVD. Volgens Van Dale is een sneer een ‘honende, schampere opmerking’. Het ging over het openblijven van de groenstrook tussen het bedrijventerrein en de Abelenlaan. Dit zei ik letterlijk: ‘Het was ook de PvdA die zei: die grond, die moet groen blijven. En wij zeggen dat nog steeds. Als enige, constateer ik, want de andere partij die er toen ook zo voor was, de VVD, doet er nu in haar verkiezingsprogramma geen uitspraak over.’
Is dat honend? Schamperend? Een sneer? Ik dacht het niet, het is een feitelijke constatering. Maar ja, van de ChristenUnie mag ik in verkiezingstijd niets zeggen over de programma’s van anderen. Want dat is geen stijl, vindt zij. Nee, anderen ten onrechte beschuldigen van het uitdelen van sneren – dát is stijl.
(Overigens vroeg ik lijsttrekker John Peters van de VVD na afloop, waarom er in zijn programma niets over staat. ‘Dat vonden wij niet nodig, ons standpunt is bekend’, zei hij. Goed om te weten.)
De ChristenUnie vraagt zich ten slotte af, waarom ik (bedoeld wordt: de PvdA) deze ‘strijdmethode’ meen te moeten hanteren. ‘Vreest hij de concurrentie, omdat de ChristenUnie door hard werken een goede naam heeft opgebouwd in de Ouderkerkse samenleving?’
Nee hoor, de PvdA vreest de concurrentie niet. De PvdA kiest voor duidelijkheid. In haar eigen programma, een brij van negenduizend woorden, heeft de ChristenUnie de duidelijkheid goed weten te verbergen. Wel zo handig, dan kun je daar ook moeilijk op worden aangevallen.
O nee, dat mocht niet, da’s waar ook. Want dat is niet de stijl van de ChristenUnie. Stel je voor dat zij haar goede naam verliest.
Voor wie nog eens wil nalezen waar ik het niet zo nauw nam met de argumenten en de waarheid, mijn speech van maandag 27 februari staat hier.
Een wonderlijke interpretatie van het fenomeen verkiezingsstrijd.
Op de website van de ChristenUnie komt de partij er nog eens op terug. ‘De stijl van de PvdA van Leo Mudde’, noemen ze het. Tja… Dat de ChristenUnie wordt gedomineerd door één persoon, dat is bekend. Maar dat de PvdA van mij zou zijn, dat is nieuw voor mij. Te veel eer Floor.
Volgens de ChristenUnie nam ik het die maandagavond niet zo nauw met mijn argumenten en met de waarheid. Dat is ‘mensen die het programma kennen duidelijk opgevallen’. Maar wat ik precies verkeerd zei, dat staat er niet bij. Dat kan ook niet, want ik heb letterlijk uit het programma van de ChristenUnie geciteerd. Zouden daar dan geen waarheden in staan? Makkelijk, beweren dat ik iets verkeerd heb gezegd maar dat vervolgens niet onderbouwen. Het zal de stijl van de ChristenUnie zijn.
Floor Brouwer wilde tijdens het debat niet op mijn speech reageren, omdat hij dat beneden het niveau van de ChristenUnie vond. Maar op internet wel. Raar, is dat een ander niveau dan?
De ChristenUnie schrijft ook, dat ik een ‘sneer’ gaf aan de VVD. Volgens Van Dale is een sneer een ‘honende, schampere opmerking’. Het ging over het openblijven van de groenstrook tussen het bedrijventerrein en de Abelenlaan. Dit zei ik letterlijk: ‘Het was ook de PvdA die zei: die grond, die moet groen blijven. En wij zeggen dat nog steeds. Als enige, constateer ik, want de andere partij die er toen ook zo voor was, de VVD, doet er nu in haar verkiezingsprogramma geen uitspraak over.’
Is dat honend? Schamperend? Een sneer? Ik dacht het niet, het is een feitelijke constatering. Maar ja, van de ChristenUnie mag ik in verkiezingstijd niets zeggen over de programma’s van anderen. Want dat is geen stijl, vindt zij. Nee, anderen ten onrechte beschuldigen van het uitdelen van sneren – dát is stijl.
(Overigens vroeg ik lijsttrekker John Peters van de VVD na afloop, waarom er in zijn programma niets over staat. ‘Dat vonden wij niet nodig, ons standpunt is bekend’, zei hij. Goed om te weten.)
De ChristenUnie vraagt zich ten slotte af, waarom ik (bedoeld wordt: de PvdA) deze ‘strijdmethode’ meen te moeten hanteren. ‘Vreest hij de concurrentie, omdat de ChristenUnie door hard werken een goede naam heeft opgebouwd in de Ouderkerkse samenleving?’
Nee hoor, de PvdA vreest de concurrentie niet. De PvdA kiest voor duidelijkheid. In haar eigen programma, een brij van negenduizend woorden, heeft de ChristenUnie de duidelijkheid goed weten te verbergen. Wel zo handig, dan kun je daar ook moeilijk op worden aangevallen.
O nee, dat mocht niet, da’s waar ook. Want dat is niet de stijl van de ChristenUnie. Stel je voor dat zij haar goede naam verliest.
Voor wie nog eens wil nalezen waar ik het niet zo nauw nam met de argumenten en de waarheid, mijn speech van maandag 27 februari staat hier.
28.2.06
Lampje
Verkiezingstijd is altijd buitengewoon boeiend. Dat vindt de pers ook, want ze stort zich gretig op de plaatselijke politici. Vandaag kreeg ik de jongste editie van Het Kontakt onder ogen. Met daarin een paginagroot interview met Leo Barth, de nummer 3 van de SGP bij de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. Leo is ambitieus en wordt daarbij niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid. Hij sluit niet uit dat hij de eerste burgemeester van een nieuwe gemeente Krimpenerwaard wordt. Maar wacht eens even, de SGP is toch zo tégen die gemeentelijke herindeling? Of ziet Leo Barth nu toch het onvermijdelijke daarvan in en begint hij alvast een lobby voor zichzelf, voor het geval dat?
Nu is Leo ook wethouder van Ouderkerk. Een zeer bekwáme man, zou Wim Kan gezegd hebben, iemand aan wie ik in ieder geval mijn portemonnee wel zou toevertrouwen. Als gemeenteraad hebben we dat ook gedaan, hij gaat over de gemeentefinanciën. Dat doet hij heel behoorlijk. Maar om dan ook gelijk voor het burgemeesterschap te gaan…
Een goede burgemeester kan niet zonder bepaalde eigenschappen. Hij moet een bindende figuur zijn, zich kunnen inleven in wat leeft onder de mensen, begaan zijn met zijn burgers, vertrouwen wekken maar ook gezag en autoriteit uitstralen. Je IQ kan nog zo hoog zijn, zonder een goed ontwikkeld EQ (sociale intelligentie, zelfkennis, empathie) ben je niet geschikt voor het ambt van burgemeester. Ik durf de stelling wel aan, dat het EQ voor die functie zelfs nog belangrijker is dan het IQ. En aan EQ ontbreekt het Leo Barth. Ik heb hem dat ook wel eens gezegd, dus dit kan voor hem geen verrassing zijn.
Misschien kun je een EQ ontwikkelen, ik weet het niet. Dan moet hij daar maar hard aan gaan werken. Hij heeft nog vier jaar, voor die nieuwe gemeente Krimpenerwaard in 2010 een feit is. En dan krijgen we ook nog de gekozen burgemeester. Dan moet hij de zeepkist op, in de strijd tegen – wie weet – Arie van Erk uit Bergambacht, of Jan Beugelaar uit Schoonhoven, of wie weet welke kandidaten zich dan nog meer aandienen. Misschien heb ik tegen die tijd ook wel zin in iets anders, zeg nooit nooit.
Echte kennis begint met zelfkennis. Een Chinees spreekwoord zegt: als je geen ster aan de hemel kunt zijn, wees dan een lampje in je huis. Lampjes zijn heel nuttig, als je kleine cijfertjes in een begroting goed wilt lezen bijvoorbeeld. En het leuke van lampjes is, dat je ze ook uit kunt zetten. Of kunt vervangen - als de kiezer dat wil.
Nu is Leo ook wethouder van Ouderkerk. Een zeer bekwáme man, zou Wim Kan gezegd hebben, iemand aan wie ik in ieder geval mijn portemonnee wel zou toevertrouwen. Als gemeenteraad hebben we dat ook gedaan, hij gaat over de gemeentefinanciën. Dat doet hij heel behoorlijk. Maar om dan ook gelijk voor het burgemeesterschap te gaan…
Een goede burgemeester kan niet zonder bepaalde eigenschappen. Hij moet een bindende figuur zijn, zich kunnen inleven in wat leeft onder de mensen, begaan zijn met zijn burgers, vertrouwen wekken maar ook gezag en autoriteit uitstralen. Je IQ kan nog zo hoog zijn, zonder een goed ontwikkeld EQ (sociale intelligentie, zelfkennis, empathie) ben je niet geschikt voor het ambt van burgemeester. Ik durf de stelling wel aan, dat het EQ voor die functie zelfs nog belangrijker is dan het IQ. En aan EQ ontbreekt het Leo Barth. Ik heb hem dat ook wel eens gezegd, dus dit kan voor hem geen verrassing zijn.
Misschien kun je een EQ ontwikkelen, ik weet het niet. Dan moet hij daar maar hard aan gaan werken. Hij heeft nog vier jaar, voor die nieuwe gemeente Krimpenerwaard in 2010 een feit is. En dan krijgen we ook nog de gekozen burgemeester. Dan moet hij de zeepkist op, in de strijd tegen – wie weet – Arie van Erk uit Bergambacht, of Jan Beugelaar uit Schoonhoven, of wie weet welke kandidaten zich dan nog meer aandienen. Misschien heb ik tegen die tijd ook wel zin in iets anders, zeg nooit nooit.
Echte kennis begint met zelfkennis. Een Chinees spreekwoord zegt: als je geen ster aan de hemel kunt zijn, wees dan een lampje in je huis. Lampjes zijn heel nuttig, als je kleine cijfertjes in een begroting goed wilt lezen bijvoorbeeld. En het leuke van lampjes is, dat je ze ook uit kunt zetten. Of kunt vervangen - als de kiezer dat wil.
23.1.06
Kerktoren
Een tijdje geleden werd mijn aandacht getrokken door een paar krantenberichten over de gemeente Buren, in Gelderland. Buren betaalt al sinds 1798 het onderhoud van de kerktorens. Dat is een uitvloeisel van een wet van Napoleon, die vond dat kerktorens een militaire functie hadden (uitkijkpost) en bij calamiteiten ook door de burgerlijke overheid moesten worden gebruikt (als alarmklok, maar ook als schuilplaats bij hoog water). Dus was het logisch dat de gemeente voor het onderhoud van die torens opdraaide. Nu was een wakkere ambtenaar erachter gekomen, dat die wet van Napoleon een paar jaar later, in 1830, alweer was teruggedraaid en dat de gemeente sinds die tijd ten onrechte voor de kerktorens betaalt. En dat wil de gemeente niet meer, begrijpelijk.
Ook in Ouderkerk aan den IJssel staat het onderhoud van de kerktoren op de gemeentelijke begroting. Geen wonder, dat mijn interesse door deze berichtgeving uit het Gelderse werd gewekt. Ik heb al eerder bepleit dat het niet meer van deze tijd is dat een overheid opdraait voor het onderhoud van een kerkgebouw. Zou ook Ouderkerk bijna twee eeuwen hebben zitten slapen?
Navraag bij het Kadaster lijkt dit te bevestigen. In het Kadastraal bericht eigendom, dat ik via internet heb opgevraagd, staat het duidelijk: het object Kalverstraat 1 is eigendom van de Hervormde Gemeente te Ouderkerk aan den IJssel. Om zekerheid te krijgen belde ik toch maar even met de Rotterdamse vestiging van het Kadaster. ‘Als u het echt zeker wilt weten, moet u de eigendomsakte raadplegen’, vertelde de man van het Kadaster.
Die eigendomakte heb ik via de gemeente opgevraagd. Van de secretaris kreeg ik prompt een envelop retour met daarin een kopie van een contract van 9 november 1798 (het jaar klopt met Napoleon!), waarin inderdaad staat dat de afscheiding der kerk van den toorn behoord te geschieden. Dat is nog niet alles. In de envelop zit ook een kopie van de ‘onderhandse verklaring van verjaring’, een notarieel document uit maart 1998, waarin de toenmalige burgemeester Theo Bakkers en de heren Jan Piet Baas en Nico Holdermans van het College van Kerkvoogden verklaren dat de gemeente ‘door verjaring eigenaar is geworden van een perceel grond met de daarop staande kerktoren’. Een ‘onafgebroken bezit van meer dan tien jaren’ had tot de verjaring geleid.
Zaak gesloten? Nou nee. Want de gemeente wás toch al eigenaar, waarom moest dit dan in 1998 alsnog worden vastgelegd? En ik heb nu wel kopieën gekregen van interessante documenten, maar nog altijd niet de eigendomsakte van het Kadaster waar ik om had gevraagd. Wordt dus nog vervolgd.
De kerktoren is belangrijk voor het dorp. Maar ik blijf van mening, dat de overheid niet hoort te betalen voor een kerktoren. We hebben niet voor niets een scheiding tussen kerk en staat.
Ook in Ouderkerk aan den IJssel staat het onderhoud van de kerktoren op de gemeentelijke begroting. Geen wonder, dat mijn interesse door deze berichtgeving uit het Gelderse werd gewekt. Ik heb al eerder bepleit dat het niet meer van deze tijd is dat een overheid opdraait voor het onderhoud van een kerkgebouw. Zou ook Ouderkerk bijna twee eeuwen hebben zitten slapen?
Navraag bij het Kadaster lijkt dit te bevestigen. In het Kadastraal bericht eigendom, dat ik via internet heb opgevraagd, staat het duidelijk: het object Kalverstraat 1 is eigendom van de Hervormde Gemeente te Ouderkerk aan den IJssel. Om zekerheid te krijgen belde ik toch maar even met de Rotterdamse vestiging van het Kadaster. ‘Als u het echt zeker wilt weten, moet u de eigendomsakte raadplegen’, vertelde de man van het Kadaster.
Die eigendomakte heb ik via de gemeente opgevraagd. Van de secretaris kreeg ik prompt een envelop retour met daarin een kopie van een contract van 9 november 1798 (het jaar klopt met Napoleon!), waarin inderdaad staat dat de afscheiding der kerk van den toorn behoord te geschieden. Dat is nog niet alles. In de envelop zit ook een kopie van de ‘onderhandse verklaring van verjaring’, een notarieel document uit maart 1998, waarin de toenmalige burgemeester Theo Bakkers en de heren Jan Piet Baas en Nico Holdermans van het College van Kerkvoogden verklaren dat de gemeente ‘door verjaring eigenaar is geworden van een perceel grond met de daarop staande kerktoren’. Een ‘onafgebroken bezit van meer dan tien jaren’ had tot de verjaring geleid.
Zaak gesloten? Nou nee. Want de gemeente wás toch al eigenaar, waarom moest dit dan in 1998 alsnog worden vastgelegd? En ik heb nu wel kopieën gekregen van interessante documenten, maar nog altijd niet de eigendomsakte van het Kadaster waar ik om had gevraagd. Wordt dus nog vervolgd.
De kerktoren is belangrijk voor het dorp. Maar ik blijf van mening, dat de overheid niet hoort te betalen voor een kerktoren. We hebben niet voor niets een scheiding tussen kerk en staat.
8.1.06
Dierenambulance
Als ik de dierenambulance zie rijden, zeg ik altijd gekscherend: ‘Die is weer onderweg naar een eend met een verstuikte enkel.’
De dierenambulance is voor mij een van de uitwassen van de moderne tijd, een serie verschijnselen waarin ook het organiseren van stille tochten voor door zinloos geweld omgekomen honden past. Begrijp me goed: ik ben dol op dieren. Ik geniet van de vogels in mijn achtertuin en kan geen poes passeren zonder het beest een aai te geven. Als kind hadden wij altijd katten in huis. Twee daarvan zijn dood gereden op de dijk - maar toen was er geen dierenambulance die de lijkjes kwam ophalen. Het beeld van mijn vader, die met een doos thuis kwam met daarin het stoffelijk overschot van Gompie, raak ik nooit meer kwijt. We hebben hem in de tuin begraven, zonder hulp van vrijwilligers van de dierenambulance en we kregen ook geen psychologische nazorg.
Ik heb wel eens gevloekt op de Tiendeweg, toen ik aan het eind van een lange werkdag naar huis fietste en mijn weg versperd zag door de dierenambulance. Een tractor, vooruit, die hoort in de polder. Vertraging door een kudde koeien die worden verkampt? Het is niet prettig, maar ook dat mag je daar verwachten. Maar een obstakel als de dierenambulance, waardoor ik werd gedwongen over de modderige slootkant te lopen (mét een fiets aan de hand) – daar kon ik op dat moment geen begrip voor opbrengen. Of de noodsituatie een schaap in de sloot betrof, een niezende zwaan of een eend die het slachtoffer was geworden van een groepsverkrachting door een stel hitsige woerden – ik weet het niet en ik wil het niet weten ook.
Dit is een kleine persoonlijke ergernis waarmee ik absoluut niet het werk van de dierenambulance en haar vrijwilligers op de hak wil nemen. Natuurlijk zijn er gevallen denkbaar waarin de inzet van deze voorziening nuttig is. Als ik een hond langs de dijk zie kreperen, zou ik ook de dierenambulance bellen.
Hoe kom ik op dit onderwerp? In een besluitenlijst van het college las ik, dat B en W welwillend staan tegenover het verzoek van de dierenambulance om een financiële bijdrage van de gemeente. Daar wil ik toch wel een paar vraagtekens bij zetten. Tik op Google de woorden subsidie en dierenambulance in, en dan blijkt dat bijna geen enkele dierenambulance in Nederland subsidie van de overheid krijgt. De dierenambulances worden betaald door sponsors, leden, giften en de opbrengsten van collectes – en zo hoort het ook. Subsidies van de gemeente zijn bedoeld voor organisaties die een algemeen maatschappelijk belang dienen en je kunt je afvragen of dat ook geldt voor de dierenambulance. Slechts een enkele dierenambulance krijgt geld van een gemeente, maar daar staat tegenover dat zij een gemeentelijke taak overneemt, zoals het ophalen van kadavers. Als we dit soort activiteiten outsourcen, dan vind ik dat prima. En dan maakt het mij niet uit of dat gebeurt door een destructiebedrijf of de dierenambulance. Maar extra gemeenschapsgeld uitgeven om een kat uit de boom te laten halen, dat gaat mij te ver.
De dierenambulance is voor mij een van de uitwassen van de moderne tijd, een serie verschijnselen waarin ook het organiseren van stille tochten voor door zinloos geweld omgekomen honden past. Begrijp me goed: ik ben dol op dieren. Ik geniet van de vogels in mijn achtertuin en kan geen poes passeren zonder het beest een aai te geven. Als kind hadden wij altijd katten in huis. Twee daarvan zijn dood gereden op de dijk - maar toen was er geen dierenambulance die de lijkjes kwam ophalen. Het beeld van mijn vader, die met een doos thuis kwam met daarin het stoffelijk overschot van Gompie, raak ik nooit meer kwijt. We hebben hem in de tuin begraven, zonder hulp van vrijwilligers van de dierenambulance en we kregen ook geen psychologische nazorg.
Ik heb wel eens gevloekt op de Tiendeweg, toen ik aan het eind van een lange werkdag naar huis fietste en mijn weg versperd zag door de dierenambulance. Een tractor, vooruit, die hoort in de polder. Vertraging door een kudde koeien die worden verkampt? Het is niet prettig, maar ook dat mag je daar verwachten. Maar een obstakel als de dierenambulance, waardoor ik werd gedwongen over de modderige slootkant te lopen (mét een fiets aan de hand) – daar kon ik op dat moment geen begrip voor opbrengen. Of de noodsituatie een schaap in de sloot betrof, een niezende zwaan of een eend die het slachtoffer was geworden van een groepsverkrachting door een stel hitsige woerden – ik weet het niet en ik wil het niet weten ook.
Dit is een kleine persoonlijke ergernis waarmee ik absoluut niet het werk van de dierenambulance en haar vrijwilligers op de hak wil nemen. Natuurlijk zijn er gevallen denkbaar waarin de inzet van deze voorziening nuttig is. Als ik een hond langs de dijk zie kreperen, zou ik ook de dierenambulance bellen.
Hoe kom ik op dit onderwerp? In een besluitenlijst van het college las ik, dat B en W welwillend staan tegenover het verzoek van de dierenambulance om een financiële bijdrage van de gemeente. Daar wil ik toch wel een paar vraagtekens bij zetten. Tik op Google de woorden subsidie en dierenambulance in, en dan blijkt dat bijna geen enkele dierenambulance in Nederland subsidie van de overheid krijgt. De dierenambulances worden betaald door sponsors, leden, giften en de opbrengsten van collectes – en zo hoort het ook. Subsidies van de gemeente zijn bedoeld voor organisaties die een algemeen maatschappelijk belang dienen en je kunt je afvragen of dat ook geldt voor de dierenambulance. Slechts een enkele dierenambulance krijgt geld van een gemeente, maar daar staat tegenover dat zij een gemeentelijke taak overneemt, zoals het ophalen van kadavers. Als we dit soort activiteiten outsourcen, dan vind ik dat prima. En dan maakt het mij niet uit of dat gebeurt door een destructiebedrijf of de dierenambulance. Maar extra gemeenschapsgeld uitgeven om een kat uit de boom te laten halen, dat gaat mij te ver.
2.1.06
Wouter
Ere wie ere toekomst: Ruud Koole en Wouter Bos hebben als partijvoorzitter en politiek leider de PvdA intern op orde gebracht. Het zurige sfeertje is verdwenen, er wordt intern volop gediscussieerd, de leden tellen weer mee. Het politbureau in de Amsterdamse grachtengordel heeft de ramen open gezet en luistert nu naar die duizenden PvdA’ers die niet in Amsterdam wonen of op het Binnenhof werken. Wouter kan zijn energie nu richten op het premierschap in 2007, waarvoor hij zich nadrukkelijk kandidaat heeft gesteld. En Ruud is weg, opgevolgd door Michiel van Hulten. Michiel is een uitgesproken voorstander van een linkse coalitie met GroenLinks en SP. Wouter niet. Dat gaat gedonder geven in de partij, de komende tijd. Want Wouter wil met het CDA verder, in 2007. Zei hij in de Telegraaf: “Je kijkt niet alleen met wie je het goed eens kan worden, je kijk ook naar een breed draagvlak. Bij moeilijke beslissingen is het belangrijk dat je zo veel mogelijk steun hebt in het parlement en in de samenleving. Dus samenwerking met grote partijen heeft dat voordeel boven samenwerking met kleine.”
Er dreigt dus een clash te ontstaan tussen Michiel en Wouter. En tussen Wouter en een heel groot deel van zijn eigen achterban, die wél met GroenLinks en SP wil proberen eindelijk eens een écht sociaal beleid van de grond te krijgen. Wouter heeft het afgelopen jaar getoond te kunnen luisteren naar zijn partijgenoten, ik hoop dat hij dat in 2006 ook doet. Hij zal de les van het referendum over de Europese Grondwet toch wel geleerd hebben? Wouter en zijn Kamerfractie waren vóór, de PvdA-achterban was tégen. Daar was Wouter achteraf verbaasd over, maar als hij zijn oor toen te luisteren had gelegd in zijn eigen partij had hij dit kunnen weten. Datzelfde geldt nu ook. Laat de leden zich maar uitspreken over de keuze CDA of SP/GroenLinks. Mijn mailbox stroom regelmatig vol met nieuwsbrieven van de partij, een kleine opiniepeiling kan daar best bij.
Trouwens, wat ziet Wouter eigenlijk in het CDA? Hij verwacht dat Balkenende niet terugkeert in de politiek, als hij de verkiezingen verliest. Maar met wie moet hij dan aan de slag? Maxime Verhagen? Gerda Verburg? Brrr…
In een interview zei burgemeester Guusje ter Horst van Nijmegen onlangs, dat politiek erotiseert. Samen moeilijke besluiten nemen, tot in de kleine uurtjes op elkaars lip zitten, drank na afloop, nog even napraten in de kroeg – het kan politici héél dicht bij elkaar brengen. Flirten met Verhagen en Verburg, dat zie ik Wouter nog niet doen. Maar een paar uur aan de bar hangen met Femke Halsema en Jan Marijnissen lijkt mij bepaald geen straf. En politiek moet toch ook leuk blijven?
Wouter moet nog maar eens goed gaan nadenken, het komend jaar. Ik las in zijn boek Dit land kan zoveel beter dat hij in 2002, toen hij zich kandidaat stelde voor het leiderschap van de PvdA, op de vraag waar het hem nu eigenlijk om gaat, antwoordde: ‘De boel bij elkaar houden’. Dat doe je niet door aan te schurken tegen dit CDA van Balkenende en Verhagen. Dat is vragen om problemen.
Er dreigt dus een clash te ontstaan tussen Michiel en Wouter. En tussen Wouter en een heel groot deel van zijn eigen achterban, die wél met GroenLinks en SP wil proberen eindelijk eens een écht sociaal beleid van de grond te krijgen. Wouter heeft het afgelopen jaar getoond te kunnen luisteren naar zijn partijgenoten, ik hoop dat hij dat in 2006 ook doet. Hij zal de les van het referendum over de Europese Grondwet toch wel geleerd hebben? Wouter en zijn Kamerfractie waren vóór, de PvdA-achterban was tégen. Daar was Wouter achteraf verbaasd over, maar als hij zijn oor toen te luisteren had gelegd in zijn eigen partij had hij dit kunnen weten. Datzelfde geldt nu ook. Laat de leden zich maar uitspreken over de keuze CDA of SP/GroenLinks. Mijn mailbox stroom regelmatig vol met nieuwsbrieven van de partij, een kleine opiniepeiling kan daar best bij.
Trouwens, wat ziet Wouter eigenlijk in het CDA? Hij verwacht dat Balkenende niet terugkeert in de politiek, als hij de verkiezingen verliest. Maar met wie moet hij dan aan de slag? Maxime Verhagen? Gerda Verburg? Brrr…
In een interview zei burgemeester Guusje ter Horst van Nijmegen onlangs, dat politiek erotiseert. Samen moeilijke besluiten nemen, tot in de kleine uurtjes op elkaars lip zitten, drank na afloop, nog even napraten in de kroeg – het kan politici héél dicht bij elkaar brengen. Flirten met Verhagen en Verburg, dat zie ik Wouter nog niet doen. Maar een paar uur aan de bar hangen met Femke Halsema en Jan Marijnissen lijkt mij bepaald geen straf. En politiek moet toch ook leuk blijven?
Wouter moet nog maar eens goed gaan nadenken, het komend jaar. Ik las in zijn boek Dit land kan zoveel beter dat hij in 2002, toen hij zich kandidaat stelde voor het leiderschap van de PvdA, op de vraag waar het hem nu eigenlijk om gaat, antwoordde: ‘De boel bij elkaar houden’. Dat doe je niet door aan te schurken tegen dit CDA van Balkenende en Verhagen. Dat is vragen om problemen.
27.12.05
Fanfare
Mijn oom Adriaan is dood. Gestorven op een mooie leeftijd, zoals dat heet. Na een goed leven. Zaterdag hebben wij hem in zijn woonplaats Berkenwoude begraven. Nou ja, ‘wij’… het dórp heeft hem naar zijn laatste rustplaats gebracht. Dat vraagt enige uitleg.
In 1958 maakte Bert Haanstra zijn beroemde film ‘Fanfare’, over de verwikkelingen in een dorp waarin het plaatselijke muziekkorps Kunst en Vriendschap een centrale rol vervult. De film is een prachtige zedenschets van een dorp uit de tijd dat de veldwachter nog een autoriteit was, men voor de burgemeester de pet afnam en het boerenbedrijf nog romantisch was in plaats van een kwijnende bedrijfstak. Het dorp was een eenheid, in de film weliswaar verscheurd door een ruzie in het muziekkorps maar als het erop aan kwam een hechte gemeenschap waar buitenstaanders met argwaan werden bekeken.
Daar moest ik aan denken, toen ik zaterdag in het Cultureel Centrum van Berkenwoude was.
Mijn oom was jarenlang bestuurslid geweest van de plaatselijke harmonie, D.H.T.S.G. (Altijd dacht ik dat dat stond voor Door Hard Toeteren Sterk Geluid, maar nu hoorde ik dat het Door Hulp Tot Stand Gebracht betekent, wat veel minder leuk is, maar dit terzijde.) De muziek liep als een rode draad door zijn leven. Hij was ooit lid van drie korpsen tegelijk: in Berkenwoude, Stolwijk en Gouderak – gemeentegrenzen betekenden niets voor hem. Repetities eindigden steevast aan de toog van het plaatselijke café. D.H.T.S.G. had de ongeschreven regel, dat er minimaal 24 uur moest zitten tussen een generale repetitie en een uitvoering, vertelde een van de sprekers in het Cultureel Centrum. Gegrinnik in de zaal, iedereen begreep waarom.
De dominee was er ook. Piepjong, nog maar net in Berkenwoude beroepen. Mijn oom moest niets hebben van de kerk, mijn tante wel en dus was de dominee toch bij hem op bezoek geweest. Nadat oom Adriaan de dominee vanaf zijn ziekbed had uitgelegd hoe hij over de kerk dacht, zijn ze als vrienden uit elkaar gegaan. Want, zei de predikant, ‘iedere dominee in Berkenwoude was zijn vriend’.
Muziek, café en kerk – drie belangrijke bindmiddelen van een dorp kwamen zaterdag in het Cultureel Centrum bij elkaar. Ook even later, op de begraafplaats aan het Westeinde. Leden van D.H.T.S.G. droegen de kist en vormden een erehaag. De dominee sprak aan het graf. Het dorp was uitgelopen om mijn oom de laatste eer te bewijzen. Hij had geleefd in en voor het dorp, het was dan ook heel normaal dat het dorp hem uitgeleide deed.
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik zaterdag weer besefte hoe belangrijk sociale verbanden zijn voor een kleine gemeenschap. Ik zag hoe een muziekkorps en een kerk een dorp levend kunnen houden – zelfs als de laatste kroeg gesloten is. Mijn neef uit Amsterdam had het gevoel, vijftig jaar in de tijd te zijn teruggeworpen. Mooi, vond hij. En dat was het ook.
'Perkouw' liet die zaterdagmorgen zien waar het fenomeen ‘dorp’ voor staat.Op het moment dat de kist zakte, verwarmde de zon de stille groep op de begraafplaats. Alleen de vogels maakten geluid, zoals het hoort. De dood was zo nabij, maar zelden ervoer ik het leven sterker dan op dat moment.
In 1958 maakte Bert Haanstra zijn beroemde film ‘Fanfare’, over de verwikkelingen in een dorp waarin het plaatselijke muziekkorps Kunst en Vriendschap een centrale rol vervult. De film is een prachtige zedenschets van een dorp uit de tijd dat de veldwachter nog een autoriteit was, men voor de burgemeester de pet afnam en het boerenbedrijf nog romantisch was in plaats van een kwijnende bedrijfstak. Het dorp was een eenheid, in de film weliswaar verscheurd door een ruzie in het muziekkorps maar als het erop aan kwam een hechte gemeenschap waar buitenstaanders met argwaan werden bekeken.
Daar moest ik aan denken, toen ik zaterdag in het Cultureel Centrum van Berkenwoude was.
Mijn oom was jarenlang bestuurslid geweest van de plaatselijke harmonie, D.H.T.S.G. (Altijd dacht ik dat dat stond voor Door Hard Toeteren Sterk Geluid, maar nu hoorde ik dat het Door Hulp Tot Stand Gebracht betekent, wat veel minder leuk is, maar dit terzijde.) De muziek liep als een rode draad door zijn leven. Hij was ooit lid van drie korpsen tegelijk: in Berkenwoude, Stolwijk en Gouderak – gemeentegrenzen betekenden niets voor hem. Repetities eindigden steevast aan de toog van het plaatselijke café. D.H.T.S.G. had de ongeschreven regel, dat er minimaal 24 uur moest zitten tussen een generale repetitie en een uitvoering, vertelde een van de sprekers in het Cultureel Centrum. Gegrinnik in de zaal, iedereen begreep waarom.
De dominee was er ook. Piepjong, nog maar net in Berkenwoude beroepen. Mijn oom moest niets hebben van de kerk, mijn tante wel en dus was de dominee toch bij hem op bezoek geweest. Nadat oom Adriaan de dominee vanaf zijn ziekbed had uitgelegd hoe hij over de kerk dacht, zijn ze als vrienden uit elkaar gegaan. Want, zei de predikant, ‘iedere dominee in Berkenwoude was zijn vriend’.
Muziek, café en kerk – drie belangrijke bindmiddelen van een dorp kwamen zaterdag in het Cultureel Centrum bij elkaar. Ook even later, op de begraafplaats aan het Westeinde. Leden van D.H.T.S.G. droegen de kist en vormden een erehaag. De dominee sprak aan het graf. Het dorp was uitgelopen om mijn oom de laatste eer te bewijzen. Hij had geleefd in en voor het dorp, het was dan ook heel normaal dat het dorp hem uitgeleide deed.
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik zaterdag weer besefte hoe belangrijk sociale verbanden zijn voor een kleine gemeenschap. Ik zag hoe een muziekkorps en een kerk een dorp levend kunnen houden – zelfs als de laatste kroeg gesloten is. Mijn neef uit Amsterdam had het gevoel, vijftig jaar in de tijd te zijn teruggeworpen. Mooi, vond hij. En dat was het ook.
'Perkouw' liet die zaterdagmorgen zien waar het fenomeen ‘dorp’ voor staat.Op het moment dat de kist zakte, verwarmde de zon de stille groep op de begraafplaats. Alleen de vogels maakten geluid, zoals het hoort. De dood was zo nabij, maar zelden ervoer ik het leven sterker dan op dat moment.
20.12.05
Integratie
Vanavond was ik in De Drie Maenen in Ouderkerk aan den IJssel, waar mijn dochter moest optreden tijdens een kerstbijeenkomst. Behalve door haar dwarsfluitgroepje werden muziek en zang verzorgd door koren en muziekverenigingen uit Gouderak en Ouderkerk aan den IJssel. Even rondkijkend in de zaal zag ik veel Gouderakse gezichten. ‘Integratie geslaagd’, zei iemand tegen me. ‘Ja, mág het alsjeblieft, 20 jaar na de herindeling van 1985?’ was mijn eerste reactie.
Maar er even over nadenkend: zó normaal is het niet, dat Ouderkerkse en Gouderakse verenigingen samen een avond verzorgen. Niet voor niets ging ook burgemeester Thieu van de Wouw in zijn toespraakje even in op dit bijzondere feit. Lof dus voor de organisatie, die deze avond heeft verzorgd. Voor herhaling vatbaar. Ik zou zeggen: volgend jaar in Gouderak. Maar ja, daar is helaas geen geschikte ruimte. Nog niet. Dat multifunctioneel gebouw moet er dus maar gauw komen, mét wat mij betreft een nieuwe sporthal à la De Drie Maenen. Of vraag ik nu weer te veel?
Maar er even over nadenkend: zó normaal is het niet, dat Ouderkerkse en Gouderakse verenigingen samen een avond verzorgen. Niet voor niets ging ook burgemeester Thieu van de Wouw in zijn toespraakje even in op dit bijzondere feit. Lof dus voor de organisatie, die deze avond heeft verzorgd. Voor herhaling vatbaar. Ik zou zeggen: volgend jaar in Gouderak. Maar ja, daar is helaas geen geschikte ruimte. Nog niet. Dat multifunctioneel gebouw moet er dus maar gauw komen, mét wat mij betreft een nieuwe sporthal à la De Drie Maenen. Of vraag ik nu weer te veel?
19.12.05
Koopzegeltjes
Mark Twain zei het als eerste: My country, right or wrong, my country! Waarmee hij maar wilde zeggen: wat mijn land ook doet, het is míjn land. Een variant daarop hoorden we een tijdje geleden toen de toenmalige Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, die dacht dat de microfoons van de cameraploeg dicht stonden, sprak over ‘kut-Marokkanen’. Waarop burgemeester Cohen repliceerde: ‘Maar het zijn wel ónze kut-Marokkanen’.
Drie weken geleden sprak ik oud-Kamerlid, oud-staatssecretaris en oud-burgemeester Siepie de Jong. Sinds het PvdA-congres eerder deze maand is zij vice-voorzitter van de PvdA. We spraken over haar partij (ik in mijn rol als onpartijdig journalist) en ik vroeg haar of ze nooit de behoefte had gehad, haar lidmaatschap op te zeggen. Ze reageerde bijna verontwaardigd. Natuurlijk niet, het was toch háár partij. Ze heeft veel aan de PvdA te danken en daarom is ze loyaal aan die club.
My party, right or wrong, my party!
Ik herken dat wel. Soms maak ik wel eens een linkser vakje rood bij verkiezingen, omdat ik weer eens teleurgesteld ben in de PvdA. Toen Wim Kok in Den Haag aan het bewind was, bijvoorbeeld. Of bij de Statenverkiezingen, toen de PvdA zich weigerde uit te spreken tegen het milieuonvriendelijke tracé van de Zuidwestelijke Randweg. Maar mijn lidmaatschap opzeggen… dat gaat ver. De PvdA is míjn partij en ondanks haar vele fouten blijft er genoeg over waar ik me wel in kan vinden en waar ik me voor wil blijven inzetten.
Daarom snap ik ook niets van mensen die met ogenschijnlijk groot gemak switchen van de ene naar de andere partij. Toen in de vorige raadsperiode veel Ouderkerkse CDA’ers overstapten naar de ChristenUnie was ik verbijsterd. En nu ben ik dat weer, nu ik zie dat op de derde plaats van de kandidatenlijst van de ChristenUnie iemand staat die ik ken als burgerlid van een commissie – voor het CDA.
Ben ik ouderwets, is partijtrouw niet meer van deze tijd? Is de politiek ook al onderdeel geworden van de zapcultuur en ruilen we net zo makkelijk van partij als van supermarkt? Krijg je koopzegeltjes bij de ChristenUnie? Of korting op het lidmaatschap van de kerk? Een diner-voor-twee bon? Zou ik overstappen, als er in Ouderkerk een GroenLinks of een SP zou opstaan? Ik denk van niet. Af en toe vreemdgaan door anders te stemmen, vooruit. Maar de PvdA blijft mijn partij, goed of fout. Het is soms een kut-partij, maar wel míjn kut-partij.
Drie weken geleden sprak ik oud-Kamerlid, oud-staatssecretaris en oud-burgemeester Siepie de Jong. Sinds het PvdA-congres eerder deze maand is zij vice-voorzitter van de PvdA. We spraken over haar partij (ik in mijn rol als onpartijdig journalist) en ik vroeg haar of ze nooit de behoefte had gehad, haar lidmaatschap op te zeggen. Ze reageerde bijna verontwaardigd. Natuurlijk niet, het was toch háár partij. Ze heeft veel aan de PvdA te danken en daarom is ze loyaal aan die club.
My party, right or wrong, my party!
Ik herken dat wel. Soms maak ik wel eens een linkser vakje rood bij verkiezingen, omdat ik weer eens teleurgesteld ben in de PvdA. Toen Wim Kok in Den Haag aan het bewind was, bijvoorbeeld. Of bij de Statenverkiezingen, toen de PvdA zich weigerde uit te spreken tegen het milieuonvriendelijke tracé van de Zuidwestelijke Randweg. Maar mijn lidmaatschap opzeggen… dat gaat ver. De PvdA is míjn partij en ondanks haar vele fouten blijft er genoeg over waar ik me wel in kan vinden en waar ik me voor wil blijven inzetten.
Daarom snap ik ook niets van mensen die met ogenschijnlijk groot gemak switchen van de ene naar de andere partij. Toen in de vorige raadsperiode veel Ouderkerkse CDA’ers overstapten naar de ChristenUnie was ik verbijsterd. En nu ben ik dat weer, nu ik zie dat op de derde plaats van de kandidatenlijst van de ChristenUnie iemand staat die ik ken als burgerlid van een commissie – voor het CDA.
Ben ik ouderwets, is partijtrouw niet meer van deze tijd? Is de politiek ook al onderdeel geworden van de zapcultuur en ruilen we net zo makkelijk van partij als van supermarkt? Krijg je koopzegeltjes bij de ChristenUnie? Of korting op het lidmaatschap van de kerk? Een diner-voor-twee bon? Zou ik overstappen, als er in Ouderkerk een GroenLinks of een SP zou opstaan? Ik denk van niet. Af en toe vreemdgaan door anders te stemmen, vooruit. Maar de PvdA blijft mijn partij, goed of fout. Het is soms een kut-partij, maar wel míjn kut-partij.
14.12.05
Stijf en truttig
Twee maanden geleden schreef ik op deze plek over de Belgische vice-premier Freya Van den Bossche. Een vrouw naar mijn hart, bekende ik toen. Ik vind haar steeds leuker worden. In het kerstnummer van Vrij Nederland dat binnenkort verschijnt, haalt ze flink uit naar haar Nederlandse collega’s. Stijf, truttig en kleinburgerlijk, noemt zij onze ministers. ‘Is Balkenende 49? Zou je niet zeggen. Die droeg op zijn negentiende waarschijnlijk al zo’n gestreept pak.’ En over Donner: ‘Jezus, wat kijkt hij plechtig uit zijn ogen. Is hij van adel?’
Heerlijk, dat onverbloemde taalgebruik. En ze heeft nog gelijk ook natuurlijk.
En hoe reageren onze ministers? Kleinzielig. Een Belgenmop, noemde Gerrit Zalm het. En Hans Hoogervorst (u weet wel, die minister die dat kotsgebaar maakte toen Wouter Bos in de Tweede Kamer aan het woord was) deed net alsof hij nog nooit van de jonge Belgische vice-premier had gehoord. Een beginnersfout, noemde hij haar uitspraken. Moet hij zeggen, wie maakt er nou de echte fouten?
Een tijdje geleden ruilden de Nieuwerkerkse burgemeester André Bonthuis en zijn collega van het Duitse Bückeburg, Edeltraut Müller, een weekje van positie. Hij ging naar Duitsland, zij kwam naar Nederland. Het zou een goed idee zijn om dat op kabinetsniveau ook eens te doen. Laat Freya de ramen maar eens open zetten om een frisse wind door de Trêveszaal te laten waaien. Zij is minister van begroting, dus ze kan Zalm vervangen. Dan mag ze de Belgische premier Guy Verhofstadt meenemen, zodat Balkenende de Belgen wat normen en waarden kan bijbrengen. De Belgen mogen dan hier blijven tot het kabinet-Bos aantreedt. Dat zal vast een stuk minder stijf en truttig zijn.
Heerlijk, dat onverbloemde taalgebruik. En ze heeft nog gelijk ook natuurlijk.
En hoe reageren onze ministers? Kleinzielig. Een Belgenmop, noemde Gerrit Zalm het. En Hans Hoogervorst (u weet wel, die minister die dat kotsgebaar maakte toen Wouter Bos in de Tweede Kamer aan het woord was) deed net alsof hij nog nooit van de jonge Belgische vice-premier had gehoord. Een beginnersfout, noemde hij haar uitspraken. Moet hij zeggen, wie maakt er nou de echte fouten?
Een tijdje geleden ruilden de Nieuwerkerkse burgemeester André Bonthuis en zijn collega van het Duitse Bückeburg, Edeltraut Müller, een weekje van positie. Hij ging naar Duitsland, zij kwam naar Nederland. Het zou een goed idee zijn om dat op kabinetsniveau ook eens te doen. Laat Freya de ramen maar eens open zetten om een frisse wind door de Trêveszaal te laten waaien. Zij is minister van begroting, dus ze kan Zalm vervangen. Dan mag ze de Belgische premier Guy Verhofstadt meenemen, zodat Balkenende de Belgen wat normen en waarden kan bijbrengen. De Belgen mogen dan hier blijven tot het kabinet-Bos aantreedt. Dat zal vast een stuk minder stijf en truttig zijn.
8.12.05
Geheim
Toen ik anderhalf jaar geleden bij Dell online een nieuwe computer bestelde, had ik er geen idee van dat mijn internetgedrag door anderen werd gevolgd. Ik had het wel kunnen weten, want de massa virussen en spyware die mijn oude pc hadden geïnfiltreerd was een van de belangrijkste redenen om tot mijn nieuwe aankoop over te gaan. Ook mijn telefoon deed af en toe beetje raar. Dan piepte ’ie even en er ging een lampje knipperen. Typisch Siemens, dacht ik, en besteedde er verder geen aandacht aan.
Een paar minuten nadat ik mijn computer in de grijze container had gekieperd, stopte voor mijn deur een grote leasebak. Een man in een lange regenjas en een gleufhoed op stapte uit, keek schichtig rond en dook toen in de container. Met zichtbare moeite haalde hij mijn oude Compaq eruit, legde ’m op de achterbank van zijn auto en gooide er snel een deken over. En nog had ik geen argwaan. Het gebeurt wel vaker dat mensen op vrijdag het vuil afstruinen op zoek naar iets bruikbaars. Dat zelfs rijders van grote leasebakken dat deden, dat was natuurlijk wel vreemd.
Op de harde schijf van mijn oude computer stond veel persoonlijke informatie. Over bijvoorbeeld mijn nachtelijke bezoeken aan extreem-linkse cellen in Gouda, die plannen hadden om de Zuidwestelijke Randweg bij Gouda met geweld te saboteren. Foto’s in compromitterende situaties, zoals van dat etentje met projectontwikkelaar Van Erk in een Bergambachts restaurant. Duidelijk is te zien dat híj betaalt. E-mailverkeer met partijgenoten in de regio, over een mogelijke afsplitsing van de PvdA en de oprichting van een nieuwe, linksere partij. Dossiers met gevoelige informatie die ik in de loop der jaren had opgebouwd over VVD-fractievoorzitter John Peters, toenmalig burgemeester Jon Hermans en SGP-wethouder Leo Barth. Vertrouwelijke correspondentie over freelancewerk voor Al Jazeera. Een dagboek, waarin ik uitgebreid schrijf over mijn stiekeme fietstochtjes door de polder – zonder kleren, voor de kick. Intieme mailtjes van een collega.
Ik vertel het maar vast, voor Peter R. de Vries het doet. Ik weet zeker dat die diskettes die hij vond in de ingeleverde leasebak van die geheim agent, informatie van mijn oude Compaq bevatten. Ik las het zelf in de Volkskrant: het ging over lokale politici in extreem-linkse kringen. De Vries mag het niet naar buiten brengen, omdat het staatsgeheimen zouden zijn. Hem kennende, doet hij dat zondag toch in zijn televisieprogramma. Maar ik heb nu de primeur.
Een paar minuten nadat ik mijn computer in de grijze container had gekieperd, stopte voor mijn deur een grote leasebak. Een man in een lange regenjas en een gleufhoed op stapte uit, keek schichtig rond en dook toen in de container. Met zichtbare moeite haalde hij mijn oude Compaq eruit, legde ’m op de achterbank van zijn auto en gooide er snel een deken over. En nog had ik geen argwaan. Het gebeurt wel vaker dat mensen op vrijdag het vuil afstruinen op zoek naar iets bruikbaars. Dat zelfs rijders van grote leasebakken dat deden, dat was natuurlijk wel vreemd.
Op de harde schijf van mijn oude computer stond veel persoonlijke informatie. Over bijvoorbeeld mijn nachtelijke bezoeken aan extreem-linkse cellen in Gouda, die plannen hadden om de Zuidwestelijke Randweg bij Gouda met geweld te saboteren. Foto’s in compromitterende situaties, zoals van dat etentje met projectontwikkelaar Van Erk in een Bergambachts restaurant. Duidelijk is te zien dat híj betaalt. E-mailverkeer met partijgenoten in de regio, over een mogelijke afsplitsing van de PvdA en de oprichting van een nieuwe, linksere partij. Dossiers met gevoelige informatie die ik in de loop der jaren had opgebouwd over VVD-fractievoorzitter John Peters, toenmalig burgemeester Jon Hermans en SGP-wethouder Leo Barth. Vertrouwelijke correspondentie over freelancewerk voor Al Jazeera. Een dagboek, waarin ik uitgebreid schrijf over mijn stiekeme fietstochtjes door de polder – zonder kleren, voor de kick. Intieme mailtjes van een collega.
Ik vertel het maar vast, voor Peter R. de Vries het doet. Ik weet zeker dat die diskettes die hij vond in de ingeleverde leasebak van die geheim agent, informatie van mijn oude Compaq bevatten. Ik las het zelf in de Volkskrant: het ging over lokale politici in extreem-linkse kringen. De Vries mag het niet naar buiten brengen, omdat het staatsgeheimen zouden zijn. Hem kennende, doet hij dat zondag toch in zijn televisieprogramma. Maar ik heb nu de primeur.
2.12.05
Beetje laat
Een vertrekkend bestuurder kan blijkbaar meer zeggen dan collega’s van wie de houdbaarheidsdatum nog niet is verstreken. Bij haar afscheid als burgemeester van Schoonhoven hield Dorothé Wassenberg deze week een onversneden pleidooi voor gemeentelijke herindeling van de Krimpenerwaard. Een piece of cake, volgens haar, omdat de afgelopen jaren al het nodige voorwerk is verricht. Ze gruwde van het oncontroleerbare gedrocht dat nu lijkt te ontstaan, de gemeenschappelijke regeling die allerlei taken van de vijf gemeenten gaat overnemen maar niet direct door de inwoners kan worden gekozen. Een reus op lemen voeten wordt het, een bureaucratische moloch die eerder belemmerend zal werken bij het werk dat de komende jaren moet gebeuren dan daar behulpzaam bij is. Kortom, stop geen energie meer in een Krimpenerwaardraad of Krimpenerwaardbestuur, maar gooi het roer om richting herindeling.
Waarom heeft Wassenberg dat niet eerder geroepen, toen ze nog als burgemeester in full swing was en met haar vier collega’s aan het roer zat? Waarom nu pas? Was ze bang teruggefloten te worden door haar raad? Daar zou een burgemeester toch boven moeten staan. Gelukkig wordt ze opgevolgd door Dick de Cloe, een erkend voorstander van één gemeente Krimpenerwaard – mét dorpsraden.
Ik hoop dat Dick de daad bij het woord van Dorothé gaat voegen. Want hoewel ze er laat mee kwam, had Wassenberg natuurlijk volstrekt gelijk. Wat zich op het zogenaamde K5-niveau afspeelt, onttrekt zich volledig aan de waarneming van de inwoners van de gemeenten. Zelfs als raadslid kan ik het allemaal niet goed meer volgen. Daarom worden we volgende week ook weer bijgepraat op een ‘radenconferentie’. Zonde van de tijd en energie, we zijn gekozen om voor Ouderkerk te werken en niet voor een ingewikkelde regeling die, ook daar had Wassenberg gelijk in, ook nog eens ten koste gaat van de dienstverlening aan de eigen inwoners. Daar moeten we als raadsleden niet aan willen meewerken.
Volgende week gaat de PvdA in Ouderkerk de laatste punten en komma’s goed zetten in het verkiezingsprogramma voor de periode 2006-2010. Daarin komt, als het aan mij ligt, een pleidooi voor één gemeente Krimpenerwaard. Maar niet zoals we het in 1985 hebben gedaan. Eén gemeente, ja – maar tegelijk ook investeren in het karakter en de eigen bestuurskracht van de verschillende kernen. Breng het bestuur zo dicht mogelijk bij de mensen zelf, op dorpsniveau. Als we dát voor elkaar kunnen krijgen, en gelukkig zie ik die beweging ook bij de partijgenoten in andere gemeenten, dan zie ik nog wel iets moois ontstaan.
Waarom heeft Wassenberg dat niet eerder geroepen, toen ze nog als burgemeester in full swing was en met haar vier collega’s aan het roer zat? Waarom nu pas? Was ze bang teruggefloten te worden door haar raad? Daar zou een burgemeester toch boven moeten staan. Gelukkig wordt ze opgevolgd door Dick de Cloe, een erkend voorstander van één gemeente Krimpenerwaard – mét dorpsraden.
Ik hoop dat Dick de daad bij het woord van Dorothé gaat voegen. Want hoewel ze er laat mee kwam, had Wassenberg natuurlijk volstrekt gelijk. Wat zich op het zogenaamde K5-niveau afspeelt, onttrekt zich volledig aan de waarneming van de inwoners van de gemeenten. Zelfs als raadslid kan ik het allemaal niet goed meer volgen. Daarom worden we volgende week ook weer bijgepraat op een ‘radenconferentie’. Zonde van de tijd en energie, we zijn gekozen om voor Ouderkerk te werken en niet voor een ingewikkelde regeling die, ook daar had Wassenberg gelijk in, ook nog eens ten koste gaat van de dienstverlening aan de eigen inwoners. Daar moeten we als raadsleden niet aan willen meewerken.
Volgende week gaat de PvdA in Ouderkerk de laatste punten en komma’s goed zetten in het verkiezingsprogramma voor de periode 2006-2010. Daarin komt, als het aan mij ligt, een pleidooi voor één gemeente Krimpenerwaard. Maar niet zoals we het in 1985 hebben gedaan. Eén gemeente, ja – maar tegelijk ook investeren in het karakter en de eigen bestuurskracht van de verschillende kernen. Breng het bestuur zo dicht mogelijk bij de mensen zelf, op dorpsniveau. Als we dát voor elkaar kunnen krijgen, en gelukkig zie ik die beweging ook bij de partijgenoten in andere gemeenten, dan zie ik nog wel iets moois ontstaan.
23.11.05
Eng
Wat is de Krimpenerwaard toch voor raar gebied?
Op internet vond ik het nieuws, dat verontruste streekgenoten met de politie hadden gebeld omdat ze allemaal kruisen en cirkels op de huizen hadden aangetroffen. Wat moeten die mensen gedacht hebben? Dat er heksen rondwaren in de polder die overal hun mystieke runentekens aanbrengen? Dat de Krimpenerwaard Gods toorn heeft gewekt en dat Hij, net als Hij ooit deed in Egypte, alle eerstgeborenen komt doden behalve in de gemerkte huizen? Geheimschrift van graffitispuitende jongeren? Arabische tekens die een terreuraanslag aankondigen? Neonazi’s die variëren op de swastika? Je weet het maar nooit, we leven in moeilijke tijden.
De geheimzinnige tekens zijn niets anders dan een boodschap van kinderen. Het Sinterklaasjournaal had gemeld dat het Pietenhuis was verdwenen en dat de knechten van de Sint nu nergens konden slapen. Als er ergens nog een bed over was, dan moest je dat met een cirkel op het huis aangeven. Zijn alle bedden bezet, teken dan een kruis.
Sinterklaas is katholiek en daarvan zijn er niet zoveel in de Krimpenerwaard, maar dat is toch geen reden om in paniek de politie te bellen?
Minister Sybilla Dekker van VROM heeft op haar ministerie ook een cirkel getekend. ‘Ik dacht: ik wil dit huisvestingsprobleem oplossen. De gevangenis in Hoorn staat leeg. Maar dat is na het Sinterklaasjournaal van maandag natuurlijks niks voor de Pieten. Daarom bied ik Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten mijn ministerie in Den Haag aan’, meldt ze in een persbericht.
Kijk, daar word ik weer een beetje vrolijk van. Nu de voordeur van het ministerie van Rita Verdonk nog. Maar dat zal wel een kruis worden. De verleiding is groot om ‘brandend kruis’ te schrijven, maar voor je het weet heb je een proces-verbaal wegens smaad aan je broek.
De Krimpenerwaard mag dan raar zijn, Nederland begint eng te worden.
Op internet vond ik het nieuws, dat verontruste streekgenoten met de politie hadden gebeld omdat ze allemaal kruisen en cirkels op de huizen hadden aangetroffen. Wat moeten die mensen gedacht hebben? Dat er heksen rondwaren in de polder die overal hun mystieke runentekens aanbrengen? Dat de Krimpenerwaard Gods toorn heeft gewekt en dat Hij, net als Hij ooit deed in Egypte, alle eerstgeborenen komt doden behalve in de gemerkte huizen? Geheimschrift van graffitispuitende jongeren? Arabische tekens die een terreuraanslag aankondigen? Neonazi’s die variëren op de swastika? Je weet het maar nooit, we leven in moeilijke tijden.
De geheimzinnige tekens zijn niets anders dan een boodschap van kinderen. Het Sinterklaasjournaal had gemeld dat het Pietenhuis was verdwenen en dat de knechten van de Sint nu nergens konden slapen. Als er ergens nog een bed over was, dan moest je dat met een cirkel op het huis aangeven. Zijn alle bedden bezet, teken dan een kruis.
Sinterklaas is katholiek en daarvan zijn er niet zoveel in de Krimpenerwaard, maar dat is toch geen reden om in paniek de politie te bellen?
Minister Sybilla Dekker van VROM heeft op haar ministerie ook een cirkel getekend. ‘Ik dacht: ik wil dit huisvestingsprobleem oplossen. De gevangenis in Hoorn staat leeg. Maar dat is na het Sinterklaasjournaal van maandag natuurlijks niks voor de Pieten. Daarom bied ik Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten mijn ministerie in Den Haag aan’, meldt ze in een persbericht.
Kijk, daar word ik weer een beetje vrolijk van. Nu de voordeur van het ministerie van Rita Verdonk nog. Maar dat zal wel een kruis worden. De verleiding is groot om ‘brandend kruis’ te schrijven, maar voor je het weet heb je een proces-verbaal wegens smaad aan je broek.
De Krimpenerwaard mag dan raar zijn, Nederland begint eng te worden.
20.11.05
Jokken
De VVD heeft een nieuwsbrief huis-aan-huis bezorgd. Daarin staan interessante opmerkingen van vooraanstaande Ouderkerkse liberalen. Zo neemt fractievoorzitter John Peters een voorschotje op het bestemmingsplan IJsseldijk-West, in het bijzonder op de bestemming van de groenstrook aan de Abelenlaan. Waar dat kerkgebouw ooit zou komen. Die strook moet groen blijven, stelt de VVD. Da’s mooi, dat vindt de PvdA namelijk ook. Het lijkt mij verstandig dat het college met dat politieke feit al vast rekening houdt, vóór het concept-bestemmingsplan naar de raad wordt gestuurd. Anders krijgen we weer een discussie waar veel tijd en energie in gaan zitten, die slecht is voor het aanzien van de politiek en waarvan de uitkomst bij voorbaat al vast staat.
Op pagina 3 van de nieuwsbrief komt voorzitter Henk Lammertse aan het woord. Hij heeft de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen van vier jaar geleden er nog eens bijgepakt en concludeert, dat de VVD zich als enige aan haar verkiezingsbeloften heeft gehouden en gedaan heeft wat ze wilde doen.
Nou, daar valt wel iets op af te dingen.
Ik heb het verkiezingsprogramma van de VVD niet meer bij de hand, maar op de website van de PvdA Ouderkerk staat wel een vergelijking van de vijf programma’s en daar kan ik een aardig beeld van het VVD-programma uit vormen. Zomaar een paar dingen uit het VVD-lijstje van beloften:
Ouderkerk moet zelfstandig blijven, maar wel inzetten op K5-samenwerking. Het was de VVD die een paar jaar geleden als eerste ronduit pleitte voor een fusie van de vijf Krimpenerwaardgemeenten. Dat is prima, de PvdA vindt dat inmiddels ook een goede zaak, maar het stond niet in het verkiezingsprogramma van de liberalen.
Er moet een haalbaarheidsonderzoek komen naar een fietspad langs de dijk. Het college lijkt nu voorzichtige stappen in die richting te zetten, maar dat komt vooral door het aandringen van PvdA en ChristenUnie, niet van de VVD.
De VVD bepleitte inzet van ICT op alle beleidsterreinen en op vragen van burgers moet binnen tien dagen worden gereageerd. Ik waag te betwijfelen of dat nu inderdaad gebeurt.
Een actief volksgezondheidsbeleid. Is dat er? Er is een nota ja, maar die is in K5-verband opgesteld. Niet bepaald iets waarmee Ouderkerk zich profileert, en al helemáál geen VVD-succes. Want die nota is gewoon een wettelijke verplichting.
Betere voorzieningen voor honden om overlast door hondenpoep tegen te gaan. Daarbij denk ik aan batterijen speciale hondenpoepafvalbakken, schepjes die gratis worden uitgedeeld, een duidelijk beleid waar honden wel en waar ze niet mogen poepen. Ik merk er niets van, maar als de VVD zegt dat ze heeft gedaan wat ze wilde dan moet het er allemaal wel zijn. Want de VVD heeft zich aan haar beloften gehouden.
Even serieus, iedere partij wil graag laten zien wat ze heeft gedaan en waarom ze beter is dan andere partijen. Maar dan moet ze geen loopje met de waarheid nemen. Het is ook helemaal geen schande, dat niet alles is gelukt. Dat geldt voor iedere partij. Ook de PvdA heeft dat niet voor elkaar gekregen. Daar zal de PvdA in haar nieuwe verkiezingsprogramma ook eerlijk over zijn. En dan zullen ook wij weer beloften doen waarvan we over vier jaar moeten zeggen: jammer, maar het is niet allemaal gelukt. Als je daar een goed verhaal bij hebt, begrijpen de Ouderkerkers dat heus wel. Ze zullen er in ieder geval meer waardering voor hebben dan voor een partij die aantoonbaar jokt over haar prestaties. In liefde en oorlog is alles toegestaan, in een verkiezingscampagne blijkbaar ook.
Nog één ding over de nieuwsbrief. Ria Boere zegt in haar stukje over het multifunctioneel gebouw Gouderak, dat de toenmalige VVD-wethouder Gerda van Adrichem ‘op alle fronten alleen is gelaten en op geen enkele wijze is gesteund’. Onze waarheid ziet er iets anders uit. De wethouder wist zich steeds gesteund door een ruime meerderheid van de gemeenteraad, waaronder VVD en PvdA. Maar dat gegeven heeft zij niet gebruikt om in het college steun te krijgen. Zij stond in het college alleen, dat is iets anders dan ‘op alle fronten’. Zoals de VVD het nu schrijft, lijkt het alsof de wethouder iedere politieke steun ontbeerde. Daarvan was geen sprake.
Op pagina 3 van de nieuwsbrief komt voorzitter Henk Lammertse aan het woord. Hij heeft de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen van vier jaar geleden er nog eens bijgepakt en concludeert, dat de VVD zich als enige aan haar verkiezingsbeloften heeft gehouden en gedaan heeft wat ze wilde doen.
Nou, daar valt wel iets op af te dingen.
Ik heb het verkiezingsprogramma van de VVD niet meer bij de hand, maar op de website van de PvdA Ouderkerk staat wel een vergelijking van de vijf programma’s en daar kan ik een aardig beeld van het VVD-programma uit vormen. Zomaar een paar dingen uit het VVD-lijstje van beloften:
Ouderkerk moet zelfstandig blijven, maar wel inzetten op K5-samenwerking. Het was de VVD die een paar jaar geleden als eerste ronduit pleitte voor een fusie van de vijf Krimpenerwaardgemeenten. Dat is prima, de PvdA vindt dat inmiddels ook een goede zaak, maar het stond niet in het verkiezingsprogramma van de liberalen.
Er moet een haalbaarheidsonderzoek komen naar een fietspad langs de dijk. Het college lijkt nu voorzichtige stappen in die richting te zetten, maar dat komt vooral door het aandringen van PvdA en ChristenUnie, niet van de VVD.
De VVD bepleitte inzet van ICT op alle beleidsterreinen en op vragen van burgers moet binnen tien dagen worden gereageerd. Ik waag te betwijfelen of dat nu inderdaad gebeurt.
Een actief volksgezondheidsbeleid. Is dat er? Er is een nota ja, maar die is in K5-verband opgesteld. Niet bepaald iets waarmee Ouderkerk zich profileert, en al helemáál geen VVD-succes. Want die nota is gewoon een wettelijke verplichting.
Betere voorzieningen voor honden om overlast door hondenpoep tegen te gaan. Daarbij denk ik aan batterijen speciale hondenpoepafvalbakken, schepjes die gratis worden uitgedeeld, een duidelijk beleid waar honden wel en waar ze niet mogen poepen. Ik merk er niets van, maar als de VVD zegt dat ze heeft gedaan wat ze wilde dan moet het er allemaal wel zijn. Want de VVD heeft zich aan haar beloften gehouden.
Even serieus, iedere partij wil graag laten zien wat ze heeft gedaan en waarom ze beter is dan andere partijen. Maar dan moet ze geen loopje met de waarheid nemen. Het is ook helemaal geen schande, dat niet alles is gelukt. Dat geldt voor iedere partij. Ook de PvdA heeft dat niet voor elkaar gekregen. Daar zal de PvdA in haar nieuwe verkiezingsprogramma ook eerlijk over zijn. En dan zullen ook wij weer beloften doen waarvan we over vier jaar moeten zeggen: jammer, maar het is niet allemaal gelukt. Als je daar een goed verhaal bij hebt, begrijpen de Ouderkerkers dat heus wel. Ze zullen er in ieder geval meer waardering voor hebben dan voor een partij die aantoonbaar jokt over haar prestaties. In liefde en oorlog is alles toegestaan, in een verkiezingscampagne blijkbaar ook.
Nog één ding over de nieuwsbrief. Ria Boere zegt in haar stukje over het multifunctioneel gebouw Gouderak, dat de toenmalige VVD-wethouder Gerda van Adrichem ‘op alle fronten alleen is gelaten en op geen enkele wijze is gesteund’. Onze waarheid ziet er iets anders uit. De wethouder wist zich steeds gesteund door een ruime meerderheid van de gemeenteraad, waaronder VVD en PvdA. Maar dat gegeven heeft zij niet gebruikt om in het college steun te krijgen. Zij stond in het college alleen, dat is iets anders dan ‘op alle fronten’. Zoals de VVD het nu schrijft, lijkt het alsof de wethouder iedere politieke steun ontbeerde. Daarvan was geen sprake.
15.11.05
Kretologie
Ik correspondeer dezer dagen veel met de voorzitter van de kerkenraad van de Hervormde Gemeente in Ouderkerk aan den IJssel, de heer Arie Geneugelijk. Hij had mijn weblog van 21 september gelezen, waarin ik onder meer schreef dat de Hervormde Gemeente de Hersteld Hervormde Gemeente op straat had gezet. De HHG wil immers een nieuw gebouw, omdat zij vanaf 1 januari de grote Dorpskerk niet meer mag huren. Dat had ik helemaal fout, zei de heer Geneugelijk, en of ik maar op wilde houden met kretologie en het schrijven van onwaarheden. Waarop hij mij een exemplaar van De Kerkbode stuurde waarin uit de doeken wordt gedaan hoe de vork precies in de steel zit. Volgens de Hervormde Gemeente dan. Ik zal hier niet vertellen wat er allemaal in staat, u kunt het zelf lezen.
De nieuwe informatie heeft mij gesterkt in mijn opvatting, dat beide kerkbesturen als volwassen mensen met elkaar moeten gaan praten om samen die prachtige dorpskerk zo goed mogelijk te benutten. Waarom het gebouw een groot deel van de zondag leeg laten staan? Zo lang dat het geval is, kan je van de overheid toch niet in redelijkheid verwachten dat zij meewerkt aan de bouw van een nieuwe kerk. Ik kan me wel vinden in de kop boven het stuk in de Volkskrant: ‘Nog een kerk erbij? Ja dáág, drie is zat.’
Goed, iets anders nu. Vorige week de begroting 2006 behandeld en we hebben als PvdA niet onaardig ‘gescoord’. Een van de voorstellen van de PvdA die de raad heeft overgenomen is de duidelijke uitspraak, dat de Schanspolder nog altijd de eerste voorkeurslocatie is voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Ondanks dat het college al een tijd probeert de raad op andere gedachten te brengen, omdat de provincie niet wil meewerken. Die wil van de Schanspolder een natuurgebied maken en dat gaat niet samen met een begraafplaats, denkt de provincie. De gemeenteraad denkt daar heel anders over.
Ik vind dat de gemeenteraad hier indringend met de verantwoordelijke gedeputeerde over moet praten. Het kan niet zo zijn dat de provincie bepaalt wat goed is voor de gemeente, dat behoort de raad te doen. Best mogelijk dat ooit in een Hollandsche IJsselverdrag is afgesproken dat op die plek natuur moet worden ontwikkeld, maar zo’n opvatting heeft geen eeuwigheidswaarde en inzichten veranderen. Daar moet een gedeputeerde naar luisteren. Iedereen heeft er de mond van vol dat meer naar de basis moet worden geluisterd, dat gemeenten het best zelf kunnen uitmaken wat goed voor hen is. Dan past het niet om dat vanuit een provinciehuis arrogant af te doen met een soort veto. Zo horen we als overheden niet met elkaar om te gaan. De gedeputeerde moet ten minste bereid zijn naar onze argumenten te luisteren.
Vandaag kreeg ik een mailtje van het college. Binnenkort komt de gedeputeerde voor een werkbezoek naar Ouderkerk. Een paar mensen van de raad, de fractievoorzitters, mogen dan wel even, na afloop, aanschuiven om met de gedeputeerde te praten. Wat een gunst, alsof we op audiëntie mogen komen! Mijn collega-fractievoorzitters lijken hier wel voor te voelen. Ik niet. De raad nodigt de gedeputeerde uit en bepaalt de spelregels, dat moet niet worden omgedraaid. Daarmee doe je jezelf als raad tekort en neem je je eigen positie niet serieus. Praten met de gedeputeerde? Graag! Maar dan wel serieus, en niet in een achterkamertje aan het eind van een werkbezoek, als de dienstauto van de gedeputeerde al met draaiende motor staat te wachten.
De nieuwe informatie heeft mij gesterkt in mijn opvatting, dat beide kerkbesturen als volwassen mensen met elkaar moeten gaan praten om samen die prachtige dorpskerk zo goed mogelijk te benutten. Waarom het gebouw een groot deel van de zondag leeg laten staan? Zo lang dat het geval is, kan je van de overheid toch niet in redelijkheid verwachten dat zij meewerkt aan de bouw van een nieuwe kerk. Ik kan me wel vinden in de kop boven het stuk in de Volkskrant: ‘Nog een kerk erbij? Ja dáág, drie is zat.’
Goed, iets anders nu. Vorige week de begroting 2006 behandeld en we hebben als PvdA niet onaardig ‘gescoord’. Een van de voorstellen van de PvdA die de raad heeft overgenomen is de duidelijke uitspraak, dat de Schanspolder nog altijd de eerste voorkeurslocatie is voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Ondanks dat het college al een tijd probeert de raad op andere gedachten te brengen, omdat de provincie niet wil meewerken. Die wil van de Schanspolder een natuurgebied maken en dat gaat niet samen met een begraafplaats, denkt de provincie. De gemeenteraad denkt daar heel anders over.
Ik vind dat de gemeenteraad hier indringend met de verantwoordelijke gedeputeerde over moet praten. Het kan niet zo zijn dat de provincie bepaalt wat goed is voor de gemeente, dat behoort de raad te doen. Best mogelijk dat ooit in een Hollandsche IJsselverdrag is afgesproken dat op die plek natuur moet worden ontwikkeld, maar zo’n opvatting heeft geen eeuwigheidswaarde en inzichten veranderen. Daar moet een gedeputeerde naar luisteren. Iedereen heeft er de mond van vol dat meer naar de basis moet worden geluisterd, dat gemeenten het best zelf kunnen uitmaken wat goed voor hen is. Dan past het niet om dat vanuit een provinciehuis arrogant af te doen met een soort veto. Zo horen we als overheden niet met elkaar om te gaan. De gedeputeerde moet ten minste bereid zijn naar onze argumenten te luisteren.
Vandaag kreeg ik een mailtje van het college. Binnenkort komt de gedeputeerde voor een werkbezoek naar Ouderkerk. Een paar mensen van de raad, de fractievoorzitters, mogen dan wel even, na afloop, aanschuiven om met de gedeputeerde te praten. Wat een gunst, alsof we op audiëntie mogen komen! Mijn collega-fractievoorzitters lijken hier wel voor te voelen. Ik niet. De raad nodigt de gedeputeerde uit en bepaalt de spelregels, dat moet niet worden omgedraaid. Daarmee doe je jezelf als raad tekort en neem je je eigen positie niet serieus. Praten met de gedeputeerde? Graag! Maar dan wel serieus, en niet in een achterkamertje aan het eind van een werkbezoek, als de dienstauto van de gedeputeerde al met draaiende motor staat te wachten.
4.11.05
Krant
Soms staat er niets in de krant. Maar er zijn ook dagen dat je het ene na het andere interessante bericht tegen komt. Zoals vandaag in de Volkskrant.
‘Balkenende weigert wet te tekenen’, las ik. Een Kamermeerderheid wil nog deze regeerperiode het referendum mogelijk maken, maar ‘onze’ (dat zeggen ze dan, hij is premier van alle Nederlanders maar ik heb dat gevoel helemaal niet) premier wil zijn handtekening er niet onder zetten. Dit kabinet toont zich al heel lang doof voor wat de samenleving wil, dit is het zoveelste voorbeeld van arrogantie van de macht. Wedden dat hij er nog mee wegkomt ook, Balkenende, net als Donner en Verdonk na de Schipholbrand? ‘Het personeel heeft adequaat gehandeld’, zei Verdonk nadat elf mensen in de vlammen van het cellencomplex waren aangekomen. Het wordt tijd dat de Kamer eens ‘adequaat’ handelt en dit kabinet in rook doet opgaan.
Op de voorpagina een sinistere foto van een brandende Parijse voorstad. Ook daar luistert de regering niet naar de noden van haar volk dat nu in opstand komt. De rellen verspreiden zich over het land en vanavond hoorde ik het woord ‘burgeroorlog’ al vallen. Goed kijken Balkenende, dat kan gebeuren als je je hoofd van de samenleving blijft afwenden.
Maar het hoogtepunt van de krant stond natuurlijk op pagina 2. Een halve pagina over de kerkstrijd in Ouderkerk aan den IJssel, en dat in een landelijke kwaliteitskrant. De journalist gaat niet alleen in op de spanningen tussen de verschillende (kerkelijke) bevolkingsgroepen, ook het gemeentebestuur krijgt er flink van langs. ‘Als je een feestje wilt houden, wacht je drie maanden op een vergunning. Maar als je even niet oplet, staat er wél een kerk.’ De indruk van geritsel en vriendjespolitiek is snel gewekt. SGP-wethouder Leo Barth doet er nog een schepje bovenop. In de discussie over de kerk heeft hij zich steeds keurig stil gehouden, bang als hij was te worden beschuldigd van belangenverstrengeling. Chapeau! Maar waarom heeft hij wel tegen de Volkskrant gezegd dat de politiek de omwonenden van de Abelenlaan, waar het kerkgebouw dreigde te komen, heeft aangezet? De mensen zelf ontkennen het, maar Barth ziet de lijntjes wél. ‘Dit heeft weinig met geloof te maken, veel meer met politiek.’
Beste Leo, bijna álles is politiek. Niemand heeft ooit gezegd dat de acties tegen het kerkgebouw aan de Abelenlaan een geloofskwestie waren. Natúúrlijk was het politiek: in de eerste plaats omdat de politiek had beloofd dat de grond groen zou blijven, en in de tweede plaats omdat iets politiek wordt zodra mensen in beweging komen en bij de politiek aankloppen. Dan mág de politiek niet stil blijven zitten, dan moet ook zij in actie komen. In Ouderkerk luisteren VVD, CDA en PvdA in ieder geval nog naar de bevolking, anders dan premier Balkenende en de Franse minister Sarkozy.
Ik daag de wethouder uit met bewijzen te komen voor zijn stelling dat de acties van omwonenden van de Abelenlaan door de politiek zijn opgezet. Kan hij dat niet, dan moet hij dit terugnemen. Of zeggen dat hij verkeerd geciteerd is, dat kan ook.
Barth is niet de enige. De net vertrokken burgemeester Hans Oosters schijnt het ook gezegd te hebben, in een ‘geheime brief’ aan de Commissaris van de Koningin. ‘De raad doet maar wat en hitst de bewoners op tegen het college’, parafraseert de Volkskrant. Dat is een harde beschuldiging. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd.'
Voor wie meer wil weten: het artikel uit de Volkskrant én de bijbehorende video zijn te vinden op www.ouderkerk.pvda.nl.
‘Balkenende weigert wet te tekenen’, las ik. Een Kamermeerderheid wil nog deze regeerperiode het referendum mogelijk maken, maar ‘onze’ (dat zeggen ze dan, hij is premier van alle Nederlanders maar ik heb dat gevoel helemaal niet) premier wil zijn handtekening er niet onder zetten. Dit kabinet toont zich al heel lang doof voor wat de samenleving wil, dit is het zoveelste voorbeeld van arrogantie van de macht. Wedden dat hij er nog mee wegkomt ook, Balkenende, net als Donner en Verdonk na de Schipholbrand? ‘Het personeel heeft adequaat gehandeld’, zei Verdonk nadat elf mensen in de vlammen van het cellencomplex waren aangekomen. Het wordt tijd dat de Kamer eens ‘adequaat’ handelt en dit kabinet in rook doet opgaan.
Op de voorpagina een sinistere foto van een brandende Parijse voorstad. Ook daar luistert de regering niet naar de noden van haar volk dat nu in opstand komt. De rellen verspreiden zich over het land en vanavond hoorde ik het woord ‘burgeroorlog’ al vallen. Goed kijken Balkenende, dat kan gebeuren als je je hoofd van de samenleving blijft afwenden.
Maar het hoogtepunt van de krant stond natuurlijk op pagina 2. Een halve pagina over de kerkstrijd in Ouderkerk aan den IJssel, en dat in een landelijke kwaliteitskrant. De journalist gaat niet alleen in op de spanningen tussen de verschillende (kerkelijke) bevolkingsgroepen, ook het gemeentebestuur krijgt er flink van langs. ‘Als je een feestje wilt houden, wacht je drie maanden op een vergunning. Maar als je even niet oplet, staat er wél een kerk.’ De indruk van geritsel en vriendjespolitiek is snel gewekt. SGP-wethouder Leo Barth doet er nog een schepje bovenop. In de discussie over de kerk heeft hij zich steeds keurig stil gehouden, bang als hij was te worden beschuldigd van belangenverstrengeling. Chapeau! Maar waarom heeft hij wel tegen de Volkskrant gezegd dat de politiek de omwonenden van de Abelenlaan, waar het kerkgebouw dreigde te komen, heeft aangezet? De mensen zelf ontkennen het, maar Barth ziet de lijntjes wél. ‘Dit heeft weinig met geloof te maken, veel meer met politiek.’
Beste Leo, bijna álles is politiek. Niemand heeft ooit gezegd dat de acties tegen het kerkgebouw aan de Abelenlaan een geloofskwestie waren. Natúúrlijk was het politiek: in de eerste plaats omdat de politiek had beloofd dat de grond groen zou blijven, en in de tweede plaats omdat iets politiek wordt zodra mensen in beweging komen en bij de politiek aankloppen. Dan mág de politiek niet stil blijven zitten, dan moet ook zij in actie komen. In Ouderkerk luisteren VVD, CDA en PvdA in ieder geval nog naar de bevolking, anders dan premier Balkenende en de Franse minister Sarkozy.
Ik daag de wethouder uit met bewijzen te komen voor zijn stelling dat de acties van omwonenden van de Abelenlaan door de politiek zijn opgezet. Kan hij dat niet, dan moet hij dit terugnemen. Of zeggen dat hij verkeerd geciteerd is, dat kan ook.
Barth is niet de enige. De net vertrokken burgemeester Hans Oosters schijnt het ook gezegd te hebben, in een ‘geheime brief’ aan de Commissaris van de Koningin. ‘De raad doet maar wat en hitst de bewoners op tegen het college’, parafraseert de Volkskrant. Dat is een harde beschuldiging. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd.'
Voor wie meer wil weten: het artikel uit de Volkskrant én de bijbehorende video zijn te vinden op www.ouderkerk.pvda.nl.
31.10.05
Guerrillawiet
Sinds kort bekijk ik de polder met andere ogen. Meestal zie ik de weilanden vanaf de fiets, maar tegenwoordig loop ik hard. Althans, ik ben begonnen aan een stoutmoedige poging om mijn conditie op te krikken, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Van hardlopen krijg je energie, zeggen ze. Dat heb je nodig om er weer vier jaar tegenaan te gaan. En het verzet de zinnen. Ik word tijdens het lopen niet afgeleid door telefoontjes, e-mails en andere prikkels en dan ga ik vanzelf over andere dingen nadenken. Over mezelf bijvoorbeeld. Van Kooten en De Bie zongen het ooit al: ‘Zoek jezelf, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf.’
Altijd goed om meer over jezelf te weten. Curro ergo sum. Ik loop, dus ik besta.
Zoals je op de langzame routes nationales in Frankrijk veel meer ziet van het land dan vanaf de snelle tolwegen naar het zuiden, zo vallen lopend meer zaken op dan fietsend. Om één voorbeeld te noemen: de maïs. Als ik de Snippejagerskade afloop kom ik, net voorbij de Tiendweg, langs een maïsveld. Dat was er vroeger niet. Als je loopt, merk je ook pas hoe groot zo’n perceel is. Het duurt best even voor je aan het eind bent. Daar staat dus veel maïs. En het is niet de enige plek in de Krimpenerwaard. De maïs rukt op. Willen we dat? Ik gun de boeren, die het niet makkelijk hebben, graag een alternatieve bron van inkomsten. Maar betekent dat ook, dat het weidse polderlandschap door de hoge maïs mag worden ontsierd? Het lijkt mij een schone taak voor de K5 om de maïsteelt te reguleren.
Op mijn bureau ligt nog een oud krantenknipsel uit Trouw. ‘De verborgen wereld van het maïsveld’, staat erboven. Het gaat over de opkomst van buitenwiet. Guerrillawiet wordt het ook wel genoemd, omdat het verborgen is tussen andere gewassen. Maïs dus, want maïs en wiet houden van elkaar. Bemesting en zuurgraad van beide planten liggen dicht bij elkaar, lees ik. En als je de wietplanten in één lijn met zet met de maïs, vallen ze niet op, ook niet vanuit de lucht.
Hoeveel guerrillawiet zou er in de Krimpenerwaard groeien? Laten we niet vergeten: vroeger werd er ook veel hennep verbouwd, toen voor de touwslagerijen. Een Fremdkörper is het dus niet.
Boeiende kwestie om tijdens het lopen over na te denken. Een probleem van buitenwiet is wel, dat het wordt ontdekt als de maïs net iets eerder wordt geoogst dan de wiet. Dan valt de camouflage weg. ‘Ach, dan zijn de koeien er goed mee’, zegt een wietplanter in het krantenartikel. Krijgen ze behalve snijmaïs ook hasjmaïs te eten. De komende tijd toch eens opletten of de koeien mij vrolijker dan anders nastaren…
Altijd goed om meer over jezelf te weten. Curro ergo sum. Ik loop, dus ik besta.
Zoals je op de langzame routes nationales in Frankrijk veel meer ziet van het land dan vanaf de snelle tolwegen naar het zuiden, zo vallen lopend meer zaken op dan fietsend. Om één voorbeeld te noemen: de maïs. Als ik de Snippejagerskade afloop kom ik, net voorbij de Tiendweg, langs een maïsveld. Dat was er vroeger niet. Als je loopt, merk je ook pas hoe groot zo’n perceel is. Het duurt best even voor je aan het eind bent. Daar staat dus veel maïs. En het is niet de enige plek in de Krimpenerwaard. De maïs rukt op. Willen we dat? Ik gun de boeren, die het niet makkelijk hebben, graag een alternatieve bron van inkomsten. Maar betekent dat ook, dat het weidse polderlandschap door de hoge maïs mag worden ontsierd? Het lijkt mij een schone taak voor de K5 om de maïsteelt te reguleren.
Op mijn bureau ligt nog een oud krantenknipsel uit Trouw. ‘De verborgen wereld van het maïsveld’, staat erboven. Het gaat over de opkomst van buitenwiet. Guerrillawiet wordt het ook wel genoemd, omdat het verborgen is tussen andere gewassen. Maïs dus, want maïs en wiet houden van elkaar. Bemesting en zuurgraad van beide planten liggen dicht bij elkaar, lees ik. En als je de wietplanten in één lijn met zet met de maïs, vallen ze niet op, ook niet vanuit de lucht.
Hoeveel guerrillawiet zou er in de Krimpenerwaard groeien? Laten we niet vergeten: vroeger werd er ook veel hennep verbouwd, toen voor de touwslagerijen. Een Fremdkörper is het dus niet.
Boeiende kwestie om tijdens het lopen over na te denken. Een probleem van buitenwiet is wel, dat het wordt ontdekt als de maïs net iets eerder wordt geoogst dan de wiet. Dan valt de camouflage weg. ‘Ach, dan zijn de koeien er goed mee’, zegt een wietplanter in het krantenartikel. Krijgen ze behalve snijmaïs ook hasjmaïs te eten. De komende tijd toch eens opletten of de koeien mij vrolijker dan anders nastaren…
22.10.05
Emotie
De dood maakt overuren in de PvdA. Twee iconen gestorven in twee dagen tijd. Is links leven ook gevaarlijk leven? Het lijkt erop.
Met André van der Louw en Karin Adelmund raakt de PvdA twee authentieke sociaal-democraten kwijt. Mensen die niets moesten hebben van academisch geëmmer over abstracte vraagstukken, maar het liefst met hun poten in de modder stonden, recht voor z’n raap zeiden waar het op stond en echt betrokken waren bij de mensen voor wie de partij zich traditioneel sterk maakt. Jan ‘in gelul kan je niet wonen’ Schaefer was ook zo iemand – en ook te jong gestorven, net als Karin Adelmund.
Ik heb Karin op partijcongressen in actie gezien en toen zij staatssecretaris van onderwijs was, heb ik haar geïnterviewd. Voor je naar een interview gaat, vorm je als journalist een beeld van je gesprekspartner. Meestal blijkt dat beeld te kloppen, soms niet. Nu kende ik Karin een beetje vanuit de partij, maar ik had haar nooit persoonlijk gesproken. Mijn beeld was vooral gevormd door haar optredens op tv, krantenartikelen en natuurlijk haar aanwezigheid op partijbijeenkomsten. Ik wist dat ze snel sprak, niet lang nadacht over antwoorden en zonder omhaal meestal tot de kern van een probleem zou komen. Tegen mijn gewoonte in had ik daarom een bandrecordertje meegenomen. Dat was geen overbodige luxe. Dankzij de geruststellende gedachte dat het bandje meeliep, kon ik mij meer op de staatssecretaris concentreren, op haar non-verbale gedrag, haar mimiek, haar ogen. Daaruit spraken strijdbaarheid, gedrevenheid, boosheid ook als het ging om zaken waarvan zij vond dat die niet deugden, die oprecht waren, zo authentiek als je tegenwoordig zelden meer ziet. Het is deze dagen vaker gezegd: als politiek emotie is, dan was Adelmund daarvan het levende bewijs.
De mensen die blijvend indruk op mij hebben gemaakt na een interview, zijn op de vingers van een hand te tellen. Karin Adelmund was er een van. Toen ik na het gesprek weer buiten stond en mijn pet van journalist verruilde voor die van PvdA’er, dacht ik: zó hoort politiek te worden bedreven. Met passie, met emotie. Maar het is helaas weinigen gegeven. En áls ze het kunnen, gaan ze te vroeg dood. Maar diezelfde passie zorgt er wel voor dat ze niet snel worden vergeten. De oneliner van Jan Schaefer is legendarisch geworden. De tranen die Karin Adelmund vergoot in de Tweede Kamer verdienen hetzelfde lot.
Om met mijn Schoonhovense partijgenoot Jan Beugelaar te spreken: dag mooi goed mens...
Met André van der Louw en Karin Adelmund raakt de PvdA twee authentieke sociaal-democraten kwijt. Mensen die niets moesten hebben van academisch geëmmer over abstracte vraagstukken, maar het liefst met hun poten in de modder stonden, recht voor z’n raap zeiden waar het op stond en echt betrokken waren bij de mensen voor wie de partij zich traditioneel sterk maakt. Jan ‘in gelul kan je niet wonen’ Schaefer was ook zo iemand – en ook te jong gestorven, net als Karin Adelmund.
Ik heb Karin op partijcongressen in actie gezien en toen zij staatssecretaris van onderwijs was, heb ik haar geïnterviewd. Voor je naar een interview gaat, vorm je als journalist een beeld van je gesprekspartner. Meestal blijkt dat beeld te kloppen, soms niet. Nu kende ik Karin een beetje vanuit de partij, maar ik had haar nooit persoonlijk gesproken. Mijn beeld was vooral gevormd door haar optredens op tv, krantenartikelen en natuurlijk haar aanwezigheid op partijbijeenkomsten. Ik wist dat ze snel sprak, niet lang nadacht over antwoorden en zonder omhaal meestal tot de kern van een probleem zou komen. Tegen mijn gewoonte in had ik daarom een bandrecordertje meegenomen. Dat was geen overbodige luxe. Dankzij de geruststellende gedachte dat het bandje meeliep, kon ik mij meer op de staatssecretaris concentreren, op haar non-verbale gedrag, haar mimiek, haar ogen. Daaruit spraken strijdbaarheid, gedrevenheid, boosheid ook als het ging om zaken waarvan zij vond dat die niet deugden, die oprecht waren, zo authentiek als je tegenwoordig zelden meer ziet. Het is deze dagen vaker gezegd: als politiek emotie is, dan was Adelmund daarvan het levende bewijs.
De mensen die blijvend indruk op mij hebben gemaakt na een interview, zijn op de vingers van een hand te tellen. Karin Adelmund was er een van. Toen ik na het gesprek weer buiten stond en mijn pet van journalist verruilde voor die van PvdA’er, dacht ik: zó hoort politiek te worden bedreven. Met passie, met emotie. Maar het is helaas weinigen gegeven. En áls ze het kunnen, gaan ze te vroeg dood. Maar diezelfde passie zorgt er wel voor dat ze niet snel worden vergeten. De oneliner van Jan Schaefer is legendarisch geworden. De tranen die Karin Adelmund vergoot in de Tweede Kamer verdienen hetzelfde lot.
Om met mijn Schoonhovense partijgenoot Jan Beugelaar te spreken: dag mooi goed mens...
20.10.05
Voorzitter
Ruud Koole stapt op als partijvoorzitter en alle PvdA-leden hebben een stembiljet in de bus gekregen om zijn opvolger te kiezen. Een mailtje van een collega, óók lid van de partij, dwong mij ertoe mij even in de kandidaten te verdiepen. Want stemmen op een persoon doe je niet lichtvaardig, toch?
Zij schreef: Leo, geef 'ns PvdA-stemadvies voor het voorzitterschap... Annemarie Goedmakers? Anne Marie Hoogland? Michiel van Hulten? Hans Logtens? Nr 1 en 3 ken ik, die andere niet.
Ik heb haar het volgende geantwoord:
Annemarie Goedmakers lijkt me niet verkeerd, getuige dit interview uit NRC. Feministe en voorvechtster van duurzame energie, klinkt niet slecht. En vasthoudend, ook niet verkeerd. Nadeel: oud (57, sorry).
Anne Marie Hoogland: niet mijn keus, te ‘Amsterdams’. Ik heb een aangeboren antipathie tegen PvdA’ers die zich nooit buiten de grachtengordel laten zien. Ook de steunbetuigingen op haar website zijn bijna allemaal van Amsterdammers. Weet ze wel dat er ook zoiets als Gouderak bestaat? I doubt it!
Michiel van Hulten: hij krijgt mijn stem. Ik zag hem in een tv-debat waarin ze alle vier zaten en hij sprong er als de meest linkse uit, dat mag ik wel. Jong, energiek en slim (cum laude London School of Economics!) Veel ervaring met campagnevoeren. Hij heeft ook een leuke uitstraling. Is belangrijk, het moet niet alleen van Wouter komen!
Hans Logtens: geen inhoud, onbekend, geen uitstraling. Een geboren verliezer! In een interview met Rood zegt hij ook helemaal niets.
Dus 1 of 3, toevallig de twee die jij al kent. En dan ga ik voor de jongste!
Hoop dat je er iets aan hebt!
Leo
Zij schreef: Leo, geef 'ns PvdA-stemadvies voor het voorzitterschap... Annemarie Goedmakers? Anne Marie Hoogland? Michiel van Hulten? Hans Logtens? Nr 1 en 3 ken ik, die andere niet.
Ik heb haar het volgende geantwoord:
Annemarie Goedmakers lijkt me niet verkeerd, getuige dit interview uit NRC. Feministe en voorvechtster van duurzame energie, klinkt niet slecht. En vasthoudend, ook niet verkeerd. Nadeel: oud (57, sorry).
Anne Marie Hoogland: niet mijn keus, te ‘Amsterdams’. Ik heb een aangeboren antipathie tegen PvdA’ers die zich nooit buiten de grachtengordel laten zien. Ook de steunbetuigingen op haar website zijn bijna allemaal van Amsterdammers. Weet ze wel dat er ook zoiets als Gouderak bestaat? I doubt it!
Michiel van Hulten: hij krijgt mijn stem. Ik zag hem in een tv-debat waarin ze alle vier zaten en hij sprong er als de meest linkse uit, dat mag ik wel. Jong, energiek en slim (cum laude London School of Economics!) Veel ervaring met campagnevoeren. Hij heeft ook een leuke uitstraling. Is belangrijk, het moet niet alleen van Wouter komen!
Hans Logtens: geen inhoud, onbekend, geen uitstraling. Een geboren verliezer! In een interview met Rood zegt hij ook helemaal niets.
Dus 1 of 3, toevallig de twee die jij al kent. En dan ga ik voor de jongste!
Hoop dat je er iets aan hebt!
Leo
19.10.05
Gezellig
Dit weekend was ik in Mechelen. Aan de Frederik de Merodestraat, een van de straten die uitkomen op de Grote Markt, is het kantoor van de plaatselijke SP.A gevestigd, de Vlaamse zusterpartij van de PvdA. Op de gevel staat met grote letters ‘Socialisme zal gezellig zijn of niet zijn!’ Dat de populaire Steve Stevaert die one-liner een paar jaar geleden had gelanceerd, was mij bekend. Ik wist niet, dat de SP.A er ook haar officiële wapenspreuk van had gemaakt. Hoe dan ook, het spreekt me wel aan.
In Mechelen kocht ik het dagblad De Morgen, omdat er een groot artikel in stond over de wijnbeurs die in Brussel werd gehouden. Dat artikel viel een beetje tegen, maar het werd ruimschoots gecompenseerd door een twee pagina’s groot interview met Freya Van den Bossche, de vrouw die als een komeet omhoog schiet in de Belgische politiek en sinds een paar dagen vice-premier is in de regering-Verhofstadt. Zij is niet alleen mooi, ze heeft ook het hart op de tong en stoort zich niet aan conventies in de politiek. De eerste keer dat ze naar een bijeenkomst van de Jongsocialisten ging was meteen de laatste keer. ‘Een uur zaten ze daar te emmeren over het bezit van productiemiddelen. We zijn toen maar snel een pint gaan pakken met een paar vrienden’.
Gezellig.
Ze zegt meer zinnige dingen. Zoals: ‘Dat je zoveel geduld moet hebben voor je iets gedaan krijgt, dat is het moeilijkste. Socialisten zijn van nature ongeduldig. De dag dat ik geduldig word, moet je mij maar vervangen door iemand anders.’ Een vrouw naar mijn hart. Ik zou best ook eens een pint met haar willen pakken. Gezellig.
Het interview was ook confronterend. Freya is de dochter van oud-minister Luc Van den Bossche. Zij groeide dus op in een politiek milieu en moest niets hebben van al die mannen in streepjespakken die bij haar thuis over politiek kwam praten. De politiek beheerste het leven in huize-Van den Bossche, haar vader was altijd aan het werk. ‘Ik begreep niet waarmee mijn vader zijn tijd zat te verdoen.’
Begrijpen míjn kinderen het wel? Een feit is dat ook bij mij thuis de politiek vaker dan gewenst de gesprekken beheerst. Feit is ook dat het mij niet altijd in dank wordt afgenomen als ik wéér een avond weg moet voor een vergadering. Gezellig? Niet bepaald. Ik had me dan ook rotsvast voorgenomen na deze raadsperiode te stoppen. Na twaalf jaar, met een pauze van vier jaar, vond ik het wel genoeg.
En tóch heb ik op het allerlaatste moment gezegd dat ik weer beschikbaar ben voor de kandidatenlijst. Waarom? Omdat de komende vier jaar belangrijk zijn voor de gemeente: de Zellingwijk, de Dorpsvisies, het multifunctioneel gebouw, de fusie van de K5-gemeenten – stuk voor stuk belangrijke dossiers die nu moeten worden uitgevoerd. Daar wil ik me voor inzetten. En omdat, laat ik daar ook eerlijk over zijn, er weinig andere kandidaten zijn die bereid zijn zich voor de gemeenteraad vrij te maken.
Gelukkig hebben de Vlamingen mij geleerd dat socialisme, dat politiek ook gezellig kan zijn. Nee, gezellig móet zijn. En als de politiek weer gezellig wordt, werkt dat thuis ook door. Hoop ik. Misschien dat mijn kinderen later begrijpen waarom ik toch in 2006 weer kandidaat was voor de raad. Misschien zelfs dat zij, net als Freya Van den Bossche, later zelf ook ‘iets’ in de politiek gaan doen. Freya heeft niet de ambitie in de schoenen van haar vader te staan. Haar ‘politieke vader’ heet Frank Beke, zegt zij in De Morgen. Beke is de burgemeester van Gent, de stad waar zij vijf jaar geleden als wethouder onderwijs haar eerste stappen in de politiek zette. Maar, voegt ze er aan toe: ‘Mijn pa heeft mij wel met de fiets leren rijden. Dat is ook belangrijk hoor.’
Gelukkig heb ik mijn kinderen ook leren fietsen, jaren geleden. Nu zitten ze alweer op de middelbare school en moeten ze andere dingen leren. Daar hebben ze hun vader niet altijd bij nodig. Maar áls ze hem nodig hebben, moet hij er wel voor hen zíjn en dan moet de politiek maar even wachten. Dat moet kunnen, als je de politiek kunt relativeren zoals de Vlamingen dat doen. Politiek moet ook leuk zijn, anders houd je het niet vol. En als het niet leuk is, loop je weg en ga je iets anders doen. Een pint pakken met je zoon bijvoorbeeld, of naar een concert met je dochter. Gezellig.
In Mechelen kocht ik het dagblad De Morgen, omdat er een groot artikel in stond over de wijnbeurs die in Brussel werd gehouden. Dat artikel viel een beetje tegen, maar het werd ruimschoots gecompenseerd door een twee pagina’s groot interview met Freya Van den Bossche, de vrouw die als een komeet omhoog schiet in de Belgische politiek en sinds een paar dagen vice-premier is in de regering-Verhofstadt. Zij is niet alleen mooi, ze heeft ook het hart op de tong en stoort zich niet aan conventies in de politiek. De eerste keer dat ze naar een bijeenkomst van de Jongsocialisten ging was meteen de laatste keer. ‘Een uur zaten ze daar te emmeren over het bezit van productiemiddelen. We zijn toen maar snel een pint gaan pakken met een paar vrienden’.
Gezellig.
Ze zegt meer zinnige dingen. Zoals: ‘Dat je zoveel geduld moet hebben voor je iets gedaan krijgt, dat is het moeilijkste. Socialisten zijn van nature ongeduldig. De dag dat ik geduldig word, moet je mij maar vervangen door iemand anders.’ Een vrouw naar mijn hart. Ik zou best ook eens een pint met haar willen pakken. Gezellig.
Het interview was ook confronterend. Freya is de dochter van oud-minister Luc Van den Bossche. Zij groeide dus op in een politiek milieu en moest niets hebben van al die mannen in streepjespakken die bij haar thuis over politiek kwam praten. De politiek beheerste het leven in huize-Van den Bossche, haar vader was altijd aan het werk. ‘Ik begreep niet waarmee mijn vader zijn tijd zat te verdoen.’
Begrijpen míjn kinderen het wel? Een feit is dat ook bij mij thuis de politiek vaker dan gewenst de gesprekken beheerst. Feit is ook dat het mij niet altijd in dank wordt afgenomen als ik wéér een avond weg moet voor een vergadering. Gezellig? Niet bepaald. Ik had me dan ook rotsvast voorgenomen na deze raadsperiode te stoppen. Na twaalf jaar, met een pauze van vier jaar, vond ik het wel genoeg.
En tóch heb ik op het allerlaatste moment gezegd dat ik weer beschikbaar ben voor de kandidatenlijst. Waarom? Omdat de komende vier jaar belangrijk zijn voor de gemeente: de Zellingwijk, de Dorpsvisies, het multifunctioneel gebouw, de fusie van de K5-gemeenten – stuk voor stuk belangrijke dossiers die nu moeten worden uitgevoerd. Daar wil ik me voor inzetten. En omdat, laat ik daar ook eerlijk over zijn, er weinig andere kandidaten zijn die bereid zijn zich voor de gemeenteraad vrij te maken.
Gelukkig hebben de Vlamingen mij geleerd dat socialisme, dat politiek ook gezellig kan zijn. Nee, gezellig móet zijn. En als de politiek weer gezellig wordt, werkt dat thuis ook door. Hoop ik. Misschien dat mijn kinderen later begrijpen waarom ik toch in 2006 weer kandidaat was voor de raad. Misschien zelfs dat zij, net als Freya Van den Bossche, later zelf ook ‘iets’ in de politiek gaan doen. Freya heeft niet de ambitie in de schoenen van haar vader te staan. Haar ‘politieke vader’ heet Frank Beke, zegt zij in De Morgen. Beke is de burgemeester van Gent, de stad waar zij vijf jaar geleden als wethouder onderwijs haar eerste stappen in de politiek zette. Maar, voegt ze er aan toe: ‘Mijn pa heeft mij wel met de fiets leren rijden. Dat is ook belangrijk hoor.’
Gelukkig heb ik mijn kinderen ook leren fietsen, jaren geleden. Nu zitten ze alweer op de middelbare school en moeten ze andere dingen leren. Daar hebben ze hun vader niet altijd bij nodig. Maar áls ze hem nodig hebben, moet hij er wel voor hen zíjn en dan moet de politiek maar even wachten. Dat moet kunnen, als je de politiek kunt relativeren zoals de Vlamingen dat doen. Politiek moet ook leuk zijn, anders houd je het niet vol. En als het niet leuk is, loop je weg en ga je iets anders doen. Een pint pakken met je zoon bijvoorbeeld, of naar een concert met je dochter. Gezellig.
21.9.05
Gezond verstand
Het gezond verstand heeft gezegevierd. Het college verleent geen bouwvergunning voor een noodkerk op een stuk grond dat, zoals de omwonenden was beloofd, groen zou blijven. Jammer voor de hersteld hervormde gemeente, maar instemming met de bouwplannen zou definitief het failliet van de Ouderkerkse politiek hebben betekend. Gelukkig heeft het college dat bijtijds ingezien en zich geschaard achter de meerderheid van de gemeenteraad.
Het zou toch ook van de gekke zijn geweest: omdat de PKN (zo heet de club van gefuseerde protestantse kerken sinds 2004) en de hersteld hervormde gemeente (de mannenbroeders die niet zijn meegefuseerd) in Ouderkerk aan den IJssel niet (letterlijk) samen door één deur kunnen, zou er aan de Abelenlaan een gigantisch kerkgebouw moeten verrijzen? Nee, dat zou volstrekt onacceptabel zijn geweest. De kerkbesturen van de PKN en de hersteld hervormde gemeente moeten maar gauw weer eens als volwassen mensen met elkaar gaan praten over het gezamenlijk gebruik van de grote dorpskerk. Dat gebouw staat er toch, dan moet het ook maar zo intensief mogelijk worden gebruikt. Dat gebeurt nu ook, maar vanaf 1 januari heeft de PKN de hersteld hervormden op straat gezet. Gods huis is de inzet van een ordinaire ruzie geworden. Volgens mij zit daar boven Iemand hoofschuddend de perikelen in Ouderkerk aan den IJssel te volgen. Hij snapt er waarschijnlijk evenmin iets van als u of ik.
Uit de categorie Nog Meer Goed Nieuws: de Gouderakse samenleving heeft haar eigen toekomst geschetst in de Dorpsvisie Gouderak. Vooruitlopend op een officiële reactie van mijn partij durf ik nu wel al te stellen, dat het een goede gok is geweest van de gemeente om het schrijven van de visie aan de inwoners van het dorp zélf over te laten. Maandag praten we erover in de commissies van de gemeenteraad. Maar oordeelt u vast zelf: u vindt de Dorpsvisie op www.ouderkerk.nl en op www.ouderkerk.pvda.nl.
Het zou toch ook van de gekke zijn geweest: omdat de PKN (zo heet de club van gefuseerde protestantse kerken sinds 2004) en de hersteld hervormde gemeente (de mannenbroeders die niet zijn meegefuseerd) in Ouderkerk aan den IJssel niet (letterlijk) samen door één deur kunnen, zou er aan de Abelenlaan een gigantisch kerkgebouw moeten verrijzen? Nee, dat zou volstrekt onacceptabel zijn geweest. De kerkbesturen van de PKN en de hersteld hervormde gemeente moeten maar gauw weer eens als volwassen mensen met elkaar gaan praten over het gezamenlijk gebruik van de grote dorpskerk. Dat gebouw staat er toch, dan moet het ook maar zo intensief mogelijk worden gebruikt. Dat gebeurt nu ook, maar vanaf 1 januari heeft de PKN de hersteld hervormden op straat gezet. Gods huis is de inzet van een ordinaire ruzie geworden. Volgens mij zit daar boven Iemand hoofschuddend de perikelen in Ouderkerk aan den IJssel te volgen. Hij snapt er waarschijnlijk evenmin iets van als u of ik.
Uit de categorie Nog Meer Goed Nieuws: de Gouderakse samenleving heeft haar eigen toekomst geschetst in de Dorpsvisie Gouderak. Vooruitlopend op een officiële reactie van mijn partij durf ik nu wel al te stellen, dat het een goede gok is geweest van de gemeente om het schrijven van de visie aan de inwoners van het dorp zélf over te laten. Maandag praten we erover in de commissies van de gemeenteraad. Maar oordeelt u vast zelf: u vindt de Dorpsvisie op www.ouderkerk.nl en op www.ouderkerk.pvda.nl.
8.9.05
Discriminatie
De uitspraak van de rechter dat de SGP geen recht heeft op subsidie van de overheid, omdat vrouwen geen volwaardig lid mogen zijn en zich daarmee schuldig maakt aan discriminatie, komt niet uit de lucht vallen. Al jaren ligt de partij vanwege haar vrouwenstandpunt onder vuur. Maar dat er nu een duidelijke uitspraak ligt van een rechter, kan verregaande consequenties hebben. Ook in Ouderkerk.
Ook zonder subsidie kan een partij nog even doormodderen. Principiële leden – en dat zíjn SGP’ers bij uitstek – zullen uit eigen zak wel bijpassen. Maar hoe lang houden ze dat vol? Ik neem aan dat de uitspraak van de rechter (als die straks door de Hoge Raad eventueel wordt bevestigd) ook gevolgen heeft voor vergoeding van gemeenteraadsleden. Op basis van de omvang van de gemeenteraad krijgt een gemeente van het Rijk geld voor die vergoeding. Het zou buitengewoon inconsequent zijn, als de gemeente dat geld zou geven aan raadsleden van een discriminerende partij. Wat de ene overheid niet mag, mag de andere ook niet. Dan moet je als SGP’er wel héél principieel zijn, als je op eigen kosten twee, drie avonden per week op pad wilt zijn voor de publieke zaak. Dat is thuis, aan vrouw en kinderen, niet uit te leggen. SGP’ers zijn ook mensen en ik denk niet dat zij Het Gezin (in die kringen ook een grote waarde) willen opofferen ten gunste van de politiek.
Ik kreeg gisteren al een mailtje van iemand die zich afvroeg, of de SGP volgend jaar wel mag meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Gevoelsmatig zeg ik: nee. Een partij die discrimineert zou niet mogen bestaan, want handelt in strijd met artikel 1 van de Grondwet (Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.) Een partij die ongrondwettelijk is, hoort niet in een gemeenteraad thuis.
Aan de andere kant is er het principe, dat de kiezers wel uitmaken wie zij in de gemeenteraad kiezen. Die keuzevrijheid van de kiezer is ook veel waard.
Ik vrees dat we voor maart 2006, als de verkiezingen worden gehouden, de discussie nog niet hebben afgerond. De Staat overweegt in hoger beroep te gaan omdat zij een definitieve uitspraak van de Hoge Raad wil. Zo’n procedure duurt wel even. Tot die tijd zullen SGP’ers wel in de raad blijven. Op eigen kosten dan. Want de beslissing van de rechtbank is ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. En dat betekent, dat het instellen van een hoger beroep geen opschortende werking heeft. Met andere woorden: de subsidiekraan wordt subiet dicht gedraaid.
Ook zonder subsidie kan een partij nog even doormodderen. Principiële leden – en dat zíjn SGP’ers bij uitstek – zullen uit eigen zak wel bijpassen. Maar hoe lang houden ze dat vol? Ik neem aan dat de uitspraak van de rechter (als die straks door de Hoge Raad eventueel wordt bevestigd) ook gevolgen heeft voor vergoeding van gemeenteraadsleden. Op basis van de omvang van de gemeenteraad krijgt een gemeente van het Rijk geld voor die vergoeding. Het zou buitengewoon inconsequent zijn, als de gemeente dat geld zou geven aan raadsleden van een discriminerende partij. Wat de ene overheid niet mag, mag de andere ook niet. Dan moet je als SGP’er wel héél principieel zijn, als je op eigen kosten twee, drie avonden per week op pad wilt zijn voor de publieke zaak. Dat is thuis, aan vrouw en kinderen, niet uit te leggen. SGP’ers zijn ook mensen en ik denk niet dat zij Het Gezin (in die kringen ook een grote waarde) willen opofferen ten gunste van de politiek.
Ik kreeg gisteren al een mailtje van iemand die zich afvroeg, of de SGP volgend jaar wel mag meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Gevoelsmatig zeg ik: nee. Een partij die discrimineert zou niet mogen bestaan, want handelt in strijd met artikel 1 van de Grondwet (Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.) Een partij die ongrondwettelijk is, hoort niet in een gemeenteraad thuis.
Aan de andere kant is er het principe, dat de kiezers wel uitmaken wie zij in de gemeenteraad kiezen. Die keuzevrijheid van de kiezer is ook veel waard.
Ik vrees dat we voor maart 2006, als de verkiezingen worden gehouden, de discussie nog niet hebben afgerond. De Staat overweegt in hoger beroep te gaan omdat zij een definitieve uitspraak van de Hoge Raad wil. Zo’n procedure duurt wel even. Tot die tijd zullen SGP’ers wel in de raad blijven. Op eigen kosten dan. Want de beslissing van de rechtbank is ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. En dat betekent, dat het instellen van een hoger beroep geen opschortende werking heeft. Met andere woorden: de subsidiekraan wordt subiet dicht gedraaid.
1.9.05
Bord
Op de website van de Zellingwijk las ik het volgende bericht:
Maandag 8 augustus 2005 is het bouwbord van de Zellingwijk verwijderd van de locatie.
Dit is gebeurd buiten medeweten van en dus ook zonder toestemming van de SHZ, de eigenaar van het bord. Het bouwbord, inclusief draagconstructie, blijkt te zijn verwijderd naar aanleiding van een financieel meningsverschil tussen de bedrijven die het bord hebben ontworpen en geplaatst.
De SHZ, geen partij in het meningsverschil, kan momenteel niets veranderen aan deze situatie, en beslist maandag 29 augustus welke verdere maatregelen er zullen worden genomen om het bouwbord z.s.m. weer op zijn plek te krijgen.
Waar gáát dit over?
De sanering van de Zellingwijk is een mega-project waar internationaal belangstelling voor bestaat, waar miljoenen euro’s mee zijn gemoeid en waar al decennia lang over wordt gepraat. En dan is er ruzie over een bórd? Ik begrijp hier niets van. Waarom wordt er niet gewoon gewérkt op de Zellingwijk? Dat kan ook goed zonder bouwbord.
Maandag 8 augustus 2005 is het bouwbord van de Zellingwijk verwijderd van de locatie.
Dit is gebeurd buiten medeweten van en dus ook zonder toestemming van de SHZ, de eigenaar van het bord. Het bouwbord, inclusief draagconstructie, blijkt te zijn verwijderd naar aanleiding van een financieel meningsverschil tussen de bedrijven die het bord hebben ontworpen en geplaatst.
De SHZ, geen partij in het meningsverschil, kan momenteel niets veranderen aan deze situatie, en beslist maandag 29 augustus welke verdere maatregelen er zullen worden genomen om het bouwbord z.s.m. weer op zijn plek te krijgen.
Waar gáát dit over?
De sanering van de Zellingwijk is een mega-project waar internationaal belangstelling voor bestaat, waar miljoenen euro’s mee zijn gemoeid en waar al decennia lang over wordt gepraat. En dan is er ruzie over een bórd? Ik begrijp hier niets van. Waarom wordt er niet gewoon gewérkt op de Zellingwijk? Dat kan ook goed zonder bouwbord.
31.8.05
Waakhond
Vandaag verschijnen de laatste edities van de regiokranten Rijn en Gouwe en Goudsche Courant. Ze gaan op in regionale edities van het Algemeen Dagblad. Met het heengaan van de GC sterft er ook iets in mij.
In 1978 schreef ik voor deze krant mijn ervaringen op als wandelaar van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarna werd ik freelancer en reisde de hele regio af om verslag te doen van gemeenteraadsvergaderingen, gouden huwelijken, en amateurtoneelvoorstellingen – ik herinner me als absoluut dieptepunt een hemeltergende musical in Hekendorp, een gênante vertoning waar met goed fatsoen geen behoorlijke recensie van was te maken.
Toen er een plaats op de redactie vrij kwam, werd ik daarvoor gevraagd en zo leerde ik het journalistieke vak: werkweken van 60 uur, om de vier weken weekenddienst, dagelijkse deadlines, met drie collega’s iedere dag twee pagina’s vullen. Het was een mooie tijd, een tijd ook waarin ik de Ouderkerkse politiek vanaf de perstribune volgde. Toen ik me later, toen ik niet meer bij de GC werkte, aanmeldde als lid van de PvdA in Ouderkerk reageerde men heel verbaasd: ze hadden aan mijn stukjes nooit gemerkt dat ik enige sympathie voor die partij had.
Als raadslid had ik tot vandaag nog steeds te maken met de journalisten van de GC. Politici en journalisten hebben elkaar nodig; de politicus kan niet zonder de krant om zijn verhaal aan een groot publiek te vertellen, de journalist is gebaat bij een goede relatie met de politicus om af en toe eens een tip of een primeur te krijgen – off the record natuurlijk.
Ik vind het jammer dat de GC en de Rijn en Gouwe na al die jaren verdwijnen, ondanks de belofte dat er méér aandacht voor de regio zal zijn in de nieuwe krant. Eerst zien, dan geloven. Dat de ene editie, Rotterdam Oost, straks over Ouderkerk aan den IJssel gaat schrijven en dat Gouderak in het verspreidingsgebied van de editie Groene Hart ligt, belooft al niet veel goeds.
In Rijn en Gouwe stond vanmorgen een foto van de nieuwe redactie van het AD Groene Hart. Ik herkende Luc van den Oever, die tot nu toe voor de GC over de Ouderkerkse politiek schreef. Hij draagt een T-shirt met duidelijk leesbaar de tekst ‘Het ergste moet nog komen’. Ik hoop dat het meevalt en wens de collega-journalisten van de nieuwe krant veel sterkte. En blijf alsjeblieft veel en kritisch schrijven over Ouderkerk. De pers is de waakhond van de democratie, en waakhonden moeten wij als politici koesteren.
In 1978 schreef ik voor deze krant mijn ervaringen op als wandelaar van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarna werd ik freelancer en reisde de hele regio af om verslag te doen van gemeenteraadsvergaderingen, gouden huwelijken, en amateurtoneelvoorstellingen – ik herinner me als absoluut dieptepunt een hemeltergende musical in Hekendorp, een gênante vertoning waar met goed fatsoen geen behoorlijke recensie van was te maken.
Toen er een plaats op de redactie vrij kwam, werd ik daarvoor gevraagd en zo leerde ik het journalistieke vak: werkweken van 60 uur, om de vier weken weekenddienst, dagelijkse deadlines, met drie collega’s iedere dag twee pagina’s vullen. Het was een mooie tijd, een tijd ook waarin ik de Ouderkerkse politiek vanaf de perstribune volgde. Toen ik me later, toen ik niet meer bij de GC werkte, aanmeldde als lid van de PvdA in Ouderkerk reageerde men heel verbaasd: ze hadden aan mijn stukjes nooit gemerkt dat ik enige sympathie voor die partij had.
Als raadslid had ik tot vandaag nog steeds te maken met de journalisten van de GC. Politici en journalisten hebben elkaar nodig; de politicus kan niet zonder de krant om zijn verhaal aan een groot publiek te vertellen, de journalist is gebaat bij een goede relatie met de politicus om af en toe eens een tip of een primeur te krijgen – off the record natuurlijk.
Ik vind het jammer dat de GC en de Rijn en Gouwe na al die jaren verdwijnen, ondanks de belofte dat er méér aandacht voor de regio zal zijn in de nieuwe krant. Eerst zien, dan geloven. Dat de ene editie, Rotterdam Oost, straks over Ouderkerk aan den IJssel gaat schrijven en dat Gouderak in het verspreidingsgebied van de editie Groene Hart ligt, belooft al niet veel goeds.
In Rijn en Gouwe stond vanmorgen een foto van de nieuwe redactie van het AD Groene Hart. Ik herkende Luc van den Oever, die tot nu toe voor de GC over de Ouderkerkse politiek schreef. Hij draagt een T-shirt met duidelijk leesbaar de tekst ‘Het ergste moet nog komen’. Ik hoop dat het meevalt en wens de collega-journalisten van de nieuwe krant veel sterkte. En blijf alsjeblieft veel en kritisch schrijven over Ouderkerk. De pers is de waakhond van de democratie, en waakhonden moeten wij als politici koesteren.
30.8.05
Jammer
Vanmiddag naar een bijzondere gemeenteraadsvergadering, waarin afscheid wordt genomen van burgemeester Hans Oosters. Het wordt een sobere bijeenkomst, vermoed ik, want hij is amper een jaar onze burgemeester geweest en dan past een groot feest op kosten van de gemeenschap niet. Bergambacht, Ammerstol en Berkenwoude pakken wel flink uit. Terecht, zij hebben een veel langere en intensere relatie met Oosters als burgemeester gehad.
Ik vind het jammer dat hij nu al vertrekt. Persoonlijk zag ik het wel zitten om met Hans Oosters de komende jaren door te gaan, tot die grote gemeente Krimpenerwaard een feit is. En dan had hij daar van mij ook burgemeester van mogen worden. Jammer, niet omdat het een partijgenoot is (best uniek trouwens, een PvdA’er aan het roer in Ouderkerk), maar omdat zijn stijl van besturen mij aansprak. Toegankelijk voor de inwoners, prettig in de omgang, met een groot relativeringsvermogen en een liefhebber van het politieke spel waar hij met veel humor over kan spreken.
Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt.
De nieuwe burgemeester heet Thieu van de Wouw. De fractievoorzitters hebben al kennis met hem gemaakt, maar omdat ik toen met vakantie was, heeft Ralph Brieskorn mij bij die gelegenheid vervangen. Van de Wouw is dus nog een Grote Onbekende voor mij. Ben benieuwd. Maar straks eerst de afscheidsraad van Hans Oosters, en daarna de informele borrelbijeenkomst die vast heel plezierig wordt. Ik wens hem veel succes in zijn nieuwe functie bij het hoogheemraadschap. We komen elkaar vast nog wel eens tegen, is het niet in op een van de prachtige fietspaden in de polder dan wel op de een of andere partijbijeenkomst. Het is en blijft een kleine wereld, de Krimpenerwaard. Laat dat maar zo blijven ook.
Ik vind het jammer dat hij nu al vertrekt. Persoonlijk zag ik het wel zitten om met Hans Oosters de komende jaren door te gaan, tot die grote gemeente Krimpenerwaard een feit is. En dan had hij daar van mij ook burgemeester van mogen worden. Jammer, niet omdat het een partijgenoot is (best uniek trouwens, een PvdA’er aan het roer in Ouderkerk), maar omdat zijn stijl van besturen mij aansprak. Toegankelijk voor de inwoners, prettig in de omgang, met een groot relativeringsvermogen en een liefhebber van het politieke spel waar hij met veel humor over kan spreken.
Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt.
De nieuwe burgemeester heet Thieu van de Wouw. De fractievoorzitters hebben al kennis met hem gemaakt, maar omdat ik toen met vakantie was, heeft Ralph Brieskorn mij bij die gelegenheid vervangen. Van de Wouw is dus nog een Grote Onbekende voor mij. Ben benieuwd. Maar straks eerst de afscheidsraad van Hans Oosters, en daarna de informele borrelbijeenkomst die vast heel plezierig wordt. Ik wens hem veel succes in zijn nieuwe functie bij het hoogheemraadschap. We komen elkaar vast nog wel eens tegen, is het niet in op een van de prachtige fietspaden in de polder dan wel op de een of andere partijbijeenkomst. Het is en blijft een kleine wereld, de Krimpenerwaard. Laat dat maar zo blijven ook.
25.8.05
Links
Ik behoor tot de linkervleugel van de PvdA. Als er in Ouderkerk een SP actief was geweest, dan was ik destijds waarschijnlijk dáár lid van geworden. Mijn leraar maatschappijleer was een langharig product van de jaren zestig, had als een van de weinige docenten openlijk lak aan autoriteit, liep als enige van de school op Jezussandalen en opende voor mij een nieuwe wereld. De docent aardrijkskunde was actief in de CPN en hem kwam ik nog wel eens tegen bij Stop de Neutronenbom demonstraties. Ik droeg een gebroken geweertje, flirtte beurtelings met CPN, PSP en PvdA maar werd uiteindelijk toch het meest geraakt door de passie van Joop den Uyl. Met het mooiste meisje uit 5HAVO verdiepte ik me in leven en werken van Lenin en op de universiteit las ik alles wat ik kon vinden van en over Marx en Engels. De Verelendungstheorie is gesneden koek en het gezegde dat godsdienst opium van het volk is, is voor mij nog even waar als toen Marx dat zo’n anderhalve eeuw geleden opschreef. Overigens las ik tot mijn vreugde deze week dat Marx nog altijd niet echt dood is, want het beste tijdschrift van de wereld, het Duitse Der Spiegel, kopt deze week: Ein Gespenst kehrt zurück – het spook van het communisme blijkt weer rond te waren – maar dit terzijde.
Als ‘links’ politicus worstel ik met vraagstukken die de kerk aangaan. En daar zijn er nogal wat van in Ouderkerk. Te beginnen met het ambtsgebed in de vergaderingen van de gemeenteraad, dat ik word gedwongen aan te horen, tot de strikte handhaving van de zondagsrust in Ouderkerk aan den IJssel en het feit dat we als burgerlijke overheid nog altijd opdraaien voor het onderhoud van de kerktoren in datzelfde dorp. En dan nu de scheuring in de kerk, die aan de basis ligt van een politieke bijna-crisis.
Lenin, herinner ik mij uit de tijd dat ik mijn aandacht moest verdelen tussen mijn co-auteur van het HAVO-werkstuk en het onderwerp zelf, was niet per se anti-kerk. Ik heb het nog even nagezocht, hij schreef: “Het moet een ieder volkomen vrijstaan onverschillig welke godsdienst aan te hangen of ook geen enkele godsdienst te erkennen, d.w.z. atheïst te zijn, wat elke socialist in de regel immers ook is.” Maar, voegde hij er in één adem aan toe, er moet wel een absolute scheiding tussen kerk en staat zijn. Overigens beschouwde hij de ‘druk van de kerk’ waaronder christenen gebukt gaan, ook als een product van de economische druk binnen de maatschappij. En uiteindelijk zal het proletariaat de economische slavernij afschaffen, en daarmee deze ‘ware bron van religieuze versuffing van de mens’ uit de weg ruimen.
Ik blijf duimen, maar zo ver is het in Ouderkerk nog niet.
Lenin indachtig wil ik daarom respectvol blijven naar de kerk toe. Ik ben in de loop der jaren ook wel zo ‘liberaal’ geworden dat ik mensen, organisaties, veel vrijheid gun – ook de kerk. Maar vrijheid heeft grenzen, en die zijn bereikt wanneer de vrijheid van anderen wordt aangetast. Dat dreigt nu in Ouderkerk aan den IJssel te gebeuren. Het staat de ene kerk vrij zich af te scheiden van de andere, ook als dat leidt tot een huisvestingsprobleem. Maar het gaat te ver om ervan uit te gaan, dat daarmee ook de weg open ligt voor welke oplossing voor dat probleem dan ook. De overheid behoort zich niet met de kerk te willen bemoeien, maar als de kerk een probleem veroorzaakt waardoor andere belangen in gevaar dreigen te komen, dan móet de overheid wel optreden. Misschien door te gaan bemiddelen tussen de twee ruziënde kerkpartijen, zodat dat bestaande gebouw gewoon door beide gebruikt kan blijven worden. Dan is een noodgebouw helemaal niet meer nodig.
Als ‘links’ politicus worstel ik met vraagstukken die de kerk aangaan. En daar zijn er nogal wat van in Ouderkerk. Te beginnen met het ambtsgebed in de vergaderingen van de gemeenteraad, dat ik word gedwongen aan te horen, tot de strikte handhaving van de zondagsrust in Ouderkerk aan den IJssel en het feit dat we als burgerlijke overheid nog altijd opdraaien voor het onderhoud van de kerktoren in datzelfde dorp. En dan nu de scheuring in de kerk, die aan de basis ligt van een politieke bijna-crisis.
Lenin, herinner ik mij uit de tijd dat ik mijn aandacht moest verdelen tussen mijn co-auteur van het HAVO-werkstuk en het onderwerp zelf, was niet per se anti-kerk. Ik heb het nog even nagezocht, hij schreef: “Het moet een ieder volkomen vrijstaan onverschillig welke godsdienst aan te hangen of ook geen enkele godsdienst te erkennen, d.w.z. atheïst te zijn, wat elke socialist in de regel immers ook is.” Maar, voegde hij er in één adem aan toe, er moet wel een absolute scheiding tussen kerk en staat zijn. Overigens beschouwde hij de ‘druk van de kerk’ waaronder christenen gebukt gaan, ook als een product van de economische druk binnen de maatschappij. En uiteindelijk zal het proletariaat de economische slavernij afschaffen, en daarmee deze ‘ware bron van religieuze versuffing van de mens’ uit de weg ruimen.
Ik blijf duimen, maar zo ver is het in Ouderkerk nog niet.
Lenin indachtig wil ik daarom respectvol blijven naar de kerk toe. Ik ben in de loop der jaren ook wel zo ‘liberaal’ geworden dat ik mensen, organisaties, veel vrijheid gun – ook de kerk. Maar vrijheid heeft grenzen, en die zijn bereikt wanneer de vrijheid van anderen wordt aangetast. Dat dreigt nu in Ouderkerk aan den IJssel te gebeuren. Het staat de ene kerk vrij zich af te scheiden van de andere, ook als dat leidt tot een huisvestingsprobleem. Maar het gaat te ver om ervan uit te gaan, dat daarmee ook de weg open ligt voor welke oplossing voor dat probleem dan ook. De overheid behoort zich niet met de kerk te willen bemoeien, maar als de kerk een probleem veroorzaakt waardoor andere belangen in gevaar dreigen te komen, dan móet de overheid wel optreden. Misschien door te gaan bemiddelen tussen de twee ruziënde kerkpartijen, zodat dat bestaande gebouw gewoon door beide gebruikt kan blijven worden. Dan is een noodgebouw helemaal niet meer nodig.
23.8.05
Kleine dingen
Als raadslid word je geacht je niet met de details te bemoeien. Dat is uitvoering van beleid en daarvoor is het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk. Maar raadsleden worden op straat wél aangesproken over kleine ergernissen en dan kun je niet zeggen: sorry, daarvoor moet u met de wethouder bellen. Dus moet je af en toe wel even op het detailniveau gaan zitten. En daar is ook niks mis mee, je bent volksvertegenwoordiger of niet.
Daarom vandaag drie kleine ergerissen per e-mail onder de aandacht van wethouder/partijgenoot Leen van Winden gebracht:
Beste Leen,
Graag even je aandacht (en bij voorkeur ook actie!) voor een paar onderwerpen die mij al langer irriteren.
1. Het bushokje in Gouderak. Vandaag weer ondervonden dat het met een combinatie van regen en wat wind absoluut geen beschutting biedt. Belangrijker is natuurlijk, dat het een aanfluiting is om dit bouwwerkje in deze staat te laten staan. Het bushokje werd in januari al vernield. In ongeveer april heb ik hierover contact gehad met de gemeente, en toen werd mij verteld dat er werd onderhandeld met de exploitant van het bushokje om het over te nemen zodat de gemeente daar een ander, hufterbestendig bouwwerkje voor in de plaats kon zetten. Sindsdien niets meer gehoord. Met de herfst voor de deur móet er echt iets gebeuren. Ook goed voor de geloofwaardigheid van de gemeente als beheerster van de openbare ruimte.
2. De scholen zijn weer begonnen. Maar waarom hangen de spandoeken met die tekst dit jaar niet in onze gemeente, zoals andere jaren? Juist in Ouderkerk met z’n gevaarlijke dijken met fietsende schooljeugd is het van belang dat automobilisten hierop worden geattendeerd. Kan dat nog op (zeer!) korte termijn worden geregeld?
3. Onlangs viel mij op dat er een nieuw straatnaambord aan de Snippejagerskade in Gouderak staat. Da’s mooi, maar jammer is dat de naam verkeerd is gespeld: Snipperjagerskade. Dat is slordig, zeker omdat het een historische naam betreft (zie deze kaart uit 1866: http://www.xs4all.nl/~nieko/hkgdr.htm). Weet niet wie hiervoor verantwoordelijk is, maar kan dat ook hersteld worden? Mijn waarneming betreft overigens alleen het bord aan het begin van de kade, bij de Groene Wetering. Ik weet niet of de bordjes verderop ook vervangen en/of fout gespeld zijn.
Alvast bedankt!
En nu maar afwachten...
P.S. Kreeg van VVD-collega-fractievoorzitter John Peters een reactie op mijn stukje ‘Verleidingen’. In mijn opsomming van Ouderkerkse bestuurders die ik niet verdenk van corruptie, ontbreken de wethouders. Freudiaans? denkt John. Wie weet, maar ik houd het erop dat ik ze gewoon vergeten ben.
Daarom vandaag drie kleine ergerissen per e-mail onder de aandacht van wethouder/partijgenoot Leen van Winden gebracht:
Beste Leen,
Graag even je aandacht (en bij voorkeur ook actie!) voor een paar onderwerpen die mij al langer irriteren.
1. Het bushokje in Gouderak. Vandaag weer ondervonden dat het met een combinatie van regen en wat wind absoluut geen beschutting biedt. Belangrijker is natuurlijk, dat het een aanfluiting is om dit bouwwerkje in deze staat te laten staan. Het bushokje werd in januari al vernield. In ongeveer april heb ik hierover contact gehad met de gemeente, en toen werd mij verteld dat er werd onderhandeld met de exploitant van het bushokje om het over te nemen zodat de gemeente daar een ander, hufterbestendig bouwwerkje voor in de plaats kon zetten. Sindsdien niets meer gehoord. Met de herfst voor de deur móet er echt iets gebeuren. Ook goed voor de geloofwaardigheid van de gemeente als beheerster van de openbare ruimte.
2. De scholen zijn weer begonnen. Maar waarom hangen de spandoeken met die tekst dit jaar niet in onze gemeente, zoals andere jaren? Juist in Ouderkerk met z’n gevaarlijke dijken met fietsende schooljeugd is het van belang dat automobilisten hierop worden geattendeerd. Kan dat nog op (zeer!) korte termijn worden geregeld?
3. Onlangs viel mij op dat er een nieuw straatnaambord aan de Snippejagerskade in Gouderak staat. Da’s mooi, maar jammer is dat de naam verkeerd is gespeld: Snipperjagerskade. Dat is slordig, zeker omdat het een historische naam betreft (zie deze kaart uit 1866: http://www.xs4all.nl/~nieko/hkgdr.htm). Weet niet wie hiervoor verantwoordelijk is, maar kan dat ook hersteld worden? Mijn waarneming betreft overigens alleen het bord aan het begin van de kade, bij de Groene Wetering. Ik weet niet of de bordjes verderop ook vervangen en/of fout gespeld zijn.
Alvast bedankt!
En nu maar afwachten...
P.S. Kreeg van VVD-collega-fractievoorzitter John Peters een reactie op mijn stukje ‘Verleidingen’. In mijn opsomming van Ouderkerkse bestuurders die ik niet verdenk van corruptie, ontbreken de wethouders. Freudiaans? denkt John. Wie weet, maar ik houd het erop dat ik ze gewoon vergeten ben.
16.8.05
Rechtsstaat
Er ligt al een tijdje een krantenknipsel uit Trouw op mijn bureau, een interview met VVD-Kamerlid Arno Visser. Hij reageert daarin op de uitspraak van de rechter, dat illegale kinderen recht hebben op bijstand, omdat Nederland volgens het Internationale verdrag voor de rechten van het kind een zorgplicht heeft voor alle kinderen onder zijn rechtsbevoegdheid, legale of illegale. Visser vindt het maar niks, dat de rechter toetst aan een internationaal verdrag. Bovendien heeft de rechter het verdrag niet goed begrepen, zegt hij. De Ghanese overheid heeft een zorgplicht voor de kinderen, niet de Nederlandse.
Visser is een literatuurwetenschapper, maar goed lezen kan hij niet.
En hij vindt het ook nog eens schandalig dat de rechter op de stoel van de bestuurder gaat zitten. De politiek moet corrigerend optreden als rechterlijke uitspraken consequenties voor het beleid hebben, vindt Visser. Reparatiewetgeving, noemt hij dat.
Ik erger me kapot aan dit soort populistische prietpraat. Het past een Kamerlid helemáál niet om de op de stoel van de rechter te gaan zitten. De onafhankelijke rechtspraak is ooit uitgevonden om erop toe te zien dat de wet goed wordt nageleefd, óók door de wetgever. Als we gaan doen wat Visser wil, dan kunnen we de rechter maar beter afschaffen omdat de wetgever (Visser en zijn collega’s in de Tweede en Eerste Kamer) dan altijd het laatste woord heeft, en daarmee de rechtsstaat ten grave dragen. De oprisping van Visser in Trouw staat symbool voor het veranderende maatschappelijke klimaat, waarin grondrechten steeds meer met voeten worden getreden of lacherig terzijde worden geschoven.
Dat is niet het klimaat waar ik me nog in thuis voel.
Visser is een literatuurwetenschapper, maar goed lezen kan hij niet.
En hij vindt het ook nog eens schandalig dat de rechter op de stoel van de bestuurder gaat zitten. De politiek moet corrigerend optreden als rechterlijke uitspraken consequenties voor het beleid hebben, vindt Visser. Reparatiewetgeving, noemt hij dat.
Ik erger me kapot aan dit soort populistische prietpraat. Het past een Kamerlid helemáál niet om de op de stoel van de rechter te gaan zitten. De onafhankelijke rechtspraak is ooit uitgevonden om erop toe te zien dat de wet goed wordt nageleefd, óók door de wetgever. Als we gaan doen wat Visser wil, dan kunnen we de rechter maar beter afschaffen omdat de wetgever (Visser en zijn collega’s in de Tweede en Eerste Kamer) dan altijd het laatste woord heeft, en daarmee de rechtsstaat ten grave dragen. De oprisping van Visser in Trouw staat symbool voor het veranderende maatschappelijke klimaat, waarin grondrechten steeds meer met voeten worden getreden of lacherig terzijde worden geschoven.
Dat is niet het klimaat waar ik me nog in thuis voel.
15.8.05
Verleidingen
‘Vijf procent van politici is corrupt’, kopte NRC zaterdag. Een misleidende kop, want het cijfer is een ‘subjectieve en intuïtieve’ schatting van ondervraagde topambtenaren. Het grappige is, dat zij denken dat het percentage corrupte ambtenaren veel lager is. Nou, dat weet ik nog niet zo zeker, maar goed…
Bij het woord corruptie denk ik al gauw aan smeergeld betalen aan een wethouder om iets voor elkaar te krijgen, of aan het aanbieden van een geheel verzorgde avond in een dure nachtclub, of aan eten op kosten van een aannemer in een gerenommeerd restaurant. Alles om in het gevlei te komen van de bestuurders van wie je als ondernemer afhankelijk bent om iets voor elkaar te krijgen.
Stel dat die vijf procent zou kloppen, één op de twintig dus. In de Ouderkerkse gemeenteraad zitten 13 raadsleden, twee wethouders en een burgemeester. Zestien in totaal: een kans van 80 procent dat ten minste één van hen corrupt is. De mannen van de SGP die tegenover mij zitten? Nee, te principieel. De CDA’ers daarnaast? Hun partijgenoten in Limburg misschien, maar niet Hans en Remko. De twee van de ChristenUnie ook niet, die zijn te netjes. Van de VVD’ers mag je een innige band met het bedrijfsleven verwachten, maar corrupt? De burgemeester is van de PvdA. Dat zegt niet alles, maar de kans dat hij kreukbaar is acht ik klein. Dat geldt ook voor mijn fractiegenoten.
Blijf ik zelf over. Ben ik corrupt? Latent misschien. Je wordt pas corrupt als zich de gelegenheid voordoet. Een beetje tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik nooit een aanbod heb gehad om eens uitgebreid te gaan dineren op kosten van de plaatselijke aannemer. Een cadeaubon van Yab Yum heb ik ook nooit in de bus gevonden. Presentjes van het bedrijfsleven? Niet in het brave Ouderkerk. Dus ik kan met de hand op mijn hart verkondigen dat ik vooralsnog niet corrupt ben, al was het maar omdat ik niet word blootgesteld aan een verleiding.
Geen corruptie in Ouderkerk dus, maar toch moeten we als bestuurders hier ook blijven knokken voor een goede reputatie. Amsterdamse bonnetjesaffaires, raadsleden die zichzelf verrijken met geld dat voor de fractie was bedoeld, het straalt ook op ons af. Het raadslidmaatschap wordt synoniem aan een graaicultuur. Dat moeten we niet hebben.
Gelukkig zullen Amsterdamse toestanden zich in Ouderkerk niet voordoen. Want Ouderkerk is zo ongeveer de enige gemeente die het geld, dat eigenlijk is bestemd voor de fracties, in de algemene gemeentelijke kas stort. Zelfs die verleiding, die toch zo legaal als wat zou zijn, wordt mij niet gegund.
Bij het woord corruptie denk ik al gauw aan smeergeld betalen aan een wethouder om iets voor elkaar te krijgen, of aan het aanbieden van een geheel verzorgde avond in een dure nachtclub, of aan eten op kosten van een aannemer in een gerenommeerd restaurant. Alles om in het gevlei te komen van de bestuurders van wie je als ondernemer afhankelijk bent om iets voor elkaar te krijgen.
Stel dat die vijf procent zou kloppen, één op de twintig dus. In de Ouderkerkse gemeenteraad zitten 13 raadsleden, twee wethouders en een burgemeester. Zestien in totaal: een kans van 80 procent dat ten minste één van hen corrupt is. De mannen van de SGP die tegenover mij zitten? Nee, te principieel. De CDA’ers daarnaast? Hun partijgenoten in Limburg misschien, maar niet Hans en Remko. De twee van de ChristenUnie ook niet, die zijn te netjes. Van de VVD’ers mag je een innige band met het bedrijfsleven verwachten, maar corrupt? De burgemeester is van de PvdA. Dat zegt niet alles, maar de kans dat hij kreukbaar is acht ik klein. Dat geldt ook voor mijn fractiegenoten.
Blijf ik zelf over. Ben ik corrupt? Latent misschien. Je wordt pas corrupt als zich de gelegenheid voordoet. Een beetje tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik nooit een aanbod heb gehad om eens uitgebreid te gaan dineren op kosten van de plaatselijke aannemer. Een cadeaubon van Yab Yum heb ik ook nooit in de bus gevonden. Presentjes van het bedrijfsleven? Niet in het brave Ouderkerk. Dus ik kan met de hand op mijn hart verkondigen dat ik vooralsnog niet corrupt ben, al was het maar omdat ik niet word blootgesteld aan een verleiding.
Geen corruptie in Ouderkerk dus, maar toch moeten we als bestuurders hier ook blijven knokken voor een goede reputatie. Amsterdamse bonnetjesaffaires, raadsleden die zichzelf verrijken met geld dat voor de fractie was bedoeld, het straalt ook op ons af. Het raadslidmaatschap wordt synoniem aan een graaicultuur. Dat moeten we niet hebben.
Gelukkig zullen Amsterdamse toestanden zich in Ouderkerk niet voordoen. Want Ouderkerk is zo ongeveer de enige gemeente die het geld, dat eigenlijk is bestemd voor de fracties, in de algemene gemeentelijke kas stort. Zelfs die verleiding, die toch zo legaal als wat zou zijn, wordt mij niet gegund.
Abonneren op:
Posts (Atom)