10.9.08

Koloniaal

Het is natuurlijk heerlijk wanneer je als raadslid van een veelgelezen huis-aan-huisblad een halve voorpagina cadeau krijgt om leeg te kunnen lopen. Het overkwam CDA’er Ton Langerak uit de gemeenteraad van Nederlek. In Het Kontakt, dat gisteren op de mat lag, mag hij ongestoord pleiten voor een K2-gemeente: Nederlek en Ouderkerk, aangevuld met Berkenwoude. Kritische vragen van de kant van de krant over het realiteitsgehalte van dit hersenspinsel waren er niet. Terwijl er toch genoeg voor de hand liggen.
Langerak is ervan overtuigd dat Nederlekkers, Ouderkerkers en Perkouwenaren eenzelfde oermoeder hebben en dat daarom een K2-gemeente voor de hand ligt. Nou, voor de Gouderakse Ouderkerkers (ik weet het, dit is een contradictio in terminis, maar vooruit) geldt dit in ieder geval niet. Gouderakkers zijn veel meer georiënteerd op Stolwijk, Haastrecht en (dat dan weer wel) Berkenwoude dan op bijvoorbeeld Krimpen aan de Lek. Dus áls er al zoiets als een K2 of een K3 moet komen, dan moet je op z’n minst eerst Ouderkerk doormidden hakken. Wat veel Gouderakkers geen onaantrekkelijk idee vinden, maar dit terzijde.
Trouwens, zou Bergambacht het leuk vinden als het Berkenwoude, de parel van de polder, moet afstaan?
Het voorstel van Langerak doet denken aan de koloniale grootmachten Engeland en Frankrijk, die met een liniaal strakke lijnen trokken over de kaart van Afrika, dwars door hechte stamverbanden heen zonder rekening te houden met bestaande politieke, culturele en sociale structuren. Daar hebben ze nu nog last van, in Afrika. Lukraak de Krimpenerwaard opdelen is een recept voor jarenlange hommeles. Het is de les van de herindeling van 1985, maar Langerak heeft die kennelijk nooit geleerd.
Een ondoordacht en raar verhaal is het. De hele discussie over de schaalgrootte van gemeenten is aan hem niet besteed. Een K2-gemeente van 25.000 inwoners is nog altijd (te) klein in de huidige verhoudingen. Een beetje volwaardige gemeente moet, wil ze de taken aankunnen, toch al gauw zo’n vijftigduizend inwoners tellen. Nu kiezen voor een K2 en een K3 zou betekenen dat we over een paar jaar wéér een herindelingsdiscussie krijgen. Dan kun je maar beter nu in één keer doorpakken en alle K5-gemeenten bij elkaar vegen.
Natuurlijk heeft Langerak recht op zijn mening. Maar de vraag knaagt: wat is er zo bijzonder aan zijn opvattingen dat ze een halve voorpagina van Het Kontakt verdienen? Is het soms een ordinaire advertorial waarvoor het CDA heeft betaald? Dan zou dat er bij moeten staan. Of is het artikel het eerste in een serie van 69? Want zoveel gemeenteraadsleden telt de Krimpenerwaard, en ieder van hen heeft zijn of haar eigen ideeën over de toekomst van het gebied. Is de keuze van Langerak interessanter of relevanter dan die van, bijvoorbeeld, Marije Willems uit Schoonhoven of Willem Schoof uit Stolwijk? Dacht het niet. Het ligt dan ook voor de hand dat we de komende tijd alle 69 een halve voorpagina van Het Kontakt krijgen. Maar dat zal wel een ijdele hoop zijn.

8.9.08

CdK

Gelezen op de website van Ouderkerk: er komt een tijdelijk parkeerverbod in de Dorpsstraat wanneer morgen en woensdag Jan Franssen, de Commissaris van de Koningin, een werkbezoek brengt aan de gemeente.
Dat de CdK, zoals de afkorting in het bestuurlijk jargon luidt, met wat meer égards wordt ontvangen dan een gewone sterveling, dat is tot daar aan toe. Met een tweede koekje bij de koffie bijvoorbeeld, en wellicht een borrelhapje. Maar een parkeerverbod? Hij mag dan de vertegenwoordiger van Hare Majesteit zijn, maar betekent dat ook dat hij met een complete hofhouding reist? Ik was ooit in New York toevallig getuige van een bezoek van de toenmalige president Bill Clinton aan die stad en heb me erover verbaasd hoe één man een wereldstad compleet lam kon leggen. Straten werden lang van tevoren afgesloten om hem vrije doorgang te verlenen. De presidentiële limo werd voorafgegaan door talloze motoragenten en geblindeerde voertuigen van de geheime dienst. In een flits zag ik in een van de laatste auto’s de weelderige haardos van de president waar rond die tijd ook regelmatig de handen van stagiaire Monica Lewinsky door woelden. Een paar ambulances sloten de rij. Het was als de Tour de France: in een flits voorbij, maar het openbare leven wordt gedurende langere tijd volledig ontwricht.
Maar dat was dan ook de Machtigste Man van de Wereld.
De CdK in Zuid-Holland is niet de president van de Verenigde Staten. Ik vermoed ook niet dat er in zijn kielzog motorescortes en ambulances zullen meereizen. Een eenvoudige Volvo S80, veel meer zal het toch niet zijn.
Moet daarvoor een parkeerverbod worden ingesteld? Kan die man niet gewoon even uitstappen en het gemeentehuis in lopen, terwijl zijn chauffeur de dienstauto bij de veerstoep parkeert? Volgens het protocol schijnt de gemeente ook nog te moeten vlaggen. Veel gekker moet het toch niet worden. Het ontbreekt er nog maar aan dat de schooljeugd wordt opgetrommeld om langs de Kalverstraat met provinciale vlaggetjes te zwaaien. Dat de IJsselmannen hem in de Dorpsstraat een aubade brengen is al erg genoeg.
Even serieus, ik heb best respect voor het ambt dat Franssen bekleedt. Maar dat hoeft zich niet te uiten in overdreven eerbetoon. Een werkbezoek is ten slotte geen staatsbezoek.

3.9.08

Hypocriet

Je bent even weg uit Nederland en bij terugkomst blijkt een van de meest sympathieke Kamerleden te zijn opgestapt omdat hij twintig jaar geleden even de wet overtrad voor de verwezenlijking van zijn idealen. En mijn favoriete minister ligt onder Telegraaf-vuur omdat ze in diezelfde tijd een handtekening onder een advertentie gezet.
Wat een treurig land, dat zich hier druk over maakt. Stel je voor dat iedere politicus van boven de 40, die bijna een kwart eeuw geleden iets subversiefs heeft gedaan, moest opstappen – dat zou een fatale aderlating voor bestuurlijk Nederland betekenen. Vanavond vroeg Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door aan Job Cohen wat hij in 1980 deed. Geen commentaar, zei Cohen, verstandig als altijd.
Het Kontakt en het AD hoeven mij niet meer te bellen, ik zal hetzelfde zeggen.
Opkomen voor je idealen, bewust de keuze maken daarvoor burgerlijk ongehoorzaam te zijn – het zou juist in het voordeel van een politicus moeten pleiten. Het zegt iets over zijn of haar passie, gedrevenheid, het lef om uit overtuiging over grenzen te gaan. Dat zijn bij uitstek de eigenschappen van een goede politicus. Die moeten niet opstappen omdat De Telegraaf dat wil, die moeten blijven om te strijden tegen de hypocrisie waar Nederland een patent op lijkt te hebben. Wijnand Duyvendak schreef het zelf ook in zijn ontslagbrief aan de voorzitter van de Kamer: ‘Er wordt wel gezegd dat voor iemand met mijn politieke biografie geen plaats kan zijn in de volksvertegenwoordiging. Ik vind dat een erg onverstandige opvatting. Ik meen nu juist dat het de kracht is van onze parlementaire democratie en onze rechtstaat is dat zij mensen nieuwe kansen biedt - integreert in plaats van uitsluit.’
Hoe gelijk kan iemand hebben.
Het was niet mijn enige verbazing na mijn vakantie.
In het verslag van de raadsvergadering van 10 juli, waar ik niet bij kon zijn, las ik dat de PvdA alleen stond in haar mening dat de vergoeding die boeren krijgen voor hun landbouwgrond die moet worden omgezet in natuur, veel te laag is. Bij motie had de PvdA de raad gevraagd die mening te delen, maar om voor mij onbegrijpelijke redenen wilden VVD, ChristenUnie, SGP en CDA dat signaal niet afgeven. Omdat het initiatief van de PvdA kwam? Ik weet dat de PvdA over het Veenweidepact iets anders denkt dan de rest, maar dat zou wel heel kinderachtig zijn. Toch kan ik geen andere verklaring bedenken.
Zat er dan ook nog goed nieuws bij de post en in de e-mail? Jawel, een uitspraak van de bestuursrechter in de slepende kwestie over de groenstrook aan de Abelenlaan in Ouderkerk aan den IJssel. De gemeente heeft terecht een vergunning geweigerd voor de bouw van een kerkgebouw. Omdat, schrijft de rechter, de gemeente goed heeft gemotiveerd dat groot belang wordt gehecht aan het behouden van de groene strook en dat het bouwplan van de Hersteld Hervormde Gemeente niet past in de toekomstvisie.
Ik had geen andere uitspraak verwacht, maar het is altijd goed om bevestigd te krijgen dat er nog zoiets als gerechtigheid bestaat. Helaas heeft Wijnand Duyvendak daar niet veel van gemerkt.

30.6.08

63

De fracties in de gemeenteraad krijgen ieder jaar wat geld, bedoeld om beter invulling te geven aan de controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol. Dat geld mag niet zomaar aan van alles en nog wat worden besteed, daar hebben we keurig spelregels voor afgesproken. Zo mogen we het niet gebruiken om de website te pimpen, om met de fractie uit eten te gaan, om de kraam op de braderie te betalen of om de computer van te betalen.
Met dat budget zou je wél een eigen onderzoek kunnen doen om, als je dat wilt, met de uitkomsten daarvan het college om de oren te slaan.
Dat hebben de ChristenUnie en de VVD nog niet begrepen.
Vorige week stuurden zij de zoveelste waslijst met vragen naar het college B en W. Toegegeven, het college had zelf aan de fracties gevraagd om eens aan te geven welke concrete onduidelijkheden zij nog hebben ten aanzien van de uitvoering van het Veenweidepact.
Die kans lieten ChristenUnie en VVD niet voorbijgaan. Zij zetten in grote saamhorigheid drieënzestig vragen op papier. 63!
Van sommige kun je zeggen: ze hebben een punt - hoewel mijn indruk is dat die vragen in het verleden al vaker zijn gesteld én beantwoord. Dat de antwoorden hen misschien niet goed uitkwamen, is een andere zaak.
Maar goed. Waar het mij nu om gaat is dat meer dan veertig van die 63 vragen eigenlijk zijn gericht aan het hoogheemraadschap. Als ik het college was, zou ik het vertikken daar antwoord op te geven, domweg omdat het dat niet kán. En als je iets niet kunt, kan het ook niet van je gevraagd worden. Het college kan hooguit de vragen doorspelen aan het hoogheemraadschap Maar dat hoeft niet te antwoorden, dat is alleen verantwoording schuldig aan zijn eigen (democratisch gekozen!) algemeen bestuur.
Wat moet het college nou met een vraag over het profiel van de Krimpenerwaard in het jaar 1200? In vraag 33 schrijven de ChristenUnie en de VVD dat men ‘volgens de geschiedenisboekjes’ de ontginning is begonnen vanaf de rivieren en dat men pas tweehonderd jaar later tot Berkenwoude was gevorderd. Klopt dat? willen ze van het hoogheemraadschap weten. Is dat een ‘concrete onduidelijkheid’ waar het college om heeft gevraagd? En op zo’n vraag moet het college antwoord geven!
Kom op, collega’s van ChristenUnie en VVD, doe je huiswerk. Pluk een student uit de collegebanken, trek wat geld uit je fractiebudget en stuur hem of haar op onderzoek uit. Zo’n student graaft vast een stuk dieper dan ‘de geschiedenisboekjes’. Als jullie feiten boven tafel kunnen krijgen waarmee je het college wilt aanpakken, dóe dat dan ook in plaats van vragen te stellen die je heel goed, met wat moeite, zelf kunt beantwoorden. Duik in de archieven van het hoogheemraadschap, interview daar de mensen die het weten kunnen, vraag onafhankelijke wetenschappers om commentaar en kom dan met een degelijk stuk waar we als raad volwassen over kunnen praten. Wat jullie nu doen is een onverantwoorde aanslag plegen op de ambtelijke én bestuurlijke capaciteit van Ouderkerk. Gemeenteambtenaren hoeven het werk van hun collega’s bij het hoogheemraadschap niet te doen.
Dit is niet wat wordt bedoeld met het recht van een raadslid op ambtelijke ondersteuning, dit gaat ten koste van ander, voor de gemeente Ouderkerk ook belangrijk werk.
De ChristenUnie en de VVD moeten hun rol als controleur van het college eindelijk eens goed oppakken en zélf de argumenten vinden om te verdedigen wat zij belangrijk vinden. Dat is nou precies wat wordt bedoeld met ‘dualisme’. Wat zij nu doen is ouderwets en gemakzuchtig monisme. Het dualisme is zes jaar geleden in de gemeentepolitiek ingevoerd, maar ChristenUnie en VVD zijn sindsien nog geen steek opgeschoten.

7.6.08

Vuilspuiten

Wie in de politiek gaat en uitgesproken meningen heeft, kan kritiek verwachten. Dat is niet erg, als je daar niet tegen kan moet je geen raadslid of wethouder worden. Ik vind het prima als mensen het niet met mij of mijn partij eens zijn en daar rond voor uit komen. Geen probleem.
Waar ik niet tegen kan is het verdraaien van feiten, het vertellen van onwaarheden en het vals beschuldigen van personen. Dat is precies wat de zogenaamde ‘commissie Vitaal Gouderak’ doet in haar opruiende brief die zij vandaag huis-aan-huis in Gouderak heeft verspreid.
Die zelfbenoemde 'commissie' kan maar niet verkroppen dat een democratisch proces over het Veenweidepact met de besluitvorming in Provinciale Staten is afgerond. De uitkomst van dat proces komt de 'commissie' niet uit. Dat kan, en dat begrijp ik ook nog, maar ze zal zich daar toch eens bij neer moeten leggen. Dat doet ze niet, in plaats daarvan grijpt ze naar het wapen van de vuilspuiterij, het in diskrediet brengen van de PvdA-wethouder en het verdraaien van de feiten.
Mogen maatschappelijke organisaties de politiek tegenspreken? Ja, gráág zelfs. Maar ze moeten zich wél aan de feiten houden en de spelregels van de democratie accepteren. Dat doet deze 'commissie' niet en daarmee plaatst ze zichzelf buiten de orde.
Net als de boerenorganisatie DWLK dat deed toen ze weigerde mee te werken aan het Veenweidepact. Het was geloof ik Wim Kan die over de pauselijke uitspraken over seks zei: als je niet aan het spel meedoet, moet je je ook niet met de spelregels bemoeien. Die uitspraak zou DWLK zich moeten aantrekken en niet nu, samen met de 'commissie Vitaal Gouderak' (zou dat één en dezelfde club zijn?), achteraf publieksevenementen organiseren om iets terug te draaien wat een voldongen democratisch feit is. DWLK heeft ook de reputatie het met de waarheid niet zo nauw te nemen. Als deze clubs tóch kritiek willen blijven spuwen, dan graag met respect voor de feiten. Zo lang zij dat niet doen, zal ik ze in ieder geval niet serieus nemen.

16.5.08

L*l

Goh, wat ben je een lul.
Ik las dit op de website van Het Kontakt, het van oorsprong gereformeerde huis-aan-huisblad dat zich normaal niet zo krachtig uitlaat. Klare taal, ik houd er wel van. Maar het gaat zelfs mij te ver om collega-raadsleden voor lul of rotte vis uit te maken. Dat is toch een teken van machteloosheid en gebrek aan argumenten – en argumenten, daar moet het uiteindelijk toch over gaan in het politieke debat.
Dat ik soms wel eens van een enkel raadslid vínd dat hij een lul is, is een andere zaak. Gedachten zijn vrij. Pim Fortuyn zei: ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg. Ook helder, en in principe ben ik het daar nog mee eens ook. Toch vind ik dat een fatsoensgrens wordt overschreden wanneer je je als raadslid bezondigt aan scheldwoorden. Misschien is dat moderne vorm van politiek bedrijven (Geert Wilders c.s. maken er ook furore mee), maar daar voel ik me niet zo bij thuis. Als ik daarin ouderwets ben dan zij dat zo.
Pieter Heerens (Gemeente Belang, Schoonhoven) en Gert Jan Burgert (CDA, Bergambacht) doen het wel. Moeten zij weten, ik vind het niet slim. Ze verlagen zichzelf tot een bedenkelijk niveau. Het schaadt de politiek die toch al geen best imago heeft.
Ik probeer, op grond van de Kontakt-berichtgeving, een beetje te begrijpen waar het allemaal over gaat. De aanleiding is een memo van Heerens waarin hij nogal uithaalt naar de Schoonhovense christelijke partijen en naar, zo blijkt nu, Bergambachtenaar Burgert die zich kennelijk op de publieke tribune van de Schoonhovense raad laatdunkend over Gemeente Belang-wethouder Mario Deerenberg had uitgelaten. ‘Als ’ie dat nog eens doet, laten we hem verwijderen’, schreef Heerens volgens Het Kontakt. Ik dacht altijd dat het bewaken van de orde in de raadzaal een taak is van de voorzitter van de raad, de burgemeester, en niet van een raadslid; maar misschien zijn de mores in Schoonhoven anders.
Als iets uit het memo van Heerens blijkt, is het wel dat de man tamelijk naïef is. Sowieso omdat hij niet heeft kunnen voorkomen dat het op de redactie van een krant belandde – gefundenes Fressen voor een journalist, weet ik uit eigen ervaring – , maar ook omdat hij als voorzitter van een commissie op de stoel van de wethouder is gaan zitten door een projectontwikkelaar te sommeren zijn huiswerk over te doen. Ik ben zelf voorzitter van een commissie, maar het zou niet in me opkomen om – bijvoorbeeld – de Dorpsvisie Gouderak te ‘sommeren’ haar werk anders te doen. Als dat al nodig is, moet de wethouder dat doen. En als die het niet doet, moet een raadslid hem daar op aanspreken. En dat raadslid is zeker niet in de eerste plaats de commissievoorzitter, die zich als het even kan zo neutraal mogelijk behoort op te tellen.
Niet alleen in Schoonhoven was het hommeles, de afgelopen weken. Ook in Nederlek, waar mijn partijgenoot Liesbeth Troe in opspraak is omdat zij op verzoek van de gemeente bij haar buurvrouw vertrouwelijke stukken van de keukentafel zou hebben gepakt die daar per ongeluk door de gemeentebode waren bezorgd. Terwijl die buurvrouw niet thuis was. En laat die buurvrouw nou ook een journalist zijn: een rel was geboren. Ook naïef van Liesbeth of, om met Máxima te spreken: een beetje dom. Maar het valt in het niet bij het moddervechten in Schoonhoven.
Is het in Ouderkerk dan allemaal koek en ei, voor de verandering? Allerminst. Ik ben een tijdje gestopt met schrijven omdat ik moest afkicken. Ik had het even helemaal gehad met de Ouderkerkse raad, die met extra vergaderingen en het terugdraaien van eerdere besluiten probeerde via de achterdeur alsnog zijn gelijk te halen in de discussies over het bedrijventerrein Veerstalblok en Veenweidepact. En vervolgens natuurlijk, dat was te voorzien, van de provincie het lid op de neus kreeg. Kinderachtige, onvolwassen politiek van grote kinderen die hun zin niet krijgen. Politiek is leuk als je wint, maar soms moet je ook kunnen verliezen. Die les heeft Ouderkerk nog niet geleerd.
Dat speelde alweer een paar weken geleden en mijn ergernis is gezakt. Maar god, wat heb ik mijn collega-raadsleden verwenst. Toch heb het L-woord kunnen inslikken en me beperkt tot argumenten. Laat mij dan maar ouderwets zijn.

21.3.08

Goede Vrijdag

De lijdensweg van de K5.

I. Jan Franssen, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, veroordeelt de Krimpenerwaard tot verregaande samenwerking. Gemeenten moeten bereid zijn een deel van hun autonomie ter discussie te stellen, zegt hij in een bestuurlijk overleg met de burgemeesters. (november 2003)

II. SGBO, het onderzoeksbureau van de VNG, oordeelt hard over de Krimpenerwaard. De besluitvorming gaat te traag, de gemeenteraden hebben te weinig invloed en de meerwaarde van samenwerking blijft beperkt. Gemeenten moeten een duidelijke keuze maken: hun samenwerking verbeteren, of fuseren. Het kruis wordt op de schouders van de gemeenten gelegd. (september 2004)

III. De Krimpenerwaard valt voor de eerste maal. Hans Oosters, voorzitter van de K5, treedt af omdat de Krimpenerwaard stuurloos is geworden. Een deskundige van buiten moet de K5 redden. (december 2004)

IV. De Krimpenerwaard ontmoet haar heilige moeder. Een werkgroep Bestuurlijke en Organisatorische Vormgeving (BOV) komt met een reddingsplan: een Krimpenerwaardraad met een K5-bestuur en een eigen ambtelijk apparaat kan de samenwerking vlot trekken. (april 2005)

V. De nieuwe burgemeester van Bergambacht, Arie van Erk, verlicht het dragen van het kruis. ‘Je kunt niet veel alleen en dat moet je ook niet willen’, zegt hij in een interview. Van Erk wil het Krimpenerwaarddenken bevorderen. (september 2005)

VI. Vertrekkend burgemeester Dorothé Wassenberg van Schoonhoven veegt de samenwerkingsgedachte van Van Erk hardhandig van het gezicht. Ze voelt niets voor een gemeenschappelijke samenwerking en pleit voor één gemeente. (november 2005)

VII. De Krimpenerwaard struikelt voor de tweede maal als de nieuwe burgemeester van Schoonhoven, Dick de Cloe, meer tijd wil de besluitvorming over een gemeenschappelijke regeling. (januari 2006)

VIII. Troostende woorden van burgemeester Arie van Erk van Bergambacht: ‘De gemeenschappelijke regeling is misschien geen hamerstuk, maar het voorstel is wel enthousiast begroet.’ (februari 2006)

IX. De Krimpenerwaard valt alweer, voor de derde keer, als burgemeester Wim Cornelis van Gouda de verwachting uitspreekt dat er één grote Krimpenerwaardgemeente komt. ‘De problemen van kleine gemeenten worden steeds groter. Dat is ook de reden voor de samenwerking in de Krimpenerwaard geweest.’ (september 2006)

X. De Krimpenerwaard wordt van haar laatste waardigheid beroofd. In zijn eerste vergadering ruziet de Krimpenerwaardraad al en wijkt af van het voorstel van het Dagelijks Bestuur om de burgemeester van Ouderkerk, Thieu van de Wouw, tot voorzitter te benoemen. Het wordt Arie van Erk van Bergambacht. (januari 2007)

XI. Niemand minder dan minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) slaat de eerste spijkers als zij schrijft dat zij voor het eind van 2008 van de Commissaris van de Koningin duidelijkheid wil over de bestuurlijke toekomst van de Krimpenerwaard. (april 2007)

XII. De Krimpenerwaard wordt er niet levendiger op als de burgemeesters van Nederlek en Schoonhoven zich kritisch uitlaten over de K5-samenwerking. Kees Veerhoek van Nederlek verlaat het zinkend schip en vertrekt naar Neder-Betuwe. Dick de Cloe van Schoonhoven pleit in zijn nieuwjaarsrede voor een gemeentelijke herindeling en brengt daarmee een pijnlijke wond toe in het toch al gehavende lichaam van de K5. (januari 2008)

XIII. De Krimpenerwaard ademt nog zwak als ze van het kruis wordt afgenomen door Gedeputeerde Staten, die eisen dat er vóór 1 mei van iedere gemeente een quick scan van de bestuurkracht ligt. Het zorgt voor een incidentele opleving in het gebied: waar bemoeit de provincie zich mee? Ze protesteren. Niet gezamenlijk, maar elk met een eigen brief. (januari 2008)

XIV. De Krimpenerwaard wordt er nog niet ingelegd, maar het graf is al gedolven. Gedeputeerde Martin van Engelshoven-Huls wacht met een standpunt over wel of niet herindelen tot de uitkomst van de bestuurskrachtmetingen bekend is; dat moet wel nog dit jaar gebeuren. PvdA-Statenlid Henk Letschert ziet er geen heil meer in. De samenwerking verloopt allerminst vlot, zegt hij: ‘De stemverhouding in de Krimpenerwaardraad is vaak vier tegen één. En dat Nederlek toenadering zoekt tot Krimpen aan den IJssel zegt ook iets over de K5.' (maart 2008)

9.3.08

Handdrukken

Er bestaat een leuke theorie dat de hele mensheid met elkaar is verbonden door maximaal zes handdrukken. Een mathematische kwestie: stel dat ik 300 mensen een hand heb gegeven, die op hun beurt ook 300 mensen een hand hebben gegeven, dan heb ik in twee handshakes al 90.000 mensen te pakken. Een mooie, solidaire gedachte, goed voor het internationale gemeenschapsgevoel. Met een wereldbevolking van zeven miljard zit je, volgens die redenering, slechts vier handdrukken bij George Bush vandaan.
'n Ongemakkelijk idee, dat laatste. Maar gelukkig ook van Nelson Mandela, om maar iemand anders te noemen. Of Fidel Castro.
Als ik die theorie op mezelf loslaat, kom ik een heel eind. Nu ben ik misschien geen goed voorbeeld, omdat ik door mijn werk met heel veel mensen in heel verschillende milieus in aanraking kom, maar iedereen die bijvoorbeeld de burgemeester van Ouderkerk een hand heeft gegeven zit via de Commissaris van de Koningin maar twee handjes bij de koningin vandaan. En dan gaat het vervolgens heel snel de wereld over.
De theorie klopt van geen kant, natuurlijk. Want ze gaat ervan uit dat iedereen er totaal verschillende netwerken op nahoudt, terwijl netwerken elkaar in hoge mate overlappen. En in het Amazonegebied leven prehistorische indianenstammen die nog nooit met blanken in aanraking zijn gekomen. En wat te denken van de ‘onaanraakbaren’, de paria’s in India die nooit iemand buiten hun eigen kaste een hand mogen geven?
Ik kom hier op door het bizarre debat binnen mijn partij over het hand geven in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Wouter Bos vindt dat een hand geven de norm moet zijn in Nederland, Job Cohen vindt het niet zo erg wanneer islamitische straatcoaches vrouwen weigeren een hand te geven. Het is natuurlijk een discussie van niks, in ieder geval geen interne partijcrisis waard. Maar het tragische lot van de PvdA is helaas dat zij alles tot probleem weet te verheffen en daardoor weer een fijne reden heeft om elkaar de linkse kerk uit te vechten.
Overigens ben ik het met Cohen eens. Als zo’n straatcoach een vrouw vriendelijk groet door de hand op zijn moslimhart te leggen, vind ik dat van evenveel waarde als het geven van een hand. Het gaat om de norm, niet om de vorm, las ik in Trouw. En zo is het maar net.
Maar dat haalt wel die mooie theorie van de zes handdrukken onderuit. Als we gaan weigeren handen te geven, dan wordt het nooit wat met die virtuele menselijke keten die de hele wereldbevolking met elkaar verbindt. Weer iets om over door te somberen.

28.2.08

Meedoen

Vandaag ontving ik een nieuwsbrief van de Statenfractie van de PvdA. Daarin een bijdrage van Statenlid Iris Meerts met de kop ‘Alle inwoners van Zuid-Holland moeten mee kunnen doen’.
Toevallig: gisteravond deed ik in Lekkerkerk mee aan de startbijeenkomst voor het minimabeleid van de K5-gemeenten. De hoofdconclusie daar was: de norm van het beleid moet zijn dat iedereen in de samenleving kan meedoen en zich kan ontwikkelen.
Hetzelfde verhaal dus als Iris laat horen.
Het was overigens een buitengewoon nuttige en plezierige avond in Amicitia. Goed voorbereid door de afdeling Sociale Zaken van de K5 en een enthousiaste inbreng van de ongeveer twintig aanwezige raads- en commissieleden. Van wie er opvallend veel van PvdA-huize waren. Hoewel, opvallend: als PvdA’ers zich al niet betrokken zouden voelen bij dit onderwerp, wie dan wel? Niettemin is het goed om te constateren dat mijn partij, als het om echt belangrijke zaken gaat, haar achtergrond niet verloochent. In de Staten niet en in de K5 niet.
Volgende week is er weer een intergemeentelijke bijeenkomst, dit keer over de Wet maatschappelijke ondersteuning die Ouderkerk en Nederlek samen vorm geven. Nog zo’n onderwerp dat in genen van de sociaal-democratie moet zitten. Ook bij het Wmo-beleid gaat het om mensen die extra zorg nodig hebben. Van hun omgeving en het maatschappelijk middenveld, zeker - maar de overheid mag zich niet afzijdig houden. Van de Ouderkerkse partijen was gisteren in Lekkerkerk naast de PvdA alleen het CDA aanwezig. Ik hoop dat volgende week ook ChristenUnie, SGP en VVD hun sociale gezicht laten zien.
Aan de bar natuurlijk nog nagepraat over de flirt van Nederlek met Krimpen aan den IJssel en het vreemdgaan van Schoonhoven met Lopik. Boeiende gesprekken, met wederzijdse verbazing. Schoonhoven en Nederlek begrijpen elkaar niet, de drie overige K-gemeenten snappen de twee ontrouwe partners niet en op hun beurt vragen die zich af waar de andere zich nou eigenlijk druk over maken.
De K5 zit op heel veel verschillende golflengtes. Maar dat wisten we al.

17.2.08

Hardleers

Een tijdje geleden plofte er bij elk Ouderkerks huishouden een foldertje van de ChristenUnie op de mat: ‘De Tussenstand’. Daarin legt de partij verantwoording af over wat zij, sinds de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006, heeft gedaan.
Mooi initiatief.
Maar wát de ChristenUnie nou precies heeft bereikt, staat er niet in. Veel wordt genoemd, maar het zijn bijna allemaal vruchten van dit PvdA/VVD-college. Dat de ChristenUnie daar blij mee is kan ik mij voorstellen – maar ze wekt de indruk dat het háár successen zijn.
Dat is natuurlijk niet zo.
De zaken anders voorspiegelen dan ze zijn, daar is de ChristenUnie sterk in. Dat deed ze al in haar verkiezingsprogramma. In het lijsttrekkersdebat van februari 2006 heb ik daar ook op gewezen, wat me door de ChristenUnie niet in dank werd afgenomen. Ik zei toen: ‘Het is heel makkelijk, maar ook misleidend om bestaand beleid te verheffen tot verkiezingspropaganda. Het was duidelijker en eerlijker geweest wanneer ze had aangegeven wat ze nou precies voor nieuw beleid willen. Want daar gaan verkiezingen toch om? Ik heb het niet gelezen.’
De ChristenUnie is een hardleerse partij, want ze doet het twee jaar later nog steeds: ten onrechte successen claimen, meeliften op het beleid van anderen. Ik zal niet zeggen dat het volksverlakkerij is (je moet voorzichtig zijn met dergelijke termen), maar misleidend blijft het.
Op haar website schrijft zij nu weer dat het aan de ChristenUnie te danken is dat er nieuwe toezeggingen zijn gedaan aan de boeren die als gevolg van het Veenweidepact moeten worden verplaatst. Onzin. Het was PvdA-wethouder Klaas Dogterom die, direct nadat duidelijk was dat aan eerdere afspraken werd getornd, bij de provincie aan de bel trok en daar herinnerde aan de heldere afspraken die waren gemaakt. Overheden moeten afspraken nakomen. Dat heeft hij ook in de raadsvergadering van december gezegd. De ChristenUnie zat daar bij. Bovendien heeft hij de provincie in een brief laten bevestigen dat de oude afspraken nog altijd gelden. De ChristenUnie kent die brief. De ChristenUnie is op de hooge van het standpunt van de wethouder, weet welke inspanningen hij doet om de afspraken met de boeren na te komen – en toch slaagt ze er weer in de indruk te wekken dat het allemaal aan de ChristenUnie is te danken als het straks uiteindelijk allemaal goed komt.
Waarom geeft de ChristenUnie niet gewoon toe, dat niemand wil dat onze boeren worden benadeeld - zélfs niet die vermaledijde PvdA die zo graag al die natuur in de Krimpenerwaard ziet komen?

30.1.08

Smile

Zou Hillary Clinton de clip van When The Lady Smiles echt niet gekend hebben toen ze besloot dit nummer te gebruiken in haar campagne? Waarschijnlijk niet, zeker niet de onversneden versie. Want in het filmpje schijnt destijds voor de Amerikaanse markt nogal geknipt te zijn. En in 1984 was er nog geen YouTube waar iedereen terecht kon.
Ik heb de clip nog eens bekeken en begrijp de commotie niet. Je kunt er over twisten of het smaakvol is de aanranding van een non (met rode beha, ook dat nog) te verfilmen. Aan de andere kant: Barry Hay is wél een psychopaat en hij wordt door omstanders overmeesterd en door middel van een lobotomie ‘genezen’ – het goede overwint uiteindelijk het kwade, dát zou de Amerikanen toch moeten aanspreken.
Daarbij komt: het is hypocriet van Amerikanen om schande te roepen over deze clip (in Dagblad De Pers zei een Nederlandse medewerkster van de Hillary-campagne zelfs: ‘Weet je zeker dat die non er geen zin in had?’ De blik waarmee ze Hay aankijkt is er inderdaad meer een van wellust dan van angst) terwijl ze zelf de ene na de andere blote pulpclip op televisie vertonen in vergelijking waarmee Golden Earring kleuterwerk is. En dan heb ik het nog niet eens over de perverse oorlog in Irak waarin ze de halve wereld mee hebben gesleurd.
Dit alles terzijde. Het ging Hillary natuurlijk niet om de clip, maar om de opzwepende muziek die haar entree op het podium begeleidt, en de tekst: When the lady smiles / I can’t resist her call / As a matter of fact / I don’t resist at all / ‘cos I’m walking on clouds / And she is leadin’ the way.
Als je presidentskandidaat bent, en vrouw, en er ligt zo’n tekst voor het oprapen, dan zou je wel gek zijn als je die niet gebruikt.
Iets anders, hoewel het ook over verkiezingen gaat. De Kiesraad wil dat leden van een stembureau mensen met een geestelijke beperking niet langer behulpzaam zijn bij het uitbrengen van een stem tijdens verkiezingen. Er mag nog maar één regel gelden, en dat is dat kiezers in het stemlokaal niet alleen zelf hun wil moeten kunnen bepalen, maar ook zelf hun stem moeten kunnen uitbrengen. Wie fysieke beperkingen heeft, mag wél worden geholpen.
Ik heb vaak op een stembureau gezeten, en altijd zijn er weer ouderen die fysiek best een stem kunnen uitbrengen, maar de techniek niet begrijpen. Zij zijn niet opgegroeid met computers en knoppen en displays en raken in verwarring. Mag ik hen niet meer helpen, moet ik ze vertellen: sorry meneer of mevrouw, u zoekt het maar uit? Kom op zeg. Want hoe weet ik of iemand echt wilsonbekwaam is, of gewoon een beetje in verwarring? Dat mógen leden van een stembureau ook niet bepalen, zegt de Kiesraad, en daarom moet de groep kiezers die wél weet waarop ze wil stemmen maar de machine niet kan bedienen, maar worden gedupeerd.
Tja. Ik ben voor een eerlijk verkiezingsproces, maar er zijn grenzen.
Mijn makke is dat ik altijd val voor de glimlach van een vrouw. Dus als daar straks een broze dame van 93 staat en mij hulpeloos toelacht, dan móet ik haar wel helpen, of ik wil of niet. When the lady smiles, I can’t resist her call.
De Kiesraad kan me nog meer vertellen.

20.1.08

Schaken

Toen ik een jaar of acht, negen was leerde ik schaken van mijn vader. Op m’n twaalfde speelde ik op mijn jongenskamertje de partijen na van de vermaarde match om het wereldkampioenschap tussen Boris Spasski en Bobby Fischer.
Fischer stierf deze week, 64 jaar. Evenveel jaren als er velden op een schaakbord zijn. En met hem ging er weer een stukje van mijn eigen geschiedenis heen. Gek is dat, je vergeet mensen in de loop der jaren tot ze opeens in het nieuws zijn omdat ze het loodje leggen. Je hebt ze niet persoonlijk gekend en toch raakt het je. Jan Wolkers, ook zo iemand. Ik wist dat hij oud en broos was, maar toch kwam zijn dood onverwacht.
Bobby Fischer dus. Een geniale gek, zo antisemitisch als de pest, maar toch: iemand die in staat was een passie voor het schaken bij mensen los te maken. Bij mij in ieder geval, zo jong als ik was. Later schaakte ik vooral op de middelbare school, in de pauzes, en in dienst met de sergeant, die volgens mij vooral voor het leger had gekozen omdat hij daar genoeg vrije tijd had om zijn schaakhobby te kunnen beoefenen. Ik heb geprobeerd de liefde voor het spel over te brengen op mijn kinderen, maar dat is niet gelukt. Ze kennen de spelregels, ze weten de loop van de stukken, maar spelen: nee. Te saai, zeggen ze.
Hun vrienden en vriendinnen spelen het ook niet. Als je schaakt ben je een nerd, zeggen ze.
O.
Ook J.K. Rowling, toch niet de minste, is er niet in geslaagd jongeren aan het schaken te krijgen. In het eerste deel van de Harry Potter-reeks geeft ze een magistrale beschrijving van een partij toverschaak, met gigantische, levende stukken die elkaar niet gewoon ‘slaan’ maar helemaal tot moes beuken en van het schaakbord een waar slagveld maken. Maar zelfs daar wordt de jeugd niet enthousiast door.
Schaken is: je verplaatsen in de tegenstander, strategieën ontwikkelen en vooral: een paar zetten vooruit denken. ’t Is net politiek. Beter gezegd: ’t is net zoals politiek zou moeten zijn. Maar van dat laatste, een beetje vooruit denken, hebben ze in K5-verband in ieder geval geen kaas gegeten.
Al héél lang weten we dat we dit jaar de samenwerking moeten evalueren. Zelfs de minister heeft daarover een brief naar de Tweede Kamer geschreven. Dan zou je toch denken dat er al is nagedacht over de manier waarop zo’n evaluatie moet worden uitgevoerd: welke thema’s moeten aan bod komen, wie gaat het doen, en wanneer? Maar niets van dat alles.
Gelukkig komt er deze week in de Krimpenerwaardraad een motie ter tafel, waarin Schoonhoven oproept snel aan de slag te gaan. Goed initiatief, maar dat had het Dagelijks Bestuur natuurlijk al lang zelf moeten doen. Je kunt, zoals voorzitter Arie van Erk doet, wel roepen dat we de evaluatie moeten afwachten voor we uitspraken kunnen doen over de toekomst van de Krimpenerwaard, maar die evaluatie komt niet vanzelf.
Had het DB het misschien in eigen hand willen houden, als de kalkoen die mag meepraten over het kerstmenu? Als dat zo is, dan heeft Schoonhoven die strategie in ieder geval goed doorzien en met het indienen van de motie het DB schaak gezet. Ben benieuwd naar de tegenzet. Of misschien is het DB wel verstandig en legt het zijn koning om; want een partij met de raad kan lang duren, maar de uitslag staat bij voorbaat vast.

14.1.08

Wipkip

Ik ben er niet bij geweest, dus ik ga af op de verslaggeving in Het Kontakt. Misschien niet verstandig, maar ik waag het erop.
Vorige week presenteerde aannemer Heijmans de woningbouwplannen voor de Zellingwijk. Geen verbetering ten opzichte van de plannen van een aantal jaren geleden, las ik. Dat is op zichzelf al jammer en verbazend, maar verbijsterend was dat er – opnieuw, het gebeurt bijna standaard – geen rekening was gehouden met de norm die door de gemeenteraad is vastgelegd, dat drie procent van de ruimte openbare speelruimte moet zijn. De verklaring: toen de eerste schetsen werden gemaakt, was dat nog geen beleid.
Zo lust ik er nog wel een paar. Er zijn een paar dingen waar de raad zich bij herhaling ondubbelzinnig over heeft uitgesproken, een daarvan is die speelruimtenorm. Ongelooflijk dat er in de commissie nog altijd plannen aan de orde komen waarin die norm domweg wordt genegeerd. Jammer van alle energie die erin is gestoken, want dan moeten de architecten toch echt terug naar de tekentafel. De raad bepaalt, tenslotte.
Volgens Het Kontakt gaat de architect ‘proberen’ nog een speelplek in het plan te borduren. Zo’n opmerking getuigt van een minachting voor het belang van ruimte voor kinderen en jongeren. Speelruimte zou de kern van een plan moeten zijn. Begin met een ruime, mooie speelvoorziening, en ontwerp de rest van het plan eromheen, zou ik zeggen. Nu wordt er waarschijnlijk wat ingedikt, een miniem speelplaatsje ingetekend – misschien twee, om de norm te halen – en dat is het dan. Speelruimte wordt zo letterlijk het kind van de rekening.
Ontwikkelaar Heijmans maakte het er allemaal niet beter op met zijn belofte, dat hij de nieuwe speeltuin wel ‘een wipkip’ zou schenken.
Een wipkip! Als iets ‘uit’ is dan is het wel een wipkip. Die dingen zijn leuk voor een heel kleine groep kinderen, maar het grootste deel van de tijd staan ze stil weg te roesten of kapot te gaan omdat veel te grote jongeren de kip misbruiken. Ook deze opmerking toonde aan, hoe neerbuigend veel volwassenen nog altijd over kinderen en hun recht op speelruimte denken.
Trouwens, een geschenk in de orde van grootte van een wipkip is wel heel erg minimaal voor een ontwikkelaar die een miljoenenklus als de Zellingwijk heet, mag klaren. Een fooi, meer is het niet. Dan kan hij beter niets toezeggen.
Ik heb via Google Earth de maten van de Zellingwijk opgenomen. Het gaat grofweg om een oppervlakte van 9.000 vierkante meter. Dat betekent, dat er minimaal (meer mag altijd natuurlijk!) 270 vierkante meter speelruimte moet komen. Dan heb ik de negen koopwoningen die apart van de rest staan, nog niet meegerekend. Laat dat duizend vierkante meter zijn, dat brengt het totaal aan speelruimte op ongeveer 300 vierkante meter.
Het minste wat de commissie nu moet eisen, is een exacte opgave van de oppervlakte die de nieuwe Zellingwijk beslaat. Daar volgt vanzelf de oppervlakte speelruimte uit. Maar nooit, nooit mag de commissie akkoord gaan met een plan waarin de speelruimte als sluitpost tussen de huizen is gepropt. Dat verdient de nieuwe wijk niet, dat verdient zeker de jeugd niet.
De Zellingwijk moet een kroonjuweel van de gemeente worden. Met kroonjuwelen marchandeer je niet.

7.1.08

Gelukkig nieuwjaar

Het nieuwe jaar begint goed met – al weer – gedoe over de K5-samenwerking. Twee van de vijf burgemeesters spreken openlijk hun twijfels uit over het succes van de K5, en twee anderen voelen zich geroepen daarop te reageren met de stelling dat burgemeesters niks over te zeggen hebben, dat moeten zij overlaten aan de gemeenteraden. Voor wie het heeft gemist: het staat allemaal in dit artikel van het AD.
Dat uiteindelijk de raden over de toekomst van de gemeenten beslissen, klopt natuurlijk. Daarin heeft burgemeester Arie van Erk van Bergambacht (en voorzitter van de K5), gelijk. Maar dat daarom burgemeesters ook hun mond moeten houden, is onzin. Als je, zoals Kees Veerhoek van Nederlek, naar een andere burgemeesterspost solliciteert ben je aan je burgers verplicht uit te leggen waaróm je vertrekt. Zijn belangrijkste motivatie was, zo begrijp ik uit zijn brief, dat hij zeer betwijfelt of hij in Nederlek wordt herbenoemd omdat een herindeling van de Krimpenerwaard waarschijnlijk is. Dat hij dat onomwonden zegt en niet vlucht in clichés als ‘ik was toe aan nieuwe uitdaging’, siert hem.
Dat vervolgens Dick de Cloe van Schoonhoven daar in zijn nieuwjaarstoespraak op reageert, is evenmin vreemd. De Cloe heeft al veel vaker gezegd dat een herindeling de verstandigste oplossing is, in combinatie met de instelling van dorpsraden. Wat dat betreft zei hij niets nieuws. Maar dan nog: wat hoort een burgemeester in een nieuwjaarstoespraak, een van de weinige momenten dat hij een persoonlijk woord tot de samenleving mag richten zonder de hete adem van een college of een raad in de nek te voelen, te doen? Vooruitblikken op wat er komen gaat, natuurlijk. Hoe je het ook wendt of keert, voor alle vijf K5-gemeenten is 2008 een cruciaal jaar, waarin wordt beslist over de toekomst: doorgaan op de huidige weg van samenwerking, of herindeling. Een zéér belangrijk onderwerp dus, het zou bizar zijn geweest als De Cloe daar in zijn toespraak niet over had gesproken.
De verbazing of verontwaardiging van de burgemeesters van Bergambacht en Vlist hierover is misplaatst. Burgemeesters die het belangrijkste thema van het komend jaar in hun nieuwjaarsspeech uit de weg gaan, díe zijn pas ongeloofwaardig.
Vanavond houdt de burgemeester van Ouderkerk zijn nieuwjaarstoespraak. Ik kan me niet voorstellen, dat het woordje K5 er niet in voorkomt.

18.12.07

Papegaaien

Afgelopen voorjaar werd ik, als ik mijn zondagse rondje via Schaapjeszijde door de Krimpenerwaard rende, een paar keer aangevallen door een kievit die laag over mijn hoofd scheerde, waarschijnlijk omdat ik iets te dicht in de buurt van haar eieren kwam. Eerder in het voorjaar ging ik regelmatig met mijn dochter en een verrekijker naar een weiland in Achterbroek. Wij wisten dat daar een buizerdpaar nestelde en hoopten een glimp van de net uit het ei gekropen jongen te kunnen opvangen. Wat is gelukt, en het schepte gelijk een band. Het feest was dan ook groot toen we weken later vader, moeder en de drie kinderen buizerd boven ons huis zagen zweven, alsof ze ons kwamen laten zien hoe goed ze al konden vliegen.
’s Nachts hoor ik regelmatig de uil in de Stolwijkseboezem en sinds een paar jaar laat iedere winter de ijsvogel zijn prachtige kleuren zien in mijn achtertuin. Vorige week was ’ie er weer, voor het eerst dit jaar.
Voor vogelliefhebbers is de Krimpenerwaard een paradijs. En nu hebben we een nieuw exemplaar: de papegaai. Het zijn er inmiddels al zo veel, dat we bijna van een inheemse soort kunnen spreken.
Een aantal papegaaien kwam vorige week aan het woord in de nieuwsbrief van de Rabobank, in Gouderak huis-aan-huis verspreid. De redactie van de nieuwsbrief vroeg tien Gouderakse winkeliers naar hun toekomstverwachting van het dorp. Drie van hen noemden het Veenweidepact en het mogelijk niet doorgaan van het bedrijventerrein Veerstalblok ‘bedreigend’. Als dat doorgaat, wordt groeien onmogelijk, zei de een. Dat gaat klanten kosten, zei de ander. En de derde papegaaide: ‘Dat scheelt toch weer klanten voor de winkels hier.’
Geen woord over de ambitie van het dorp om te groeien naar drieduizend inwoners. Slechts een enkeling noemde de nieuwbouw van de Zellingwijk als een mooie kans, en dan nog zuinigjes: ‘Alle beetjes helpen.’ Niemand sprak over de mogelijkheden die het vrijkomen van de locaties biedt als straks het multifunctioneel gebouw er staat.
Ik neem het de winkeliers niet kwalijk. Zij herhalen slechts wat mijn collega-raadsleden al een tijdje roepen en van raadsleden mag je verwachten, dat ze een redelijk waarheidsgetrouw beeld van de werkelijkheid neerzetten.
Echter niet in dit geval. Mijn collega’s van het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie zijn, zonder hun argumenten ook maar enigszins te onderbouwen, erin geslaagd om hun onzinnige fictie van een stervend dorp als gevolg van het Veenweidepact en het niet doorgaan van Veerstalblok in het dorp te laten indalen. Politiek is oorlog, en we weten allemaal dat in een oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is. Of geef ik ze nu te veel eer, en hebben zij op hun beurt de ondernemerslobby nagepraat? Dan zijn er nog veel meer papegaaien dan ik vreesde.
Papegaaien, het zijn net eksters. Ze zijn prachtig om te zien, maar ze maken veel herrie en gaan na een tijdje irriteren.

11.12.07

Getrennt

De K5-gemeenten zijn vanuit verschillende posities aan de samenwerking begonnen. Sommige waren sterk, met veel ambtenaren en veel geld op de bank. Andere startten het avontuur met een rood banksaldo en een minimale capaciteit. De ene had een sterke burgemeester, met een heldere visie op de toekomst, bij de andere wisselden de burgemeesters elkaar in hoog tempo af en was van bestuurlijke continuïteit nauwelijks sprake. Toch begonnen zij een aantal jaren geleden allemaal aan het K5-avontuur. Samen. Om efficiencyvoordelen te halen, maar ook om te laten zien dat samenwerken kán en dat een gemeentelijke herindeling, die als een zwaard van Damocles boven de waard hangt, niet nodig is.
Getrennt marschieren, vereint schlagen.
Vorig jaar werd de Krimpenerwaardraad opgericht, met als doel inderdaad samen die slag te maken. Veel mooie woorden werden eraan gewijd, maar in de praktijk blijken de plaatselijke belangen erg vaak te prevaleren boven het gezamenlijk belang. Van vereint schlagen is nog nauwelijks sprake, na iedere vergadering lijken de gemeenten weer een stukje verder van elkaar verwijderd.
Vanavond staat een nieuwe lakmoesproef op de agenda. De raad moet besluiten over de verdeelsleutel: hoeveel moet iedere gemeente betalen aan de uitvoering van collectief afgesproken beleid? Wat zou logischer zijn om daarvoor één heldere maatstaf af te spreken? Het aantal inwoners bijvoorbeeld: kleine gemeenten betalen naar verhouding minder dan grote. Of de uitkering uit het Gemeentefonds die gemeenten ontvangen van het Rijk; daarmee wordt al rekening gehouden met verschillen tussen gemeenten, dus die discussie hoeft dan in de K5 niet opnieuw plaats te vinden.
Maar de logica ligt niet in de mond van de K5-raadsleden bestorven. Vanavond zal wéér blijken dat het plaatselijk belang zwaarder weegt dan het collectief belang. Getrennt marschieren, dat kunnen we als de beste. Maar in plaats van aan het front bij elkaar te komen, solidair te zijn, lopen we steeds verder van elkaar weg. De tegenstander lacht zich rot; we maken het de provincie wel erg makkelijk om volgend jaar, na de evaluatie van de samenwerking, te zeggen: ‘Die K5 van jullie lijkt nergens op, we maken er één gemeente van.’
Mij hoor je dan niet klagen. Maar al die mensen die zo hoog opgeven van zelfstandige gemeenten moeten zich bedenken, dat ze dat dan voor een belangrijk deel zichzelf kunnen verwijten.

10.12.07

Eend

In de Volkskrant van vandaag staat een mooie archieffoto van prins Willem-Alexander, vier jaar oud, die door zijn ouders naar school wordt gebracht. Zijn eerste schooldag was in 1973 landelijk nieuws, evenals nu de eerste schooldag van Alex’ dochter Amalia. Royalty blijft scoren.
Lief jongetje trouwens, onze kroonprins. Toen hij nog klein was.
Het zal ongeveer 1982 zijn geweest toen ik hem ontmoette in de tuin van paleis Huis ten Bosch. Ik zat in dienst en was belast met de postbezorging van het Koninklijk Huis. Mooie baan, met een stapel enveloppen rijden van paleis Noordeinde naar Huis ten Bosch, door naar Soestdijk en Lage Vuursche en weer terug. Op Soestdijk adviseerde ik prinses Juliana over het motief van een nieuw behang en bij Huis ten Bosch kwam ik dus Alex tegen, die mij met Haagse tongval aansprak: ‘Hé soldaat, zit er wat voor mèh bèh?’
Ik heb hem alleen maar strak aangekeken. Brutale vlegel, hij had op z’n minst ‘meneer’ kunnen zeggen.
Het is tussen mij en het koningshuis nooit meer helemaal goedgekomen.
Maar het gaat mij nu niet om Alex, maar om die foto uit 1973.
In het centrum van de foto natuurlijk het kleine blonde prinsje, geflankeerd door zijn trotse ouders. Op de achtergrond, waar ze horen, twee mannen in pak. Zij houden de koninklijke familie goed in de gaten. Veiligheidsagenten natuurlijk. Wat mij intrigeert zijn niet de mensen, maar de auto die half verborgen achter prins Claus staat. Alleen de rode motorkap is zichtbaar en die laat weinig te raden over: het is een 2CV, een Lelijke Eend. Het lijkt alsof het de auto is waarmee de familie het ritje heeft gemaakt van Drakestein naar de lagere school in Baarn.
Zou het? Zou Alex echt zo ‘gewoon’ zijn opgevoed dat ze bij hem thuis een Eend hadden? Als dat zo is, dan hebben smaak en budget van Beatrix in de loop der tijd wel een evolutie doorgemaakt. Het wagenpark in de koninklijke stallen bestaat nu vooral uit grote Volvo’s van het type S80.
Van Eend naar Volvo, mijn droom.
Het laatste deel van die droom is werkelijkheid geworden. Ik rijd een dieselslurpende Volvo, oud genoeg om niet voor de montage van een roetfilter in aanmerking te komen. Dus zit ik nu in de rare spagaat waarin ik aan de ene kant in de gemeenteraad een actief klimaatbeleid van de gemeente bepleit, en aan de andere kant dat doel met mijn Volvo bij voorbaat frustreer. Goed, ik gebruik ’m selectief en we hebben samen, mijn vrouw en ik, maar één auto – dus veel meer dan de gemiddelde Ouderkerker zullen we niet vervuilen, maar toch moet ik bij iedere koude start weer even slikken als ik de straat hul in een enorme rookwolk.
Het eerste deel van mijn droom is nooit uitgekomen. Mijn eerste auto was een Toyota 1000. Daarna volgden nog een trits Toyota’s en Volkswagens en ten slotte de Volvo. Maar god, wat had ik graag een Eend gehad. Met open dak naar Parijs en verder, veel leeftijdgenoten van mij hebben het gedaan. Ik niet, en dat spijt me nog steeds. Al het geëxperimenteer met drank, drugs (nou ja, een enkel blowtje) en seks ten spijt, heb ik het idee dat ik zonder Eend in de jaren zeventig niet voluit heb geleefd. Daarom koester ik nog steeds de stille wens om ooit nog eens een Eend te kopen. Geen oude, want zelf sleutelen is niets voor mij. Gelukkig lijkt Citroën het voorbeeld van Volkswagen en de Kever te volgen en werkt het bedrijf aan een nieuwe 2CV, die wellicht in 2009 op de markt komt.
Ruil ik dan de Volvo in? Natuurlijk niet, dat doet Beatrix toch ook niet? Wie eenmaal een Volvo heeft gehad, wil nooit meer iets anders.
Wordt het toch die tweede auto. En heb ik straks weer iets uit te leggen.

5.12.07

Zak

Als je op 5 december een blog schrijft, moet het toch een beetje over Sinterklaas gaan. Zoals je op 1 mei, 16 november en 1 december over de dag van respectievelijk arbeid, tolerantie en aids moet schrijven, maar dat zijn nou net de dagen waarop in huize-Mudde verjaardagen worden gevierd en van een blog komt dan niet zo veel.
Maar vandaag is de dag van Sinterklaas.
De tijd van vol verwachting kloppende kinderhartjes zijn we al jaren voorbij, dus wat kan ik nou over Sinterklaas schrijven, anders dan dat ik tot gisteravond laat heb zitten worstelen met de computer om er nog enigszins leesbare gedichten uit te persen? Mij schiet eigenlijk alleen een voorval van een paar weken geleden te binnen. Mijn zoon was toevallig in Moordrecht toen daar de Sint bij de veerstoep werd ingehaald door de plaatselijke jeugd. Verbijsterd constateerde hij, dat de Pieten het strooigoed in zakjes hadden verpakt en die uitdeelden, omdat de gemeente het strooien had verboden. Kinderen zouden zomaar ziek kunnen worden als ze van de straat eten.
Het moet niet veel gekker worden.
Verpakt strooigoed, het is een contradictio in terminis. Strooigoed moet je met een ferme zwaai over straat strooien, daarom heet het zo. Van dat beetje straatvuil wordt een kind echt niet ziek. We gaan wel erg ver in de bescherming van onze kinderen.
Goed, dat was een week of twee geleden.
Gisteren kwam het AD met een surprise: een interview met Bart van Gulick. Hij is directeur van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Krimpenerwaard. Wat zegt Van Gulick? ‘Het bedrijfsterrein Veerstalblok gaat er gewoon komen’.
Dat mag meneer Van Gulick helemaal niet zeggen. Althans, niet als directeur van de ROM-K. Of dat terrein er komt of niet, is een politieke keuze. Van Gulick is geen politicus, hij is niet door de bevolking gekozen vanwege zijn mening - nee: hij is door de politiek aangesteld om beleid uit te voeren. En dat beleid houdt vooralsnog in, dat het bedrijventerrein er niet komt. Strooigoed moet je strooien, politieke uitspraken zijn het domein van politici.
Het is niet de eerste keer dat Van Gulick op de stoel van de politiek gaat zitten. Dat deed hij ook al in Het Kontakt, in augustus. En nog eerder moest hij de website van de ROM-K aanpassen omdat hij daar op had laten zetten dat het bedrijventerrein er kwam, lang vóór de Ouderkerkse gemeenteraad zich daarover had uitgesproken.
Wie wijst deze man zijn plaats? Gebeurt het vanavond misschien, als de Sint bij hem langs komt: ‘Zo Bart, wat lees ik nou over jou in mijn boek? Dat is niet zo fraai hè? Kom jij maar eens even bij Sinterklaas.’
Dat wordt de zak, een enkele reis Spanje. Groot land. Ruimte genoeg voor heel veel Veerstalblokken.

26.11.07

Open brief

Aan:
Peter van Heemst,
Fractievoorzitter PvdA Rotterdam


Beste Peter,
In de Volkskrant van vanmorgen las ik je pleidooi voor een hogere vergoeding voor raadsleden. ‘Onze gemeenteraadsleden worden uitgewoond’, stond erboven. Het werk in de gemeenteraad is veel zwaarder en ingewikkelder dan het werk in de Tweede Kamer, schreef je. Jij kunt het weten, je bent lid geweest van de Kamer.
Je schreef ook: ‘De gemeenten en de gemeenteraadsleden zien hun werk gigantisch groeien. Dat goed, want we zitten er, veel meer dan de Kamerleden, bovenop. Maar dan moet er ook de erkenning zijn dat deze functie om een stevige vergoeding en een solide rechtspositie vraagt. We krijgen nu ongeveer eenvijfde van wat Kamerleden verdienen! Een wanverhouding dus.’
Ik kan de grote lijn van je pleidooi onderstrepen. En ik ben blij dat jij, als prominent PvdA’er en fractievoorzitter in een grote gemeente, de gêne om voor je eigen portemonnee te pleiten van je af hebt geworpen. Ik heb het op mijn bescheiden schaal op deze plek ook al eens gedaan, maar het blijft ongemakkelijk, hardop zeggen dat je eigenlijk recht hebt op meer geld.
Maar eenvijfde van wat Kamerleden verdienen? Was het maar waar! Ja, in Rotterdam misschien, waar raadsleden een vergoeding van bijna tweeduizend euro per maand krijgen (exclusief de onkostenvergoeding). Maar hoe kleiner de gemeente, hoe lager de vergoeding. Is het in een middelgrote stad als Gouda nog 1150 euro, in Ouderkerk is het niet meer dan 246 euro. Dat is, om jouw vergelijking door te trekken, nog minder dan eenvijfentwintigste van een Kamerlid. Of: ongeveer eenvijfde van wat jij en je collega-raadsleden in Rotterdam verdienen.
Over wanverhoudingen gesproken.
Rechtvaardigt het verschil in gemeentegrootte deze verschillen? Is het werk van een raadslid in Rotterdam of Gouda zoveel zwaarder of moeilijker dan in Ouderkerk? Dat waag ik te betwijfelen. Ik ken de dikte van de enveloppen niet die jij in Rotterdam op de mat vindt, maar ik ken wel de omvang van jouw fractie: 18 mensen. Vele handen maken licht werk: wat een verschil met een fractie van vier, zoals die van mij – en dan zijn wij nog de grootste in Ouderkerk! Goed, jullie hebben in Rotterdam problemen die wij niet kennen. Maar net als jij hebben ook wij ons moeten verdiepen in grote dossiers als de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand. Als je met z’n vieren bent, is het werk wat lastiger te verdelen dan met z’n achttienen.
Daar komt bij, dat jij een griffie van 24 mensen tot je beschikking hebt die je ondersteunt en adviseert. Wij hebben in Ouderkerk één griffier en een griffiemedewerker, samen goed voor ongeveer één voltijdsfunctie. Dat we vijf keer zo weinig verdienen als jij, is één ding. Dat we vierentwintig keer zo weinig ondersteuning hebben, is verbijsterend.
Wat ik zeggen wil: ik vind het hartstikke goed dat je de aandacht vestigt op een serieus probleem. Het was echter beter geweest als je even van je grootstedelijke Olympus was afgedaald en ook was ingegaan op de problemen van raadsleden in kleine gemeenten. Of we hadden het stuk samen kunnen schrijven. Dat is niet gebeurd, maar misschien wil jij in je lobby bij je oud-collega’s in de Tweede Kamer ook even de ondermaatse beloning van raadsleden in kleine gemeenten meenemen? Alvast bedankt.

Met vriendelijke groet,
Leo Mudde, je collega in Ouderkerk

25.9.07

Rouvoet

Liliane wie…?
’t Blijft een verrassende partij, die PvdA.
Door alle commotie rond de strijd om het voorzitterschap zou je bijna vergeten, dat het congres op 6 oktober een compleet nieuw bestuur moet kiezen. Op de voordracht staat op de tweede plaats, achter Liliane Ploumen, de Tilburgse wethouder Jan Hamming. Een van de vertrouwelingen en adviseurs van Wouter Bos. Als het congres de voordracht overneemt, maakt dat de positie van Wouter weer een stukje sterker. Een man uit het lokaal bestuur, iemand die met z’n poten in de gemeentelijke modder staat. Geen verkeerde keus, lijkt mij. Het maakt het verlies van Jan Pronk iets draaglijker.
Goed. Van de Amsterdamse grachtengordel waar het partijbureau is gehuisvest is het een kleine stap naar het Binnenhof, waar het kabinet vorige week zijn eerste begroting presenteerde. Met genoegen las ik het programma van minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin). Van de ChristenUnie, maar hij zegt zinnige dingen. Hij wil, wat de PvdA in Ouderkerk al heel lang bepleit. Zo moeten in 2011 alle gemeenten de inspraak van jongeren hebben georganiseerd. In Ouderkerk starten we de discussie over jeugdraden in 2008, zo staat in het collegeprogramma. De druk die Rouvoet nu op de ketel zet, is in ons voordeel.
En dan: de beruchte 3%-norm. Al een paar jaar geleden besloot de Ouderkerkse gemeenteraad dat bij nieuwe (bouw)plannen, ten minste drie procent van de ruimte moet worden gereserveerd voor spel- en speelruimte. Tot nu toe wekken achtereenvolgende colleges niet de indruk deze wens van de raad van harte uit te willen voeren. Ook het huidige college doet daar schimmig over; in de plannen met de IJsbaanlocatie in Ouderkerk aan den IJssel wordt wat gegoocheld met parkeerplaatsen en vissteigers, maar een duidelijk antwoord op de vraag of er voldoende speelruimte is, blijft uit.
Rouvoet wil deze norm nu als landelijke richtlijn gaan invoeren en hij gaat de gemeenten de komende jaren ‘monitoren’ of zij zich daaraan houden. Dus eigenlijk is het kiezen of delen voor het Ouderkerkse college: of het doet vanaf nu wat de raad ooit heeft bepaald, of het wordt straks door de minister op de vingers getikt. Lijkt mij geen moeilijke keuze.