Twee berichten op teletekst over twee opmerkelijke besluiten van de Raad van State. De eerste zaak betrof de uitspraak, dat de gemeente ten onrechte een milieuvergunning heeft verleend voor het bouwen van een nieuw stadion voor ADO Den Haag. Reden: de gemeente heeft verzuimd uit te zoeken hoe groot de bestaande luchtvervuiling is en of de verontreiniging toeneemt door de komst van supporters. Ook is de gemeente niet goed omgegaan met de geluidsoverlast door de voetbalfans.
De tweede uitspraak is nog opmerkelijker. Ik citeer het teletekstbericht: ‘De Raad van State heeft de plannen voor een Tweede Maasvlakte bij de haven van Rotterdam gekraakt. De Raad zegt dat het kabinet te weinig rekening heeft gehouden met de natuur.’
Als ik dat lees denk ik: wie het voorkeurstracé van de Zuidwestelijke Randweg bij Gouda (ZWR) gaat aanvechten bij de Raad van State, heeft een goede kans van slagen. Hoe groot het belang van een project ook is (het economisch gewicht van een Tweede Maasvlakte valt moeilijk te overtreffen), het milieu weegt voor de Raad van State even hard mee. Twee zaken vielen mij in de uitspraak op. Eén: het kabinet had beloofd de natuur die door de aanleg van de Tweede Maasvlakte verloren gaat, te compenseren, maar de Raad van State vindt dat daarvoor onvoldoende garanties zijn. Datzelfde geldt volgens mij ook in de ZWR-discussie. En twee: het kabinet heeft niet goed onderzocht wat de gevolgen van een nog te ontwikkelen natuur- en recreatiegebied zijn voor de agrarische bedrijven in het gebied. Ook dat argument doet volgens mij opgeld in de ZWR-casus.
De vraag is nu: wie heeft nog de energie om naar de Raad van State te gaan, als de gemeenteraden van Gouda en Ouderkerk onverhoopt kiezen voor de Sluiseilandvariant in plaats van de milieuvriendelijke Weidebloemvariant? Niet de werkgroep Gouda-Krimpenerwaard, die heeft het hoofd al in de schoot gelegd. Het Zuid-Hollands Landschap dan, of de veldbiologen van de KNNV, of Milieudefensie? De Zuid-Hollandse Milieufederatie misschien? Wie het ook doet, men weet zich in ieder geval gesterkt door deze uitspraken van ’s lands hoogste bestuursrechter. Of komen de gemeenteraden nog tijdig tot inkeer en kiezen zij straks toch voor het milieu?
Leo Mudde was tot 2010 gemeenteraadslid voor de PvdA in Ouderkerk. Nu is hij voorzitter van de afdeling PvdA Krimpenerwaard. Voor de PvdA Zuid-Holland staat hij op de kandidatenlijst voor de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart 2015. Hier geeft hij op persoonlijke titel commentaar op plaatselijke ontwikkelingen en reflecties op de landelijke politiek.
27.1.05
26.1.05
Ethiek
Soms bekruipt mij het vervelende gevoel dat ik als raadslid niet weet wat er speelt in mijn eigen gemeente, dat het college de raad onvoldoende informeert. Dat ligt aan het college, want dat heeft een 'actieve informatieplicht', maar in de eerste plaats aan mijzelf. Dan moet ik er maar naar vragen. Wat ik dus ook doe.
Gisteren heb ik het college gevraagd mij alle voortgangsrapportages van het project Zellingwijk toe te sturen. Niet omdat ik zit te wachten op een nieuwe berg papier, wel omdat ik het project van zó groot belang vind dat ik in ieder geval de voortgang in grote lijnen moet kunnen volgen. Vorige week hoorde ik weer dingen over de Zellingwijk waarvan ik geen benul had, en degene die het mij vertelde was op zijn beurt verbijsterd dat ik als raadslid niet was geïnformeerd. Wie heeft het nou voor het zeggen in de gemeente, vroeg hij. De gemeenteraad toch zeker? Daar had ’ie natuurlijk groot gelijk in.
Ik ben niet de enige met vragen over de Zellingwijk. Een tijdje terug vroeg mijn collega-fractievoorzitter Floor Brouwer in een commissievergadering, wat er waar was van de geruchten in Gouderak dat het hele project zou worden afgeblazen. Geruchten? Ik had ze nog niet gehoord en ik loop toch vaker door Gouderak dan Floor – al was het maar omdat hij er niet woont. Floor wist desgevraagd ook niet meer van wie ze afkomstig waren. Dan zeg ik op mijn beurt: als je je vragen nergens op kunt baseren, stél ze dan niet, want zo creëer je nodeloos onrust. Voordat journalisten iets publiceren, moeten ze zeker weten dat de feiten kloppen. Er is zoiets als een journalistieke ethiek waarnaar zij moeten handelen. Het zou niet zo’n gek idee zijn als er voor raadsleden ook een soort ethische code zou worden ontwikkeld. Het verifiëren van geruchten alvorens ze in het openbaar nieuw voedsel te geven, hoort daar zeker in thuis.
Gisteren heb ik het college gevraagd mij alle voortgangsrapportages van het project Zellingwijk toe te sturen. Niet omdat ik zit te wachten op een nieuwe berg papier, wel omdat ik het project van zó groot belang vind dat ik in ieder geval de voortgang in grote lijnen moet kunnen volgen. Vorige week hoorde ik weer dingen over de Zellingwijk waarvan ik geen benul had, en degene die het mij vertelde was op zijn beurt verbijsterd dat ik als raadslid niet was geïnformeerd. Wie heeft het nou voor het zeggen in de gemeente, vroeg hij. De gemeenteraad toch zeker? Daar had ’ie natuurlijk groot gelijk in.
Ik ben niet de enige met vragen over de Zellingwijk. Een tijdje terug vroeg mijn collega-fractievoorzitter Floor Brouwer in een commissievergadering, wat er waar was van de geruchten in Gouderak dat het hele project zou worden afgeblazen. Geruchten? Ik had ze nog niet gehoord en ik loop toch vaker door Gouderak dan Floor – al was het maar omdat hij er niet woont. Floor wist desgevraagd ook niet meer van wie ze afkomstig waren. Dan zeg ik op mijn beurt: als je je vragen nergens op kunt baseren, stél ze dan niet, want zo creëer je nodeloos onrust. Voordat journalisten iets publiceren, moeten ze zeker weten dat de feiten kloppen. Er is zoiets als een journalistieke ethiek waarnaar zij moeten handelen. Het zou niet zo’n gek idee zijn als er voor raadsleden ook een soort ethische code zou worden ontwikkeld. Het verifiëren van geruchten alvorens ze in het openbaar nieuw voedsel te geven, hoort daar zeker in thuis.
20.1.05
Status Aparte
De burgemeester en de twee wethouders hebben een bezoek gebracht aan houthandel Heuvelman. Waarom de gemeente dat nou prominent op haar informatiepagina’s in De Postiljon zet, snap ik niet. Evenmin begrijp ik waarom de gemeentelijke website er vandaag mee opent. Praten met bedrijven hoort toch bij het dagelijks werk van een college, net als praten met individuele inwoners, vertegenwoordigers van verenigingen en welzijnsinstellingen en noem maar op. Dat hoeft toch niet in de krant?
Maar Heuvelman is een geval apart natuurlijk, met een Status Aparte in de gemeente. Het is de grootste werkgever van Ouderkerk en is hier al lang uit z’n jasje gegroeid. Het is ook een bedrijf dat veel energie steekt in het lobbyen, het bewerken van gemeentebestuurders. Zie het stuk in krant! Ik herinner me een bijeenkomst die Heuvelman ooit organiseerde voor raadsleden. Leerzaam en nuttig, zeker, maar waarom stond er voor iedereen na afloop nou een fraaie paraplu als cadeautje klaar? Als raadslid mag je dat natuurlijk nooit aannemen, het maakt niet uit of het een envelop met inhoud is, een bedrag dat je ineens terugvindt op je Zwitserse bankrekening, of een paraplu. Dat is een principekwestie.
Dat de geste werd gedaan door een bedrijf dat traditioneel balanceert op het randje van wat wettelijk mag, en soms daar overheen kukelt (zie de dam die niet mocht worden aangelegd, wat toch is gebeurd en waar de gemeente nooit om voor mij duistere redenen tegen is opgetreden), maakt dit soort activiteiten nog saillanter.
Heuvelman wil met het college praten en dat is heel begrijpelijk. Het werk aan het bestemmingsplan IJsseldijk Noord moet van de provincie immers helemaal worden overgedaan en Heuvelman heeft daar een nogal groot belang bij, zacht uitgedrukt. Maar waarom het héle college uitgenodigd, was de portefeuillehouder niet voldoende geweest? En had die betaalde ruimte in De Postiljon niet beter kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld door mensen die van een bijstandsuitkering moeten rondkomen te informeren over de mogelijkheid dat de gemeente kosten die moeten worden gemaakt voor een identiteitsbewijs, aan hen vergoedt?
Ik vraag me af, zou het college ook een paraplu hebben gekregen?
Maar Heuvelman is een geval apart natuurlijk, met een Status Aparte in de gemeente. Het is de grootste werkgever van Ouderkerk en is hier al lang uit z’n jasje gegroeid. Het is ook een bedrijf dat veel energie steekt in het lobbyen, het bewerken van gemeentebestuurders. Zie het stuk in krant! Ik herinner me een bijeenkomst die Heuvelman ooit organiseerde voor raadsleden. Leerzaam en nuttig, zeker, maar waarom stond er voor iedereen na afloop nou een fraaie paraplu als cadeautje klaar? Als raadslid mag je dat natuurlijk nooit aannemen, het maakt niet uit of het een envelop met inhoud is, een bedrag dat je ineens terugvindt op je Zwitserse bankrekening, of een paraplu. Dat is een principekwestie.
Dat de geste werd gedaan door een bedrijf dat traditioneel balanceert op het randje van wat wettelijk mag, en soms daar overheen kukelt (zie de dam die niet mocht worden aangelegd, wat toch is gebeurd en waar de gemeente nooit om voor mij duistere redenen tegen is opgetreden), maakt dit soort activiteiten nog saillanter.
Heuvelman wil met het college praten en dat is heel begrijpelijk. Het werk aan het bestemmingsplan IJsseldijk Noord moet van de provincie immers helemaal worden overgedaan en Heuvelman heeft daar een nogal groot belang bij, zacht uitgedrukt. Maar waarom het héle college uitgenodigd, was de portefeuillehouder niet voldoende geweest? En had die betaalde ruimte in De Postiljon niet beter kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld door mensen die van een bijstandsuitkering moeten rondkomen te informeren over de mogelijkheid dat de gemeente kosten die moeten worden gemaakt voor een identiteitsbewijs, aan hen vergoedt?
Ik vraag me af, zou het college ook een paraplu hebben gekregen?
14.1.05
Solidariteit
Ha, een reactie op mijn weblog over de ZWR in m'n mailbox. Van collega-blogger Jan Beugelaar, PvdA-raadslid in Schoonhoven. Eindelijk, schrijft hij, heeft hij mij eens betrapt op iets wat niet waar is. ‘Of tenminste niet helemaal waar, of volgens mij niet helemaal waar...’
Mijn stelling was dat de PvdA in de Krimpenerwaard sinds mei 1997 niets meer van zich heeft laten horen in de kwestie-Zuidwestelijke Randweg. Maar, schrijft Jan, dat klopt niet. Want: ‘Ik ben een van de bezwaarschriftindieners geweest tegen het voorgestelde tracé van de rondweg. En je weet ook dat er op het bord van de raadsleden ontzettend veel ligt. Maar ik weet zeker dat als de Ouderkerkse fractie ons vertelt hoe de vork echt in de steel zit en wat wij er als K5-fractie aan kunnen doen, dat we - Schoonhovense fractie - dan in actie komen. Niet de solidariteit heeft wat mij betreft een uiterste houdbaarheidsdatum, wel de beschikbare tijd van een raadslid.’
Dat laatste is zeker waar.
Hoewel het misschien te laat is (de ZWR-trein dendert door), zal ik na deze aansporing van Jan zeker proberen de PvdA-collega’s in de waard nog eens te overtuigen van de onzin van het tracé 3 en de voordelen van het tracé 5. En verder heeft Jan gewoon gelijk, ik doe de PvdA-raadsleden tekort. Ik ben eens in het archief gedoken (in het ZWR-dossier op www.ouderkerk.pvda.nl) en vond een krantenartikel uit Rijn en Gouwe van 4 april 2002. Daarin haalt de PvdA Ouderkerk (en ik herken mezelf in de woorden, dus ik zal het wel gezegd hebben) uit naar de dagelijks bestuurders van de PvdA in de Krimpenerwaard, de burgemeesters en de wethouders dus, die zich ineens met de ZWR-discussie gingen bemoeien. Ik zei toen: ‘Het is jammer dat de dagelijks bestuurders, de burgemeesters en wethouders van PvdA-huize in de Krimpenerwaard klaarblijkelijk niet willen handelen in de geest van hun partij en zich onvoldoende hard maken voor het behoud van de natuur- en milieuwaarden van de waard.’
En dat laatste geldt nog steeds. Want nooit hebben de burgemeesters en wethouders van mijn partij zich achter het meest milieuvriendelijke alternatief geschaard. Bert van ’t Laar (destijds burgemeester) en Ron van de Haterd uit Nederlek niet, Dorothé Wassenberg uit Schoonhoven niet, Hans Oosters van Bergambacht (en tegenwoordig ook Ouderkerk) niet en ook Bas Noorlander (wethouder in Vlist) heb ik nooit betrapt op een actieve lobby voor de Weidebloemvariant. Evenmin als Dick de Cloe, die als waarnemend burgemeester in Vlist én Schoonhoven iets had kunnen doen. Als dagelijks bestuurders hadden en hebben zij betere netwerken bij de provincie en in de Kamer dan de raadsleden, waarom hebben zij die nooit gebruikt?
Zodra zij de warmte van het bestuurlijk pluche hebben gevoeld, raken politici hun solidariteit kwijt. Jammer.
Mijn stelling was dat de PvdA in de Krimpenerwaard sinds mei 1997 niets meer van zich heeft laten horen in de kwestie-Zuidwestelijke Randweg. Maar, schrijft Jan, dat klopt niet. Want: ‘Ik ben een van de bezwaarschriftindieners geweest tegen het voorgestelde tracé van de rondweg. En je weet ook dat er op het bord van de raadsleden ontzettend veel ligt. Maar ik weet zeker dat als de Ouderkerkse fractie ons vertelt hoe de vork echt in de steel zit en wat wij er als K5-fractie aan kunnen doen, dat we - Schoonhovense fractie - dan in actie komen. Niet de solidariteit heeft wat mij betreft een uiterste houdbaarheidsdatum, wel de beschikbare tijd van een raadslid.’
Dat laatste is zeker waar.
Hoewel het misschien te laat is (de ZWR-trein dendert door), zal ik na deze aansporing van Jan zeker proberen de PvdA-collega’s in de waard nog eens te overtuigen van de onzin van het tracé 3 en de voordelen van het tracé 5. En verder heeft Jan gewoon gelijk, ik doe de PvdA-raadsleden tekort. Ik ben eens in het archief gedoken (in het ZWR-dossier op www.ouderkerk.pvda.nl) en vond een krantenartikel uit Rijn en Gouwe van 4 april 2002. Daarin haalt de PvdA Ouderkerk (en ik herken mezelf in de woorden, dus ik zal het wel gezegd hebben) uit naar de dagelijks bestuurders van de PvdA in de Krimpenerwaard, de burgemeesters en de wethouders dus, die zich ineens met de ZWR-discussie gingen bemoeien. Ik zei toen: ‘Het is jammer dat de dagelijks bestuurders, de burgemeesters en wethouders van PvdA-huize in de Krimpenerwaard klaarblijkelijk niet willen handelen in de geest van hun partij en zich onvoldoende hard maken voor het behoud van de natuur- en milieuwaarden van de waard.’
En dat laatste geldt nog steeds. Want nooit hebben de burgemeesters en wethouders van mijn partij zich achter het meest milieuvriendelijke alternatief geschaard. Bert van ’t Laar (destijds burgemeester) en Ron van de Haterd uit Nederlek niet, Dorothé Wassenberg uit Schoonhoven niet, Hans Oosters van Bergambacht (en tegenwoordig ook Ouderkerk) niet en ook Bas Noorlander (wethouder in Vlist) heb ik nooit betrapt op een actieve lobby voor de Weidebloemvariant. Evenmin als Dick de Cloe, die als waarnemend burgemeester in Vlist én Schoonhoven iets had kunnen doen. Als dagelijks bestuurders hadden en hebben zij betere netwerken bij de provincie en in de Kamer dan de raadsleden, waarom hebben zij die nooit gebruikt?
Zodra zij de warmte van het bestuurlijk pluche hebben gevoeld, raken politici hun solidariteit kwijt. Jammer.
8.1.05
Ouderkerkse enclave
De afgelopen tijd geen enkele behoefte gehad iets te schrijven voor het web. Wanneer een grote ramp de wereld treft, zit niemand te wachten op de stukjes van een eenvoudig raadslid uit Ouderkerk. Ik hoef niet zo nodig ook nog eens te vertellen hoe erg het allemaal is, zoals veel collega-bloggers wel doen. De beelden die we allemaal in onze huiskamers bezorgd kregen, zeiden en zeggen genoeg. Dan past het slechts te zwijgen, geld te storten op 555 en verder te leven met dat kloterige gevoel van machteloosheid.
Maar de wereld draait door – zij het iets sneller dan voorheen. En dus pak ik de draad weer op met de Zuidwestelijke Randweg. Nu die weg er toch lijkt te komen, richten de pijlen van veel organisaties zich op het bedrijventerrein dat in de ‘oksel’ van de weg zou moeten komen, naast de waterzuivering. Randweg en bedrijventerrein waren voor Ouderkerk altijd nauw met elkaar verbonden, ook voor mij. Geen bedrijventerrein voor Ouderkerkse bedrijven die moeten worden uitgeplaatst, dan ook geen randweg. Maar net als anderen ben ik geschrokken van de tekeningen waarop het bedrijventerrein is ingetekend. Negen hectare blijkt dan ineens verdomd veel. Het is dan ook niet vreemd dat verschillende organisaties zeggen, dat zo’n bedrijventerrein misschien nog wel schadelijker is voor de polder dan die hele rotweg. Zij stellen voor, de Ouderkerkse bedrijven te huisvesten in het nieuw aan te leggen Gouwepark, bij Waddinxveen. Dat lijkt mij een goed idee, mits daar een Ouderkerkse enclave van 9 hectare kan worden gerealiseerd. Want onze gemeente moet iets terugkrijgen voor het grote offer dat we hebben gebracht door die weg over ons grondgebied, door onze polder toe te staan. Dat ‘iets’ zijn de revenuen van een bedrijventerrein. De gemeente Gouda heeft een flinke vinger in de Gouweparkse pap. En Gouda is Ouderkerk nog heel wat verschuldigd, dus die afspraak moet te maken zijn.
Overigens vond ik bij het opruimen van mijn kantoor nog een krantenartikel uit mei 1997, waarin de PvdA Krimpenerwaard zich ferm uitsprak tegen een brugverbinding met het Sluiseiland. Woordvoerder was destijds Ron van de Haterd, voorzitter van de PvdA Nederlek. Ron is tegenwoordig wethouder in Nederlek, maar over de randweg en de gevolgen ervan voor natuur en landschap hoor ik hem nooit meer. Evenmin als de partijgenoten in Bergambacht, Vlist en Schoonhoven. Solidariteit heeft blijkbaar ook een uiterste houdbaarheidsdatum, zelfs bij de PvdA.
Maar de wereld draait door – zij het iets sneller dan voorheen. En dus pak ik de draad weer op met de Zuidwestelijke Randweg. Nu die weg er toch lijkt te komen, richten de pijlen van veel organisaties zich op het bedrijventerrein dat in de ‘oksel’ van de weg zou moeten komen, naast de waterzuivering. Randweg en bedrijventerrein waren voor Ouderkerk altijd nauw met elkaar verbonden, ook voor mij. Geen bedrijventerrein voor Ouderkerkse bedrijven die moeten worden uitgeplaatst, dan ook geen randweg. Maar net als anderen ben ik geschrokken van de tekeningen waarop het bedrijventerrein is ingetekend. Negen hectare blijkt dan ineens verdomd veel. Het is dan ook niet vreemd dat verschillende organisaties zeggen, dat zo’n bedrijventerrein misschien nog wel schadelijker is voor de polder dan die hele rotweg. Zij stellen voor, de Ouderkerkse bedrijven te huisvesten in het nieuw aan te leggen Gouwepark, bij Waddinxveen. Dat lijkt mij een goed idee, mits daar een Ouderkerkse enclave van 9 hectare kan worden gerealiseerd. Want onze gemeente moet iets terugkrijgen voor het grote offer dat we hebben gebracht door die weg over ons grondgebied, door onze polder toe te staan. Dat ‘iets’ zijn de revenuen van een bedrijventerrein. De gemeente Gouda heeft een flinke vinger in de Gouweparkse pap. En Gouda is Ouderkerk nog heel wat verschuldigd, dus die afspraak moet te maken zijn.
Overigens vond ik bij het opruimen van mijn kantoor nog een krantenartikel uit mei 1997, waarin de PvdA Krimpenerwaard zich ferm uitsprak tegen een brugverbinding met het Sluiseiland. Woordvoerder was destijds Ron van de Haterd, voorzitter van de PvdA Nederlek. Ron is tegenwoordig wethouder in Nederlek, maar over de randweg en de gevolgen ervan voor natuur en landschap hoor ik hem nooit meer. Evenmin als de partijgenoten in Bergambacht, Vlist en Schoonhoven. Solidariteit heeft blijkbaar ook een uiterste houdbaarheidsdatum, zelfs bij de PvdA.
20.12.04
Grontmij
Citaat uit de Goudsche Courant: ‘Het onderzoek dat de gemeente Gouda door de Grontmij liet uitvoeren naar de natuurwaarden in het gebied waar Westergouwe komt, is op punten onjuist en onvolledig. Daarom mag de rapportage niet worden gebruikt voor de milieu-effectrapportage die Gouda voor het plangebied moet maken. Dit stelt de Moordrechtse Milieuvereniging de Zuidplaspolder (MMVZ).’
De geschiedenis herhaalt zich. In mei 2003 veegde de onafhankelijke Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER), een club van zeer geleerde deskundigen, een MER van diezelfde Grontmij van tafel. Dat betrof het onderzoek naar de gevolgen voor natuur en milieu van de aanleg van een zuidwestelijke randweg bij Gouda. Die MER was óók geschreven in opdracht van, vooral, de gemeente Gouda.
De kritiek van de MMVZ is niet mals: er is te veel gebruik gemaakt van onderzoek door anderen, er wordt geen informatie over de gebruikte onderzoeksmethoden gegeven, bepaalde resultaten zijn twijfelachtig en sommige zaken zijn helemaal niet onderzocht. Het klinkt ontzettend herkenbaar. Op de MER voor de ZWR had de Commissie ook het nodige aan te merken. Een greep: de Grontmij had moeten kijken naar de knelpunten met natuur, landschap en leefbaarheid en vanuit die knelpunten moeten zoeken naa oplossingen. Had ze niet gedaan. Ook had de Grontmij autonome ontwikkelingen niet consequent meegenomen, waardoor de verschillende alternatieven onvergelijkbaar werden. Verder had de Grontmij onvoldoende laten meewegen dat de Veerstalblokboezem een kerngebied in de ecologische hoofdstructuur is (toch een behoorlijk essentieel gegeven lijkt mij), en ten slotte rommelde de Grontmij maar wat aan met het geven van scores aan de verschillende alternatieven.
Een organisatie die zo’n wanproduct heeft geleverd, laat je bij een volgend groot project toch niet weer een MER opstellen? Wat heeft Gouda bezield?
Nu ligt er voor de ZWR een ‘aanvullende MER’ - zo heet het officieel als de Commissie een MER niet heeft goedgekeurd. De werkelijkheid is dat de Gronmij van de MER haar huiswerk helemaal moest overdoen en dan is het bijna aandoenlijk om te zien hoe de Grontmij deze vernedering in de aanvullende rapportage goedpraat en de geschiedenis vervalst: de aanvulling was nodig, schrijft de Grontmij, in verband met de relatief lange tijdsspanne waarin ook nieuwe normen van kracht waren geworden. ‘Aanvulling moest zich richten op een actualisatie van verouderde gegevens, een aanvulling van ontbrekende gegevens en het benoemen van haalbare alternatieven in zowel maatschappelijke als financiële zin’. En dan gaat de Grontmij verder: ‘Om een zelfstandig leesbaar en overzichtelijk document te krijgen is er voor gekozen een nieuw integraal MER op te stellen.’
Dank je de koekoek, alsof het een genereus gebaar van de Grontmij is. Ze móest dit doen, omdat de vorige MER niet deugde. En of de aanvulling wel deugt, valt nog te bezien. Van de Grontmij kan je alles verwachten, maar niet direct dat ze een deugelijk product aflevert.
De geschiedenis herhaalt zich. In mei 2003 veegde de onafhankelijke Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER), een club van zeer geleerde deskundigen, een MER van diezelfde Grontmij van tafel. Dat betrof het onderzoek naar de gevolgen voor natuur en milieu van de aanleg van een zuidwestelijke randweg bij Gouda. Die MER was óók geschreven in opdracht van, vooral, de gemeente Gouda.
De kritiek van de MMVZ is niet mals: er is te veel gebruik gemaakt van onderzoek door anderen, er wordt geen informatie over de gebruikte onderzoeksmethoden gegeven, bepaalde resultaten zijn twijfelachtig en sommige zaken zijn helemaal niet onderzocht. Het klinkt ontzettend herkenbaar. Op de MER voor de ZWR had de Commissie ook het nodige aan te merken. Een greep: de Grontmij had moeten kijken naar de knelpunten met natuur, landschap en leefbaarheid en vanuit die knelpunten moeten zoeken naa oplossingen. Had ze niet gedaan. Ook had de Grontmij autonome ontwikkelingen niet consequent meegenomen, waardoor de verschillende alternatieven onvergelijkbaar werden. Verder had de Grontmij onvoldoende laten meewegen dat de Veerstalblokboezem een kerngebied in de ecologische hoofdstructuur is (toch een behoorlijk essentieel gegeven lijkt mij), en ten slotte rommelde de Grontmij maar wat aan met het geven van scores aan de verschillende alternatieven.
Een organisatie die zo’n wanproduct heeft geleverd, laat je bij een volgend groot project toch niet weer een MER opstellen? Wat heeft Gouda bezield?
Nu ligt er voor de ZWR een ‘aanvullende MER’ - zo heet het officieel als de Commissie een MER niet heeft goedgekeurd. De werkelijkheid is dat de Gronmij van de MER haar huiswerk helemaal moest overdoen en dan is het bijna aandoenlijk om te zien hoe de Grontmij deze vernedering in de aanvullende rapportage goedpraat en de geschiedenis vervalst: de aanvulling was nodig, schrijft de Grontmij, in verband met de relatief lange tijdsspanne waarin ook nieuwe normen van kracht waren geworden. ‘Aanvulling moest zich richten op een actualisatie van verouderde gegevens, een aanvulling van ontbrekende gegevens en het benoemen van haalbare alternatieven in zowel maatschappelijke als financiële zin’. En dan gaat de Grontmij verder: ‘Om een zelfstandig leesbaar en overzichtelijk document te krijgen is er voor gekozen een nieuw integraal MER op te stellen.’
Dank je de koekoek, alsof het een genereus gebaar van de Grontmij is. Ze móest dit doen, omdat de vorige MER niet deugde. En of de aanvulling wel deugt, valt nog te bezien. Van de Grontmij kan je alles verwachten, maar niet direct dat ze een deugelijk product aflevert.
14.12.04
Vertrouwen
Hoe vertel ik het de 1.033 Ouderkerkers die in 2002 een stem op de PvdA uitbrachten, en al die anderen die dit misschien in 2006 weer gaan doen? Hoe leg je uit dat de PvdA, hún PvdA, met de drie christelijke partijen in één college gaat zitten? Met die vraag heb ik, heeft de fractie de afgelopen dagen flink geworsteld. Het ís ook geen gemakkelijke boodschap. Tweeënhalf jaar lang hebben we als enige partij oppositie gevoerd tegen een college dat voor driekwart uit dezelfde partijen bestond als waar we nu mee gaan samenwerken. En daarbij flink kritiek geleverd. Op de neerbuigende houding van het college ten opzichte van het hoogste orgaan van de gemeente, de raad. Op het niet nakomen van toezeggingen. Op de armzalige manier van communiceren met de bevolking. Op van alles en nog wat. Verschillende keren gingen we naar de raad met een motie van wantrouwen in de achterzak – en toch gaan we nu samenwerken met de partijen waar we nog maar kort geleden zo’n moeite mee hadden.
In haar laatste nieuwsbrief geeft de fractie een toelichting op dit besluit. We hadden ook flinke eisen gesteld aan deelname aan een college: natuurlijk moest de PvdA als grootste partij een wethouder leveren, dat stond bij voorbaat vast. En er moest een garantie zijn dat Gouderak zijn multifunctioneel gebouw kreeg. Bovendien wilden we ons het recht voorbehouden, op onderdelen van het beleid die voor de PvdA van wezenlijk belang zijn, een eigen koers te blijven varen. En, dat was misschien nog wel het belangrijkste: het vertrouwen van de inwoners van Ouderkerk in het gemeentebestuur moet worden hersteld. Want dat dat onder het vriespunt was gedaald bleek wel uit het burgertevredenheidsonderzoek. Onvoorstelbaar eigenlijk onder een college, dat zichzelf het motto ‘Het vertrouwen waarmaken’ had meegegeven.
Niets is zo funest voor de toekomst van een gemeente als het wegdrijven van haar inwoners van het bestuur. Ouderkerk staat het komend jaar voor moeilijke besluiten die raken aan de kern van de gemeente: de bestuurlijke toekomst (zelfstandig of toch maar in één Krimpenerwaardgemeente), ruimtelijke ingrepen (woningbouw en de ontwikkeling van een bedrijventerrein, de realisering van een multifunctioneel gebouw, de aanleg van een nieuwe begraafplaats - zie ook deze PowerPoint-presentatie! - , een dorpsvisie voor Gouderak, de ontwikkeling van het havenfront in Ouderkerk aan den IJssel, de Zellingwijk niet te vergeten) en een fikse bezuinigingsslag. Besluiten die je niet kunt nemen zonder draagvlak in de gemeenschap, en daar zijn wethouders voor nodig die het vertrouwen van de Ouderkerkers hebben. Ik ben ervan overtuigd dat Leen van Winden zo’n wethouder zal zijn.
De PvdA zou de PvdA niet zijn wanneer ze, daar uitdrukkelijk om gevraagd door de andere partijen, niet haar bestuurlijke verantwoordelijkheid had genomen en in de oppositie was blijven zitten. Dat was de gemakkelijkste weg geweest, maar de PvdA staat er niet om bekend daar altijd voor te kiezen. We gaan die uitdaging, om dat geschonden vertrouwen te herstellen, dus aan. Zónder concessies te doen aan onze uitgangspunten, maar mét goede afspraken met de andere collegepartijen dat het besturen vanaf nu echt anders moet. Open, eerlijk en met een luisterend oor voor wat er leeft in de gemeenschap.De fractievoorzitter van de VVD noemde het in de Goudsche Courant ‘onbegrijpelijk’ dat de PvdA tot dit besluit was gekomen. Ik zou het onbegrijpelijk hebben gevonden als de PvdA zich niet verantwoordelijk had gevoeld voor het bestuur van de gemeente.
In haar laatste nieuwsbrief geeft de fractie een toelichting op dit besluit. We hadden ook flinke eisen gesteld aan deelname aan een college: natuurlijk moest de PvdA als grootste partij een wethouder leveren, dat stond bij voorbaat vast. En er moest een garantie zijn dat Gouderak zijn multifunctioneel gebouw kreeg. Bovendien wilden we ons het recht voorbehouden, op onderdelen van het beleid die voor de PvdA van wezenlijk belang zijn, een eigen koers te blijven varen. En, dat was misschien nog wel het belangrijkste: het vertrouwen van de inwoners van Ouderkerk in het gemeentebestuur moet worden hersteld. Want dat dat onder het vriespunt was gedaald bleek wel uit het burgertevredenheidsonderzoek. Onvoorstelbaar eigenlijk onder een college, dat zichzelf het motto ‘Het vertrouwen waarmaken’ had meegegeven.
Niets is zo funest voor de toekomst van een gemeente als het wegdrijven van haar inwoners van het bestuur. Ouderkerk staat het komend jaar voor moeilijke besluiten die raken aan de kern van de gemeente: de bestuurlijke toekomst (zelfstandig of toch maar in één Krimpenerwaardgemeente), ruimtelijke ingrepen (woningbouw en de ontwikkeling van een bedrijventerrein, de realisering van een multifunctioneel gebouw, de aanleg van een nieuwe begraafplaats - zie ook deze PowerPoint-presentatie! - , een dorpsvisie voor Gouderak, de ontwikkeling van het havenfront in Ouderkerk aan den IJssel, de Zellingwijk niet te vergeten) en een fikse bezuinigingsslag. Besluiten die je niet kunt nemen zonder draagvlak in de gemeenschap, en daar zijn wethouders voor nodig die het vertrouwen van de Ouderkerkers hebben. Ik ben ervan overtuigd dat Leen van Winden zo’n wethouder zal zijn.
De PvdA zou de PvdA niet zijn wanneer ze, daar uitdrukkelijk om gevraagd door de andere partijen, niet haar bestuurlijke verantwoordelijkheid had genomen en in de oppositie was blijven zitten. Dat was de gemakkelijkste weg geweest, maar de PvdA staat er niet om bekend daar altijd voor te kiezen. We gaan die uitdaging, om dat geschonden vertrouwen te herstellen, dus aan. Zónder concessies te doen aan onze uitgangspunten, maar mét goede afspraken met de andere collegepartijen dat het besturen vanaf nu echt anders moet. Open, eerlijk en met een luisterend oor voor wat er leeft in de gemeenschap.De fractievoorzitter van de VVD noemde het in de Goudsche Courant ‘onbegrijpelijk’ dat de PvdA tot dit besluit was gekomen. Ik zou het onbegrijpelijk hebben gevonden als de PvdA zich niet verantwoordelijk had gevoeld voor het bestuur van de gemeente.
6.12.04
Polsbandje (3)
Nog één keer dan, de kwestie van de mobiele spreekuurlocaties. Vandaag reageerde de betrokken Goudsche Courant-journalist op mijn vorige stukje. Hij mailde mij het volgende: Leo, nadat ik enkele weken terug tijdens een commissie Ouderkerk jouw vragen had genoteerd over een mobiel spreekuur, heb ik die vragen later eens telefonisch voorgelegd aan de politie. Een woordvoerder meldde mij, nadat deze de betrokken mensen binnen de politie had gesproken, dat het onderwerp mobiele spreekuren niet ter sprake is geweest. en dus in de Krimpenerwaard niet van toepassing is. Ook optie 1 kan wat mij betreft dus vervallen.
Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over en eerlijk gezegd had ik, gezien de stelligheid van het citaat, ook niets anders verwacht. Om dan maar te variëren op de vraag die ik in het eerste stukje opwierp: als je een politiewoordvoerder al niet meer kan geloven, wie dan wel?
Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over en eerlijk gezegd had ik, gezien de stelligheid van het citaat, ook niets anders verwacht. Om dan maar te variëren op de vraag die ik in het eerste stukje opwierp: als je een politiewoordvoerder al niet meer kan geloven, wie dan wel?
1.12.04
Polsbandje (2)
Eergisteren schreef ik dat twee achtereenvolgende burgemeesters hun toezegging aan de gemeenteraad, om met de politie te spreken over het idee van mobiele spreekuurlocaties, niet waren nagekomen. Ik baseerde me daarbij op een krantenstukje waarin een woordvoerder van de politie werd geciteerd: ‘Volgens een woordvoerder van de politie is dat nooit onderwerp van gesprek geweest. Toen duidelijk werd dat het politiebureau in Ouderkerk aan den IJssel zou worden opgeheven, is alleen gezocht naar andere, vaste onderkomens.’ Ik sloot mijn stukje af met de vraag: als je burgemeesters al niet meer kan vertrouwen, wie dan wel?
Gisteren zei burgemeester Hans Oosters tijdens een openbare commissievergadering, dat hij het idee wél had besproken met de politie. Maar dat het, op grond van ervaringen met zo’n project in Zeeland, vanwege de kosten niet verder is uitgewerkt.
Op hoge toon werd ik daarop door de fractievoorzitter van de ChristenUnie voor mijn weblogstukje ter verantwoording geroepen. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om de burgemeester onbetrouwbaar te noemen? Had ik niet eerst even de feiten kunnen checken? En ik moest mijn excuses aanbieden, in de vergadering én op mijn weblog.
Ik ben soms blij met mijn collega-raadslid, omdat hij als geen ander de voortgang der zaken bewaakt en alles nauwgezet bijhoudt. Ik kan bij wijze van spreken blindvaren op zijn archief. Dat is prettig voor iemand die meer van de grote lijnen is. Maar ik heb er moeite mee als hij zich ook opwerpt als het moreel kompas van de gemeenteraad. Of en wanneer er excuses moeten worden gemaakt, bepaal ik zelf wel. Liefst in samenspraak met degene die het betreft. Of nadat ik daar door een rechter toe word gedwongen. Maar niet omdat een ander raadslid dat van mij eist.
Even terug naar de zaak. Er zijn drie mogelijkheden: de journalist van de krant heeft de politiewoordvoerder verkeerd geciteerd, de politiewoordvoerder heeft zomaar iets gezegd zonder kennis van zaken, of de burgemeester probeert achteraf iets goed te praten en sprak gisteravond niet de waarheid. Laat ik gelijk maar zeggen dat ik die laatste mogelijkheid uitsluit. Ik ken Hans Oosters al wat langer dan vandaag en als ik één bestuurder op zijn woord vertrouw, dan is hij het wel. Waarbij de suggestie van onbetrouwbaarheid wat mij betreft is rechtgezet. Als mijn slotzin van eergisteren die indruk heeft gewekt, dan is dat niet terecht. Zijn dit excuses? Ik denk dat het voor de burgemeester voldoende is en zo niet, dan hoor ik dat graag. Van hemzelf.
Gisteren zei burgemeester Hans Oosters tijdens een openbare commissievergadering, dat hij het idee wél had besproken met de politie. Maar dat het, op grond van ervaringen met zo’n project in Zeeland, vanwege de kosten niet verder is uitgewerkt.
Op hoge toon werd ik daarop door de fractievoorzitter van de ChristenUnie voor mijn weblogstukje ter verantwoording geroepen. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om de burgemeester onbetrouwbaar te noemen? Had ik niet eerst even de feiten kunnen checken? En ik moest mijn excuses aanbieden, in de vergadering én op mijn weblog.
Ik ben soms blij met mijn collega-raadslid, omdat hij als geen ander de voortgang der zaken bewaakt en alles nauwgezet bijhoudt. Ik kan bij wijze van spreken blindvaren op zijn archief. Dat is prettig voor iemand die meer van de grote lijnen is. Maar ik heb er moeite mee als hij zich ook opwerpt als het moreel kompas van de gemeenteraad. Of en wanneer er excuses moeten worden gemaakt, bepaal ik zelf wel. Liefst in samenspraak met degene die het betreft. Of nadat ik daar door een rechter toe word gedwongen. Maar niet omdat een ander raadslid dat van mij eist.
Even terug naar de zaak. Er zijn drie mogelijkheden: de journalist van de krant heeft de politiewoordvoerder verkeerd geciteerd, de politiewoordvoerder heeft zomaar iets gezegd zonder kennis van zaken, of de burgemeester probeert achteraf iets goed te praten en sprak gisteravond niet de waarheid. Laat ik gelijk maar zeggen dat ik die laatste mogelijkheid uitsluit. Ik ken Hans Oosters al wat langer dan vandaag en als ik één bestuurder op zijn woord vertrouw, dan is hij het wel. Waarbij de suggestie van onbetrouwbaarheid wat mij betreft is rechtgezet. Als mijn slotzin van eergisteren die indruk heeft gewekt, dan is dat niet terecht. Zijn dit excuses? Ik denk dat het voor de burgemeester voldoende is en zo niet, dan hoor ik dat graag. Van hemzelf.
29.11.04
Polsbandje
Balkenende draagt ’m al, en met hem nog veel andere meer of minder bekende Nederlanders. De premier heeft ze ook uitgedeeld in de ministerraad. Oranje polsbandjes, een signaal aan de buitenwereld dat we ‘respect’ voor elkaar moeten hebben.
Ik vind het nogal mallotige symboliek. Hoe je je tegenover anderen gedraagt dwing je niet af met een lullig polsbandje (en nog oranje ook!), dat zit gewoon in je. Of niet. Respect, om dat modieuze woord nog maar eens te gebruiken, heeft ook te maken met doen wat je zegt. Beloften nakomen. Dat belooft nog wat met deze regering, met al die polsbandjes.
Dichter bij huis kan ook het Ouderkerkse college van B en W wel zo’n polsbandje gebruiken. Want dit college doet ook niet altijd wat het zegt. Welke coalitie er straks ook komt, de inzet van het beleid zal moeten zijn dat het college weer respect moet verwerven – bij de bevolking, maar zeker ook bij de raad.
Voorbeeld. Tot twee keer toe, de eerste keer al tijdens het vorige regime van burgemeester Hermans, heb ik namens de PvdA gevraagd te onderzoeken of de politie met mobiele spreekuurlocaties kan gaan werken in de verschillende dorpen van de Krimpenerwaard. Een omgebouwd bestelbusje, met een computerverbinding met het politiebureau in Schoonhoven, dat flexibel kan worden ingezet. Inspelend op de actualiteit (als er ergens sprake is geweest van overlast, ga je er de volgende dag met je mobiele kantoor even langs om de mensen de kans te geven hun hart te luchten en eventueel aangifte te doen), en inzetbaar op verschillende plaatsen (op de markt, bij de school, zodat mensen er sneller gebruik van kunnen maken). Dat willen we toch, de politie dichter bij de mensen brengen? Wij vonden het in ieder geval een interessante gedachte, en de burgemeesters Hermans en Oosters ook. Zeiden ze. Ze zouden het zéker gaan inbrengen in de discussie over de huisvesting van de politie. Beloofden ze.
Maar wat lees ik nu in de Goudsche Courant? Over het idee is nóóit gesproken, zegt een politiewoordvoerder. Pardon, twee burgemeesters hadden het toch belóófd? Als je burgemeesters, symbool voor het openbaar bestuur, al niet meer kan vertrouwen, wie dan wel?
Ik vind het nogal mallotige symboliek. Hoe je je tegenover anderen gedraagt dwing je niet af met een lullig polsbandje (en nog oranje ook!), dat zit gewoon in je. Of niet. Respect, om dat modieuze woord nog maar eens te gebruiken, heeft ook te maken met doen wat je zegt. Beloften nakomen. Dat belooft nog wat met deze regering, met al die polsbandjes.
Dichter bij huis kan ook het Ouderkerkse college van B en W wel zo’n polsbandje gebruiken. Want dit college doet ook niet altijd wat het zegt. Welke coalitie er straks ook komt, de inzet van het beleid zal moeten zijn dat het college weer respect moet verwerven – bij de bevolking, maar zeker ook bij de raad.
Voorbeeld. Tot twee keer toe, de eerste keer al tijdens het vorige regime van burgemeester Hermans, heb ik namens de PvdA gevraagd te onderzoeken of de politie met mobiele spreekuurlocaties kan gaan werken in de verschillende dorpen van de Krimpenerwaard. Een omgebouwd bestelbusje, met een computerverbinding met het politiebureau in Schoonhoven, dat flexibel kan worden ingezet. Inspelend op de actualiteit (als er ergens sprake is geweest van overlast, ga je er de volgende dag met je mobiele kantoor even langs om de mensen de kans te geven hun hart te luchten en eventueel aangifte te doen), en inzetbaar op verschillende plaatsen (op de markt, bij de school, zodat mensen er sneller gebruik van kunnen maken). Dat willen we toch, de politie dichter bij de mensen brengen? Wij vonden het in ieder geval een interessante gedachte, en de burgemeesters Hermans en Oosters ook. Zeiden ze. Ze zouden het zéker gaan inbrengen in de discussie over de huisvesting van de politie. Beloofden ze.
Maar wat lees ik nu in de Goudsche Courant? Over het idee is nóóit gesproken, zegt een politiewoordvoerder. Pardon, twee burgemeesters hadden het toch belóófd? Als je burgemeesters, symbool voor het openbaar bestuur, al niet meer kan vertrouwen, wie dan wel?
19.11.04
Groot of klein
De Groningse bestuurskundige Michiel Herweijer brak deze week een lans voor kleine gemeenten. Herweijer, specialist gemeentelijke herindelingen, vindt dat het groter maken van gemeenten de bestuursproblemen niet oplost. Een grotere gemeente laat zich moeilijker besturen en dat heeft, zegt hij, onder meer te maken met de betrokkenheid van de burger. Die voelt de afstand tot de politiek toenemen wanneer de gemeente uit haar krachten groeit. Met als gevolg dat de bereidheid om zich in te zetten voor het dorp afneemt. Hetzelfde geldt voor de raadsleden. In een grote gemeente zijn goede raadsleden moeilijker te vinden dan in een kleine, omdat mensen het raadswerk doen vanuit een zeker idealisme en betrokkenheid met hun omgeving.
Stel dat er één gemeente Krimpenerwaard komt, zou ik daarvoor in de gemeenteraad willen zitten? Ik weet het niet. Zeker niet, wanneer in die raad vooral wordt gesproken over organisatorische problemen in het ambtelijk apparaat. En die kans is wel groot in een grote gemeente. Kijk wat er nu al gebeurt: in de Ouderkerkse raad zijn we meer tijd aan het kibbelen over de ‘cultuur’ van de gemeente en de samenwerking met andere gemeenten, dan aan de zaken die er echt toe doen: de inrichting van de openbare ruimte, het aanpakken van vernielingen en hondenpoep, het openhouden en verbeteren van de voorzieningen voor jong en oud. In het burgeronderzoek zeiden de Ouderkerkers het ook: de gemeentebestuurders houden zich met de verkeerde problemen bezig.
Dus dan maar geen gemeente Krimpenerwaard? Waarom niet, als die zich maar bezighoudt met de grotere zaken waarvoor onze inwoners toch geen interesse hebben. Zij willen niet weten hoe de brandweer is georganiseerd, als ze er maar op kunnen rekenen dat er in geval van nood snel een auto ter plaatse is. Zij willen niet weten of de sociale dienst in Nederlek of in Schoonhoven is gehuisvest, als ze in het eigen dorp maar bij een loket terecht kunnen. Dáár gaat het om: het bestuur en de dienstverlening moeten terug naar de burger. Als dat nou de inzet van de discussie wordt de komende maanden, dan zijn we op de goede weg.
Stel dat er één gemeente Krimpenerwaard komt, zou ik daarvoor in de gemeenteraad willen zitten? Ik weet het niet. Zeker niet, wanneer in die raad vooral wordt gesproken over organisatorische problemen in het ambtelijk apparaat. En die kans is wel groot in een grote gemeente. Kijk wat er nu al gebeurt: in de Ouderkerkse raad zijn we meer tijd aan het kibbelen over de ‘cultuur’ van de gemeente en de samenwerking met andere gemeenten, dan aan de zaken die er echt toe doen: de inrichting van de openbare ruimte, het aanpakken van vernielingen en hondenpoep, het openhouden en verbeteren van de voorzieningen voor jong en oud. In het burgeronderzoek zeiden de Ouderkerkers het ook: de gemeentebestuurders houden zich met de verkeerde problemen bezig.
Dus dan maar geen gemeente Krimpenerwaard? Waarom niet, als die zich maar bezighoudt met de grotere zaken waarvoor onze inwoners toch geen interesse hebben. Zij willen niet weten hoe de brandweer is georganiseerd, als ze er maar op kunnen rekenen dat er in geval van nood snel een auto ter plaatse is. Zij willen niet weten of de sociale dienst in Nederlek of in Schoonhoven is gehuisvest, als ze in het eigen dorp maar bij een loket terecht kunnen. Dáár gaat het om: het bestuur en de dienstverlening moeten terug naar de burger. Als dat nou de inzet van de discussie wordt de komende maanden, dan zijn we op de goede weg.
9.11.04
Verenigt u!
Gisteravond ledenvergadering van de PvdA gehad. Een paar nieuwe gezichten, dat is mooi. De politiek leeft weer een beetje en zo hoort het natuurlijk ook. Onze eigen leden kennen we, maar we willen graag ook dat anderen die meestal progressief stemmen met ons meedenken over hoe het verder moet met Ouderkerk. Mensen die landelijk of provinciaal GroenLinks of SP stemmen, of – vooruit dan maar – D66. Lokaal hebben zij geen platform, de PvdA stelt dat van haar daarvoor open. Het gaat hier niet over defensieuitgaven, de hoogte van de ontwikkelingshulp, het financieringstekort of andere onderwerpen waar de linkse kerk op landelijk niveau nogal eens verdeeld over denkt. In Ouderkerk moeten we elkaar kunnen vinden op basale onderwerpen als het belang van goed onderwijs, investeren in jongeren, seniorenbeleid, natuur- en milieubeleid en het betrekken van mensen bij het bestuur. Progressief Ouderkerk, verenigt u! zou ik haast zeggen.
De hoofdmoot van de besprekingen vormden natuurlijk de politieke crisis waar Ouderkerk onder gebukt gaat en de inhoud van onze algemene beschouwingen. Intensief gediscussieerd over de bestuurlijke toekomst van Ouderkerk en de Krimpenerwaard, de rol van dorpsraden en de kracht én onmacht van het samenwerkingsmodel. Volgende week komen de PvdA-afdelingen uit de Krimpenerwaard bijeen om ook over dit onderwerp te praten. Het wordt tijd dat we eens echt gaan kiezen voor een richting en niet rond de hete brij blijven draaien.Andere onderwerpen waren (uiteraard) het multifunctioneel gebouw in Gouderak en de Zuidwestelijke Randweg. De PvdA mag wat die ZWR betreft geen Don Quichotte worden die een hopeloze en eenzame strijd blijft voeren, was de algemene conclusie. Hopeloze strijd, daar is er helaas al genoeg van. Het bomenbeleid, bijvoorbeeld. Twee jaar geleden al beloofde het college voor iedere boom die wordt gekapt, ten minste één gelijkwaardige boom terug te planten. Daar komt in de praktijk dus niets van terecht. Het is niet de eerste keer dat dit college een duidelijke uitspraak van de raad naast zich neerlegt. Een college in een nieuwe samenstelling zal dit echt beter moeten doen. Puntje voor onderhandelingstafel!
De hoofdmoot van de besprekingen vormden natuurlijk de politieke crisis waar Ouderkerk onder gebukt gaat en de inhoud van onze algemene beschouwingen. Intensief gediscussieerd over de bestuurlijke toekomst van Ouderkerk en de Krimpenerwaard, de rol van dorpsraden en de kracht én onmacht van het samenwerkingsmodel. Volgende week komen de PvdA-afdelingen uit de Krimpenerwaard bijeen om ook over dit onderwerp te praten. Het wordt tijd dat we eens echt gaan kiezen voor een richting en niet rond de hete brij blijven draaien.Andere onderwerpen waren (uiteraard) het multifunctioneel gebouw in Gouderak en de Zuidwestelijke Randweg. De PvdA mag wat die ZWR betreft geen Don Quichotte worden die een hopeloze en eenzame strijd blijft voeren, was de algemene conclusie. Hopeloze strijd, daar is er helaas al genoeg van. Het bomenbeleid, bijvoorbeeld. Twee jaar geleden al beloofde het college voor iedere boom die wordt gekapt, ten minste één gelijkwaardige boom terug te planten. Daar komt in de praktijk dus niets van terecht. Het is niet de eerste keer dat dit college een duidelijke uitspraak van de raad naast zich neerlegt. Een college in een nieuwe samenstelling zal dit echt beter moeten doen. Puntje voor onderhandelingstafel!
5.11.04
Huismus
Terwijl ik dit stukje tik zie ik in de tuin een grote zwarte merel. Vaak strijkt er ook een groep staartmezen neer. Andere regelmatige gasten zijn de kool- en pimpelmezen, roodborstjes en lijsters. Een enkele keer heb ik geluk en zie ik de felblauwe ijsvogel even op een tak boven de sloot rusten. Vooral in de zomer zweven er nogal eens buizerds boven mijn hoofd en ’s nachts hoor ik af en toe de roep van de uil. Pas zag ik een grote zilverreiger, trots en ontzettend wit stond hij aan de slootkant. De natuur binnen handbereik. Trouw klop ik iedere dag het tafelkleed uit, in de ijdele hoop dat ik iets kan bijdragen aan het behoud van de huismus. De huismus en zijn neefje de ringmus staan sinds vandaag op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten. Een trieste ontwikkeling.
Kan de gemeente iets doen aan het behoud van onze inheemse vogelsoorten? Volgens mij wel. Bij nieuwbouw en verbouw van huizen kunnen eisen worden gesteld aan het soort dakbedekking. Er moet meer ruimte komen onder de dakpannen, zodat de mus er weer ongestoord kan broeden. En in het groenbeleid kan de gemeente rekening houden met nestelmogelijkheden voor de ringmus. In NRC Handelsblad las ik dat een van de oorzaken van de achteruitgang van de ringmus was, het verdwijnen van houtwallen op het platteland. Nou, daar kan met wat goede wil best wat aan gedaan worden, denk ik. Bijvoorbeeld door meer planten te introduceren die met hun geur vogels lokken.
Een paar jaar geleden sprak ik met Manuel Kneepkens van de Stadspartij in Rotterdam over het Rotterdamse bomenbeleid. Hij wil dat in dat beleid veel meer rekening wordt gehouden met ‘vogelvriendelijke’ bomen. Platanen, bijvoorbeeld, zijn schitterende bomen maar je zult er geen vogel in zien, omdat ze geen schors hebben waar allerlei kleine beestjes in zitten, lekkernijen voor de vogel. Ik wil dat pleidooi wel overnemen. Vogels horen bij ons. Als ik ’s in de ochtendschemering op de bus sta te wachten is soms het enige wat ik hoor het geluid van ontwakende vogels. Kleine momenten van puur geluk zijn dat, die ik niet wil missen. Evenmin als de huismus. De ooievaar is van de Rode Lijst zijn afgevoerd. Dat is mooi, maar die vrolijkt mijn tuin niet op.De moraal: we moeten allemaal ons tafelkleed weer buiten uitkloppen, net als we vroeger deden. Weg met de kruimeldief! En de nieuwe woningen in Geer en Zijde en de Sportlaan, daar moeten musvriendelijke dakpannen op komen. Evenals op het nieuwe multifunctionele gebouw in Gouderak.
Kan de gemeente iets doen aan het behoud van onze inheemse vogelsoorten? Volgens mij wel. Bij nieuwbouw en verbouw van huizen kunnen eisen worden gesteld aan het soort dakbedekking. Er moet meer ruimte komen onder de dakpannen, zodat de mus er weer ongestoord kan broeden. En in het groenbeleid kan de gemeente rekening houden met nestelmogelijkheden voor de ringmus. In NRC Handelsblad las ik dat een van de oorzaken van de achteruitgang van de ringmus was, het verdwijnen van houtwallen op het platteland. Nou, daar kan met wat goede wil best wat aan gedaan worden, denk ik. Bijvoorbeeld door meer planten te introduceren die met hun geur vogels lokken.
Een paar jaar geleden sprak ik met Manuel Kneepkens van de Stadspartij in Rotterdam over het Rotterdamse bomenbeleid. Hij wil dat in dat beleid veel meer rekening wordt gehouden met ‘vogelvriendelijke’ bomen. Platanen, bijvoorbeeld, zijn schitterende bomen maar je zult er geen vogel in zien, omdat ze geen schors hebben waar allerlei kleine beestjes in zitten, lekkernijen voor de vogel. Ik wil dat pleidooi wel overnemen. Vogels horen bij ons. Als ik ’s in de ochtendschemering op de bus sta te wachten is soms het enige wat ik hoor het geluid van ontwakende vogels. Kleine momenten van puur geluk zijn dat, die ik niet wil missen. Evenmin als de huismus. De ooievaar is van de Rode Lijst zijn afgevoerd. Dat is mooi, maar die vrolijkt mijn tuin niet op.De moraal: we moeten allemaal ons tafelkleed weer buiten uitkloppen, net als we vroeger deden. Weg met de kruimeldief! En de nieuwe woningen in Geer en Zijde en de Sportlaan, daar moeten musvriendelijke dakpannen op komen. Evenals op het nieuwe multifunctionele gebouw in Gouderak.
4.11.04
Vrije val
En alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, verloor Ajax gisteravond ook nog.
De vrije val van ‘mijn’ Ajax valt samen met de teloorgang van onze verzorgingsstaat. Vandaag bezocht ik een congres van mijn werkgever met het thema ‘De brug tussen zorg en bijstand’. Over de zorg die gemeenten hebben voor mensen in de bijstand, die weer aan het werk moeten worden geholpen, en over de gevolgen van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Uitgangspunt daarbij is, dat mensen zelf verantwoordelijk worden voor het organiseren van de zorg en hulp die zij nodig hebben. ‘Die wet wordt een nationale ramp’, zei de directeur van de Rotterdamse verslavingszorg, en hij voorzag over tien jaar een parlementaire enquête over de vraag, hoe we het ooit zo ver konden laten komen. Ik denk dat hij gelijk krijgt, want er verschijnen steeds meer rapporten waaruit blijkt, dat de mensen die hulp en zorg nodig hebben nou net de groepen zijn, die dat níet kunnen organiseren. Omdat zij ongeschoold zijn, of ongezond, of slechts een beperkt sociaal netwerk hebben en niet weten tot wie ze zich moeten wenden. Het kabinet legt dit probleem bij de gemeenten neer. Terecht dat die daar niks voor voelen, zolang er geen geld bij wordt geleverd om dat goed uit te voeren.
Een andere spreker was de vice-voorzitter van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Zij lichtte vast een tipje van de sluier op van een rapport, dat over twee weken verschijnt. Ook zij was helder: ‘De verzorgingsstaat wordt om zeep geholpen’. Niet de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat is het probleem, zoals het kabinet ons wil doen geloven, maar het onvermogen om op te komen voor de mensen die het het hardst nodig hebben. De arrangementen van de verzorgingsstaat zijn te duur geworden. Ooit is de verzorgingsstaat uitgevonden om te zorgen voor de mensen die hulp en zorg niet kunnen betalen. Maar sluipenderwijs zijn de voorzieningen uitgegroeid tot een stelsel waar iedereen recht op heeft, ook degenen die het best zelf kunnen betalen. Wat doet het kabinet nu, nu het stelsel te duur wordt? Het voert een generieke korting door, of verhoogt de eigen bijdrage. En door zo’n generieke korting hebben de groepen die het echt nodig hebben, niet meer genoeg aan wat rest aan voorzieningen. WAO’ers worden gekort op hun uitkering, omdat anderen en ten onrechte gebruik van maken. En straks wordt ook nog het persoonsgebonden budget, het budget waar mensen die zorg, hulp of begeleiding behoeven recht op hebben, ‘generiek’ gekort, verwachtte spreekster, zonder dat wordt gekeken naar wie zo’n PGB écht nodig heeft. De rekening wordt zo gelegd bij degenen die toch al in een kwetsbare positie verkeren.
Dat is wel een erg wrange invulling van het profijtbeginsel.
De vrije val van ‘mijn’ Ajax valt samen met de teloorgang van onze verzorgingsstaat. Vandaag bezocht ik een congres van mijn werkgever met het thema ‘De brug tussen zorg en bijstand’. Over de zorg die gemeenten hebben voor mensen in de bijstand, die weer aan het werk moeten worden geholpen, en over de gevolgen van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Uitgangspunt daarbij is, dat mensen zelf verantwoordelijk worden voor het organiseren van de zorg en hulp die zij nodig hebben. ‘Die wet wordt een nationale ramp’, zei de directeur van de Rotterdamse verslavingszorg, en hij voorzag over tien jaar een parlementaire enquête over de vraag, hoe we het ooit zo ver konden laten komen. Ik denk dat hij gelijk krijgt, want er verschijnen steeds meer rapporten waaruit blijkt, dat de mensen die hulp en zorg nodig hebben nou net de groepen zijn, die dat níet kunnen organiseren. Omdat zij ongeschoold zijn, of ongezond, of slechts een beperkt sociaal netwerk hebben en niet weten tot wie ze zich moeten wenden. Het kabinet legt dit probleem bij de gemeenten neer. Terecht dat die daar niks voor voelen, zolang er geen geld bij wordt geleverd om dat goed uit te voeren.
Een andere spreker was de vice-voorzitter van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Zij lichtte vast een tipje van de sluier op van een rapport, dat over twee weken verschijnt. Ook zij was helder: ‘De verzorgingsstaat wordt om zeep geholpen’. Niet de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat is het probleem, zoals het kabinet ons wil doen geloven, maar het onvermogen om op te komen voor de mensen die het het hardst nodig hebben. De arrangementen van de verzorgingsstaat zijn te duur geworden. Ooit is de verzorgingsstaat uitgevonden om te zorgen voor de mensen die hulp en zorg niet kunnen betalen. Maar sluipenderwijs zijn de voorzieningen uitgegroeid tot een stelsel waar iedereen recht op heeft, ook degenen die het best zelf kunnen betalen. Wat doet het kabinet nu, nu het stelsel te duur wordt? Het voert een generieke korting door, of verhoogt de eigen bijdrage. En door zo’n generieke korting hebben de groepen die het echt nodig hebben, niet meer genoeg aan wat rest aan voorzieningen. WAO’ers worden gekort op hun uitkering, omdat anderen en ten onrechte gebruik van maken. En straks wordt ook nog het persoonsgebonden budget, het budget waar mensen die zorg, hulp of begeleiding behoeven recht op hebben, ‘generiek’ gekort, verwachtte spreekster, zonder dat wordt gekeken naar wie zo’n PGB écht nodig heeft. De rekening wordt zo gelegd bij degenen die toch al in een kwetsbare positie verkeren.
Dat is wel een erg wrange invulling van het profijtbeginsel.
3.11.04
Nieuws
Het heeft wat losgemaakt, mijn pleidooi voor een aangepast ambtsgebed. Een flink stuk op de voorpagina van de Goudsche Courant, veel mondelinge. Misschien moet ik er toch maar een serieus voorstel van gaan maken.
Bij de coalitieonderhandelingen misschien? Want ineens ligt de zaak weer open, nu het CDA vandaag bekendmaakte niet verder te willen met alleen de SGP en de ChristenUnie. Zo’n coalitie is niet breed genoeg, vindt het CDA. En gelijk hebben ze. Dat betekent, dat we nu alle kanten op kunnen. Morgenavond praten de vijf fractievoorzitters en de burgemeester over de vraag: hoe nu verder? Wordt vervolgd, dus.
(Overigens, ik had beloofd nog wat meer te vertellen over de inhoud van het gesprek dat ik eerder had met de drie christelijke partijen. Kortheidshalve verwijs ik daarvoor naar deze toelichting, waarin de PvdA aangeeft waarom ze níet meedoet in zo’n C3/PvdA coalitie. Meer informatie staat ook op www.ouderkerk.pvda.nl.)
Natuurlijk zijn deze ontwikkelingen spannend en belangrijk, maar ze vallen in het niet bij die twee andere zaken die vandaag het nieuws hebben gedomineerd: de moord op Theo van Gogh en de overwinning van George W. Bush. Wat een rotdag, en wat een rotkrant is de Telegraaf toch met die foto van het lichaam van Van Gogh. Ik weet het, nieuws is nieuws, en als ik hoofdredacteur van de Telegraaf was zou ik die foto ook afdrukken, maar niet zo groot en zeker niet op de voorpagina. Leuk voor de kinderen die ’s morgens de krant oprapen van de deurmat. En leuk voor de familie en vrienden van het slachtoffer, die net als ik op straat met dit beeld worden geconfronteerd. Ik wist het altijd al, die krant deugt niet. Vandaag is dat weer eens bevestigd.
Bij de coalitieonderhandelingen misschien? Want ineens ligt de zaak weer open, nu het CDA vandaag bekendmaakte niet verder te willen met alleen de SGP en de ChristenUnie. Zo’n coalitie is niet breed genoeg, vindt het CDA. En gelijk hebben ze. Dat betekent, dat we nu alle kanten op kunnen. Morgenavond praten de vijf fractievoorzitters en de burgemeester over de vraag: hoe nu verder? Wordt vervolgd, dus.
(Overigens, ik had beloofd nog wat meer te vertellen over de inhoud van het gesprek dat ik eerder had met de drie christelijke partijen. Kortheidshalve verwijs ik daarvoor naar deze toelichting, waarin de PvdA aangeeft waarom ze níet meedoet in zo’n C3/PvdA coalitie. Meer informatie staat ook op www.ouderkerk.pvda.nl.)
Natuurlijk zijn deze ontwikkelingen spannend en belangrijk, maar ze vallen in het niet bij die twee andere zaken die vandaag het nieuws hebben gedomineerd: de moord op Theo van Gogh en de overwinning van George W. Bush. Wat een rotdag, en wat een rotkrant is de Telegraaf toch met die foto van het lichaam van Van Gogh. Ik weet het, nieuws is nieuws, en als ik hoofdredacteur van de Telegraaf was zou ik die foto ook afdrukken, maar niet zo groot en zeker niet op de voorpagina. Leuk voor de kinderen die ’s morgens de krant oprapen van de deurmat. En leuk voor de familie en vrienden van het slachtoffer, die net als ik op straat met dit beeld worden geconfronteerd. Ik wist het altijd al, die krant deugt niet. Vandaag is dat weer eens bevestigd.
28.10.04
Nieuw jasje
Overspel wordt ruzie, het lijdensverhaal een thriller en de franje verdwijnt uit de zinnen. Kortom, de huiver maakt plaats voor hedendaagse zakelijkheid.
Dit heb ik niet van mezelf, het staat vandaag in het dagblad Trouw en het gaat over de nieuwe bijbelvertaling die gisteren officieel het licht zag. Verwacht van mij geen badinerend stukje, ik vind de bijbel een belangrijk boek dat onze cultuur en politiek (zeker in Ouderkerk) stevig beïnvloedt. Ik ben ook opgevoed met de kinderbijbel van Anne de Vries die nu overigens naast het bed van mijn dochter ligt. Prachtige verhalen. Maar ook niet meer dan dat. Want dat scheppingsverhaal bijvoorbeeld, daar deugt feitelijk natuurlijk niets van. Zie de vondst van een nieuwe menssoort op het eiland Flores.
Die nieuwe vertaling vind ik een goede zaak. Als we de bijbel interessant willen houden, al was het alleen maar voor die verhalen, dan moet het boek wel toegankelijk blijven. Alleen op de Wereld is een paar jaar geleden ook in een nieuw jasje gestoken, en terecht.
De bijbelvertaling is voor mij aanleiding om op deze plaats voor te stellen, ook het ambtsgebed van de gemeenteraad aan te passen. Dat het ambtsgebed kan worden afgeschaft is vooralsnog een illusie, daar is geen meerderheid voor te vinden. Maar een iets vlottere tekst moet toch kunnen.
Nu klinkt het zo: Almachtige, barmhartige, genadige God! In de vergadering samen gekomen, ter behartiging van de ons toevertrouwde openbare belangen, bidden wij U om de nodige wijsheid om onze bestuurstaak naar behoren te volbrengen. Geef ons een klaar inzicht in hetgeen, met voorbijzien van elk ander oogmerk, het algemeen belang van ons vordert en doe op onze besluiten Uw onmisbare zegen rusten. Amen.
Snapt u er iets van? Zo zou het ook kunnen: God! In deze vergadering, waar wij ons best doen het algemeen belang te dienen, vragen wij U ons daarbij te helpen. Amen.
Daarmee is alles gezegd. En het is een stuk korter, dat is wel zo prettig voor degenen voor wie het gebed niet zo nodig hoeft.
Dit heb ik niet van mezelf, het staat vandaag in het dagblad Trouw en het gaat over de nieuwe bijbelvertaling die gisteren officieel het licht zag. Verwacht van mij geen badinerend stukje, ik vind de bijbel een belangrijk boek dat onze cultuur en politiek (zeker in Ouderkerk) stevig beïnvloedt. Ik ben ook opgevoed met de kinderbijbel van Anne de Vries die nu overigens naast het bed van mijn dochter ligt. Prachtige verhalen. Maar ook niet meer dan dat. Want dat scheppingsverhaal bijvoorbeeld, daar deugt feitelijk natuurlijk niets van. Zie de vondst van een nieuwe menssoort op het eiland Flores.
Die nieuwe vertaling vind ik een goede zaak. Als we de bijbel interessant willen houden, al was het alleen maar voor die verhalen, dan moet het boek wel toegankelijk blijven. Alleen op de Wereld is een paar jaar geleden ook in een nieuw jasje gestoken, en terecht.
De bijbelvertaling is voor mij aanleiding om op deze plaats voor te stellen, ook het ambtsgebed van de gemeenteraad aan te passen. Dat het ambtsgebed kan worden afgeschaft is vooralsnog een illusie, daar is geen meerderheid voor te vinden. Maar een iets vlottere tekst moet toch kunnen.
Nu klinkt het zo: Almachtige, barmhartige, genadige God! In de vergadering samen gekomen, ter behartiging van de ons toevertrouwde openbare belangen, bidden wij U om de nodige wijsheid om onze bestuurstaak naar behoren te volbrengen. Geef ons een klaar inzicht in hetgeen, met voorbijzien van elk ander oogmerk, het algemeen belang van ons vordert en doe op onze besluiten Uw onmisbare zegen rusten. Amen.
Snapt u er iets van? Zo zou het ook kunnen: God! In deze vergadering, waar wij ons best doen het algemeen belang te dienen, vragen wij U ons daarbij te helpen. Amen.
Daarmee is alles gezegd. En het is een stuk korter, dat is wel zo prettig voor degenen voor wie het gebed niet zo nodig hoeft.
26.10.04
Vrijage
Voor je het weet zit je te onderhandelen over een plaatsje in het college. Het kan verkeren.
Ik heb mijn weblog de laatste tijd verwaarloosd, waarvoor excuses. Maar nu is er ook een aardige aanleiding om de draad weer op te pakken: nadat de VVD-wethouder twee weken geleden is opgestapt, heeft nu ook de VVD de pijp aan Maarten gegeven – gisteren maakte de VVD officieel bekend de coalitie vaarwel te zeggen. Ze schuift nu gezellig aan bij de PvdA in de oppositiebankjes.
Hoewel?
Vorige week al ontving ik een uitnodiging om eens met de collega-fractievoorzitters van de drie christelijke partijen SGP, ChristenUnie en CDA (C3) te komen praten. Dat gesprek vond gisteravond plaats. Vertrouwelijk, dat spreekt. Althans voorlopig. Ik kom later wel op de inhoud terug. Voor dit moment volstaat het om te zeggen dat de C3 zoeken naar een breed draagvlak voor het college, en dus met de enige partij contact leggen die daarvoor kan zorgen: de PvdA. Het principe van een breed draagvlak steun ik, maar dat betekent nog niet dat de PvdA, die zich de afgelopen 2,5 jaar steeds kritisch (constructief kritisch natuurlijk) over dit college heeft uitgelaten, nu zonder meer bij de C3 aanschuift. Dat heb ik de C3 ook laten weten, steun van de PvdA aan het collegebeleid heeft een prijs.
Donderdagavond moet blijken of de prijs, die de PvdA heeft gevraagd, voor de C3 voldoende acceptabel is om verder te praten over een coalitie. Zo ja, dan zal ik natuurlijk dat gesprek aangaan. Het past een democratische partij als de PvdA niet weg te lopen voor bestuursverantwoordelijkheid. Zo nee, dan zullen de C3 samen verder moeten. Even goede vrienden, zal ik dan zeggen. Maar dan wordt het draagvlak voor het college wel heel erg smal.
Ik heb mijn weblog de laatste tijd verwaarloosd, waarvoor excuses. Maar nu is er ook een aardige aanleiding om de draad weer op te pakken: nadat de VVD-wethouder twee weken geleden is opgestapt, heeft nu ook de VVD de pijp aan Maarten gegeven – gisteren maakte de VVD officieel bekend de coalitie vaarwel te zeggen. Ze schuift nu gezellig aan bij de PvdA in de oppositiebankjes.
Hoewel?
Vorige week al ontving ik een uitnodiging om eens met de collega-fractievoorzitters van de drie christelijke partijen SGP, ChristenUnie en CDA (C3) te komen praten. Dat gesprek vond gisteravond plaats. Vertrouwelijk, dat spreekt. Althans voorlopig. Ik kom later wel op de inhoud terug. Voor dit moment volstaat het om te zeggen dat de C3 zoeken naar een breed draagvlak voor het college, en dus met de enige partij contact leggen die daarvoor kan zorgen: de PvdA. Het principe van een breed draagvlak steun ik, maar dat betekent nog niet dat de PvdA, die zich de afgelopen 2,5 jaar steeds kritisch (constructief kritisch natuurlijk) over dit college heeft uitgelaten, nu zonder meer bij de C3 aanschuift. Dat heb ik de C3 ook laten weten, steun van de PvdA aan het collegebeleid heeft een prijs.
Donderdagavond moet blijken of de prijs, die de PvdA heeft gevraagd, voor de C3 voldoende acceptabel is om verder te praten over een coalitie. Zo ja, dan zal ik natuurlijk dat gesprek aangaan. Het past een democratische partij als de PvdA niet weg te lopen voor bestuursverantwoordelijkheid. Zo nee, dan zullen de C3 samen verder moeten. Even goede vrienden, zal ik dan zeggen. Maar dan wordt het draagvlak voor het college wel heel erg smal.
13.10.04
Opgestapt
Het went nooit, het vertrek van een wethouder. Het is toch een klein menselijk drama. Politiek kan hard zijn, zo blijkt maar weer eens. Het besluit van Gerda van Adrichem (VVD) om op te stappen kwam gisteren als een grote verrassing. Natuurlijk hadden wij in de PvdA ook al eens gespeculeerd over moties van wantrouwen, want ook wij waren niet tevreden over de voortgang die werd geboekt bij het multifunctioneel gebouw in Gouderak. De vraag is echter of het vertrek van een wethouder in dit stadium productief is. Loopt het proces nu niet compleet vast? Aan de andere kant: als burgemeester Hans Oosters, die nu even het dossier MFGG heeft overgenomen, kans ziet de discussie weer vlot te trekken, dan is het vertrek van Gerda toch niet voor niets geweest. Hopen en bidden dus maar.
Iets verder gedacht: wat betekent dit voor de coalitie? Blijft de VVD in het college en schuift ze een nieuwe wethouderskandidaat naar voren, of haakt ze af? En als dat laatste gebeurt, wat dan? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat de drie christelijke partijen dan samen verder gaan. Weliswaar hebben CDA, ChristenUnie en SGP bij elkaar zeven van de dertien zetels, de kleinst mogelijke meerderheid dus, maar dat hebben ze slechts te danken aan de verdeling van de restzetels bij de verkiezingen van 6 maart 2002. Samen haalden ze minder dan de helft van het aantal stemmen, terwijl PvdA en VVD samen iets méér dan de helft haalden. Een christelijk college kan dus nooit spreken namens de meerderheid van de Ouderkerkse bevolking. Dat zullen de drie confessionele partijen zich ook wel realiseren. Als de VVD dus afhaakt, ligt het voor de hand dat naar de PvdA als mogelijke partner wordt gekeken, of dat VVD en PvdA samen op zoek gaan naar een derde partner om een nieuwe coalitie te vormen, Kortom, alles ligt open. Maar de sleutel ligt nu even bij de VVD. Het worden een paar spannende dagen.
Overigens 1: Ik vind de manier waarop Gerda is vertrokken, niet chic. Het heeft iets van stiekem via de achterdeur vertrekken, terwijl ze natuurlijk een debat met de raad had moeten aangaan. Pas daarna had ze de conclusies moeten trekken die ze nu heeft getrokken, namelijk dat er onvoldoende steun is voor het collegebeleid.
Overigens 2: De aanleiding voor haar vertrek was de mededeling van de VVD dat die partij niet langer voldoende vertrouwen had in het college (zie deze verklaring). In ‘het college’, dus niet in ‘de wethouder’. In de MFGG-discussie heeft ook SGP-wethouder Leo Barth, hoewel niet politiek verantwoordelijk, zich flink geroerd. Barth is toevallig wél de man in het college die gaat over de financiën en het grondbeleid. Als het nu zo is dat juist de onduidelijkheid over, of de vertraging van de onderhandelingen over de grond voor een MFGG de reden zijn van het geschonden vertrouwen in het college, is dan eigenlijk wel de juiste wethouder opgestapt?
Iets verder gedacht: wat betekent dit voor de coalitie? Blijft de VVD in het college en schuift ze een nieuwe wethouderskandidaat naar voren, of haakt ze af? En als dat laatste gebeurt, wat dan? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat de drie christelijke partijen dan samen verder gaan. Weliswaar hebben CDA, ChristenUnie en SGP bij elkaar zeven van de dertien zetels, de kleinst mogelijke meerderheid dus, maar dat hebben ze slechts te danken aan de verdeling van de restzetels bij de verkiezingen van 6 maart 2002. Samen haalden ze minder dan de helft van het aantal stemmen, terwijl PvdA en VVD samen iets méér dan de helft haalden. Een christelijk college kan dus nooit spreken namens de meerderheid van de Ouderkerkse bevolking. Dat zullen de drie confessionele partijen zich ook wel realiseren. Als de VVD dus afhaakt, ligt het voor de hand dat naar de PvdA als mogelijke partner wordt gekeken, of dat VVD en PvdA samen op zoek gaan naar een derde partner om een nieuwe coalitie te vormen, Kortom, alles ligt open. Maar de sleutel ligt nu even bij de VVD. Het worden een paar spannende dagen.
Overigens 1: Ik vind de manier waarop Gerda is vertrokken, niet chic. Het heeft iets van stiekem via de achterdeur vertrekken, terwijl ze natuurlijk een debat met de raad had moeten aangaan. Pas daarna had ze de conclusies moeten trekken die ze nu heeft getrokken, namelijk dat er onvoldoende steun is voor het collegebeleid.
Overigens 2: De aanleiding voor haar vertrek was de mededeling van de VVD dat die partij niet langer voldoende vertrouwen had in het college (zie deze verklaring). In ‘het college’, dus niet in ‘de wethouder’. In de MFGG-discussie heeft ook SGP-wethouder Leo Barth, hoewel niet politiek verantwoordelijk, zich flink geroerd. Barth is toevallig wél de man in het college die gaat over de financiën en het grondbeleid. Als het nu zo is dat juist de onduidelijkheid over, of de vertraging van de onderhandelingen over de grond voor een MFGG de reden zijn van het geschonden vertrouwen in het college, is dan eigenlijk wel de juiste wethouder opgestapt?
10.10.04
Burgemeester
Al een tijd ligt-ie voor me, de enveloppe van de PvdA met daarop de mededeling: ‘Belangrijk! Deze enveloppe bevat uw stembiljet’ – in grote, opvallende letters. Het is voor het eerst dat de PvdA haar leden direct laat meepraten over een belangrijke kwestie, in dit geval de aanstellingswijze van de burgemeester. Dat de door de Kroon benoemde burgemeester z’n langste tijd heeft gehad, dat staat voor de PvdA inmiddels niet meer ter discussie. De vraag is nu: moet de burgemeester rechtstreeks door de bevolking worden gekozen, of door de gemeenteraad.
Ik twijfel. En daarom ligt die enveloppe nog altijd op mijn bureau, omdat ik geen keuze kan maken. Maar de deadline nadert, dus ik moet een besluit nemen. Niet stemmen, of aangeven dat ik geen mening heb, daar ben ik in ieder geval géén voorstander van.
Mijn hart zegt: laat de burgers maar kiezen. Het is tenslotte hún burgemeester. En in andere landen lukt het ook, dus waarom niet hier? Maar dan moet er wel wat te kiezen zijn natuurlijk. Dan moeten de kandidaten met een eigen, politiek programma de zeepkist op. En als ze dan gekozen worden willen ze dat programma ook gaan uitvoeren natuurlijk. Maar de gemeenteraad heeft ook zo z’n wensen en z’n programma. Als die twee botsen, wat dan? Dan krijg je een competentiestrijd tussen burgemeester en raad en dat is natuurlijk niet goed voor de gemeente. En willen we wel toe naar Franse toestanden, waar de burgemeester toevallig ook de voorzitter van de middenstandsvereniging is, en de voorzitter van de voetbalvereniging, en van de plaatselijke landbouwcoöperatie? En, omdat-ie burgemeester is, ook nog eens hoofd van de politie?
Moet de gemeenteraad dan de burgemeester kiezen? Als je de stelling hanteert, dat de gemeenteraad het hoogste orgaan van de gemeente is, lijkt dat niet meer dan terecht. Maar dan wordt de burgemeester een pion van de raad. En wie is die raad eigenlijk? Is dat de meerderheid plus 1 die dan bepaalt wie de burgemeester wordt? Of moet die keuze breed, het liefst raadsbreed worden gedragen. Laat je de burgemeester door de raad kiezen, dan wordt het burgemeesterschap per definitie een politiek ambt terwijl de burgemeester juist bóven de partijen zou moeten staan. Dus dan toch maar die rechtstreekse verkiezing?
U merkt, ik worstel. Maar ik moet een besluit nemen, liefst vandaag nog.
Het is het eeuwige dilemma van het hoofd en het hart. Het hart zegt: laat de bevolking haar eigen burgemeester kiezen. Het hoofd zegt: niet doen, dan bestaat de kans dat populisten die toch al veel posities in de plaatselijke samenleving bekleden, nog meer voor het zeggen krijgen. Te veel macht geconcentreerd in één persoon is nooit goed.Ik volg het hoofd. Een burgemeester moet gecorrigeerd kunnen worden door de raad, en dus moet de raad die burgemeester ook kiezen. Maar dan moeten de politieke partijen zich in hun verkiezingscampagne ook duidelijk voor een kandidaat uitspreken, dan weten de kiezers in ieder geval wat ze kunnen verwachten. Ik ga nu mijn stem uitbrengen.
Ik twijfel. En daarom ligt die enveloppe nog altijd op mijn bureau, omdat ik geen keuze kan maken. Maar de deadline nadert, dus ik moet een besluit nemen. Niet stemmen, of aangeven dat ik geen mening heb, daar ben ik in ieder geval géén voorstander van.
Mijn hart zegt: laat de burgers maar kiezen. Het is tenslotte hún burgemeester. En in andere landen lukt het ook, dus waarom niet hier? Maar dan moet er wel wat te kiezen zijn natuurlijk. Dan moeten de kandidaten met een eigen, politiek programma de zeepkist op. En als ze dan gekozen worden willen ze dat programma ook gaan uitvoeren natuurlijk. Maar de gemeenteraad heeft ook zo z’n wensen en z’n programma. Als die twee botsen, wat dan? Dan krijg je een competentiestrijd tussen burgemeester en raad en dat is natuurlijk niet goed voor de gemeente. En willen we wel toe naar Franse toestanden, waar de burgemeester toevallig ook de voorzitter van de middenstandsvereniging is, en de voorzitter van de voetbalvereniging, en van de plaatselijke landbouwcoöperatie? En, omdat-ie burgemeester is, ook nog eens hoofd van de politie?
Moet de gemeenteraad dan de burgemeester kiezen? Als je de stelling hanteert, dat de gemeenteraad het hoogste orgaan van de gemeente is, lijkt dat niet meer dan terecht. Maar dan wordt de burgemeester een pion van de raad. En wie is die raad eigenlijk? Is dat de meerderheid plus 1 die dan bepaalt wie de burgemeester wordt? Of moet die keuze breed, het liefst raadsbreed worden gedragen. Laat je de burgemeester door de raad kiezen, dan wordt het burgemeesterschap per definitie een politiek ambt terwijl de burgemeester juist bóven de partijen zou moeten staan. Dus dan toch maar die rechtstreekse verkiezing?
U merkt, ik worstel. Maar ik moet een besluit nemen, liefst vandaag nog.
Het is het eeuwige dilemma van het hoofd en het hart. Het hart zegt: laat de bevolking haar eigen burgemeester kiezen. Het hoofd zegt: niet doen, dan bestaat de kans dat populisten die toch al veel posities in de plaatselijke samenleving bekleden, nog meer voor het zeggen krijgen. Te veel macht geconcentreerd in één persoon is nooit goed.Ik volg het hoofd. Een burgemeester moet gecorrigeerd kunnen worden door de raad, en dus moet de raad die burgemeester ook kiezen. Maar dan moeten de politieke partijen zich in hun verkiezingscampagne ook duidelijk voor een kandidaat uitspreken, dan weten de kiezers in ieder geval wat ze kunnen verwachten. Ik ga nu mijn stem uitbrengen.
3.10.04
Kleur
Wat een dag! In Amsterdam lieten vakbeweging én PvdA zien dat ze het demonstreren nog niet verleerd zijn. Kleur het Museumplein rood, zo had Wouter Bos PvdA’ers opgeroepen. En dat is gelukt. Moet je als kleine afdeling normaliter grote moeite doen om (tegen betaling!) bij het partijbureau in Amsterdam campagnemateriaal los te peuteren, op het Museumplein werden ballonnen, petjes en vlaggen kwistig uitgedeeld. Het heeft gewerkt, want het Museumplein wás rood. De hele binnenstad trouwens, links Nederland had Amsterdam gedurende bijna een hele zaterdag in de greep. De massa die was afgekomen op de Dwaze Dagen van de Bijenkorf ging als een nietige druppel onder in de oceaan van mensen die van de verschillende treinstations al dan niet via de Dam naar het Museumplein stroomde. De demonstratie was indrukwekkend. Behalve misschien voor het autistische kabinet, vrees ik. Hoe dan ook, het was een mooie dag, zaterdag. Een dag waarop de PvdA duidelijk kleur bekende. Ik had dit niet graag willen missen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)