31.10.06

Potlood

Als er ergens in Afrika of Azië democratische verkiezingen worden gehouden, lopen er altijd wel een paar Nederlanders rond om als waarnemer toe te zien op een free and fair verloop. Want Nederland is, als het om verkiezingen gaat, het braafste jongetje van de klas. Verkiezingsfraude? We kennen het woord, maar het komt hier niet voor. Toch?
Misschien niet, maar nu blijken 35 gemeenten stemmachines in gebruik te hebben die zo’n sterk signaal uitzenden, dat je op tientallen meters afstand het stemgedrag van de argeloze kiezer kunt volgen. En dat kan natuurlijk niet, want het stemgeheim is in een beschaafd land heilig. Terecht dus, dat minister Nicolaï de machines van de Sdu heeft afgekeurd. In de praktijk betekent dat, dat in ieder geval de Amsterdammers en wellicht ook kiezers in andere gemeenten op 22 november weer het oude, vertrouwde rode potlood moeten gebruiken.
Jammer dat Ouderkerk geen Sdu-machine heeft.
Ik ben oud genoeg om nog te weten hoe het aanvoelde, stemmen met zo’n potlood. Het was een ritueel. Van de leden van het stembureau kreeg je een groot formulier overhandigd, in de lengterichting gevouwen. Daarmee begaf je je tussen twee schaamschotjes, vouwde het grauwgrijze papier open en zocht naar de partij van jouw keuze. Dan pakte je het rode potlood. Dat zat vast aan een touwtje, tegen het onnadenkend in je zak steken. De kans dat iemand dat deed was overigens klein, want het potlood was te dik om lekker in de hand te liggen of om comfortabel in de broek te dragen. Met het potlood kleurde je een vakje in (niet te veel buiten de lijntjes want dan was het formulier ongeldig!), je vouwde het formulier weer keurig op en begaf je naar een groene, melkbusachtige ton: de stembus! Met gevoel voor dramatiek liet je dan het formulier in de gleuf glijden. Het ritueel was voorbij, de democratische plicht was gedaan.
Het had iets erotisch. Je leefde ernaar toe, de spanning liep op naarmate het moment suprême naderde, de handeling zelf had iets stiekems: iedereen deed het, maar je mocht het niet van elkaar zien. En dan die stembus: freudiaanser kan bijna niet. Eenmaal terug op straat dacht je dat iedereen aan je kon zien dat je ‘het’ gedaan had.
Zeker na de eerste keer.
Een beetje flauwekul natuurlijk, maar een feit is wel dat het stemmen sinds de invoering van de stemmachine is verkild, de steriele druk op de knop is niets vergeleken met het potloodritueel. En het geeft zeker niet het gevoel dat je iets bijzonders hebt gedaan.
Toch zie ik stemmen nog altijd zo, als iets bijzonders. Democratie is niet vanzelfsprekend, ze moet steeds opnieuw worden bevochten en verdedigd. Dat mag best met een ritueel gepaard gaan zodat kiezers het gevoel krijgen, dat wat ze doen ook echt iets betékent. Een machine geeft dat gevoel niet.
Tegen beter weten in hoop ik, dat het gedoe met die stemmachines nu een blessing in disguise is. Dat ze in Amsterdam, Vlist, Moordrecht of waar dan ook waar ze misschien weer met het potlood gaan stemmen de smaak weer te pakken krijgen en zeggen: laten we maar blijven vasthouden aan dat potlood. Dan duurt het maar wat langer voor de uitslag bekend is, en dan moeten we misschien een keer overtellen omdat we ergens een foutje hebben gemaakt, soit. We kunnen het geduld opbrengen om weken, maanden te wachten tot we weten wie de nieuwe Idol of de winnaar van Big Brother wordt, dan kunnen we toch zeker ook wel een paar uur extra wachten op een verkiezingsuitslag?
Op 22 november zit ik weer op het stembureau. Voor mij op tafel staat dan een schermpje dat is aangesloten op de stemmachine. Iedere keer weer zijn er mensen die mij vragen, of ik kan zien wat zij stemmen. Geduldig herhaal ik steeds dat daarvan geen sprake is, dat we in dit land een stemgeheim hebben en dat het schermpje slechts de geldigheid van een uitgebrachte stem aangeeft. Dan zie ik sommigen kijken: dat kan hij nou wel zeggen…
Machines worden gewantrouwd, en niet ten onrechte. Eerst dacht ik dat het aan de mensen lag, het waren veelal ouderen die de vraag stelden. Maar nu weten we dat het stemgeheim ook bij machines niet honderd procent veilig is. Volgens de actiegroep “Wij vertrouwen stemcomputers niet” ook niet bij de Nedap-machines zoals die in Ouderkerk worden gebruikt. Toch maar terug naar dat potlood, zou ik zeggen.

29.10.06

Gezondheid!

Vorige week verscheen een toch wel opmerkelijk onderzoek van het RIVM naar de gezondheid van de inwoners van Midden-Holland. Wat bleek: de inwoners van dit gebied zijn de gezondste van Nederland. Zelfs het NOS journaal besteedde er aandacht aan en interviewde inwoners van Vlist (gezondste gemeente) en Nederlek (minst gezonde gemeente). De journaalploeg liet Ouderkerk links liggen.
Een gezond gebied. Maar bij nadere bestudering van het rapport is er toch nog wel het een en ander te verbeteren. Zeker in Ouderkerk. Want de regio mag dan wel gezond zijn, binnen die regio scoort Ouderkerk niet bepaald goed. We zijn hier dus, relatief gezien, niet gezond. Dat vraagt om aandacht van de gemeente en de politiek, want openbare gezondheidszorg is een van de top-verantwoordelijkheden van het lokaal bestuur.
Een greep uit de resultaten.
Ouderkerk hoort, met Bergambacht en Vlist, tot de gemeenten met de laagste vaccinatiegraad van Nederland. Minder dan 90 procent van zuigelingen wordt hier gevaccineerd en dat vertaalt zich direct in een hoger aantal gevallen van kinkhoest en rode hond, een ziekte die in Nederland nauwelijks nog voorkomt. De onderzoekers leggen een verband met het grote aantal SGP-stemmers. In Ouderkerk is het percentage SGP’ers het hoogst (10,6%), in de Krimpenerwaard gevolgd door Bergambacht (9,2%) en Vlist (6,9%).
Ik vond en vind het onbegrijpelijk, dat ouders hun kinderen het recht op een goede gezondheid ontzeggen. Ik ken de argumenten, maar ik heb er geen begrip voor en eigenlijk ben ik van mening, dat de overheid deze vaccinaties (weer) bij wet verplicht moet stellen. Individuele keuzevrijheid, prima. Maar zuigelingen hebben die vrijheid nog niet en dan moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen. We kennen toch ook de leerplicht, waarom dan niet de vaccinatieplicht opnieuw ingevoerd?
Het rapport legt nóg een verband, tussen gezondheid en sociaal-economische status (SES). Bekend is, dat mensen met een lage SES (gebaseerd op opleiding, beroep en inkomen) in het algemeen ook minder gezond zijn. Mannen en vrouwen met een lage SES leven gemiddeld respectievelijk 4,9 jaar en 2,6 jaar korter dan mannen en vrouwen met een hoge SES. Ook leven ze 15 jaar minder lang in goede gezondheid. Ouderkerk scoort op het onderdeel besteedbaar inkomen iets boven het landelijk gemiddelde en ook iets boven het niveau van Gouda. Maar van alle dorpen scoort Ouderkerk het laagst – ook een uitdaging voor de gemeente om daar iets aan te doen, bijvoorbeeld door een gevarieerder woningaanbod en het creëren van een aantrekkelijk woon- en werkklimaat.
Van alle Midden-Holland gemeenten is Nederlek het minst gezond, gevolgd door Gouda. Maar dat is een stad en steden, zeker met een bevolkingssamenstelling zoals Gouda, zijn in het algemeen minder gezond. Verontrustender is, dat van de kleinere gemeenten na Nederlek Ouderkerk het slechtst scoort. Dat komt vooral door het aantal hart- en vaatziekten, dat hier het hoogst is. Het aantal mensen met overgewicht in Ouderkerk is eveneens groot (47,3%): ook hier scoort alleen Nederlek (47,5%) lager.
Juichende berichtgeving in het journaal over de gezonde Krimpenerwaard of niet: er is nog genoeg te doen. Ouderkerk hangt te vaak onderaan in lijstjes waarin gemeenten met elkaar worden vergeleken. Daar moet eindelijk eens iets aan worden gedaan.

18.10.06

Dijk

Wanneer ik ’s morgens naar het station van Gouda fiets is het, sinds een paar dagen, nog te donker om onverlicht over de dijk te rijden. Nu is een veelgehoorde klacht van automobilisten, dat scholieren dat juist wél doen en daardoor een gevaar op de weg vormen.
Dat is dus niet waar. Dagelijks zie ik dat bijna alle scholieren in ieder geval het achterlicht aan hebben. Ik denk dat het misverstand ontstaat, doordat wij veertigers vroeger zelf zonder verlichting reden omdat we niet zwaarder wilden trappen. Met de verlichting-op-batterijen is dat bezwaar uit de wereld en dus is er voor de moderne jeugd geen reden om geen licht te voeren.
Wat niet wil zeggen dat de dijk veilig is. Zeker niet.
Daarom ben ik ook zo blij met het succes van PvdA-wethouder Klaas Dogterom, die in de Strategiegroep Veenweidepact Krimpenerwaard voor elkaar heeft gekregen dat er een fietspad is ingetekend tussen Schaapjeszijde en de rotonde met de nog aan te leggen Zuidwestelijke Randweg. De dijk wordt hierdoor straks over een behoorlijke lengte voor toekomstige generaties scholieren (en andere fietsers natuurlijk) een stuk veiliger. Geen overbodige luxe, want die Goudse randweg gaat veel nieuw verkeer aantrekken. Met dat fietspad lijkt een heel oude wens van de PvdA eindelijk werkelijkheid te worden. Het zal nog een paar jaar duren voor dat fietspad er is, en er zal ongetwijfeld nog het nodige over worden gezegd, maar het begin is er.
Veiligheid op de dijk, het is een belangrijk thema. Een tijdje geleden kreeg de PvdA een mail van een bewoner van de IJsseldijk Noord die ons opmerkzaam maakte op het probleem van de landbouwtrekkers, althans de bestuurders daarvan. Vaak zijn dat jonge mensen van 16, 17 jaar die zelf weinig verkeerservaring hebben en een stuk onbesuisder rijden dan de oudere boeren die met de trekker zijn vergroeid. De wetgeving die dit toestaat, dateert uit de tijd dat die dingen niet harder mochten rijden dan 16 km per uur. Nu is dat 25 (maar in de praktijk rijden ze veel harder) en de voertuigen zijn in de loop der jaren steeds groter, zwaarder en dus gevaarlijker geworden. Wordt het niet tijd om de wet aan te passen? vroeg de afzender van de mail retorisch.
Daar is de wetgever voor nodig, Den Haag dus.
Op dit soort momenten ben ik blij dat ik lid ben van een grote, landelijke partij met korte lijnen naar de Tweede Kamer. Van het Kamerlid Lia Roefs hoorde ik, dat het onderwerp haar aandacht heeft. Sterker, ze had al een dossiertje en het signaal uit Ouderkerk was het duwtje dat ze nodig had om er na de verkiezingen snel werk van te maken. Ook hier geldt: het begin is er, want een wet veranderen kan ook niet van de ene op de andere dag.
Lia gaat eerst campagne voeren voor de Kamerverkiezingen. Dat doen we hier in Ouderkerk ook, op bescheiden wijze. En op 22 november gaan we weer stemmen. Als het aan GroenLinks in Gouda ligt met het potlood, want stemcomputers blijken gemakkelijk gehackt te kunnen worden. Stemmen met een potlood is ook veel leuker. Maar daarover later meer.

22.9.06

Dolfijn

Donner weg. Dekker weg. Verdonk straks misschien ook. En dan wellicht Henk Kamp van Defensie.
Kamp?
Waarom niet? In de Volkskrant van vanmorgen las ik een heel klein artikeltje met de kop ‘Nederlandse duikboot ramde Franse vissers’. Op 14 januari 2004 zonk de Franse vissersboot Bugaled Breizh in het Kanaal, onder raadselachtige omstandigheden. Vijf vissers kwamen daarbij om het leven. Hun nabestaanden zeggen nu bewijs te hebben gevonden, dat de Nederlandse onderzeeër Dolfijn het schip zou hebben geraakt.
Vreemd dat hier in de Nederlandse pers nooit over is geschreven. Ik heb de Franse berichtgeving op internet er eens op nageslagen en daar wordt de Dolfijn al een tijdje als le suspect numéro 1 genoemd, zoals op 18 februari 2005 in Brest Ouvert en op 18 september 2005 op de tv-zender France 5.
De enige officiële reactie van Nederland vond ik op de site van de Nederlandse ambassade in Frankrijk, waar iedere betrokkenheid van de Nederlandse marine bij het ongeluk wordt ontkend. De Dolfijn bevond zich op met moment van zinken een kilometer of twintig van de plek des onheils en kan dus nooit de oorzaak zijn geweest, luidt de reactie van de ambassade – en dus van de regering, namens welke de ambassade immers spreekt.
Tja.
Een Franse marine-expert zegt ergens dat áls een onderzeeër de oorzaak van de scheepsramp zou zijn, dat dan waarschijnlijk een Russische of Amerikaanse zou moeten zijn. Die landen hebben een traditie in het stilhouden van incidenten. De Nederlandse niet, zeker niet als het gaat om een incident dat vijf mensen het leven heeft gekost. Maar Russen en Amerikanen waren niet in de buurt. En volgens mij kan ook de huidige Nederlandse regering goed dingen ‘onder de pet’ houden of ontkennen.
Een Franse rechter heeft nu een nieuw onderzoek bevolen en stelt een expert aan om het een en ander eens grondig te bekijken. Het eerste reisdoel wordt Den Helder, thuishaven van de Dolfijn.
Ik hoop dat de Dolfijn straks wordt vrijgepleit, maar als dat niet zo is moet ook Kamp opstappen, lijkt mij. Vijf doden is niet niks. Maar dat lukt niet meer voor de verkiezingen. Zijn opvolger dan maar. Benieuwd wie met zo’n onzeker toekomstperspectief die baan nog ambieert.

19.9.06

Zurig

Het was weer gezellig, gisteravond. Dat is het namelijk altijd, als de PvdA-afdelingen van de Krimpenerwaard in Ammerstol bijeen zijn. Op gewijde grond, in Het Gebouw, waar vakbond en SDAP/PvdA vroeger discussieerden over hoe het volk te verheffen, bespraken we nu de gezamenlijke campagne voor de Kamerverkiezingen van 22 november. Deze dagen zijn cruciaal voor de voortgang van de samenwerking tussen de gemeenten. Maar K4 of K5, de vijf PvdA-afdelingen zullen steeds verder naar elkaar toe blijven groeien. Dat past ook in de traditie van de PvdA: over de grenzen heen kijken, internationaal maar ook interlokaal. Een goede zaak, ik schreef het twee bijdragen geleden ook al, en zoals gezegd: gezellig. Niet voor niets zegt de Vlaamse zusterpartij van de PvdA, de sp.a: ‘Socialisme zal gezellig zijn, of zal niet zijn’. Die les lijken we in de Krimpenerwaard te hebben opgepikt.
Zo niet de gemeenteraad van Ouderkerk. Het plezier in de politiek dat ik ontleen aan bijeenkomsten als die in Ammerstol en die van vanavond, als we met de Ouderkerkse fractie overleggen met onze collega’s uit Gouda, wordt de laatste tijd steeds meer tenietgedaan door het zurige sfeertje van de Ouderkerkse gemeentepolitiek. De partijen in de oppositie, nog altijd gefrustreerd doordat ze niet meer in het college zitten, tonen zich verbitterd, rancuneus. De toonzetting van de mailtjes van de ChristenUnie, de SGP die achteraf met ongenuanceerde en misleidende persberichten kinderachtig probeert haar gelijk te halen na de voor haar teleurstellende besluitvorming over de nieuwe begraafplaats, ja zelfs het anders zo redelijke CDA dat in de raad ineens ging mopperen over de Wmo terwijl het in de commissie zo leuk constructief meedacht – het maakt het politieke bedrijf niet leuker. C’est le ton qui fait la musique – nou, met deze muziek jagen ze mij hun kerk uit. De christelijke partijen hebben de les van de sp.a duidelijk niet geleerd.
Vanavond komen de fractievoorzitters van alle K5-gemeenteraden bij elkaar in Schoonhoven. De Schoonhovense collega’s gaan proberen de overigen te overtuigen van hun argumenten, waarom ze niet kunnen instemen met de samenwerkingsovereenkomst zoals die nu voorligt. Maar de stellingen lijken over een weer betrokken en veel beweging verwacht ik daar niet.
Of het dáár gezellig wordt? Ik betwijfel het.

11.9.06

9/11

Voetnoten in de geschiedenis, ze zijn er om gebeurtenissen in het juiste perspectief te plaatsen. De media-aandacht rond nine-eleven wekt de indruk, dat de aanslag op de Twin Towers, vandaag vijf jaar geleden, zo’n beetje het meest verschrikkelijke is geweest wat de wereld is overkomen. Maar in de wereldgeschiedenis zijn bijvoorbeeld ook in naam van het christendom misdaden begaan, ook de Amerikanen hebben vuile handen gemaakt, en de Engelsen. Er zijn, kortom, op veel 9/11’s dingen gebeurd die nog verschrikkelijker waren dan de aanslag waar we nu zo vol van zijn, leert een kijkje op Wikipedia.
Op 11 september 490 voor Christus versloegen de Grieken de Perzen in de Slag bij Marathon. Een slordige 6000 Perzen verloren daarbij het leven, twee keer zoveel als vijf jaar geleden in New York.
De nazi’s begonnen op 11 september 1943 met het uitroeien van de joden in de getto’s van Minsk en Lida in Wit-Rusland. Alleen uit Minsk al werden 6000 joden (2 x Twin Towers) vergast in Sobibor. Een jaar eerder, op 11 september 1942, kwamen door wreedheden van de nazi’s in het Poolse getto Stolin 11.000 mensen (3,6TT) om. Diezelfde dag werden 90.000 joden (30TT) uit Warschau naar vernietigingskampen gedeporteerd.
Op 11 september 1944 kwamen bij een Engels bombardement van het Duitse Darmstadt 11.500 mensen (3,8TT) om.
Ook op 11 september, in 1973, kwam Salvador Allende om het leven bij een militaire coup in Argentinië. De coup, die zeer waarschijnlijk werd gesteund door de Amerikaanse geheime dienst CIA, werd gevolgd door enkele dagen van chaos waarbij 3500 mensen werden vermoord (1,16TT).
Rond het tijdstip waarop ik dit schrijf, boorden terroristen vijf jaar geleden twee vliegtuigen in de Twin Towers. Daarbij kwamen 3000 mensen om.
Zouden de kinderen van de socialisten die 33 jaar geleden door Pinochet werden vermoord, vandaag dáár aan denken? Of toch aan hun vaders?

3.9.06

Partij

Vorige week zaterdag ging ik voor een kleine boodschap naar Bergambacht en kwam, aanvankelijk tot mijn ergernis maar daarna, toen ik eenmaal uit de file was en een parkeerplaats had gevonden, tot mijn genoegen terecht in de plaatselijke braderie. Niet alleen ontmoette ik daar burgemeester Arie van Erk, die met een joviaal opgestoken duim liet weten dat hij de dag ervoor het NK wielrennen voor burgemeesters had gewonnen, maar ook de partijgenoten van de Bergambachtse PvdA. Zij hadden een huiskamer ingericht waar ze gul koffie schonken en koeken uitdeelden.
Fractievoorzitter Gerjo Goudriaan vertelde dat ze meer jongeren bij de partij wil betrekken en de oprichting van een afdeling van de Jonge Socialisten overweegt. Waarop we samen tot de conclusie kwamen, dat het wellicht beter is dat te doen op de schaal van de Krimpenerwaard. Sowieso is het wenselijk, meer op K5-niveau te doen – bijvoorbeeld de campagne voor de verkiezingen van 22 november. Maandagavond praten we daar verder over als de kameraden uit de waard in Ammerstol (dat andere ‘rode dorp’) bij elkaar komen.
Het is altijd goed om in partijverband af en toe de klokken gelijk te zetten, zeker ook over onderwerpen als de Wet maatschappelijke ondersteuning. De invoering daarvan bevindt zich in alle gemeenten nu in een cruciaal stadium en enige afstemming kan geen kwaad. Zeker niet voor de PvdA, toch de partij die een naam heeft hoog te houden als het gaat om solidariteit met kwetsbare groepen. In Ouderkerk heeft wethouder Klaas Dogterom in korte tijd veel werk verzet om de raad de kans te geven, tijdig de nodige besluiten te nemen. Ik weet dat hij daarover intensief heeft gesproken met zijn Nederlekse collega en partijgenoot Ron van de Haterd. Jammer, achteraf, dat we dit belangrijke en omvangrijke onderwerp niet tijdig in K5-verband hebben opgepakt.
Communiceren langs de partijlijnen werpt z’n vruchten af. Bij de invoering van de Wet werk en bijstand heeft de Ouderkerkse fractie veel gehad aan de deskundigheid van het Schoonhovense raadslid (inmiddels wethouder) Jan Beugelaar. En over de perikelen rond de Zuidwestelijke Randweg (ZWR) en het bedrijventerrein Veerstalblok hebben Klaas en zijn collega Siebe Keulen van Gouda ook al gedachten uitgewisseld. Over twee weken ontvangen wij in Ouderkerk de partijgenoten uit Gouda, om ook op dat niveau eens over onze gezamenlijke belangen in de grensstreek te brainstormen. Gouda heeft er belang bij om zijn achtertuin, de Krimpenerwaard, groen te houden. Wij ook, maar dan moet er wel een goede oplossing worden gevonden voor bedrijven die eventueel moeten worden verplaatst als gevolg van de ZWR of het Hollandsche IJsselproject. Ik verheug me erop de dialoog tussen de Goudse en Ouderkerkse PvdA weer op gang te brengen. In de discussie over de tracékeuze van de ZWR stonden we met de ruggen naar elkaar, dat moet maar eens veranderen.
Partijen als de VVD en het CDA zullen ongetwijfeld ook over de gemeentegrenzen heen met hun geestverwanten praten. Dat is een goede zaak, het verbreedt de horizon en voorkomt een Ouderkerkse blikvernauwing. Het is ook de meerwaarde van het lidmaatschap van een brede, landelijke partij. Lokale partijen, hoe goed ze soms ook zijn, beschikken niet over dergelijke netwerken. Het is een van de redenen, waarom ik nooit actief zou kunnen zijn voor een plaatselijke partij. Ik heb mensen als Jan Beugelaar, Gerjo Goudriaan en Ron van de Haterd veel te hard nodig om mij scherp te houden. Als het tussen de Ouderkerkse en de Goudse PvdA ook weer goed komt, ziet de wereld er weer een stukje beter uit. En dan nog even winnen op 22 november.

30.8.06

VVD

Zo af en toe bezoek ik de websites van de andere Ouderkerkse politieke partijen. Zoals de Chinese veldheer Sun Tzu 2500 jaar geleden al schreef: als je je vijand en jezelf kent, zul je honderd veldslagen winnen. Bij de VVD vond ik een link naar het concept-verkiezingsprogramma: vier velletjes op tabloidformaat, en wat inhoud betreft net zo dun als de Metro en de Spits.
‘Belastingverlaging voor iedereen’, is de opening. En daarnaast: ‘Kinderopvang moet gratis’. En: ‘Wonen waar je wilt’. Op de volgende pagina lees ik ‘Minder files’. Pagina 3: ‘Veilig op straat. Voor de buurt, tegen de hufters’. Ik moet toegeven, het zijn koppen die de aandacht trekken. Maar het populisme straalt er vanaf. Politiek in klare taal, noemt de VVD het zelf. Verstaanbare politiek. Ja ja, maar inmiddels weten we allemaal wie daarvan de dupe worden: de lagere inkomens en kwetsbare groepen, want op de zorg en de sociale zekerheid willen de liberalen fors bezuinigen. Zoals de FNV opmerkte: de VVD zakt onder de fatsoensnorm. Zelfs het CDA is kritisch: ‘De VVD legt de rekening voor haar plannen wel erg eenzijdig bij de onderkant van de samenleving’, zei Maxime Verhagen in de Volkskrant.
Goed, daarover wordt de komende tijd, in de aanloop naar de verkiezingen van 22 november, nog genoeg gezegd en geschreven. Laat ik me beperken tot één onderwerp uit het VVD-krantje dat Ouderkerk als gemeente direct aangaat.
Er moet van de VVD één Randstadprovincie komen, bestaande uit de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. De Randstad is feitelijk één miljoenenstad, vergelijkbaar met Londen, Parijs of New York – stelt de VVD. Ik heb die drie steden allemaal gezien en geloof me: de vergelijking gaat op alle fronten mank. Hyde Park haalt het niet bij de Krimpenerwaard, een van de groene longen van de Randstad. En de ergernis over de vuilniswagen die het verkeer ophoudt op een van de Amsterdamse grachten is een verademing in vergelijking met de verkeersdrukte op 5th Avenue. De Randstad zien als één miljoenenstad grenst aan het megalomane en het zal slechts leiden tot een verdere verdichting en verstedelijking.
Daar zit ik niet op te wachten, en ik mag toch aannemen mijn VVD-collega’s in de gemeenteraad ook niet. Geef mij maar de rust van de Krimpenerwaard, hoe gezellig Hyde Park en Central Park ook zijn.

18.7.06

Wankelen

Lees ik op Teletekst dat de Nijmeegse Vierdaagse, voor het eerst in de geschiedenis is gestaakt. Vandaag, de eerste dag, bezweken twee mensen door de hitte. Honderden anderen werden onwel. De autoriteiten, de organisatie en de hulpdiensten vonden het niet verantwoord het wandelfeest door te laten gaan, zeker niet omdat het morgen en donderdag nóg warmer wordt.
Ik weet niet wat ik van dit besluit moet denken. Ongetwijfeld heeft ook burgemeester Guusje ter Horst, een van de leukste burgemeesters van het land, lang nagedacht voor ze tot dit besluit kwam. De Vierdaagse is het belangrijkste Nijmeegse evenement, dat ieder jaar weer een enorme boost geeft aan de lokale economie – vooral de horeca.
Vier keer heb ik de Nijmeegse Vierdaagse gelopen. In alle weersomstandigheden, waaronder ook een hittegolf . Het is alweer jaren geleden, toen er geen 40.000 mensen meededen maar 15.000, of zo. Een sportkeuring was nog verplicht, ik moest er zelfs voor naar de GGD in Rotterdam. Een goede training was ook wel handig: vier keer 50 km lopen is niet niks, kan ik u verzekeren. Toen ik de Vierdaagse voor de laatste keer liep, was het evenement al uit z’n jasje gegroeid met 23.000 deelnemers. Het was mij te massaal geworden, niet leuk meer. Het was ook niet uniek meer. Zoals tegenwoordig bijna iedereen academicus is, had ineens ook bijna iedereen de Vierdaagse gelopen. Voor mij was de lol eraf.
De Vierdaagse is verworden van een sportieve prestatie tot een massahappening. Goede schoenen, maanden vantevoren trainen, sportkeuring – allemaal flauwekul. We gaan gewoon naar Nijmegen, gieten ons op maandagavond op Plein ’44 vol met bier en gaan dinsdagochtend om half vijf gewoon wankelend van start. Het liefst uitgedost in het oranje met een koe op je hoofd. Want zo doen ‘we’ tegenwoordig alles, van het bezoeken van het WK voetbal tot het vieren van 5 mei. Is het dan gek dat er ongelukken gebeuren?
Ik bedoel: er is ook nog zoiets als een eigen verantwoordelijkheid. Als je begint aan de Vierdaagse, weet je dat het zwaar is, dat er ieder jaar mensen onwel raken en dat dat, in het uiterste geval, tot de dood kan leiden. Wordt de Tour de France afgelast als het te warm is? Of de Elfstedentocht als de tenen bevriezen? Natuurlijk niet, waarom de Vierdaagse dan wel? Om al die ongetrainde, wankelende in plaats van wandelende oranjezotten tegen zichzelf te beschermen, moet Guusje gedacht hebben. Maar de geoefende, ervaren, goed voorbereide wandelaar is er de dupe van.
Eigen verantwoordelijkheid. Als mensen gaan zwemmen in water dat niet als zwemwater is aangewezen en ze worden ziek van blauwalg, dan wijzen de Telegraaf en een Wageningse deskundige direct met de beschuldigende vinger naar de gemeente. Want die controleert te weinig. Flauwekul. Als je ergens verantwoord kunt zwemmen, staat dat aangegeven. En die zwemlocaties worden gecontroleerd door de provincie. Als er geen bord staat, is het geen zwemlocatie. En moet je daar dus niet gaan zwemmen. Of op eigen risico. Zoals die jongen die van het havenhoofd in Scheveningen dook en nu met een dwarslaesie in het ziekenhuis ligt. De gemeente had moeten aangeven dat je daar niet mocht springen en ze moet nu borden gaan plaatsen, vinden sommigen. Maar de ouders van die jongen zullen hem toch ooit wel eens hebben verteld dat je niet in onbekend water moet springen – en zeker niet duiken? Als kinderen in de IJssel of in de Waal gaan zwemmen en ziek worden, is dat dan de schuld van de gemeente of van de ouders?
We willen graag avontuurlijk doen, maar als het fout gaat is het de schuld van de overheid, en dan vooral de gemeente want die moet zorgen voor een veilige openbare ruimte. Moeten we dan de samenleving dichtregelen? Ik dacht het niet. Stoeptegels recht leggen zodat ouderen er niet over kunnen vallen, natuurlijk. Maar boomtakken afzagen omdat ze op hoofdhoogte iets boven een trottoir uitsteken, gaat mij te ver. In Zuid-Europese landen, waar de chaos het nog wint van de regelzucht, moet je soms bukken voor een eeuwenoude boom of zelf van het trottoir af, omdat die boom daar eerder was dan het voetpad. Als je daar in een dronken bui tegenaan botst, is dat je eigen schuld. Geen Grieks gemeentebestuur dat daarvan de schuld zal krijgen. Zoals je in Nederland ook de gemeente niet kunt verwijten dat kinderen ziek worden als ze in een roestige spijker zijn gestapt die op de bodem van een sloot lag.
En die blauwalg heeft de gemeente ook niet uitgevonden.

29.6.06

Zuur

De redactieruimte was nog donker toen Remco de sleutel omdraaide. Hij was vroeg die ochtend. De journalist draaide de lamellen open en de vroege ochtendzon filterde naar binnen. Met een verse mok koffie zette Remco zich voor zijn computer en drukte op de on/off knop. Zijn dagelijkse routine begon met het weggooien van e-mailtjes en het aanklikken van een serie favoriete websites. Natuurlijk van gemeenten en de provincie, van andere regionale media en van politieke partijen en actiegroepen. Af en toe maakte hij een aantekening in zijn schrijfblok of knipte en plakte hij teksten in een Worddocument. Redelijk bovenaan bij zijn favorieten stond de website van de Ouderkerkse PvdA. ‘PvdA: aantijgingen SGP’er zijn beneden alle peil’, las hij. Ha, een politieke rel. Remco klikte door en liep daarna naar de archiefkast waar hij het Reformatorisch Dagblad van een week geleden vond. Stom dat hij die krant nooit doorbladerde.
Zijn collega Janine kwam binnen.
‘Croissantje? Ze zijn nog warm.’ Ze hield een papieren zakje van de banketbakker omhoog.
‘Ja, lekker.’
Janine keek verbaasd naar de krant die Remco op zijn bureau had gegooid.
‘Wat krijgen we nou, bekeerd? Als je zoekt naar het verslag van de voetbalwedstrijd van gisteren, dat zul je daar niet in vinden hoor.’
Remco mompelde iets over een plaatselijke relletje, nam een hap van de inderdaad nog warme croissant en begon in de krant te bladeren. Hij keek op zijn horloge. Te vroeg om te bellen. Ach, waarom ook niet, hij kon altijd een voicemail inspreken. Tot zijn verbazing nam de fractievoorzitter van de PvdA op.
‘Hoi, met Remco. Ben je echt zo boos op de SGP?’ viel hij meteen met de deur in huis. Hij luisterde naar het antwoord, krabbelde wat op papier en stelde nog een paar vragen. Als altijd sloot hij af met: ‘En verder nog iets leuks te melden uit Ouderkerk?’ Dat was er, maar off the record deze keer. Hij schreef het op en zette er zijn zelf verzonnen code achter: NNP, nog niet publiceren. Jammer.
‘Weer hommeles aan de Hollandsche IJssel?’ vroeg Janine nadat Remco de telefoon had neergelegd. Ze was druk in de weer met heet water en een zakje thee met een smaak die Remco nooit eerder had gezien.
‘Yep, never a dull moment daar.’ Hij toetste het 06-nummer van SGP-raadslid Leo Barth en sprak op de voicemail het verzoek in zo snel mogelijk terug te bellen.
‘Die SGP’er, je weet wel die oud-wethouder, heeft de nieuwe wethouder van de PvdA beschuldigd van het nastreven van eigenbelang. Omdat zijn uitzicht niet wil bederven zou hij tegen het bedrijventerrein bij de randweg zijn.’
Janine trok haar wenkbrauwen op. ‘Heeft hij daar bewijzen voor?’
‘Nee, althans niet volgens deze krant.’
‘Het partijorgaan van de SGP’, snoof Janine minachtend. ‘Hoe objectief is die nou helemaal?’
‘Niet natuurlijk’, zei Remco. ‘Dus moeten wij die objectiviteit maar leveren.’
Na een half uur belde Barth terug. Ja, hij was juist geciteerd in het Reformatorisch Dagblad en nee, hij had inderdaad geen concrete bewijzen dat de wethouder een persoon belang had.
‘Maar was het dan wel verstandig om dit tegen een krant te zeggen. Met uw ervaring weet u toch hoe gevoelig dit soort uitspraken ligt. Of is er een bewuste actie ‘beschadiging wethouder’ in gang gezet door de SGP? Uw fractievoorzitter heeft immers in de gemeenteraad al iets soortgelijks gezegd?’
Remco luisterde naar de reactie en aan zijn gezicht kon Janine zien dat haar collega weinig begrip had voor wat Leo Barth vertelde.
‘Zijn de druiven niet gewoon zuur voor de SGP, omdat uw partij niet meer in het college zit?’ besloot Remco het gesprek.
Hij hing op. ‘De druiven zijn niet zuur, zei hij’. Remco lachte naar Janine, zoals hij altijd deed als hij een mooi verhaal voelde opborrelen. Janine ging achter hem staan en keek over zijn schouder naar Remco’s aantekeningen, terwijl ze een verse mok koffie voor hem op het bureau zette. Ze boog licht over hem heen en Remco voelde haar lange haren even langs zijn gezicht strijken.
‘Wat staat daar?’ vroeg Janine en wees op een onleesbare krabbel.
‘Bullshit’, grijnde Remco. Hij had duidelijk niets geloofd van wat Barth hem had verteld. Hij opende een nieuw document en begon te tikken: ‘De druiven zijn nog zuur bij de Ouderkerkse SGP. De partij kan nog altijd niet accepteren dat zij geen deel meer uitmaakt van het college en verlaagt zich nu tot het bedrijven van politiek onder de gordel, volgens de PvdA-fractie.’
Remco grinnikte. Inderdaad, never a dull moment in Ouderkerk.

27.6.06

Koeien

Ik was er al bang voor en dan gebeurt het ook. Wat was bedoeld als een serieuze, zij het luchtig gebrachte bijdrage aan de discussie over het tekort aan grafruimte in Ouderkerk, wordt door het huis-aan-huisblad Het Kontakt in het belachelijke getrokken. ‘Laatste rustplaats tussen de koeien’, kopt de interneteditie vandaag, daarmee reagerend op mijn weblog van vorige week. De kop en het bijbehorende (slecht) gephotoshopte plaatje van grafstenen tussen grazende koeien wekken een indruk die geen recht doet aan mijn bedoeling. Jammer, maar dat heet persvrijheid geloof ik. Gelukkig krijg ik ook positieve reacties.
Je roept het als bloggend raadslid ook over je af. Toen ik over mijn fascinatie voor het getal 6 schreef, schijnt er ook een krant te zijn geweest die daar net dat ene prikkelende fragmentje uit pikte en het publiceerde – zonder zich te bekommeren om de context waarin het stond. Ook dat had ik vantevoren kunnen weten. Is dat een reden om dan maar veilige, gortdroge en half-wetenschappelijke verhandelingen te schrijven? Nee, want dan leest geen hond het meer en dat is nu ook weer niet de bedoeling. Daarom blijf ik schrijven, voor sommigen misschien op het randje, omdat internet een goed medium is om prikkelende gedachten los te laten op een groot publiek, in de hoop dat het anderen ook aan het denken zet – soms serieus, soms verpakt in een poging tot humor of ironie.
Dat laatste wordt niet altijd goed begrepen. Het zij zo.

26.6.06

Animal Farm

Natuurlijk mag de subsidiekraan voor de SGP nu niet weer worden geopend. Alleen het enkele feit dat vrouwen nu lid van deze partij mogen worden, is niet genoeg. Misschien hoopten de mannen van de SGP dat wel, zaterdag op de partijvergadering in Gouda, maar het lijkt me sterk dat de rechter dat zal goedkeuren. Want zolang vrouwen bij de SGP wel gelijk zijn aan de man, maar geen raadslid of wethouder mogen worden, is nog sprake van discriminatie. En een organisatie die discrimineert heeft geen recht op subsidie van de overheid, op geld dat u en ik ooit aan de belastingdienst hebben betaald in de verwachting dat de overheid daar iets nuttigs mee doet.
Het water stond de SGP aan de lippen sinds de uitspraak van de rechter, vorig jaar, dat de subsidie van het Rijk per direct moest worden stopgezet. Om niet te lang een beroep te hoeven doen op de portemonnee van de leden heeft het bestuur daarom in allerijl een wijziging van de statuten voorbereid en zette daarmee en passant tweeduizend jaar oude beginselen aan de kant. Maar niet helemaal, zo blijkt nu. Vrouwen mogen weliswaar lid worden, maar geen publieke functies bekleden – zoals gemeenteraadslid of wethouder. Want in de bijbelde ordening volgens de SGP-exegese moet de man boven de vrouw blijven staan.
Gelijk, maar niet helemaal gelijk. Dat kan niet. Je bent gelijk aan elkaar of niet, een beetje gelijk bestaat niet. Niet voor niets noemde de Nijmeegse bestuurskundige Michiel de Vries in Trouw van afgelopen zaterdag het SGP-standpunt een ‘dubieus compromis’. Want ook na aanpassing van de statuten blijft de SGP volgens hem handelen in strijd met het internationaal vrouwenverdrag.
Ik heb de tekst er even bij gepakt en het staat ondubbelzinning in artikel 7: staten die het verdrag hebben ondertekend (waaronder Nederland) moeten ‘alle passende maatregelen nemen om discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven uit te bannen, en verzekeren vrouwen in het bijzonder het recht om op gelijke voet met mannen (…) verkiesbaar te zijn in alle openbaar gekozen lichamen, deel te nemen aan de vaststelling van het overheidsbeleid en aan de uitvoering hiervan, alsook openbare ambten te bekleden en alle openbare functies op alle overheidsniveaus te vervullen.’
Ik ben geen jurist, maar ik begrijp prima wat hier staat. En ik kan me niet voorstellen, dat de SGP met haar halfslachtige compromis bij de rechter nu wel kans maakt op hervatting van de subsidie.
George Orwell liet het in Animal Farm zijn varkens plechtig verklaren: ‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ De satirische zin werd hét commentaar op politieke systemen die beweren dat iedereen gelijk is, maar die de macht vervolgens wel in de handen van een kleine elite leggen. Ik dacht dat met de ontbinding van de Sovjet-Unie, alweer vijftien jaar geleden, ook Orwell definitief geschiedenis was geworden. De hypocriete houding van de SGP leert, dat Animal Farm nog hartstikke actueel is.

21.6.06

Begraven

Begraven worden in je eigen achtertuin, het mág.
De gemeente Berkelland kreeg onlangs het verzoek van een echtpaar dat in de eigen, bosachtige achtertuin wil worden begraven. Nog nooit hadden de Berkellandse bestuurders over deze optie nagedacht en ambtenaren doken in de wetboeken of deze wens kon worden vervuld. Ja, het mag, was de conclusie. Maar gemeenten mogen er wel voorwaarden aan verbinden. Dat deed Berkelland dan ook, want stel je voor dat straks iedereen in z’n achtertuin te ruste wil worden gelegd. Dus voert Berkelland nu een ontmoedigingsbeleid. Zo moet het grafterrein minimaal 200.000 vierkante meter groot zijn, een cultuurhistorische waarde hebben en buiten de bebouwde kom liggen. En de te begraven persoon moet een langdurige historische en emotionele binding met de grond hebben, en het terrein moet al generaties in het bezit van de familie zijn.
Heel wat boeren in de Krimpenerwaard voldoen probleemloos aan die voorwaarden – even afgezien van het feit dat de grondslag hier wel ietsje anders is dan in de Achterhoek, maar met een prehistorisch aandoende grafheuvel moet daar iets aan te doen zijn.
Het kan in ieder geval bijdragen aan een oplossing van het graventekort in Ouderkerk. Een stapje verder: waarom zouden boeren zelf geen graven mogen verkopen aan derden? Als we creatief willen nadenken over het hergebruik van agrarische bedrijven, dan is het niet eens zo gek om dit in overweging te nemen. De overheid stoot steeds meer taken af, waarom het monopolie op begraafplaatsen niet? Kerken hebben soms ook eigen grafvelden, dus boeren of boerenorganisaties kunnen die markt ook aanboren. Na het kamperen bij de boer, straks het begraven bij de boer.
De dodenbranche is trouwens springlevend. Vanaf vrijdag is het mogelijk je as te laten verstrooien of te begraven in een speciaal herinneringsbos in Soest. Je kunt er ook een boom planten. De boomwortels nemen de mineralen uit de as op, en zo komt as van de overledene terug in de natuur.
Mooie gedachte, the circle of life. Voor slechts 1600 euro, inclusief boom. Dus financieel nog aantrekkelijk ook.
Wat in Soest kan, moet in Ouderkerk ook kunnen. In overleg met het Zuid-Hollands Landschap kan de Stolwijkse Boezem bij Gouderak prachtig worden gebruikt als Herinneringsbos. De boezem is toch al open gesteld voor publiek en zo krijgen we gelijk die ‘natuurlijke begraafplaats’ die we allemaal zo graag willen. Een stevige grond is voor as niet nodig, en de natuur vaart er wel bij. Ik weet bijna zeker dat veel Gouderakkers, die volgens een hardnekkige mythe niet in Ouderkerk aan den IJssel begraven willen worden, van dit idee gecharmeerd zijn. Maar dan moeten ze wel voor crematie kiezen.
Donderdag 6 juli moet de gemeenteraad besluiten over de locatie voor een nieuwe begraafplaats. Wordt het Lageweg, of toch nog de Schanspolder – als Provinciale Staten een beetje willen meewerken? De discussie is lastig en wordt bepaald door emoties. Op dat congres in Maastricht waar ik het in mijn vorige blog over had, sprak de Vlaamse sociaal-democraat en oud-minister, nu burgemeester van Leuven, Louis Tobback. Hij zei, dat politici niet meer de moed hebben om vast te houden aan hun principes en hun partij- of verkiezingsprogramma’s. Dat zij te gemakkelijk toegeven aan de druk van actiegroepen en belangenorganisaties, uit angst de komende verkiezingen te verliezen. ‘Het is niet trendy, niet populair om vast te houden aan je uitgangspunten en daarom doen we het niet meer.’
Het doet me denken aan de uitspraak van de Amerikaanse predikant/schrijver James Freeman Clarke (1810-1888): ‘Een politicus denkt aan de volgende verkiezingen, een staatsman aan volgende generaties.’ Goed om dat in het achterhoofd te houden als we straks over de begraafplaats moeten beslissen.

17.6.06

Afterparty

Deze week was ik voor mijn werk in Maastricht, waar het tweedaagse jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werd gehouden. Ik was daar niet alleen, er liepen zo’n 2700 wethouders, burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en raadsleden rond. Zo’n congres kan ruwweg opgesplitst worden in drie delen: een zakelijk deel, met workshops, de algemene ledenvergadering en een plenaire bijeenkomst over een thema dat te maken heeft met het lokaal bestuur; een informeel deel, met excursies, lunch en een bezoek aan de beurs; en de ‘afterparty’ – zeg maar, het feest en alles daarna.
Aan de boorden van de Maas, in de schaduw van de oude Sint Servaasbrug werden de bestuurders op vijf schepen onthaald met een buffet, muziek en drank. Het feest werd afgesloten met een groot vuurwerk, maar Maastricht zou Maastricht niet zijn als de stad niet tot in de kleine uurtjes zou blijven bruisen. En zo vond ik mijzelf rond middernacht terug op een terras aan het Onze Lieve Vrouweplein, in het gezelschap van de colleges van Nederlek en Bergambacht. Ik was niet in Maastricht als raadslid van Ouderkerk, maar omdat ik er toch rond liep wilde burgemeester Arie van Erk van Bergambacht wel eens van mij horen hoe de Ouderkerkse PvdA dacht over de K5-samenwerking. Ik had van zijn collega Dick de Cloe van Schoonhoven (ook in Maastricht aanwezig) en via de webmail van mijn Schoonhovense collega-fractievoorzitter Hans Wiegant al gehoord, dat Schoonhoven weer moeilijk deed en daar maakte Van Erk zich wat ongerust over. Ik zal hier niet ingaan op de details van wat daar op een zwoel terras allemaal is besproken, waar het mij om gaat is het volgende.
Dit soort bijeenkomsten is uiterst nuttig om in een informele setting met elkaar van gedachten te wisselen. De sfeer is anders, de contacten wat losser en daardoor komt er meer informatie los, van twee kanten. Zo hoorde ik voor het eerst van wethouder Ron van de Haterd van Nederlek, wat een K5-fusie voor zijn gemeente zou kunnen betekenen. En dus begrijp ik weer iets beter waarom Nederlek zich wat gereserveerd opstelt als we praten over een gemeentelijke herindeling.Verhelderend, en daarom een gemiste kans voor het Ouderkerkse college dat had besloten níet naar het feest aan de Maas te gaan, laat staan de nacht door te brengen op een buitengewoon gezellig terras. Het Ouderkerkse college greep het VNG-congres aan om, op enkele tientallen kilometers afstand van Maastricht, in een hotel te praten over andere, Ouderkerkse zaken. Ongetwijfeld ook heel nuttig, maar of het verstandig was? Dat kan ook in Ouderkerk zelf, of in een restaurant in Krimpen of Gouda. De meerwaarde van een congres waar tout bestuurlijk Nederland rond loopt is juist, dat je in een ongedwongen sfeer contact hebt met collega’s. Of met ervaren wethouders uit andere delen van het land, waar je vervolgens in Ouderkerk weer je voordeel mee kunt doen. Juist voor een college met twee nieuwe wethouders had dit ‘netwerken’ (een vervelend woord, maar ik moet het toch even gebruiken) nuttig kunnen zijn. Het college dacht er anders over. Jammer, volgend jaar beter, in Utrecht. Daar zijn gelukkig ook veel terrasjes.

7.6.06

666


Gelovend Nederland kan opgelucht ademhalen, 6-6-2006 is voorbij gegaan zonder dat de profetie uit Openbaringen 13 werkelijkheid is geworden. De massale gebedsbijeenkomsten in kerken die van 6 tot 6 open waren, hebben geholpen, de geliefden die deze datum hadden uitgekozen om te trouwen kunnen gerust zijn: hun wittebroodsweken worden niet ondergedompeld in rampspoed.
Gisteravond was er een informele bijeenkomst van de Ouderkerkse gemeenteraad, om te discussiëren over de voorbereiding van de begroting. De SGP ontbrak. Is er een verband, gaan ze principieel op 6 juni 2006 de deur niet uit, zoals bijgelovige Amerikaanse flatbouwers de dertiende etage overslaan en in hotels kamer 13 ontbreekt? Als dat zo is, is het een principe waar zij zich moeiteloos aan kunnen houden, want een soortgelijke datum komt maar één keer in de honderd jaar voor.
Ik heb iets met het cijfer 6. Het is een gezellig getal, met een olijk rond buikje. Je schrijft het ook in één sierlijke beweging, zonder de pen op te hoeven tillen en zonder twee keer over het zelfde lijntje te gaan. Heel anders dan een 4 of een 5. Zelfs een 9 is minder bevallig.
Ik ben geboren in 1960, op de eerste van de vijfde, bij elkaar opgeteld 6. Mijn ouderlijk huis had het nummer 16. Later woonde ik in een flatje op 106 en nu is mijn huisnummer 66. Ik gaf ooit het ja-woord op 16 augustus. De wekker gaat iedere morgen om 6 uur en het is 6 kilometer fietsen naar het station. Bij slecht weer ga ik met de bus, lijn 196 natuurlijk. Als ik de trap opga sla ik steeds een trede over, zodat ik in 6 stappen boven ben. Zes is de fijnste helft van 69, ik deed de havo in 6 jaar en toen ik 6 was liep ik van huis weg en werd 6 kilometer verderop teruggevonden. De 6 komt maar liefst vier keer terug in mijn 06-nummer (één keer in de combinatie 66!) en toen ik 16 was deed ik zo ongeveer alles wat God verboden had. En dankzij mijn zoon (geboren op de 16de) heb ik Iron Maiden herontdekt, 'The Number of the Beast': 666 the number of the beast / Hell and fire was spawned to be released.
Toeval? Kan ik zo'n reeks ook bedenken met een willekeurig ander getal? Ik betwijfel het. Maar gelukkig heb ik op mijn rechterhand of voorhoofd nog niet het Getal van het Beest aangetroffen, dat zou pas echt ernstig zijn.
Uitgerekend op 6 juni 2006 organiseerde D66 zijn eerste lijsttrekkersdebat, tussen Lousewies van der Laan en Alexander Pechtold. Laten we die twee eens nader beschouwen. Volgens internetencyclopedie Wikipedia is Alexander Pechtold geboren op 16 (!) december 1965. Een andere belangrijke 6 op zijn c.v. is 1996, toen hij afstudeerde in Leiden, maar daar houdt het mee op. Dan Lousewies: geboren op de achttiende (3 x 6, ofwel 666) van de tweede (18-2 = 16) in 1966 (wéér drie zessen). Ze werd op 3 februari (3 x 2 = 6) 2006 fractievoorzitter. Ze heeft maar liefst 6 voornamen: Louse Wies Sija Anne Lilly Berte. Toeval?
Het grote geschilpunt in het debat was de opvatting over artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs en de financiële gelijkheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs is geregeld. Lousewies wil dat artikel aanpassen, Alexander niet. De discussie spitste zich toe op de islamitische scholen, maar als je consequent bent moet je ook de protestants-christelijke scholen aanpakken, vond Lousewies. In de woorden van Teletekst: zij wil het stichten van scholen op religieuze gronden ontmoedigen. Door wie is zij aangeraakt?
Als ik lid was van D66 én christen zou ik wel weten op wie ik ging stemmen. Het komt volgens Openbaringen aan op wijsheid en daar hebben ze bij D66 gelukkig nog wel iets van in huis: ‘Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.’
Lousewies - het getal is all over her. Nu kijk ik ook met heel andere ogen naar die prachtige cartoon van Collignon uit de Volkskrant.

19.5.06

Lid

How low can you go?
Hij ziet er altijd keurig uit, de voorman van Leefbaar Rotterdam. Marco Pastors gaat gekleed in een pak, draagt mooie stropdassen en zijn haar zit onberispelijk. Op dat laatste na heeft hij goed naar Pim Fortuyn gekeken. Maar het is een laagje vernis dat zijn ware aard verhult.
Het persoonlijke is politiek, schreef Hedy d’Ancona. Je persoonlijke ervaringen kunnen je visie op de samenleving, op anderen bepalen en je wortels kunnen doorslaggevend zijn voor je politieke opvattingen. Maar mag politiek ook te persoonlijk worden? Mag je, met andere woorden, als raadslid een collega-raadslid bespotten en kleineren, de suggestie wekken dat iemand bepaalde lichaamskenmerken heeft zonder dat er een verband is met de politieke kwestie waar het debat op dat moment over gaat?
Pastors vindt van wel. In de Rotterdamse raadsvergadering moest de nieuwe wethouder van GroenLinks, Orhan Kaya, het ontgelden. ‘Een klein lid’, noemde Pastors hem, verwijzend naar het mannelijk geslachtsdeel. Hij zou ook een ander woord kunnen gebruiken, zei hij voor degenen die het niet zouden begrijpen (hij schat zijn achterban kennelijk niet hoog in), ‘maar dat mag niet in de notulen’.
In zijn speech varieerde hij meerdere keren op het thema. ‘Een klein lid zijn is al erg, een zacht klein lid zijn is helemaal vreselijk’. Maar dat heeft hij alleen van ‘horen zeggen’. En: ‘Wij wensen het college veel sterkte, en het zachte kleine lid helemaal.’
Toegegeven, toen hij nog raadslid was, was Kaya op zijn weblog ook niet vriendelijk voor Pastors. En hij had de motie ingediend die uiteindelijk tot het opstappen van Pastors als wethouder leidde. Maar dat geeft Pastors niet het recht zo onder de gordel terug te slaan. Hij maakt zichzelf daarmee heel klein, veel kleiner nog dan Kaya.
De beschaving die zijn mooie kleren uitstralen, is een illusie. Het is een pakketje schroot met een dun laagje chroom, om Henk Westbroek, een andere Leefbare, te citeren. Daarmee vergeleken is het niveau van het debat onder Ouderkerkse raadsleden onmetelijk hoog. Zo klein als Pastors hebben wij ze niet.

11.5.06

Honkbal

Ik wil het nog een keer over ambtenaren hebben, want ik kwam pas mijn Schoonhovense partijgenoot Hans Wiegant tegen.
Zoals bekend heeft hij in zijn stad nogal wat losgemaakt met zijn opmerkingen over de weinig klantvriendelijke houding van de plaatselijke ambtenaren. Althans, zo stond het in de krant. En wat in de krant staat, wordt al snel voor waar versleten.
Er klopte helemaal niets van, mopperde Hans. Een paar dagen eerder had hij mij al de officiële gezamenlijke verklaring gestuurd van PvdA, Gemeentebelang en VVD. Daaruit blijkt, dat het gewraakte krantenstuk aan alle kanten rammelde en dat de beweringen die de politici in de mond hadden gelegd, haaks stonden op wat ze echt hadden gezegd. Inmiddels is de redactie van Het Kontakt in haar eigen blad ook al door het stof gegaan, dat bewijst het gelijk van Hans en zijn collega-raadsleden.
Een pijnlijke uitglijer van Het Kontakt. Jammer, want het blad was aardig op weg om het gat te vullen dat het AD, met zijn minimale belangstelling voor de lokale politiek, laat vallen.
Over ambtenaren gesproken. In het blad Binnenlands Bestuur stond een advertentie voor een medewerker welzijn in de gemeente Ouderkerk. Nu zou een personeelsadvertentie toch in zekere mate de cultuur en de sfeer van de organisatie moeten weerspiegelen, maar daarvan is hier geen sprake.
DENKEN IS DOEN, staat er in kapitale letters. Het beeld bestaat verder uit een paar uit de mouwen gestoken handen die een ferme klap met een honkbalknuppel uitdelen. De bal vliegt er aan de andere kant van de advertentie bijna uit. Een home run voor de nieuwe medewerker! Een en al dynamiek spreekt uit de advertentie. Dat wordt nog kracht bijgezet door de tekst: ‘Je bent aan slag. Suizend komt de bal op je af. Nu komt het erop aan om snel te beoordelen en te handelen. Zorgen dat je de bal zo ver mogelijk slaat. In de juiste richting, binnen de lijnen die zijn uitgezet. De gemeente Ouderkerk zoekt beslissers die de handen uit de mouwen steken. En uitvoerders die beslissingen durven nemen. Ben jij degene die ervoor zorgt dat alle honken bezet zijn? Of die met een weergaloze slag een teammaat laat scoren? Solliciteer dan bij de gemeente Ouderkerk.’
Kijk, ik snap best dat Ouderkerk zich in de concurrentie met andere gemeenten wil onderscheiden, zich aantrekkelijker wil voordoen dan ze is. Maar of dat op deze toon moet, betwijfel ik. Bij mij werkt het in ieder geval op de lachspieren. Dat kan toch niet de bedoeling van zijn?
Zou deze tekst wel passen bij de ambtelijke cultuur van Schoonhoven?

9.5.06

Zinloos

Dus eigenlijk ben je zinloos, constateerde een collega vandaag. Ik kon niet anders dan dit beamen.
Het zit zo: ik werk voor VNG Magazine aan een artikel over de Zeeuws-Vlaamse gemeente Hulst, die al ver is gevorderd met de voorbereiding op de Wet maatschappelijke ondersteuning waarmee alle gemeenten binnenkort te maken krijgen. Maar zoals mij wel vaker overkomt bij het schrijven van een stuk, lukt het maar niet om die eerste zin op papier te krijgen. Dan drentel ik wat heen en weer tussen bureau en koffieautomaat en val collega’s lastig en die weten dan al: nee hè, hij heeft weer een writer’s block. Schrijven is een creatief vak en creativiteit is niet op afroep beschikbaar. Vandaar ook dat de productie van dit weblog af en toe stokt. Als die eerste zin er eerst maar is, dan volgt de rest vanzelf.
Zonder die zin ben ik dus inderdaad, in zekere zin, zinloos. In die staat kan ik soms dagen verkeren.
Dat klinkt erger dan het is. Ik mag dan vandaag even zinloos zijn, de night before was dat zeker niet. In Bergambacht was ik bij een radenconferentie van de K5. Onderwerp: de manier waarop we in de toekomst besluiten gaan nemen. Laten we dat over aan een ondoorzichtige en weinig democratische KrimpenerwaardRaad, of blijven de verschillende gemeenteraden het laatste woord houden?
Het werd het feestje van mijn fractiegenoot Ralph Brieskorn. Met veel overtuigingskracht zette hij uiteen, waarom de KrimpenerwaardRaad een bestuurlijk gedrocht is. En waarom de gemeenteraden het voor het zeggen moeten hebben, als het gaat om de lokale inkleuring van algemene beleidskaders. Het lijkt erop, dat zijn betoog ertoe gaat leiden dat Schoonhoven binnenboord blijft in de K5-samenwerking. En dat gemeenteraden toch mogen blijven doen waarvoor ze gekozen zijn, namelijk de belangen van de eigen inwoners behartigen in plaats van dat over te laten aan politici uit andere gemeenten. Een goede zaak, zolang we nog niet zijn gefuseerd.
Een zinvolle avond dus. Stond dat artikel over Hulst maar vast vol zinnen.
In ieder geval is dit weblog weer ververst. En de eerste zin voor mijn volgende bijdrage weet ik ook al: ‘Ik wil het nog een keer over ambtenaren hebben, want ik kwam pas mijn Schoonhovense partijgenoot Hans Wiegant tegen’. De rest volgt snel. Hoop ik. Nu nog even broeden op de tweede zin.

25.4.06

Koninginnedag

Schotland.
Volgens het standaardwerk De geslachten Mudde en Mudden liggen daar mijn roots. Op het kerkhof van het gehucht Saline liggen, in een 16de-eeuwse graftombe, de beenderen van mijn voorvader Robert Mudie en boven de ingang van een kerk in Edinburgh is het wapen van ene Thomas Mudie te vinden. De naam Mudie of Moody is afgeleid van Harald MacMudah, een oude Noorse graaf die in de mannelijke lijn afstamt van het Schotse koningshuis en in vrouwelijke lijn van de koning van Noorwegen. Alleen kan die adellijke achtergrond niet bewezen worden, helaas.
Anyway, in de loop van de eeuwen waaierden de Mudies uit over de wereld en gingen zich Moody of Muddie noemen (Japan, VS, Australië), Moodie (Zuid-Afrika), Mutig (Duitsland) en Mudde (Nederland).
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik me sinds een paar dagen noodgedwongen moet verdiepen in de geschiedenis en cultuur van Schotland, want dat is het thema van de Gouderakse koninginnedagviering. Nu weet ik me sinds jaar en dag te onttrekken aan de spelletjes op 30 april, getraumatiseerd als ik ben door het zaklopen en koekhappen uit mijn lagere-schooltijd. Vanaf het moment dat ik niet meer spelletjesplichtig was, huldig ik het principe dat er ook publiek moet zijn en dat ik me dáár graag voor leen. Niets leuker dan met een biertje in de hand rondlopen op het Johan Brouckplein en met enig leedvermaak kijken naar mijn dorpsgenoten die over zeepbanen glibberen of elkaar met strobalen van een houten paard proberen te slaan.
Zo had ik me het ook dit jaar voorgesteld.
Tot ik werd gebeld door een vriendin: ‘Ik heb je een uurtje nodig’, zei ze. ‘Nu meteen?’ vroeg ik. De nood kan maar hoog zijn. ‘Nee, op koninginnedag. Voor een quiz over Schotland.’ Mijn makke is, dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen. Zeker niet nadat ze mij plechtig beloofde dat ik geen kilt aan hoef. En dus moet ik zaterdag tussen het bier door vragen over Schotland beantwoorden. Wat je allemaal niet doet voor je dorp.
Als ik Schotland hoor, denk ik direct aan die hilarische scène uit de comedy-serie Blackadder, waarin Blackadder zijn Schotse neef MacAdder ontmoet.
Blackadder: "And how stands that mighty army, the Clan MacAdder?"
MacAdder: "They're both well."
Blackadder: "I've always thought Jamie and Angus were such fine boys."
MacAdder: "Angus is a girl."
Maar verder? Ik weet dat er een mysterieus monster in Schotland rond zwemt, dat ze er whisky maken, met palen werpen en een slechte keuken hebben. En dat het er altijd regent en waait. Of ik met die kennis ver kom in de quiz? Ik betwijfel het. Maar goed dat mijn voorvader Robert het niet kan zien. Zijn beenderen zouden in de tombe rammelen van schaamte.

22.4.06

Ambtenaren

Mijn partijgenoot Hans Wiegant in Schoonhoven zal zich met zijn uitlatingen in Het Kontakt niet geliefd hebben gemaakt bij de ambtenaren in de Zilverstad. Het moet maar eens uit zijn met de Russisch aandoende bureaucratie, de ambtenaren moeten klantvriendelijker worden. ‘De wekker gaat voor de duttende ambtenaar’ was de kop boven het artikel. De inkt was nog niet droog, of er kwam al een reactie van Hans’ SGP-collega Pieter Neven. Die vond het ‘schandalig’ dat de ambtenaren te kijk waren gezet.
Ik ken Hans Wiegant als iemand die voor zijn mening uitkomt, maar dat doorgaans heel genuanceerd doet. Wat hij precies heeft gezegd, weet ik niet. Wat ik wél weet, is dat kritiek van raadsleden op ambtenaren hoogst ongebruikelijk is. In de Ouderkerkse raad kan ik me één voorval herinneren en dat werd door de toenmalige burgemeester direct afgestraft. Als een raadslid kritiek heeft, dan moet hij of zij het college daarop aanspreken, zei de burgemeester. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en dus voor het functioneren van de ambtenaren. Ambtenaren kunnen zich niet verdedigen, het college wel.
Daar ben ik het mee eens. Het past raadsleden niet in het openbaar te mopperen over ambtenaren, wel over wethouders en burgemeesters – als daar aanleiding toe is.
Om zijn betoog te illustreren noemde Hans Wiegant een voorval van een Schoonhovens echtpaar dat op 24 december, vlak voor ze op wintersport zouden gaan, een paspoort wilde laten verlengen. Beide echtelieden dachten van elkaar dat ze naar het stadhuis zouden gaan, met als gevolg dat niemand ging. Consternatie onder de kerstboom. Hans belde (kerstavond!) een ambtenaar en vroeg hem of er nog iets kon worden geregeld. Dat kon, zei de ambtenaar, maar dit was wel een typisch geval van eens maar nooit weer. Een toonbeeld van Schoonhovense klantonvriendelijkheid, vindt Hans.
Pardon? Dat echtpaar was te laat, bovendien maakten zij onderling geen goede afspraken over wie naar het stadhuis gaan. En dan wordt een ambtenaar die op kerstavond zijn kalkoen en wijn laat staan om te helpen, klantonvriendelijk genoemd? Een lintje zou de man moeten krijgen! Of in ieder geval een periodiekje erbij.
Ik heb zelf iets soortgelijks meegemaakt. Op zondagavond stonden we klaar om ’s nachts naar een camping bij Bordeaux te rijden. Vlak voor we weg reden kwam ik erachter dat mijn paspoort verlopen was (het was nog in de tijd dat je je moest legitimeren om in het buitenland geld op te nemen). Ik belde de ambtenaar thuis, met duizend excuses natuurlijk. ‘Kom morgenochtend maar vroeg naar het gemeentehuis, dan kijken we wat we kunnen doen', zei hij. Ik kon de volgende ochtend om acht uur weg rijden, mét een geldig paspoort. Tien uur later dan gepland, maar dat was mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten opletten. Dankzij die ambtenaar bleef het tijdverlies nog binnen de perken.
Hulde aan de ambtenaar dus. En dat op de gemeente Ouderkerk best nog het een en ander is aan te merken als het gaat over klantvriendelijkheid en communicatie, ligt aan het college.