17.2.08

Hardleers

Een tijdje geleden plofte er bij elk Ouderkerks huishouden een foldertje van de ChristenUnie op de mat: ‘De Tussenstand’. Daarin legt de partij verantwoording af over wat zij, sinds de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006, heeft gedaan.
Mooi initiatief.
Maar wát de ChristenUnie nou precies heeft bereikt, staat er niet in. Veel wordt genoemd, maar het zijn bijna allemaal vruchten van dit PvdA/VVD-college. Dat de ChristenUnie daar blij mee is kan ik mij voorstellen – maar ze wekt de indruk dat het háár successen zijn.
Dat is natuurlijk niet zo.
De zaken anders voorspiegelen dan ze zijn, daar is de ChristenUnie sterk in. Dat deed ze al in haar verkiezingsprogramma. In het lijsttrekkersdebat van februari 2006 heb ik daar ook op gewezen, wat me door de ChristenUnie niet in dank werd afgenomen. Ik zei toen: ‘Het is heel makkelijk, maar ook misleidend om bestaand beleid te verheffen tot verkiezingspropaganda. Het was duidelijker en eerlijker geweest wanneer ze had aangegeven wat ze nou precies voor nieuw beleid willen. Want daar gaan verkiezingen toch om? Ik heb het niet gelezen.’
De ChristenUnie is een hardleerse partij, want ze doet het twee jaar later nog steeds: ten onrechte successen claimen, meeliften op het beleid van anderen. Ik zal niet zeggen dat het volksverlakkerij is (je moet voorzichtig zijn met dergelijke termen), maar misleidend blijft het.
Op haar website schrijft zij nu weer dat het aan de ChristenUnie te danken is dat er nieuwe toezeggingen zijn gedaan aan de boeren die als gevolg van het Veenweidepact moeten worden verplaatst. Onzin. Het was PvdA-wethouder Klaas Dogterom die, direct nadat duidelijk was dat aan eerdere afspraken werd getornd, bij de provincie aan de bel trok en daar herinnerde aan de heldere afspraken die waren gemaakt. Overheden moeten afspraken nakomen. Dat heeft hij ook in de raadsvergadering van december gezegd. De ChristenUnie zat daar bij. Bovendien heeft hij de provincie in een brief laten bevestigen dat de oude afspraken nog altijd gelden. De ChristenUnie kent die brief. De ChristenUnie is op de hooge van het standpunt van de wethouder, weet welke inspanningen hij doet om de afspraken met de boeren na te komen – en toch slaagt ze er weer in de indruk te wekken dat het allemaal aan de ChristenUnie is te danken als het straks uiteindelijk allemaal goed komt.
Waarom geeft de ChristenUnie niet gewoon toe, dat niemand wil dat onze boeren worden benadeeld - zélfs niet die vermaledijde PvdA die zo graag al die natuur in de Krimpenerwaard ziet komen?

30.1.08

Smile

Zou Hillary Clinton de clip van When The Lady Smiles echt niet gekend hebben toen ze besloot dit nummer te gebruiken in haar campagne? Waarschijnlijk niet, zeker niet de onversneden versie. Want in het filmpje schijnt destijds voor de Amerikaanse markt nogal geknipt te zijn. En in 1984 was er nog geen YouTube waar iedereen terecht kon.
Ik heb de clip nog eens bekeken en begrijp de commotie niet. Je kunt er over twisten of het smaakvol is de aanranding van een non (met rode beha, ook dat nog) te verfilmen. Aan de andere kant: Barry Hay is wél een psychopaat en hij wordt door omstanders overmeesterd en door middel van een lobotomie ‘genezen’ – het goede overwint uiteindelijk het kwade, dát zou de Amerikanen toch moeten aanspreken.
Daarbij komt: het is hypocriet van Amerikanen om schande te roepen over deze clip (in Dagblad De Pers zei een Nederlandse medewerkster van de Hillary-campagne zelfs: ‘Weet je zeker dat die non er geen zin in had?’ De blik waarmee ze Hay aankijkt is er inderdaad meer een van wellust dan van angst) terwijl ze zelf de ene na de andere blote pulpclip op televisie vertonen in vergelijking waarmee Golden Earring kleuterwerk is. En dan heb ik het nog niet eens over de perverse oorlog in Irak waarin ze de halve wereld mee hebben gesleurd.
Dit alles terzijde. Het ging Hillary natuurlijk niet om de clip, maar om de opzwepende muziek die haar entree op het podium begeleidt, en de tekst: When the lady smiles / I can’t resist her call / As a matter of fact / I don’t resist at all / ‘cos I’m walking on clouds / And she is leadin’ the way.
Als je presidentskandidaat bent, en vrouw, en er ligt zo’n tekst voor het oprapen, dan zou je wel gek zijn als je die niet gebruikt.
Iets anders, hoewel het ook over verkiezingen gaat. De Kiesraad wil dat leden van een stembureau mensen met een geestelijke beperking niet langer behulpzaam zijn bij het uitbrengen van een stem tijdens verkiezingen. Er mag nog maar één regel gelden, en dat is dat kiezers in het stemlokaal niet alleen zelf hun wil moeten kunnen bepalen, maar ook zelf hun stem moeten kunnen uitbrengen. Wie fysieke beperkingen heeft, mag wél worden geholpen.
Ik heb vaak op een stembureau gezeten, en altijd zijn er weer ouderen die fysiek best een stem kunnen uitbrengen, maar de techniek niet begrijpen. Zij zijn niet opgegroeid met computers en knoppen en displays en raken in verwarring. Mag ik hen niet meer helpen, moet ik ze vertellen: sorry meneer of mevrouw, u zoekt het maar uit? Kom op zeg. Want hoe weet ik of iemand echt wilsonbekwaam is, of gewoon een beetje in verwarring? Dat mógen leden van een stembureau ook niet bepalen, zegt de Kiesraad, en daarom moet de groep kiezers die wél weet waarop ze wil stemmen maar de machine niet kan bedienen, maar worden gedupeerd.
Tja. Ik ben voor een eerlijk verkiezingsproces, maar er zijn grenzen.
Mijn makke is dat ik altijd val voor de glimlach van een vrouw. Dus als daar straks een broze dame van 93 staat en mij hulpeloos toelacht, dan móet ik haar wel helpen, of ik wil of niet. When the lady smiles, I can’t resist her call.
De Kiesraad kan me nog meer vertellen.

20.1.08

Schaken

Toen ik een jaar of acht, negen was leerde ik schaken van mijn vader. Op m’n twaalfde speelde ik op mijn jongenskamertje de partijen na van de vermaarde match om het wereldkampioenschap tussen Boris Spasski en Bobby Fischer.
Fischer stierf deze week, 64 jaar. Evenveel jaren als er velden op een schaakbord zijn. En met hem ging er weer een stukje van mijn eigen geschiedenis heen. Gek is dat, je vergeet mensen in de loop der jaren tot ze opeens in het nieuws zijn omdat ze het loodje leggen. Je hebt ze niet persoonlijk gekend en toch raakt het je. Jan Wolkers, ook zo iemand. Ik wist dat hij oud en broos was, maar toch kwam zijn dood onverwacht.
Bobby Fischer dus. Een geniale gek, zo antisemitisch als de pest, maar toch: iemand die in staat was een passie voor het schaken bij mensen los te maken. Bij mij in ieder geval, zo jong als ik was. Later schaakte ik vooral op de middelbare school, in de pauzes, en in dienst met de sergeant, die volgens mij vooral voor het leger had gekozen omdat hij daar genoeg vrije tijd had om zijn schaakhobby te kunnen beoefenen. Ik heb geprobeerd de liefde voor het spel over te brengen op mijn kinderen, maar dat is niet gelukt. Ze kennen de spelregels, ze weten de loop van de stukken, maar spelen: nee. Te saai, zeggen ze.
Hun vrienden en vriendinnen spelen het ook niet. Als je schaakt ben je een nerd, zeggen ze.
O.
Ook J.K. Rowling, toch niet de minste, is er niet in geslaagd jongeren aan het schaken te krijgen. In het eerste deel van de Harry Potter-reeks geeft ze een magistrale beschrijving van een partij toverschaak, met gigantische, levende stukken die elkaar niet gewoon ‘slaan’ maar helemaal tot moes beuken en van het schaakbord een waar slagveld maken. Maar zelfs daar wordt de jeugd niet enthousiast door.
Schaken is: je verplaatsen in de tegenstander, strategieën ontwikkelen en vooral: een paar zetten vooruit denken. ’t Is net politiek. Beter gezegd: ’t is net zoals politiek zou moeten zijn. Maar van dat laatste, een beetje vooruit denken, hebben ze in K5-verband in ieder geval geen kaas gegeten.
Al héél lang weten we dat we dit jaar de samenwerking moeten evalueren. Zelfs de minister heeft daarover een brief naar de Tweede Kamer geschreven. Dan zou je toch denken dat er al is nagedacht over de manier waarop zo’n evaluatie moet worden uitgevoerd: welke thema’s moeten aan bod komen, wie gaat het doen, en wanneer? Maar niets van dat alles.
Gelukkig komt er deze week in de Krimpenerwaardraad een motie ter tafel, waarin Schoonhoven oproept snel aan de slag te gaan. Goed initiatief, maar dat had het Dagelijks Bestuur natuurlijk al lang zelf moeten doen. Je kunt, zoals voorzitter Arie van Erk doet, wel roepen dat we de evaluatie moeten afwachten voor we uitspraken kunnen doen over de toekomst van de Krimpenerwaard, maar die evaluatie komt niet vanzelf.
Had het DB het misschien in eigen hand willen houden, als de kalkoen die mag meepraten over het kerstmenu? Als dat zo is, dan heeft Schoonhoven die strategie in ieder geval goed doorzien en met het indienen van de motie het DB schaak gezet. Ben benieuwd naar de tegenzet. Of misschien is het DB wel verstandig en legt het zijn koning om; want een partij met de raad kan lang duren, maar de uitslag staat bij voorbaat vast.

14.1.08

Wipkip

Ik ben er niet bij geweest, dus ik ga af op de verslaggeving in Het Kontakt. Misschien niet verstandig, maar ik waag het erop.
Vorige week presenteerde aannemer Heijmans de woningbouwplannen voor de Zellingwijk. Geen verbetering ten opzichte van de plannen van een aantal jaren geleden, las ik. Dat is op zichzelf al jammer en verbazend, maar verbijsterend was dat er – opnieuw, het gebeurt bijna standaard – geen rekening was gehouden met de norm die door de gemeenteraad is vastgelegd, dat drie procent van de ruimte openbare speelruimte moet zijn. De verklaring: toen de eerste schetsen werden gemaakt, was dat nog geen beleid.
Zo lust ik er nog wel een paar. Er zijn een paar dingen waar de raad zich bij herhaling ondubbelzinnig over heeft uitgesproken, een daarvan is die speelruimtenorm. Ongelooflijk dat er in de commissie nog altijd plannen aan de orde komen waarin die norm domweg wordt genegeerd. Jammer van alle energie die erin is gestoken, want dan moeten de architecten toch echt terug naar de tekentafel. De raad bepaalt, tenslotte.
Volgens Het Kontakt gaat de architect ‘proberen’ nog een speelplek in het plan te borduren. Zo’n opmerking getuigt van een minachting voor het belang van ruimte voor kinderen en jongeren. Speelruimte zou de kern van een plan moeten zijn. Begin met een ruime, mooie speelvoorziening, en ontwerp de rest van het plan eromheen, zou ik zeggen. Nu wordt er waarschijnlijk wat ingedikt, een miniem speelplaatsje ingetekend – misschien twee, om de norm te halen – en dat is het dan. Speelruimte wordt zo letterlijk het kind van de rekening.
Ontwikkelaar Heijmans maakte het er allemaal niet beter op met zijn belofte, dat hij de nieuwe speeltuin wel ‘een wipkip’ zou schenken.
Een wipkip! Als iets ‘uit’ is dan is het wel een wipkip. Die dingen zijn leuk voor een heel kleine groep kinderen, maar het grootste deel van de tijd staan ze stil weg te roesten of kapot te gaan omdat veel te grote jongeren de kip misbruiken. Ook deze opmerking toonde aan, hoe neerbuigend veel volwassenen nog altijd over kinderen en hun recht op speelruimte denken.
Trouwens, een geschenk in de orde van grootte van een wipkip is wel heel erg minimaal voor een ontwikkelaar die een miljoenenklus als de Zellingwijk heet, mag klaren. Een fooi, meer is het niet. Dan kan hij beter niets toezeggen.
Ik heb via Google Earth de maten van de Zellingwijk opgenomen. Het gaat grofweg om een oppervlakte van 9.000 vierkante meter. Dat betekent, dat er minimaal (meer mag altijd natuurlijk!) 270 vierkante meter speelruimte moet komen. Dan heb ik de negen koopwoningen die apart van de rest staan, nog niet meegerekend. Laat dat duizend vierkante meter zijn, dat brengt het totaal aan speelruimte op ongeveer 300 vierkante meter.
Het minste wat de commissie nu moet eisen, is een exacte opgave van de oppervlakte die de nieuwe Zellingwijk beslaat. Daar volgt vanzelf de oppervlakte speelruimte uit. Maar nooit, nooit mag de commissie akkoord gaan met een plan waarin de speelruimte als sluitpost tussen de huizen is gepropt. Dat verdient de nieuwe wijk niet, dat verdient zeker de jeugd niet.
De Zellingwijk moet een kroonjuweel van de gemeente worden. Met kroonjuwelen marchandeer je niet.

7.1.08

Gelukkig nieuwjaar

Het nieuwe jaar begint goed met – al weer – gedoe over de K5-samenwerking. Twee van de vijf burgemeesters spreken openlijk hun twijfels uit over het succes van de K5, en twee anderen voelen zich geroepen daarop te reageren met de stelling dat burgemeesters niks over te zeggen hebben, dat moeten zij overlaten aan de gemeenteraden. Voor wie het heeft gemist: het staat allemaal in dit artikel van het AD.
Dat uiteindelijk de raden over de toekomst van de gemeenten beslissen, klopt natuurlijk. Daarin heeft burgemeester Arie van Erk van Bergambacht (en voorzitter van de K5), gelijk. Maar dat daarom burgemeesters ook hun mond moeten houden, is onzin. Als je, zoals Kees Veerhoek van Nederlek, naar een andere burgemeesterspost solliciteert ben je aan je burgers verplicht uit te leggen waaróm je vertrekt. Zijn belangrijkste motivatie was, zo begrijp ik uit zijn brief, dat hij zeer betwijfelt of hij in Nederlek wordt herbenoemd omdat een herindeling van de Krimpenerwaard waarschijnlijk is. Dat hij dat onomwonden zegt en niet vlucht in clichés als ‘ik was toe aan nieuwe uitdaging’, siert hem.
Dat vervolgens Dick de Cloe van Schoonhoven daar in zijn nieuwjaarstoespraak op reageert, is evenmin vreemd. De Cloe heeft al veel vaker gezegd dat een herindeling de verstandigste oplossing is, in combinatie met de instelling van dorpsraden. Wat dat betreft zei hij niets nieuws. Maar dan nog: wat hoort een burgemeester in een nieuwjaarstoespraak, een van de weinige momenten dat hij een persoonlijk woord tot de samenleving mag richten zonder de hete adem van een college of een raad in de nek te voelen, te doen? Vooruitblikken op wat er komen gaat, natuurlijk. Hoe je het ook wendt of keert, voor alle vijf K5-gemeenten is 2008 een cruciaal jaar, waarin wordt beslist over de toekomst: doorgaan op de huidige weg van samenwerking, of herindeling. Een zéér belangrijk onderwerp dus, het zou bizar zijn geweest als De Cloe daar in zijn toespraak niet over had gesproken.
De verbazing of verontwaardiging van de burgemeesters van Bergambacht en Vlist hierover is misplaatst. Burgemeesters die het belangrijkste thema van het komend jaar in hun nieuwjaarsspeech uit de weg gaan, díe zijn pas ongeloofwaardig.
Vanavond houdt de burgemeester van Ouderkerk zijn nieuwjaarstoespraak. Ik kan me niet voorstellen, dat het woordje K5 er niet in voorkomt.

18.12.07

Papegaaien

Afgelopen voorjaar werd ik, als ik mijn zondagse rondje via Schaapjeszijde door de Krimpenerwaard rende, een paar keer aangevallen door een kievit die laag over mijn hoofd scheerde, waarschijnlijk omdat ik iets te dicht in de buurt van haar eieren kwam. Eerder in het voorjaar ging ik regelmatig met mijn dochter en een verrekijker naar een weiland in Achterbroek. Wij wisten dat daar een buizerdpaar nestelde en hoopten een glimp van de net uit het ei gekropen jongen te kunnen opvangen. Wat is gelukt, en het schepte gelijk een band. Het feest was dan ook groot toen we weken later vader, moeder en de drie kinderen buizerd boven ons huis zagen zweven, alsof ze ons kwamen laten zien hoe goed ze al konden vliegen.
’s Nachts hoor ik regelmatig de uil in de Stolwijkseboezem en sinds een paar jaar laat iedere winter de ijsvogel zijn prachtige kleuren zien in mijn achtertuin. Vorige week was ’ie er weer, voor het eerst dit jaar.
Voor vogelliefhebbers is de Krimpenerwaard een paradijs. En nu hebben we een nieuw exemplaar: de papegaai. Het zijn er inmiddels al zo veel, dat we bijna van een inheemse soort kunnen spreken.
Een aantal papegaaien kwam vorige week aan het woord in de nieuwsbrief van de Rabobank, in Gouderak huis-aan-huis verspreid. De redactie van de nieuwsbrief vroeg tien Gouderakse winkeliers naar hun toekomstverwachting van het dorp. Drie van hen noemden het Veenweidepact en het mogelijk niet doorgaan van het bedrijventerrein Veerstalblok ‘bedreigend’. Als dat doorgaat, wordt groeien onmogelijk, zei de een. Dat gaat klanten kosten, zei de ander. En de derde papegaaide: ‘Dat scheelt toch weer klanten voor de winkels hier.’
Geen woord over de ambitie van het dorp om te groeien naar drieduizend inwoners. Slechts een enkeling noemde de nieuwbouw van de Zellingwijk als een mooie kans, en dan nog zuinigjes: ‘Alle beetjes helpen.’ Niemand sprak over de mogelijkheden die het vrijkomen van de locaties biedt als straks het multifunctioneel gebouw er staat.
Ik neem het de winkeliers niet kwalijk. Zij herhalen slechts wat mijn collega-raadsleden al een tijdje roepen en van raadsleden mag je verwachten, dat ze een redelijk waarheidsgetrouw beeld van de werkelijkheid neerzetten.
Echter niet in dit geval. Mijn collega’s van het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie zijn, zonder hun argumenten ook maar enigszins te onderbouwen, erin geslaagd om hun onzinnige fictie van een stervend dorp als gevolg van het Veenweidepact en het niet doorgaan van Veerstalblok in het dorp te laten indalen. Politiek is oorlog, en we weten allemaal dat in een oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is. Of geef ik ze nu te veel eer, en hebben zij op hun beurt de ondernemerslobby nagepraat? Dan zijn er nog veel meer papegaaien dan ik vreesde.
Papegaaien, het zijn net eksters. Ze zijn prachtig om te zien, maar ze maken veel herrie en gaan na een tijdje irriteren.

11.12.07

Getrennt

De K5-gemeenten zijn vanuit verschillende posities aan de samenwerking begonnen. Sommige waren sterk, met veel ambtenaren en veel geld op de bank. Andere startten het avontuur met een rood banksaldo en een minimale capaciteit. De ene had een sterke burgemeester, met een heldere visie op de toekomst, bij de andere wisselden de burgemeesters elkaar in hoog tempo af en was van bestuurlijke continuïteit nauwelijks sprake. Toch begonnen zij een aantal jaren geleden allemaal aan het K5-avontuur. Samen. Om efficiencyvoordelen te halen, maar ook om te laten zien dat samenwerken kán en dat een gemeentelijke herindeling, die als een zwaard van Damocles boven de waard hangt, niet nodig is.
Getrennt marschieren, vereint schlagen.
Vorig jaar werd de Krimpenerwaardraad opgericht, met als doel inderdaad samen die slag te maken. Veel mooie woorden werden eraan gewijd, maar in de praktijk blijken de plaatselijke belangen erg vaak te prevaleren boven het gezamenlijk belang. Van vereint schlagen is nog nauwelijks sprake, na iedere vergadering lijken de gemeenten weer een stukje verder van elkaar verwijderd.
Vanavond staat een nieuwe lakmoesproef op de agenda. De raad moet besluiten over de verdeelsleutel: hoeveel moet iedere gemeente betalen aan de uitvoering van collectief afgesproken beleid? Wat zou logischer zijn om daarvoor één heldere maatstaf af te spreken? Het aantal inwoners bijvoorbeeld: kleine gemeenten betalen naar verhouding minder dan grote. Of de uitkering uit het Gemeentefonds die gemeenten ontvangen van het Rijk; daarmee wordt al rekening gehouden met verschillen tussen gemeenten, dus die discussie hoeft dan in de K5 niet opnieuw plaats te vinden.
Maar de logica ligt niet in de mond van de K5-raadsleden bestorven. Vanavond zal wéér blijken dat het plaatselijk belang zwaarder weegt dan het collectief belang. Getrennt marschieren, dat kunnen we als de beste. Maar in plaats van aan het front bij elkaar te komen, solidair te zijn, lopen we steeds verder van elkaar weg. De tegenstander lacht zich rot; we maken het de provincie wel erg makkelijk om volgend jaar, na de evaluatie van de samenwerking, te zeggen: ‘Die K5 van jullie lijkt nergens op, we maken er één gemeente van.’
Mij hoor je dan niet klagen. Maar al die mensen die zo hoog opgeven van zelfstandige gemeenten moeten zich bedenken, dat ze dat dan voor een belangrijk deel zichzelf kunnen verwijten.

10.12.07

Eend

In de Volkskrant van vandaag staat een mooie archieffoto van prins Willem-Alexander, vier jaar oud, die door zijn ouders naar school wordt gebracht. Zijn eerste schooldag was in 1973 landelijk nieuws, evenals nu de eerste schooldag van Alex’ dochter Amalia. Royalty blijft scoren.
Lief jongetje trouwens, onze kroonprins. Toen hij nog klein was.
Het zal ongeveer 1982 zijn geweest toen ik hem ontmoette in de tuin van paleis Huis ten Bosch. Ik zat in dienst en was belast met de postbezorging van het Koninklijk Huis. Mooie baan, met een stapel enveloppen rijden van paleis Noordeinde naar Huis ten Bosch, door naar Soestdijk en Lage Vuursche en weer terug. Op Soestdijk adviseerde ik prinses Juliana over het motief van een nieuw behang en bij Huis ten Bosch kwam ik dus Alex tegen, die mij met Haagse tongval aansprak: ‘Hé soldaat, zit er wat voor mèh bèh?’
Ik heb hem alleen maar strak aangekeken. Brutale vlegel, hij had op z’n minst ‘meneer’ kunnen zeggen.
Het is tussen mij en het koningshuis nooit meer helemaal goedgekomen.
Maar het gaat mij nu niet om Alex, maar om die foto uit 1973.
In het centrum van de foto natuurlijk het kleine blonde prinsje, geflankeerd door zijn trotse ouders. Op de achtergrond, waar ze horen, twee mannen in pak. Zij houden de koninklijke familie goed in de gaten. Veiligheidsagenten natuurlijk. Wat mij intrigeert zijn niet de mensen, maar de auto die half verborgen achter prins Claus staat. Alleen de rode motorkap is zichtbaar en die laat weinig te raden over: het is een 2CV, een Lelijke Eend. Het lijkt alsof het de auto is waarmee de familie het ritje heeft gemaakt van Drakestein naar de lagere school in Baarn.
Zou het? Zou Alex echt zo ‘gewoon’ zijn opgevoed dat ze bij hem thuis een Eend hadden? Als dat zo is, dan hebben smaak en budget van Beatrix in de loop der tijd wel een evolutie doorgemaakt. Het wagenpark in de koninklijke stallen bestaat nu vooral uit grote Volvo’s van het type S80.
Van Eend naar Volvo, mijn droom.
Het laatste deel van die droom is werkelijkheid geworden. Ik rijd een dieselslurpende Volvo, oud genoeg om niet voor de montage van een roetfilter in aanmerking te komen. Dus zit ik nu in de rare spagaat waarin ik aan de ene kant in de gemeenteraad een actief klimaatbeleid van de gemeente bepleit, en aan de andere kant dat doel met mijn Volvo bij voorbaat frustreer. Goed, ik gebruik ’m selectief en we hebben samen, mijn vrouw en ik, maar één auto – dus veel meer dan de gemiddelde Ouderkerker zullen we niet vervuilen, maar toch moet ik bij iedere koude start weer even slikken als ik de straat hul in een enorme rookwolk.
Het eerste deel van mijn droom is nooit uitgekomen. Mijn eerste auto was een Toyota 1000. Daarna volgden nog een trits Toyota’s en Volkswagens en ten slotte de Volvo. Maar god, wat had ik graag een Eend gehad. Met open dak naar Parijs en verder, veel leeftijdgenoten van mij hebben het gedaan. Ik niet, en dat spijt me nog steeds. Al het geëxperimenteer met drank, drugs (nou ja, een enkel blowtje) en seks ten spijt, heb ik het idee dat ik zonder Eend in de jaren zeventig niet voluit heb geleefd. Daarom koester ik nog steeds de stille wens om ooit nog eens een Eend te kopen. Geen oude, want zelf sleutelen is niets voor mij. Gelukkig lijkt Citroën het voorbeeld van Volkswagen en de Kever te volgen en werkt het bedrijf aan een nieuwe 2CV, die wellicht in 2009 op de markt komt.
Ruil ik dan de Volvo in? Natuurlijk niet, dat doet Beatrix toch ook niet? Wie eenmaal een Volvo heeft gehad, wil nooit meer iets anders.
Wordt het toch die tweede auto. En heb ik straks weer iets uit te leggen.

5.12.07

Zak

Als je op 5 december een blog schrijft, moet het toch een beetje over Sinterklaas gaan. Zoals je op 1 mei, 16 november en 1 december over de dag van respectievelijk arbeid, tolerantie en aids moet schrijven, maar dat zijn nou net de dagen waarop in huize-Mudde verjaardagen worden gevierd en van een blog komt dan niet zo veel.
Maar vandaag is de dag van Sinterklaas.
De tijd van vol verwachting kloppende kinderhartjes zijn we al jaren voorbij, dus wat kan ik nou over Sinterklaas schrijven, anders dan dat ik tot gisteravond laat heb zitten worstelen met de computer om er nog enigszins leesbare gedichten uit te persen? Mij schiet eigenlijk alleen een voorval van een paar weken geleden te binnen. Mijn zoon was toevallig in Moordrecht toen daar de Sint bij de veerstoep werd ingehaald door de plaatselijke jeugd. Verbijsterd constateerde hij, dat de Pieten het strooigoed in zakjes hadden verpakt en die uitdeelden, omdat de gemeente het strooien had verboden. Kinderen zouden zomaar ziek kunnen worden als ze van de straat eten.
Het moet niet veel gekker worden.
Verpakt strooigoed, het is een contradictio in terminis. Strooigoed moet je met een ferme zwaai over straat strooien, daarom heet het zo. Van dat beetje straatvuil wordt een kind echt niet ziek. We gaan wel erg ver in de bescherming van onze kinderen.
Goed, dat was een week of twee geleden.
Gisteren kwam het AD met een surprise: een interview met Bart van Gulick. Hij is directeur van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Krimpenerwaard. Wat zegt Van Gulick? ‘Het bedrijfsterrein Veerstalblok gaat er gewoon komen’.
Dat mag meneer Van Gulick helemaal niet zeggen. Althans, niet als directeur van de ROM-K. Of dat terrein er komt of niet, is een politieke keuze. Van Gulick is geen politicus, hij is niet door de bevolking gekozen vanwege zijn mening - nee: hij is door de politiek aangesteld om beleid uit te voeren. En dat beleid houdt vooralsnog in, dat het bedrijventerrein er niet komt. Strooigoed moet je strooien, politieke uitspraken zijn het domein van politici.
Het is niet de eerste keer dat Van Gulick op de stoel van de politiek gaat zitten. Dat deed hij ook al in Het Kontakt, in augustus. En nog eerder moest hij de website van de ROM-K aanpassen omdat hij daar op had laten zetten dat het bedrijventerrein er kwam, lang vóór de Ouderkerkse gemeenteraad zich daarover had uitgesproken.
Wie wijst deze man zijn plaats? Gebeurt het vanavond misschien, als de Sint bij hem langs komt: ‘Zo Bart, wat lees ik nou over jou in mijn boek? Dat is niet zo fraai hè? Kom jij maar eens even bij Sinterklaas.’
Dat wordt de zak, een enkele reis Spanje. Groot land. Ruimte genoeg voor heel veel Veerstalblokken.

26.11.07

Open brief

Aan:
Peter van Heemst,
Fractievoorzitter PvdA Rotterdam


Beste Peter,
In de Volkskrant van vanmorgen las ik je pleidooi voor een hogere vergoeding voor raadsleden. ‘Onze gemeenteraadsleden worden uitgewoond’, stond erboven. Het werk in de gemeenteraad is veel zwaarder en ingewikkelder dan het werk in de Tweede Kamer, schreef je. Jij kunt het weten, je bent lid geweest van de Kamer.
Je schreef ook: ‘De gemeenten en de gemeenteraadsleden zien hun werk gigantisch groeien. Dat goed, want we zitten er, veel meer dan de Kamerleden, bovenop. Maar dan moet er ook de erkenning zijn dat deze functie om een stevige vergoeding en een solide rechtspositie vraagt. We krijgen nu ongeveer eenvijfde van wat Kamerleden verdienen! Een wanverhouding dus.’
Ik kan de grote lijn van je pleidooi onderstrepen. En ik ben blij dat jij, als prominent PvdA’er en fractievoorzitter in een grote gemeente, de gêne om voor je eigen portemonnee te pleiten van je af hebt geworpen. Ik heb het op mijn bescheiden schaal op deze plek ook al eens gedaan, maar het blijft ongemakkelijk, hardop zeggen dat je eigenlijk recht hebt op meer geld.
Maar eenvijfde van wat Kamerleden verdienen? Was het maar waar! Ja, in Rotterdam misschien, waar raadsleden een vergoeding van bijna tweeduizend euro per maand krijgen (exclusief de onkostenvergoeding). Maar hoe kleiner de gemeente, hoe lager de vergoeding. Is het in een middelgrote stad als Gouda nog 1150 euro, in Ouderkerk is het niet meer dan 246 euro. Dat is, om jouw vergelijking door te trekken, nog minder dan eenvijfentwintigste van een Kamerlid. Of: ongeveer eenvijfde van wat jij en je collega-raadsleden in Rotterdam verdienen.
Over wanverhoudingen gesproken.
Rechtvaardigt het verschil in gemeentegrootte deze verschillen? Is het werk van een raadslid in Rotterdam of Gouda zoveel zwaarder of moeilijker dan in Ouderkerk? Dat waag ik te betwijfelen. Ik ken de dikte van de enveloppen niet die jij in Rotterdam op de mat vindt, maar ik ken wel de omvang van jouw fractie: 18 mensen. Vele handen maken licht werk: wat een verschil met een fractie van vier, zoals die van mij – en dan zijn wij nog de grootste in Ouderkerk! Goed, jullie hebben in Rotterdam problemen die wij niet kennen. Maar net als jij hebben ook wij ons moeten verdiepen in grote dossiers als de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand. Als je met z’n vieren bent, is het werk wat lastiger te verdelen dan met z’n achttienen.
Daar komt bij, dat jij een griffie van 24 mensen tot je beschikking hebt die je ondersteunt en adviseert. Wij hebben in Ouderkerk één griffier en een griffiemedewerker, samen goed voor ongeveer één voltijdsfunctie. Dat we vijf keer zo weinig verdienen als jij, is één ding. Dat we vierentwintig keer zo weinig ondersteuning hebben, is verbijsterend.
Wat ik zeggen wil: ik vind het hartstikke goed dat je de aandacht vestigt op een serieus probleem. Het was echter beter geweest als je even van je grootstedelijke Olympus was afgedaald en ook was ingegaan op de problemen van raadsleden in kleine gemeenten. Of we hadden het stuk samen kunnen schrijven. Dat is niet gebeurd, maar misschien wil jij in je lobby bij je oud-collega’s in de Tweede Kamer ook even de ondermaatse beloning van raadsleden in kleine gemeenten meenemen? Alvast bedankt.

Met vriendelijke groet,
Leo Mudde, je collega in Ouderkerk

25.9.07

Rouvoet

Liliane wie…?
’t Blijft een verrassende partij, die PvdA.
Door alle commotie rond de strijd om het voorzitterschap zou je bijna vergeten, dat het congres op 6 oktober een compleet nieuw bestuur moet kiezen. Op de voordracht staat op de tweede plaats, achter Liliane Ploumen, de Tilburgse wethouder Jan Hamming. Een van de vertrouwelingen en adviseurs van Wouter Bos. Als het congres de voordracht overneemt, maakt dat de positie van Wouter weer een stukje sterker. Een man uit het lokaal bestuur, iemand die met z’n poten in de gemeentelijke modder staat. Geen verkeerde keus, lijkt mij. Het maakt het verlies van Jan Pronk iets draaglijker.
Goed. Van de Amsterdamse grachtengordel waar het partijbureau is gehuisvest is het een kleine stap naar het Binnenhof, waar het kabinet vorige week zijn eerste begroting presenteerde. Met genoegen las ik het programma van minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin). Van de ChristenUnie, maar hij zegt zinnige dingen. Hij wil, wat de PvdA in Ouderkerk al heel lang bepleit. Zo moeten in 2011 alle gemeenten de inspraak van jongeren hebben georganiseerd. In Ouderkerk starten we de discussie over jeugdraden in 2008, zo staat in het collegeprogramma. De druk die Rouvoet nu op de ketel zet, is in ons voordeel.
En dan: de beruchte 3%-norm. Al een paar jaar geleden besloot de Ouderkerkse gemeenteraad dat bij nieuwe (bouw)plannen, ten minste drie procent van de ruimte moet worden gereserveerd voor spel- en speelruimte. Tot nu toe wekken achtereenvolgende colleges niet de indruk deze wens van de raad van harte uit te willen voeren. Ook het huidige college doet daar schimmig over; in de plannen met de IJsbaanlocatie in Ouderkerk aan den IJssel wordt wat gegoocheld met parkeerplaatsen en vissteigers, maar een duidelijk antwoord op de vraag of er voldoende speelruimte is, blijft uit.
Rouvoet wil deze norm nu als landelijke richtlijn gaan invoeren en hij gaat de gemeenten de komende jaren ‘monitoren’ of zij zich daaraan houden. Dus eigenlijk is het kiezen of delen voor het Ouderkerkse college: of het doet vanaf nu wat de raad ooit heeft bepaald, of het wordt straks door de minister op de vingers getikt. Lijkt mij geen moeilijke keuze.

19.9.07

Humor

Ik kan niet ontkennen dat ik met enig genoegen de ruzie in de VVD heb gevolgd, de afgelopen dagen. Dat we in de PvdA vaak ruziënd over straat rollen, is bekend. Wij kunnen dat niet zo goed, de schijn ophouden van een goede sfeer maar elkaar ondertussen de deur uitvechten. In andere partijen botert het natuurlijk ook niet altijd (zie de SP!), maar zij houden de deuren en luiken nog gesloten. Dan is het goed om te merken dat die keurige VVD’ers er ook wat van kunnen.
Verrassend overigens, dat de mastodonten in die partij nog zo veel invloed hebben. Het congres werd gedomineerd door fossiele liberalen als Wiegel, Korthals Altes, Vonhoff en Bolkestein. Mensen die er allang niet meer toe doen in de wereld, maar kennelijk nog wel in de partij. Goed, wij krijgen straks Jan Pronk als voorzitter (waar ook het nodige gedonder over is, zoals het hoort), ook niet een van de jongsten maar in ieder geval wel iemand die altijd actief is gebleven.
VVD’ers, het blijven aparte mensen. Toen net bekend was dat Rita Verdonk uit de fracie was gezet, vroeg een journalist aan een keurige dame uit Wassenaar wat ze daar nou van vond. Haar reactie: ‘Uitzetten? Zoiets doe je niet!’
Had Verdonk dat maar gezegd toen ze nog minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie was.
Ja, er schuilt wel humor achter de stropdassen en parelkettinkjes. Vandaag stal Mark Rutte de show in de Tweede Kamer toen hij oud-PvdA-leider Joop den Uyl citeerde, die tot zijn dood volhield dat ‘dat tweede kabinet-Den Uyl er toch komt’. Nóóit had Rutte daar in geloofd, tot het kabinet gisteren zijn begroting presenteerde: ‘Dat tweede kabinet-Den Uyl is er nu toch gekomen en het zit dáár’, riep hij en wees met zijn vinger naar het vak-K waar Bos en Balkenende geamuseerd luisterden.
Een links kabinet, straks een linkse partijvoorzitter uit dat tijdperk-Den Uyl. De jaren zeventig keren terug. De geest van Wim Kok, die ooit de PvdA ontdeed van haar ideologische veren, is terug in de fles. Godzijdank. De politiek wordt weer leuk.
Vrijdag een barbecue met de gemeenteraad en de ambtenaren. Ik verheug me erop. Ben benieuwd of de VVD’ers dan ook zo grappig zijn.

30.7.07

Trein

Ik laat mij met twee dingen moeiteloos verleiden. Het tweede is lekker eten.
Mijn dag kon niet meer stuk toen ik vorige week dinsdag, halverwege de middag, een mail kreeg met daarin een voorstel voor het menu van die avond. Spaghetti met Italiaanse roomsaus, met ricotta, mascarpone, gorgonzola, witte wijn en champignons.
Watertandend stapte ik een paar uur later op Den Haag Centraal in de trein. Normaal zit ik halverwege, maar de trein was nu korter dan anders dus ik vond een plaats voorin. Ik bladerde wat door een krant, maar was met mijn gedachten al bij de spaghetti en bij de viognier die ik uit het rek zou halen. Geen beeld is mooier dan dat van een gekoelde, in condensdruppels gehulde fles witte wijn.
Iets voor Zoetermeer werd het beeld verstoord door een telefoontje. Iemand van de gemeente. Het gesprek duurde tot Zevenhuizen. Toen was er de klap.
Omdat ik voorin zat, voelde ik iets hard onder de bodem van de trein bonken. Ik keek, de telefoon nog aan mijn oor, naar buiten en zag stukjes materie voorbij vliegen. Het kon hout zijn, of ijzer, of steen – het ging te snel om dat te kunnen bepalen. Vervolgens het schrapend geluid van ijzer op ijzer, de machinist remde uit alle macht. Knarsend kwam de trein tot stilstand. Rechts weiland, links de A12. Dan de stem van de conducteur door de intercom. ‘U zult wel gemerkt hebben, dat iemand het nodig vond voor onze trein te springen.’
Mijn maag draaide om. Even geen Italiaanse roomsaus en wijn. Die stukjes materie die ik voorbij had zien komen, zou dat een hagel van lichaamsdelen zijn geweest? Ik wist het niet, weet het nóg niet, maar wat kon het anders zijn? Het beeld zou mij de volgende dagen en nachten blijven achtervolgen.
Later hoorde ik van iemand die dezelfde trein zat, dat het geen springer was maar iemand die dacht nog net voor de aanstormende intercity te kunnen oversteken. Had hij gehoord, maar hij wist het ook niet zeker.
Wat wel zeker is, is dat het ruim drie uur duurde voor ik thuis was. We werden na lang wachten opgehaald door een lege trein die ons vanuit Gouda tegemoet kwam. Een soort reddingsoperatie voor gestrande treinreizigers. Voor de springer kwam redding te laat. De conducteur meldde het nog, zo’n anderhalf uur na de klap: ‘Helaas is de persoon overleden’. Ten overvloede.
’t Is gek, maar de spaghetti en de viognier smaakten mij uiteindelijk nog goed. Maar nog steeds, een week later, zie ik die stukjes regelmatig voorbij komen, nog hoor ik de klap en het gebonk onder de trein.
Vanavond komt er een documentaire op tv over zelfmoordenaars en hun nabestaanden. NRC citeert er uit. De moeder van een jonge vrouw die voor de trein sprong, komt aan het woord. Ze haalt het laatste telefoongesprek met haar dochter aan: ‘Ik zei tegen haar “Tot ziens meisje”. En zij zei: “Dag mams.’”
Dat stukje papier, dat ik een politieagent naast de trein zag oprapen, was dat een fragment van een afscheidsbrief? Zou de persoon die voor mijn trein sprong ook nog ‘dag mams’ of ‘dag schat’ hebben gezegd?
Vragen, vragen… Ik weet nog niet of ik ga kijken vanavond.

PS Ik heb de gemeentelijke samenwerking in de Krimpenerwaard wel eens vergeleken met een voortdenderende trein met als eindbestemming die ene, gefuseerde gemeente. Er zijn collega-raadsleden die voor die trein willen springen om ’m tot stoppen te dwingen. Mijn advies: doe het niet.

6.7.07

Bas

Gistermiddag was de afscheidsreceptie van Bas Noorlander. Hij vertrok als wethouder van Vlist en was, als ik dat mag afleiden uit de druk bezochte bijeenkomst in De Stolp in Stolwijk, een geliefd bestuurder. Een sociaal-democraat van het zuiverste soort ook, die het linkse geluid altijd combineert met een grote glimlach en innemende pretoogjes. Bas kan het wethouderschap niet meer combineren met zijn werk. Jammer. Vlist en de PvdA in de Krimpenerwaard zullen dze markante partijgenoot missen.
Op zo’n receptie kom je veel mensen tegen. PvdA’ers uit diverse gemeenten feliciteerden mij met het besluit van Gedeputeerde Staten, om het bedrijventerrein Veerstalblok te schrappen uit de plannen met de Krimpenerwaard.
Tja, of dat nou de verdienste van de Ouderkerkse PvdA is…
Maar zonder te willen vervallen in triomfalisme: ik ben natuurlijk wel tevreden over het GS-besluit. Het is een logisch besluit, dat rechtstreeks voortvloeit uit het Rijks- en provinciaal beleid. Het provinciebestuur heeft gedaan waarvoor het is aangesteld, namelijk voorkomen dat een lokaal beleid indruist tegen een hoger, provinciaal beleid: het tegengaan van verrommeling van het landschap, behoud van de open ruimte en het zoeken naar regionale opvang van bedrijven. In zo’n beleid past een bedrijventerrein à la Veerstalblok niet.
Ik word graag gefeliciteerd als de PvdA een succesje boekt, maar in dit geval zouden GS ook zonder de lobby van de Ouderkerkse fractie dit besluit hebben genomen.
Denk ik, anders zou de provincie geen knip voor haar neus waard zijn.
Hoe nu verder? In de eerste plaats moet worden gezocht naar een goede oplossing voor de ondernemers die moeten wijken voor de aanleg van de Zuidwestelijke Randweg. Tegelijkertijd moeten we een visie ontwikkelen op de bestaande bedrijventerreinen: hoe kunnen we die opnieuw inrichten, hoe veel ruimte kunnen we daar creëren om nieuwe bedrijven aan te trekken? Liefst bedrijven met veel werknemers per oppervlakte, want dat is goed voor de werkgelegenheid.
En ten slotte moeten we aantonen dat natuur en landschap óók een waarde hebben. Het Beraad Stadsrand Gouda à Krimpenerwaard staat te popelen om de groene buffer bij Gouda een mooie invulling te geven. Het gebied heeft fantastische mogelijkheden, las ik gisteren in een langskomende e-mail. Ik ben het daarmee eens. Die kansen moeten we benutten. De tijd is er rijp voor.

22.6.07

Geschiedenis

Ik had het natuurlijk veel eerder moeten doen, bij het archief van de gemeente het verslag opvragen van de gemeenteraadsvergadering van 19 september 1994. De extra, in grote haast bijeengeroepen vergadering waarin over het veelbesproken convenant met Gouda over de Zuidwestelijke Randweg moest worden besloten. Met als enige voorbereiding een besloten vergadering van de commissie VROM, vijf dagen eerder – waarvan, opmerkelijk, in het gemeentearchief géén verslag van terug te vinden is.
Nu weet ik wat ik twee weken terug, toen we in de raad over het bedrijventerrein Veerstalblok spraken, niet (meer) wist. Dat het convenant helemaal geen Afspraak met een grote A was, zoals CDA, SGP, VVD en ChristenUnie tot vervelens toe herhaalden. Het was een Intentieverklaring, niets meer en niets minder. Dat kon de ChristenUnie niet weten, want de conceptie van die partij had in 1994 nog niet eens plaatsgevonden. Maar de andere wel. En de PvdA ook.
Laat ik even afdalen in de geschiedenis. Niet om achteraf mijn gelijk te halen – ik hoor Arie Burger zijn pen al weer slijpen – maar omdat ik het belangrijk vind om toch nog de status van het convenant aan de vergetelheid te ontrukken.
Uit de notulen:
De heer Van Dam (PvdA): ‘Het is een goede zaak om het woord convenant nog eens nader te preciseren; uit het begeleidend schrijven van het college blijkt duidelijk, dat beide partijen de intentie hebben om er met elkaar uit te komen. Met andere woorden, we spreken over een stuk wat een aanzet is tot iets of niets. Terecht merkt u (het college, lm) dat een en ander voorlopig is vastgesteld.’
Iets verderop: ‘Schoorvoetend hebben wij ingestemd met het convenant, misschien juist wel omdat we spreken over een convenant en niet meer dan dat.’
De heer Van Erk (CDA): ‘De raad neemt een inspanningsverplichting op zich en geen resultaatverplichting. Wij behouden ons het recht voor om af te haken als ondanks alle inspanningen ons geen acceptabel plan wordt voorgelegd.’
De heer Timmermans (VVD): ‘Ik krijg de indruk dat de aanwezigen op de tribune het idee hebben dat er vanavond van alles en nog wat besloten wordt. Niets is minder waar. Het gaat alleen om het uitspreken van een intentieverklaring.’
En wat zegt de verantwoordelijk wethouder, de heer P. Stam van de SGP? ‘Het voorliggende convenant moet als niet meer en niet minder worden beschouwd als een intentieverklaring.’
En ten slotte de voorzitter, burgemeester Bakkers. Hij ‘beklemtoont nogmaals dat het er vanavond om gaat een intentieverklaring af te geven.’
Vervolgens wordt besloten conform het voorstel van het college. Hoe het daarna ging, weten we.
Een intentieverklaring is volgens Van Dale een ‘verklaring waarin afspraken omtrent een later te sluiten overeenkomst worden vastgelegd.’ Die overeenkomst, die is er bij mijn weten nooit gekomen. (Of die moet ook in beslotenheid zijn getekend, je weet het nooit in toenmalig Ouderkerk.) En als er geen overeenkomst is, is er ook niets om je aan gebonden te voelen.
Soms is het goed om even uit te zoeken waar we precies in de gemeenteraad over praten. In dit geval had het in ieder geval een ander licht op het onderwerp geworpen. Dan hadden de partijen die het convenant nu presenteerden als een keiharde overeenkomst, twee weken geleden in ieder geval meer moeite moeten doen om uit te leggen waarom ze niet van de tekst konden of wilden afwijken.
Overigens heb ik niet de illusie dat de uitkomst dan een andere zou zijn geweest. Daarvoor waren de stellingen al te zeer betrokken.

14.6.07

Censuur?

Mooi is dat. Zet ik in mijn vorige stukje bij wijze van service een link naar het stukje van Arie Burger, zodat de lezer kan zien waar ik precies op reageer, en dan haalt de ChristenUnie het van de site. Zit ik met een dode link. Omdat er binnen de partij discussie is ontstaan of dat soort stukjes wel op de website horen, begrijp ik van de CU-webmaster. Als ik de ChristenUnie ongevraagd mag adviseren: als die stukjes de mening van de partij of de fractie verkondigen, dan wel. Als het de particuliere mening van een fractielid is, dan niet. Die moet dan maar een eigen blog beginnen waar hij kan schrijven wat hij wil. Kom op Arie, join the club!
(Update 15 juni: Há, toch nog ergens het stukje van Arie gevonden!)

12.6.07

Onzin

Open brief aan Arie Burger van de ChristenUnie-fractie

Beste Arie,
Ik heb me geregistreerd bij de ChristenUnie om op jouw stukjes op jullie website te kunnen reageren, maar om de een of andere reden is jullie site nog niet zo ver ontwikkeld want het lukt niet. Typisch: iets beloven en het vervolgens niet waarmaken. Jammer, want ik had het graag in het openbaar gedaan op de plaats waar het hoort, maar nu dan maar even langs deze weg in de hoop dat je in het vervolg wat zorgvuldiger bent in je schrijfsels over de PvdA.
Wat mij dwars zit over je stukje dat de PvdA ten onrechte claimt als enige op te komen voor de belangen van natuur en landschap, heb ik je op de braderie laten weten en gelukkig zag je toen de redelijkheid van mijn argument in (dat een belangenafweging in het openbaar dient plaats te vinden, wat de PvdA wel doet en de ChristenUnie niet). Het zou je sieren als je dat ook op je website erkent of in ieder geval melding maakt van ons gesprekje op de braderie.
Maar nu even over je column van gisteren: wat een onzin om te beweren dat wij niet democratisch bezig zijn. Natuurlijk leggen wij ons neer bij een uitspraak van de gemeenteraad. Maar dat laat onverlet dat er nog een (ook democratisch gekozen!) overheid is die toevallig iets te zeggen heeft over zoiets als de aanleg van bedrijventerreinen. Wat een onzin ook, om te suggereren dat wij ‘iets anders verzinnen’ omdat we in de raad onze zin niet hebben gekregen. Dat ik ergens op hoop en vertrouw is iets anders dan dat ik iets ‘verzin’. De provincie heeft een eigen verantwoordelijkheid, daar kan en wil de Ouderkerkse PvdA niet in treden. Die verantwoordelijkheid is ook om besluiten van gemeenteraden tegen het licht te houden om te kijken of ze passen binnen het provinciaal beleid. Als een democratisch genomen gemeenteraadsbesluit niet past in het beleid van een democratisch gekozen provincie, dan hoeft een provincie zo’n besluit niet te accepteren. Daar is een provincie onder meer voor uitgevonden, het is een legitiem correctiemechanisme voor ondoordachte gemeenteraadsbesluiten. Zoals ze ook door de gemeenteraad reeds afgehamerde gemeentebegrotingen alsnog kan afkeuren.
Zo werkt het nu eenmaal. Dat heb ik noch de PvdA ‘verzonnen’. Dat was het idee van ene Thorbecke.

Vr groet,
Leo Mudde

31.5.07

Vertrouwelijk

Toen ik nog journalist bij het Rotterdamse universiteitsblad Quod Novum was, kieperden mijn collega’s en ik regelmatig de vuilnisbak van het College van Bestuur leeg en pluisden de buit in de redactieruimte grondig na, op zoek naar smeuïge nieuwtjes en vertrouwelijke stukken. Dus dat die actie van NOVA en de vuilcontainer van de koningin bijzonder was, nee. En laten we eerlijk zijn, zó uniek en vertrouwelijk en schokkend was de inhoud van de gescheurde en bevlekte papiertjes nou ook weer niet.
De laatste tijd is er nogal wat te doen over vertrouwelijkheid. In Waddinxveen klagen de oppositiepartijen dat het college te veel zaken het stempel ‘vertrouwelijk’ geeft. De raad kan daardoor geen goede besluiten nemen. En in Tilburg liet de ex-chauffeur van Pim Fortuyn, gemeenteraadslid Hans Smolders, vertrouwelijke informatie lekken omdat ook hij van mening is dat het college te veel onder de pet houdt. Met als gevolg dat de raad nu bijna helemaal geen informatie meer krijgt.
Ook in Ouderkerk worden raadsleden vertrouwelijk geïnformeerd. Te vaak, vind ik. Zo is een paar weken geleden in een besloten deel van de commissie VROM een bouwplan gepresenteerd. Het college denkt, op basis van wat commissieleden bij die gelegenheid hebben gezegd, met het plan op de ingeslagen weg door te kunnen gaan. Maar zo werkt het niet. Raadsleden die niet in VROM zitten, hebben het plan nooit gezien. Dan moet het college niet raar opkijken als de raad straks moeilijk gaat doen. Veel beter was het geweest het plan in een gewone openbare vergadering te presenteren.
Net als die schets van de toekomst van het dorp Gouderak, die onlangs in een besloten deel van – alweer – die commissie VROM werd gepresenteerd. Het gekke was, dat daar de leden van de Stuurgroep Dorpsvisie Gouderak wél bij aanwezig mochten zijn. Zij hebben niet, zoals raadsleden, een soort van geheimhoudingsplicht, dus het zou mij niet verbazen als dat ‘vertrouwelijke’ plan in Gouderak al lang en breed op straat ligt.
Ik zal het ze niet kwalijk nemen.
Anderhalf jaar geleden deed de gemeenteraad onderzoek naar de gang van zaken rond de ‘Drie Locaties’ in Ouderkerk aan den IJssel. In het eindrapport staat de zin: ‘Het informeren en horen van de commissie VROM is niet hetzelfde als het informeren of horen van de gemeenteraad. De commissie is geen democratisch gekozen afvaardiging van de bevolking.’ Ook toen al was het college van mening dat de raad geïnformeerd was, op basis van bijvoorbeeld een presentatie in een besloten commissievergadering. Die fout dreigt het college nu weer te begaan.
Op mijn bureau liggen nog een paar rapporten waar het stempel ‘vertrouwelijk’ op staat. Iemand zei eens: als je wilt dat iets uitlekt, moet je er ‘geheim’ op zetten. Jammer dat er in Ouderkerk geen cultuur van lekken bestaat, en dat de professionele journalistiek zich nagenoeg geheel uit de Krimpenerwaard heeft teruggetrokken sinds het opgaan van de Goudsche Courant en het Rotterdams Dagblad in het AD.
Ik kan me wel herkennen in die raadsleden in Waddinxveen en Tilburg. Door als college veel informatie ‘vertrouwelijk’ naar de raad te sturen, ontneem je die raad de mogelijkheid goed te controleren en het college op de inhoud aan te spreken. Maximale transparantie zou het uitgangspunt moeten zijn. Als dat af en toe leidt tot wat commotie, dan is dat jammer. Zonder dat zou politiek ook erg saai zijn.

18.4.07

Zellingwijk

Vorige week gingen de hekken van de hermetisch afgesloten Zellingwijk voor mij even open.
Een journaliste van het AD had gevraagd of ik geïnterviewd wilde worden op de plek waar ik ben opgegroeid. ‘Doet het je wat?’ vroeg ze, terwijl we over de asfaltvlakte wandelden waar ik ooit voetbalde, met de slee speelde, vuurtjes stookte en mijn doodgereden poezen begroef – in de tuin, naast de ouderlijke woning aan de Havenstraat 16.
Had ze die vraag tien, vijftien jaar geleden gesteld, dan had ik wellicht meer emoties gevoeld. Maar ik ben inmiddels zo gewend aan het troosteloze beeld, dat ik misschien tot haar spijt de vraag ontkennend moest beantwoorden. De emoties die er ooit waren, zijn door de tijd gesmoord. De Zellingwijk, míjn Zellingwijk, bestaat niet meer. Die is al lang dood en begraven – letterlijk, onder het asfalt.
Natuurlijk heb ik mijn herinneringen. Goede en slechte, plezierige en verdrietige – maar die verschillen niet van die van een ander die terugkeert naar de plek waar hij of zij is opgegroeid. En hoeveel van mijn leeftijdgenoten zullen, als zij teruggaan naar de plek van hun jeugd, een onveranderde omgeving aantreffen? Niet veel, denk ik.
De manier waarop de bewoners van de Zellingwijk destijds moesten vertrekken, was dramatisch, dat wel. Mijn ouders hadden jaren gespaard voor ze het huis van hun dromen konden kopen. En als je vervolgens na twintig jaar wordt gedwongen te verhuizen, alles wat je hebt opgebouwd achter te laten, dan is dat heel, heel hard.
Of mijn ervaringen met de Zellingwijk ook hebben bijgedragen aan de beslissing om politiek actief te worden, wilde ze weten. Dáár kon ik wel volmondig ‘ja’ op antwoorden. De geschiedenis van de Zellingwijk is natuurlijk één grote aanklacht tegen de overheid, een toonbeeld van falend beleid. Daarvan was al sprake eind jaren vijftig, begin zestig van de vorige eeuw, toen de overheid signalen dat er dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen, stelselmatig negeerde. Daarvan is ook sprake sinds de gedwongen ontruiming, begin jaren tachtig, doordat beloftes over termijnen van sanering en herinrichting nooit zijn nagekomen en steeds worden doorgeschoven.
Helaas heb ik daar als gemeenteraadslid niets tegen kunnen doen, maar ik heb wel geleerd hoe ingrijpend het handelen of het niet-handelen van een overheid kan zijn voor mensen die van diezelfde overheid afhankelijk zijn. Bij het nemen van besluiten in de gemeenteraad probeer ik de impact op langere termijn altijd voor ogen te houden.
Wat vind je eigenlijk van Gouderak als dorp? was een andere vraag.
Tja.
Moest ik een sociaal wenselijk en chauvinistisch antwoord geven, dat het natuurlijk het mooiste dorp van de Krimpenerwaard is, een parel aan de IJssel? Of moest ik eerlijk zijn en tot mijn spijt bekennen, dat ik Gouderak eigenlijk het lelijke eendje van polder vind?
Ik koos voor het laatste. En dat komt door die Zellingwijk. Niet alleen is het een aanfluiting voor wie vanuit Gouda het dorp binnen komt, en is het doodzonde dat de historische panden aan de noordkant van de Dorpsstraat gesloopt moesten worden - de ontruiming heeft er ook voor gezorgd dat er in hoog tempo elders in het dorp woningen moesten worden gebouwd, waardoor er nauwelijks groen of speelruimte is overgebleven.
Een boeiend dorp is het zeker. Maar mooi? Nee.
Een nieuwe Zellingwijk kan dat beeld doen kantelen. Maar dan wel een Zellingwijk met veel groen, en veel speelruimte. Waar kinderen kunnen voetballen, met de slee spelen en – vooruit, waarom niet – vuurtje kunnen stoken? Waar huizen tuinen hebben die groot genoeg zijn om de dode poes te begraven.
Omdat de kinderen van nu evenveel recht hebben op ruimte als ik had, 35 jaar geleden. Maar dan wel schóne ruimte. Een verantwoordelijkheid van de overheid.
Krijgt die toch nog de kans de fouten uit het verleden een beetje goed te maken.
Jammer dat het voor de meesten van de oorspronkelijke bewoners van de Zellingwijk veel te laat komt. Ze zijn inmiddels overleden of te oud om nog gebruik te kunnen maken van het beloofde recht op terugkeer.
Beloof nooit iets wat je niet waar kunt maken. Da’s ook een les die ik heb geleerd. Geen onbelangrijke voor een raadslid.

10.4.07

Homo's

Homo’s houden van het koningshuis, las ik vorige week in een krant.
Is dat zo? Hebben homo’s een soort monarchie-gen waardoor ze allemaal van Oranje houden? Zijn er geen republikeinse homo’s, die het koningshuis een anti-democratisch en geldverslindend instituut vinden? Vast wel.
Maar goed, het koningshuis houdt ook van homo’s. Niet voor niets zette de koningin een jaar of zeven geleden haar handtekening onder een wet die het huwelijk voor iedereen open stelde, ook voor homo’s. Nederland liep weer eens voorop in de wereld, en terecht.
Jammer dat er nu een regeerakkoord ligt, waarin ruimte wordt geboden aan ambtenaren met ‘gewetensbezwaren’ om geen homo’s te hoeven trouwen. Ambtenaren moeten gewoon de wet uitvoeren, dat is hun werk. En als die wet ze niet bevalt, dan moeten ze geen ambtenaar van de burgerlijke stand worden.
Dat is precies wat gemeenteraden van inmiddels al zo’n 60 gemeenten willen bereiken. Dat ambtenaren niet discrimineren, dat voor de wet iedereen gelijk is en dus door de overheid en haar dienaren ook gelijk moeten worden behandeld.
Was die ene zin niet in het regeerakkoord opgenomen, dan hadden gemeenten zich niet gedwongen gevoeld dit foutje te repareren. Mensen vragen mij wel eens waar ik me druk om maak, homo’s kunnen toch gewoon trouwen in Ouderkerk? Inderdaad, en dat moet vooral ook zo blijven. Juist om te voorkomen dat er in de toekomst een situatie ontstaat dat ze dat niet meer kunnen. En het gaat het om een van de belangrijkste principes van onze rechtsstaat, namelijk dat iedereen voor de overheid gelijk is. Daar mogen we ons best druk om maken, zeker als lid van een gemeenteraad.